Creative Commons

(On)gelijkheid en (on)werkelijkheid

“Het jaar was 2081, en iedereen was eindelijk gelijk”. Zo begint Kurt Vonnegut’s boek ‘Harrison Bergeron’, dat een toekomst schetst waarin de overheid met dwang absolute gelijkheid oplegt aan haar burgers. Aan vergelijkbare voorbeelden van totalitaire overheden die met geweld gelijkheid proberen af te dwingen geen gebrek. Nu een alternatieve openingszin: “Het jaar was 2081, en iedereen wist eindelijk hoe ongelijk de maatschappij was, op economisch vlak althans”. Zou het in zo’n maatschappij net zo onplezierig leven zijn als in de socialistische dystopie van Kurt Vonnegut? Waarschijnlijk niet. Waarschijnlijk zou onze democratie beter functioneren met een geïnformeerde bevolking die zich meer bewust is van de mate van economische ongelijkheid, en haar politieke keuzes hierop afstemt.

Met de populariteit van Piketty’s ‘Capital in the 21st Century’ is het onderwerp economische ongelijkheid in de maatschappelijke en politieke spotlights komen te staan. De Franse econoom en zijn collega Emmanuel Saez laten zien dat de economische ongelijkheid in Europa en Noord-Amerika in de afgelopen 40 jaar substantieel is toegenomen. Het succes van dit boek suggereert dat veel mensen graag meer willen weten over de ontwikkeling van ongelijkheid.

In Nederland is de welvaart ongelijker verdeeld dan in de meeste andere Europese landen

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, scoort Nederland in vergelijking met andere westerse landen slechts gemiddeld als het gaat om sociale mobiliteit en is de welvaart een stuk ongelijker verdeeld dan in de meeste andere Europese landen. Nederlanders denken dat een directeur gemiddeld 11 keer zo veel verdient als een geschoolde arbeider, terwijl dit in werkelijkheid 17 keer zoveel is. Ook denken de meeste mensen dat ze zich bovengemiddeld hoog op de sociaal-economische ladder bevinden, terwijl in werkelijkheid ongeveer de helft van de Nederlandse bevolking vrijwel geen eigen vermogen heeft.

Deze percepties zijn niet uniek voor Nederland. In een Amerikaans onderzoek werd een groep mensen het volgende gevraagd: (A) hoe ongelijk ze dachten dat de welvaartsverdeling was en (B) hoe ongelijk ze zouden willen dat de welvaartsverdeling was. Uit deze studie kwam naar voren dat de ontevredenheid over ongelijkheid is net zo groot als als de ongeïnformeerdheid daarover. Ook onderschat men in Engeland en de VS de invloed van het sociaal-economisch milieu waarin kinderen worden geboren op hun uiteindelijke economische uitkomsten. De ‘American dream’ is dus daadwerkelijk een droom: in werkelijkheid bereiken veel mensen niet het economische succes dat volgens de mythe voor iedereen toegankelijk is, ondanks grote motivatie en hard werken.

Is dit een probleem? Is het niet veel fijner, zowel voor de kansarmen als voor happy few, om in de illusie te leven dat we allen ons ‘verdiende loon’ krijgen, net zoals gelovige mensen zichzelf in de middeleeuwen geruststelden met de illusie dat al het vroome aardse lijden zou worden beloond in het hiernamaals? Het korte antwoord is nee. Nietschze zou zeggen: ‘de god van de schijngelijkheid is dood en wij hebben haar gedood’.

'De god van de schijngelijkheid is dood en wij hebben haar gedood'

Wanneer mensen beter geïnformeerd zijn over de huidige mate van ongelijkheid, kunnen en zullen zij hun politieke opvattingen hierop aanpassen. Neem de ‘estate tax’, de overdrachtsbelasting in de VS die enkel van toepassing is op de allerduurste landgoederen. In een onderzoek waarin Amerikaanse burgers werden geïnformeerd over de mate van economische ongelijkheid in hun land nam de steun voor deze belastingregeling drastisch af: men vond dat de belasting ook zou moeten gelden voor de net-niet-superrijken. Op een vergelijkbare manier zou in Nederland de steun voor beleid waarvan bepaalde segmenten in de bevolking disproportioneel voordeel hebben, zoals de hypotheekrenteaftrek, kunnen worden beïnvloed wanneer men beter geïnformeerd is over de mate van ongelijkheid.

Om ervoor te zorgen dat beleid beter aansluit op de werkelijkheid, in plaats van op misvattingen, is het dus wenselijk dat mensen beter geïnformeerd zijn over de mate van economische ongelijkheid en immobiliteit. Hierbij dient de kanttekening te worden geplaatst dat er ook non-democratische krachten zijn die ongelijkheid in de hand werken, zoals lobby’s vanuit de private sector. Desalniettemin zou een beter geïnformeerde bevoking zichzelf waarschijnlijk richting gelijkere kansen en uitkomsten stemmen. Onderwijs en voorlichting lijken voor te hand te liggen om deze kant op te bewegen. Laten we scholieren leren dat de rijkste 10% van de Nederlanders momenteel meer dan de helft van de welvaart bezit, en laat deze leerlingen vervolgens hun eigen politieke opvattingen vormen. Laten we immigranten bij hun inburgeringscursus deze statistieken kunnen leren, in plaats van het Wilhelmus. En laten we bij het volgende lijsttrekkersdebat 5 minuten besteden aan deze ‘inconvenient truth’, zodat kiezers het voorgestelde beleid kunnen beoordelen in het licht van de feiten, in plaats van in de mist van percepties.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven