Wikimedia Commons

Oorlog en logica

In de week van de Amerikaanse presidentsverkiezingen publiceert deFusie alleen stukken over Amerika en de verkiezingen. Deze column werd vannacht uitgesproken op de President's Night in de Melkweg door hoofdredacteur van deFusie: Thomas Muntz.

Bij iedere Amerikaanse presidentsverkiezing houdt de rest van de wereld z’n adem in. Wereldwijd koestert men de hoopvolle of angstaanjagende gedachte dat één president, één man of vrouw het verschil kan maken in het Amerikaanse buitenlands beleid. Maar klopt die gedachte wel? Kan één persoon zoveel invloed hebben of is ook de machtigste man op aarde gebonden aan een onwrikbare, dwingende logica? En hoe ziet die logica er dan uit?

De allereerste dwingende logische wet is een variatie op een cliché: Everything is bigger in America. Ook het buitenlands beleid en zeker het leger. De Verenigde Staten hebben het grootste en modernste leger ter wereld. Amerikanen gaan dan ook relatief makkelijk over tot het voeren van oorlogen. Maar zijn ze er goed in?
Nou, ik zou zeggen: over het algemeen, nee. Everything is bigger, but it ain’t better.

Amerikanen zijn nationalistisch, maar op een heel eigenaardige wijze. Een beetje Amerikaan vindt z’n land niet zozeer typisch, prettig of aangenaam om in te wonen, maar buitengewoon – exceptional.

Immers, dankzij de merkwaardige oplossing voor de Koreaoorlog, een overwinning kon je het niet noemen, zit de wereld nog steeds opgescheept met een heus Stalinistisch regime – en dat regime heeft inmiddels een kernwapen. De Vietnamoorlog met bijna 60.000 Amerikaanse doden,  hebben ze ronduit verloren. Irak? Mission niet bepaald accomplished. Afghanistan – de langst durende oorlog in de Amerikaanse geschiedenis – moeten we nog bezien en Leading from behind- Libië is ook nog niet afgerond.
Dan heb ik het nog niet eens over de invasie van de Varkensbaai of die helikopter die toen in Somalië uit lucht gelazerd is.

Slechts binnen een enkele gewichtsklasse blinken de Amerikanen uit. En dat is de gewichtsklasse van de wereldoorlog, de totale oorlog. Amerikanen zijn erg goed in het totaal wegvagen van een vijand en het schoonvegen van hele continenten. Je zou dan zeggen dat het land dat de Nazi’s heeft verslagen ook wel zo’n roversbende als de Taliban zou weten aan te pakken. Toch lukt dat niet.
Hoe is dat in vredesnaam mogelijk?

Nu, om de logica van het Amerikaanse buitenlandbeleid te begrijpen, om te begrijpen hoe Amerika de buitenwereld ziet, moet men eerst begrijpen hoe Amerikanen naar binnen kijken. Hoe ze zichzelf zien.
Amerikanen zijn nationalistisch, maar op een heel eigenaardige wijze. Een beetje Amerikaan vindt z’n land niet zozeer typisch, prettig of aangenaam om in te wonen, maar buitengewoon – exceptional.

Het American exceptionalism is niet alleen een bizarre fictie van al die malle Mormonen en evangelicals die denken dat God hoogstpersoonlijk Amerika heeft toegewezen aan de Christenen, maar ook een diepgewortelde politiek filosofische traditie. Deze traditie stelt dat Amerika het enige land is waar altijd een volk zichzelf geregeerd heeft, een land waar mensen gegarandeerd kunnen leven vrij van het juk van tirannie en onderdrukking. Het enige land dat vanaf haar stichting absolute vrijheid in die uitzonderlijke grondwet heeft opgenomen. Het enige land waar mensen absoluut vrij, zichzelf en ronduit mens kunnen zijn. Zoals Jefferson ooit stelde over de Verenigde Staten:

"Trusted with the destinies of this solitary republic of the world, the only monument of human rights, and the sole depository of the sacred fire of freedom and self-government, from hence it is to be lighted up in other regions of the earth, if other regions of the earth shall ever become susceptible of its benign influence."

Toegegeven, dat is ook mooi en misschien zelfs uitzonderlijk. Maar het brengt een klein probleem met zich mee. Want wat nu als dit uitzonderlijke land of the free and home of the brave een vijand tegenkomt?
Van wie en vooral van wat is die vijand een vijand?

Via de redenering van Amerikaans exceptionalisme wordt de vijand van de Amerikanen al gauw een vijand van “de vrijheid”. Anders gezegd: als Amerika het land van vrijheid en rechtvaardigheid is, dan is de vijand van Amerika een vijand van vrijheid en rechtvaardigheid. Zo’n vijand wil ik hier een absolute vijand noemen.

Als Amerikanen uitpakken dan is het groots, of zoals president Wilson in al zei, dan voeren ze een ‘war to end all wars.'

Zeg nou dat een met de VS bevriende natie – een lighted up other region of the earth –binnengevallen wordt door zo’n absolute vijand en de Amerikanen zich geroepen voelen om in te grijpen. Dan wordt het logisch onmogelijk om die vijand netjes terug te drijven tot aan z’n eigen landsgrenzen. Men kan niet redelijkerwijs een absolute vijand van mensenrechten, een vijand van vrijheid, met z’n staart tussen de benen terug naar huis sturen en het daarbij laten. Natuurlijk niet. Denk aan de eerste Golfoorlog, toen Saddam Hoessein het in z’n hoofd haalde om Koeweit te annexeren. Binnen vier dagen was het Iraakse leger verslagen door de VS en uit Koeweit vertrokken. Hebben ze Saddam vervolgens laten zitten? Nee, uiteindelijk niet. Uiteindelijk konden ze het niet laten; toen de tijd rijp was hebben ze alsnog Saddam van het wereldtoneel verwijderd.

Voor Amerikanen is oorlog een middel om een absoluut kwaad met wortel en tak uit te roeien. Daarom verklaarde Johnson ooit een war on poverty, Nixon een war on drugs en hij wiens naam in ieder geval binnen de Republikeinse Partij niet meer genoemd wordt, verklaarde een war on terror. Het idee van een war on is niet meer metaforisch, war on betekent: “iets verwijderen uit de werkelijkheid”. Het verwijderen van armoede, het verwijderen van drugs, van terreur.

Via dezelfde logica willen Amerikanen de vijanden van vrijheid, van rechtvaardigheid verwijderen van het wereldtoneel. Maar zo werkt te wereld niet. Irak, Korea, Vietnam, Cuba zijn niet groot genoeg. Het buitenland is een moeras, een jungle en een precaire spinnenweb van machten en tradities uit donkere tijden. Het buitenland is te klein, te lokaal, je moet rekening houden met te veel buurlanden, te veel balancerende machtsverhoudingen. Amerikanen doen dat niet. Als Amerikanen uitpakken dan is het groots: dan zal het Derde Rijk tot in de smeulende resten van de Fürherbunker vernietigd worden, dan regent het atoombommen op Japan, of zoals president Wilson in 1917 al zei, dan voeren ze een “war to end all wars.”

Logischerwijs kunnen we concluderen: Als Amerika ooit nog een oorlog wil winnen dan moet ze óf iedere oorlog tot een wereldoorlog maken om haar uitzonderlijke vijanden volledig te overwinnen óf haar rol als uitzonderlijk, lichtend voorbeeld van vrijheid en democratie afzweren. Laten we hopen dat ze geen van beide ooít zal doen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • Het is overduidelijk dat oorlogen tegenwoordig niet meer gevoerd worden voor annexatie. Toch wordt dit hier behandeld, tezamen met een naïeve visie op winnen en verliezen, als een rationaliteit zodat het tweede deel van dit artikel de Amerikanen neer kan zetten als een irrationele kracht ter uitroei van het kwaad en de promotie van vrijheid.

    Op deze losse schroeven worden vervolgens de Nazi's vergeleken met de Taliban terwijl de doelen hiertussen immens verschillen (om maar een voorbeeld te pakken). Noam Chomsky denkt er iets anders over. Hij noemt bijvoorbeeld de Vietnamoorlog wel geslaagd omdat het stabiliteit in de Indo-Chinese regio bracht. Ook de 4-daagse interventie in Lybië en de oorlog in Iraq brachten duidelijke stabiliteit in olie voorziening en verbeterde posities op de wereldmarkt tegenover bijvoorbeeld Azië. In tegenstelling tot wat dit artikel duidelijk probeert te maken is oorlog daarom geen zwart-wit zaak meer maar een netwerk van doelen, geld en ook, dat ben ik helemaal met je eens, irrationele en ideologische motieven.

  • Mooie insteek Thomas. Weliswaar heeft Dries met zijn opmerking ook enigszins gelijk met zijn economieargumenten, en bovendien moet je al die oorlogen vóór Irak ook zien als deel van het Koude Oorlog-conflict, waarin ook een verloren slag een bijdrage kan leveren aan het 'hogere' doel (even los van de andere, veelal hoge kosten die deze conflicten opleverden). Maar daar sluit het weer aan op jouw verhaal: de koude oorlog was een soort wereldoorlog, waarin de Amerikanen hun grote, manicheïstische greep mochten toepassen - en ze wonnen hem.

    Misschien is het een idee als Amerika een kwart (ofzo) van haar defensiebudget overmaakt naar de Europese landen, zodat zij de kleinere oorlogen kunnen uitvechten? Mogen ze ons weer komen rennen als de atoomoorlog uitbreekt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven