Om te leven heb je geen apps nodig

Ik heb een jaarkalender uitgeprint, uitgeknipt en tegen de kledingkast geplakt. DON’T BREAK THE CHAIN 2017 staat bovenaan gedrukt. Onzeker of ik moet lachen van blijdschap of om mezelf staar ik ernaar. Ik heb weer besloten schrijver te worden. Het idee is simpel: schrijf iedere dag minimaal een kwartier en streep de dag door met rode stift. Herhaal tot je romandebuut in de winkels ligt.

Schrijver worden wil ik sinds mijn drieëntwintigste. Het is een verlangen uit overvloed: net als ieder mens barst ik van de potentie waar ik iets mee wil. Uit gebrek: alleen met een tekstverwerker lijk ik mezelf toereikend te kunnen uiten. En uit angst: ik kan verlamd raken door wat Oliver Wendel Holmes zo vreeswekkend constateerde: Many people die with their music still in them. Maar overvloed, gebrek en angst zijn niet voldoende om aan het schrijven te geraken en blijven. Ik hoor de muziek wel, die klinkt machtig groot, maar om die eruit te krijgen in de wereldse vorm van een revolutionaire ideeënroman moet ik eerst jarenlang honderdduizenden woorden op papier krijgen. En dan ben ik er waarschijnlijk nog niet. Om deze helse taak aan te kunnen moet ik volhouden, gedreven zijn. Hoe krijg ik mezelf zover? Is het een kwestie van mezelf er onophoudelijk toe dwingen, de zweep op mezelf laten neerdalen onder het mom van ergens discipline voor opbrengen? Of zou het anders kunnen, moet ik misschien gewoon eens goed nadenken over wat ik wil en gaat het dan allemaal als vanzelf?

Jarenlang heb ik mezelf met discipline aan de gang willen krijgen en houden. Niet alleen om te schrijven: juist daar kon ik ironisch genoeg de discipline niet voor opbrengen. Ik ontdekte namelijk veel meer muziek in mezelf. Als student was ik voor het eerst in mijn leven echt vrij om te doen wat ik wilde. Ik schreef een paar gedichten en verhalen en verloor me in het vieren van de vrijheid. Ik ging onder meer op kamers en toneel, probeerde yoga en meditatie, ging naar de bioscoop en de opera, kocht een gitaar en een paar hardloopschoenen, liep de kroegen plat en las tientallen boeken en honderden artikelen over hoe je alles uit jezelf haalt.

Jarenlang heb ik mezelf met discipline aan de gang willen krijgen en houden

Om dit alles te volbrengen had ik discipline nodig, hield ik mezelf steeds voor. Wat ik me nooit heb afgevraagd is wat discipline nou eigenlijk is. Volgens voormalig denker des vaderlands Marli Huijer, die er het boek Discipline. Overleven in overvloed over schreef, bestaan er drie vormen van discipline: werken aan jezelf (1), ordening en toezicht (2), en de internalisering van eigenschappen om verleidingen te weerstaan (3).

Ergens discipline voor moeten opbrengen klinkt niet benijdenswaardig. Militaristisch, onmogelijk. Toch hoeft zelfdisciplinering misschien niet zo zwaar te zijn als het lijkt. We hoeven het niet allemaal alleen te doen; we mogen om hulp vragen. Zoals Odysseus zich op zijn heroïsche reis liet vastbinden aan de scheepsmast om de Sirenenzang te weerstaan, zo kunnen wij ons op onze laatmoderne reizen wapenen tegen overweldigende krachten. Discipline kunnen we uitbesteden, aan een strenge meester.

Maar welke meester? Voor het uitbesteden van discipline wijst Huijer twee mogelijkheden aan: mensen die je een standje geven als je je afspraak met hen niet nakomt, of apps. Er zijn apps om minder op je telefoon te zitten, een taal te leren, complimentjes te geven aan vreemden, push-ups te doen, te mediteren, om bij te houden of je genoeg stappen zet, of je wel ongestoord genoeg werkt, gezond genoeg en niet teveel eet.

Discipline is al snel niets meer dan een hopeloze vorm van symptoombestrijding

Het lijkt een enorme uitkomst, je discipline uitbesteden aan apps. Uit ervaring weet ik inmiddels dat het tegenovergestelde het geval is. Ik ben voorbij de stralende horizon van illusie gestrand in de desillusie en vind mezelf nu sardonisch fluitend terug in de meanderende strandwandeling die de ironie kan zijn. Apps kunnen ons met snerpende piepjes en waarschuwingslampjes disciplineren zoals de autogordel dat doet, maar zijn rigide. Ze houden zelden of onvoldoende rekening met de samenklontering van persoonlijke situaties en ditjes en datjes die een menselijk leven in de kern is. Apps zijn zelfs levensgevaarlijk, een mens kan zijn of haar leven ermee ontwrichten. Zodra wij ons teveel in onze vrijheid beknot voelen, weten psychologen, gaan we namelijk meer van het ongewenste gedrag vertonen.

Waar ben je eigenlijk mee bezig, als je jezelf probeert te verbeteren met de ene na de andere app, achter de laatste maatschappelijke hype aan rennend? Discipline (de ordening van en toezicht op onszelf) is al snel niets meer dan een hopeloze vorm van symptoombestrijding. Misschien lukt het steeds een tijdje te doen wat wordt voorgeschreven, maar om het maar eens lekker uit te drukken: als je er niet achter staat, laat je de bal een keer vallen en pak je ‘m niet meer op. Symptomen laten zich niet onophoudelijk de kop indrukken. Ze slaan een keer terug. Het is een gevecht dat je niet kan winnen.

Ik heb de yogamat niet uitgerold en het meditatiekussen niet uit de doos gepakt. Ik heb geen app geïnstalleerd

Kan het zo zijn dat we gewoon moeten stoppen met rennen? Stilstaan, nadenken, naar binnen kijken? Ik denk van wel. De vraag is niet ‘wat is er in de wereld allemaal te doen en welke veelheid aan graantjes kan ik daarvan meepikken?’ De vraag die een mens zichzelf moet stellen is ‘wat vind ik belangrijk, wat wil ik écht?’ De mens die weet waarnaar hij/zij onderweg is, kan zich beraden op de route en eventuele tussenstops. Zo iemand laat doodlopende zijweggetjes links en rechts liggen. Of keert er sneller uit terug op de weg van het grotere plan. En waarom zou je nog rennen? Wie de goede richting uit blijft lopen, komt vanzelf in de buurt.

Op een ochtend sta ik in een stille kamer. Ik vraag me niet af of ik genoeg discipline heb. Ik heb de yogamat niet uitgerold en het meditatiekussen niet uit de doos gepakt. Ik heb geen app geïnstalleerd. Ik heb een kalender uitgeprint en tegen de kledingkast geplakt. Omdat er niets mis is met een beetje hulp, als je eenmaal hebt nagedacht over wat je wil. Zo zeg ik na 6,5 jaar voor het eerst met overtuiging: ik wil schrijven.

Ik ga zitten en een half uur later sta ik op. Ik trek de rode dop van de Hema-stift. Het natte vilt krijst zachtjes als ik een kruisje trek het over het witte vel.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven