Flickr / Damouns

Klakkeloos geboycot

Sinds 2012 legt de EU haar lidstaten de verplichting op om ingrijpende maatregelen te nemen tegen Iran vanwege haar nucleaire programma. Deze sancties zijn genomen tegen de achtergrond van de huidige diplomatieke crisis met Iran die is ontstaan nadat een Iraanse oppositiegroep in 2002 onthulde dat de Iraanse overheid al jarenlang clandestien werkte aan een nucleair programma. Hiermee handelde de Iraanse overheid in strijd met haar verplichtingen onder het Non –Proliferatie Verdrag.

De vraag rijst echter of de economische sancties die de EU oplegt aan Iran eigenlijk zijn wel toegestaan onder het internationale recht? Binnen de EU en de Europese politiek is deze vraag schijnbaar een non-issue. De sancties worden door de lidstaten zonder enig protest overgenomen en dat terwijl het antwoord op deze vraag allesbehalve eenduidig is.

Sinds 2006 heeft de VN Veiligheidsraad meerdere resoluties aangenomen die landen verplicht om bepaalde maatregelen te nemen tegen Iran. In de uitvoering van haar bevoegdheid onder het Lissabon verdrag om een gemeenschappelijk buitenlandbeleid te vormen, heeft de EU zogenaamde ‘Gemeenschappelijke Standpunten’ aangenomen ter uitvoering van deze VN resoluties. Deze houden een verbod in op de uitvoer naar Iran van materiaal dat bruikbaar kan zijn voor een nucleair wapenprogramma en een verplichting om de vermogens te bevriezen van de Iraanse elite die ervan verdacht wordt bij te dragen aan het kernwapenprogramma.

Wat de internationale rechtsgrond is voor de sancties tegen Iran wordt door de EU niet toegelicht.

In een Gemeenschappelijk Standpunt uit 2010 breidt de EU de reikwijdte van deze sancties uit. De EU draagt haar lidstaten op om nog meer Iraanse tegoeden (o.a. van de Iraanse Centrale bank) te bevriezen en legt een compleet verbod op de import van uit Iran afkomstige olie en petroleum. Deze maatregelen vloeien echter helemaal niet voort uit de resoluties van de VN Veiligheidsraad. Wat dan wel de internationale rechtsgrond is voor deze sancties wordt door de EU niet toegelicht.

Een verklaring voor dit gebrek aan motivatie zou kunnen zijn dat de EU deze niet nodig acht. Volgens het internationale recht heeft een staat (of een internationale organisatie) de vrijheid om economische maatregelen te nemen zolang deze geen schending van een internationale verplichting inhouden. Zulke maatregelen worden ook wel retorsies genoemd. Voor het nemen van dergelijke maatregelen is volgens het internationale recht geen rechtsgrond nodig. De vrijheid om economische maatregelen te nemen bestaat echter niet wanneer de sanctionerende staat daarmee een internationale verplichting schendt. In dat geval is de sanctionerende staat in overtreding!

Het geven van een rechtvaardiging voor deze sancties is zeker niet overbodig.

Hier wringt de schoen. De uitvoering van de EU-sancties leidt namelijk tot de schending van twee internationale verplichtingen die de EU-lidstaten hebben ten opzichte van Iran. Ten eerste is het bevriezen van de vermogens van de Iraanse Centrale Bank een inbreuk op het algemene verbod op het beslag leggen op het bezit van een andere staat. Dit verbod vloeit voort uit het principe dat in het internationale recht alle landen soeverein zijn en de één dus niet mag heersen over de ander. Daarnaast dwingt het handelsembargo de lidstaten om hun bilaterale investeringsafspraken met Iran te verbreken. Dit is een schending van het algemene rechtsbeginsel pacta sunt servanda (afspraken moeten worden nagekomen). Het geven van een rechtvaardiging voor deze sancties is dus zeker niet overbodig.

Een mogelijke rechtvaardiging die de EU zou kunnen geven is dat de sancties vooraf zijn gegaan door een internationale onrechtmatige daad van Iran zelf - namelijk de schending van het Non Proliferatie Verdrag vanwege het ontwikkelen van een kernwapen en het weigeren van volledige samenwerking met het International Atoomagentschap. De EU-sancties zijn dan zogenaamde tegenmaatregelen en mogen zodoende dienen als middel om druk uit te oefenen op Iran om haar verplichtingen na te komen; mits deze proportioneel zijn.

Een schending door Iran van het verbod op het ontwikkelen van een kernwapen zou de zware economische sancties rechtvaardigen. Maar ondanks het feit dat er een sterk vermoeden is dat Iran aan een kernwapenprogramma werkt, is hiervoor geen uitsluitend bewijs gevonden. Uit een dergelijk vermoeden moet niet te snel een conclusie worden getrokken (denk aan Irak). Ook het IAEA heeft nog niet een dergelijke schending van het NPV vastgesteld en heeft zich enkel beperkt tot het uiten van zorgen.

De weigering van Iran om IAEA-inspecteurs toe te laten tot haar nucleaire programma is echter wel een duidelijke schending van het NPV. Op deze schending zou dus gereageerd mogen worden met de Europese tegenmaatregelen, maar alleen als de gevolgen van deze maatregelen in verhouding staan tot de ernst van deze schending.

Ondanks het feit dat er een sterk vermoeden is dat Iran aan een kernwapenprogramma werkt, is hiervoor geen uitsluitend bewijs gevonden.

Dit laatste lijkt niet het geval. Omdat het staatsinkomen van Iran voor 80 procent afhankelijk is van de olie-export veroorzaken de EU-sancties grote schade aan de economie van Iran met alle humanitaire gevolgen van dien. Deze gevolgen worden (zoals vaak het geval met economische maatregelen) in eerste instantie gevoeld door de gemiddelde Iraanse burger die de voedselprijzen ziet stijgen en de toegang tot de noodzakelijke gezondheidszorg ziet verdwijnen (zie ook het artikel “Geen buitenlandse medicijnen voor Teheran” in de Groene Amsterdammer). Het vermoeden dat deze gevolgen niet gerechtvaardigd worden door de voorafgaande schending van het NPV door Iran, wordt gesteund door de keuze van de VN Veiligheidsraad om zijn sancties uitsluitend te richten op de verantwoordelijke Iraanse elite.

Kortom, het is twijfelachtig of de sancties die gericht zijn op de Iraanse economie rechtmatig zijn onder het internationale recht gezien het gebrek aan uitsluitend bewijs van een kernwapenprogramma en de ernstige humanitaire gevolgen van de sancties. ‘Twijfelachtig’, omdat het recht geen exacte wetenschap is en de regels daarom verschillend uitgelegd kunnen worden. Wellicht is de EU prima in staat om de genomen sancties te rechtvaardigen binnen het hierboven beschreven juridische kader. Dat zij hiertoe geen enkele poging waagt doet echter anders vermoeden.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven