Flickr / psiaki

Oorlog en Nederland, een irrationele stilte

Nederlanders kunnen agressief zijn. Dat merkte de Wall Street Journal-verslaggever die in Sotsji iets over Nederlanders en hun schaatshegemonie schreef. Gescheld in cyberspace werd zijn deel. Nog een specialiteit van Team NL die hij leerde kennen.

Maar echt de mouwen opstropen voor meer dan een potje matten doen wij niet graag. Teveel gedoe. De dienstplicht is afgeschaft en oorlog is een baan geworden. Voor de unhappy few die nog geen ander werk hebben. En niet eens een zeker bestaan want op defensie valt altijd nog wat te bezuinigen. Ze blijven daar ontslagrondes aankondigen.

In de Verenigde Staten, waar de oorlog een van de grootste werkgevers van het land is, was de krijgsmacht van oudsher een kanaal omhoog in de samenleving. Maar de sociale lift is kapot in Amerika. Het schieten uit een container in Nevada op mannen met baarden in Azië, is geen zekere weg meer naar een beter leven. Het is als elektronisch hamburgers omleggen – onderaan de ladder.

Nederland heeft niks met oorlog. In 1870 en 1914 ontsprongen wij de dans. Ook in de jaren ‘30 keken we lang de andere kant op. Toen hielp het niet. Verzet bij de Grebbeberg, de Afsluitdijk, de Moerdijkbrug – het waren bromvliegen op de Duitse voorruit. De Hollandse Waterlinie behoedde Rotterdam niet voor het bombardement van mei 1940. In vijf dagen was het bekeken.

Volkeren die zich wapenen tegen hun eigen naïviteit en andermans agressie blijven over het algemeen langer onafhankelijk.

De politionele acties eind jaren ’40 tegen de ‘verzetsbeweging’ in Nederlands Indië hadden ook iets van de oorlog die we tegen de Duitsers niet konden voeren. Rebellen waren het. Vruchteloos. Aan de Koreaanse Oorlog van begin jaren ’50 deden we een piepklein beetje mee. Tegen Vietnam gingen we de straat op, in protest.

Je enige zekerheid als terugkerende soldaat is – net als in de VS – dat jouw posttraumatisch stress syndroom (PTSS) ook in Nederland van jou is. We hebben weinig ervaring met oorlog, bijna geen veteranen en weinig zorg voor wie geestelijk kapot terugkeert uit onze snippers echte oorlog, Srebrenica, Uruzgan, Kunduz, ‘vredesmissies’ met voor sommigen een ingrijpende afloop. Maar geen vrede.

Je hoeft niet van oorlog te houden om een krijgsmacht op de been te houden. Nederland doet eigenlijk allebei niet. De vernedering van de Tweede Wereldoorlog heeft er niet voor gezorgd dat landsverdediging een hoge prioriteit is geworden. Tijdens de Koude Oorlog kon je dat niet zeggen. Na de Val van de Muur en de mare van het Vredesdividend kon de bescheiden Nederlandse defensie-inspanning verder worden verminderd.

Net als de toch vrij plotse bijna-afschaffing van de ontwikkelingshulp, is er vrijwel geen stem die waarschuwt. Herhaling van de tijd van het Gebroken Geweertje zegt niemand ons aan. De geschiedenis herhaalt zich ook niet. Maar landen en volkeren die zich wapenen tegen hun eigen naïviteit en andermans agressie blijven over het algemeen langer onafhankelijk.

Het ontbreken van een Nederlandse defensie-discussie wordt getypeerd door het feit dat eigenlijk alle partijen de kans aangrijpen te bezuinigen op defensie. De regering van dienst blijft zeggen dat we ‘in het hoogste geweldsspectrum’ kunnen blijven vechten. Ook al gaan hele krijgsmachtonderdelen en wapensystemen in de uitverkoop.

De keuze voor de JSF F-35 Lightning is inmiddels zo duur geworden dat Nederland niet meer de begin deze eeuw noodzakelijk geachte 85 toestellen kan kopen, maar hooguit geld heeft voor 37 van deze peperdure straaljagers, die verouderd lijken vóór ze goed en wel in bedrijf worden genomen. Zelfs dat beperkte aantal legt een zodanig beslag op de defensiebegroting dat landmacht en marine gedecimeerd ten strijde trekken.

Geheime verkenningstaken in Mali ondersteun je niet met een F-35. Je kunt daar beter een tolk meenemen.

Kiezen doet Nederland nooit expliciet. Ja, we kiezen voor de JSF, maar niet het vliegtuig van eind jaren ’90. Het is veel duurder en technisch steeds meer ingehaald door onbemande vliegtuigen die oorlogvoeren reduceren tot een dodelijke Xbox die alleen de ontvangers tot slachtoffer maakt. Nederland heeft ze ook al besteld.

Ja, we kiezen voor de JSF, maar zeggen er niet bij dat het ons laatste grote wapen wordt. Dat we van dat geld heel veel transportcapaciteit kunnen kopen om de vredestaken uit te voeren die ons belangrijkste militaire doel in de wereld zijn. Vredesoperaties waar de JSF maar een beperkte bijdrage aan kan leveren. Geheime verkenningstaken in Mali ondersteun je niet met een F-35. Je kunt daar beter een tolk meenemen.

Wat is het dat Nederland stilletjes kiest maar geen discussie voert over zoiets essentieels als vrijwaring van inmenging door landen of groeperingen die hier de baas willen spelen? Ja, na de vroegtijdig beëindigde trainingsmissie in Kunduz moesten ‘we’ weer iets van ons laten horen. Om aan tafel te mogen bij de grote jongens. Een beetje oorlog als diplomatieke munt.

Houden we niet van onszelf? Is onze natie ons zo weinig waard? Maakt het niet uit als een nu nog vaag geïdentificeerde tegenstander hier binnenloopt? Een groot deel van de wereld leeft in dagelijkse onveiligheid. Waarom zou ons dat automatisch bespaard blijven? We monkelen wat over taken delen met andere Europese landen die ook hun defensie halveren, en nog eens, en nog eens.

We houden niet meer van oorlog in dit deel van de wereld. Europa zou de grote wegbereider zijn van een wereld zonder geweld. Voorlopig is het een continent dat z’n eenheid als een schip in de nacht voorbij ziet varen. Eerder uit elkaar vallend dan verenigt. Maar met z’n defensie nog leeft in de droom van een wereld zonder geweld. Op twee uur vliegen van burgeroorlog en genocide.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven