Flickr / sarahstierch

Op de thee bij William Morris

William Morris is een held van mij. Een goeie ouwe held - zoals Popeye vroeger je held was, of Kuifje. Morris schreef romantische gedichten en verhalen, was grafisch ontwerper, maakte zich meester van verloren handwerktechnieken, bracht een revolutie teweeg in de toegepaste kunsten en werd op latere leeftijd een invloedrijk communist. In 1834 werd hij geboren en, als zoon van een bankier en een muziekjuf, groeide hij op in een typisch Victoriaans bourgeois milieu. Na de dood van vader Morris verhuisde het gezin naar een villa aan de rand van het bos in Walthamstow, tegenwoordig een buitenwijk van Londen. Al vroeg had William Morris een opmerkelijke belangstelling voor de middeleeuwen. Zo reed hij, naar verluidt, als kind graag in een mini-harnas op een pony door het bos. Het huis waar hij ’s avonds uit zijn harnasje werd gehesen is nu een museum: de William Morris Gallery.

Het museum bevindt zich in Walthamstow, tegenwoordig een wijk in Londen waar kansarme migranten op een kluitje wonen in deprimerende arbeidershuisjes. Als je de tube uitkomt is het niet ver. Na een korte wandeling langs een rij troosteloze winkeltjes zoals de Pinar Kebab, de Bargain Booze en de Carpet World kom je bij een kruising, en aan de overzijde staat de prachtige ‘Georgiaanse’ villa op een groen heuveltje, nog altijd aan de rand van het bos.

Het museum kreeg in juni 2013 de prestigieuze Art Fund-prijs, en werd daarmee uitgeroepen tot museum van het jaar. Het gebouw is pas geheel gerenoveerd, de muren zijn gestript en voorzien van obligatoire touchscreens. De collectie is indrukwekkend. In het museum is aan ieder aspect van Morris’ veelzijdige bestaan een kamer gewijd. Er hangt, staat en ligt werk van Morris zelf: ingenieuze bouwtekeningen en prachtige schetsen, oorspronkelijke manuscripten, eerste drukken van boeken, wandtapijten en houtsnijwerk. Ook is er veel werk van zijn vrienden en geestverwanten te zien en ligt er een schat aan archiefmateriaal: brieven, manifesten, foto’s en doodles.

Na zijn studie theologie aan Oxford besloot Morris om kunstenaar te worden. In zijn studententijd kwam hij in aanraking met de prerafaëlieten, kunstenaars die in hun schilderijen uiting gaven aan hun frustratie over het steeds verder industrialiserende Engeland. Ze deden dat door de stijl en technieken van middeleeuws schilderwerk te imiteren en door in hun voorstellingen een niet-bestaand middeleeuws verleden op te voeren dat werd bevolkt door stoere Arthuriaanse ridders en mooie meisjes in (handgemaakte) fluwelen jurken. In hun werk stelden zij thema’s als prostitutie, de achtergestelde positie van vrouwen en de verregaande industrialisering op metaforische wijze aan de kaak. De middeleeuwen, of een niet-bestaande variatie daarop, kwamen in hun werk te staan voor een tijd waarin de vele kwalen van de negentiende eeuw nog niet bestonden. Morris raakte bevriend met Edward Burne-Jones en met Dante Gabriel Rossetti, allebei prerafaëlitische kunstenaars. Van hen zijn in het museum prachtige schetsen en voltooide werken te zien.

Opgevoerd werd een niet-bestaand middeleeuws verleden bevolkt door stoere Arthuriaanse ridders en mooie meisjes in (handgemaakte) fluwelen jurken.

Morris werd de grondlegger van de nauw aan de prerafaëlieten verwante Arts & Crafts-beweging die in de toegepaste kunst een terugkeer voorstond naar traditioneel vakmanschap. In het museum zijn er drie kamers gewijd aan de vele glas-in-loodramen die hij ontwierp, de huizen die hij bouwde (hij ontwierp ze en bouwde zelf mee) en de vele behangpatronen die nog steeds worden verkocht en in veel kroegen in Engeland de muren sieren. In diezelfde periode raakte Morris bevriend met de oudere kunstcriticus John Ruskin, de nestor en beschermheer van de prerafaëlieten. Ruskins boek The Stones of Venice was van grote invloed op Morris. Een mooie passage over het lot van de arbeider maakt duidelijk waarom:

You must either make a tool of the creature, or a man of him. You cannot make both. Men were not intended to work with the accuracy of tools, to be precise and perfect in all their actions. If you will have that precision out of them, and make their fingers measure degrees like cog-wheels and their arms strike curves like compasses, you must unhumanize them.
- John Ruskin, uit: The Stones of Venice

Toen Morris op latere leeftijd het communisme ontdekte, sloten zijn ideeën over de productie van betaalbare, handgemaakte voorwerpen naadloos aan bij het marxistische idee dat de mens tot mens (of tot onmens) wordt gemaakt door de aard van zijn arbeid. Als we de mens willen veranderen, moeten we de manieren waarop hij produceert veranderen, aldus Morris. Van de economische theorie van Marx had hij naar eigen zeggen ‘niet veel begrepen’, maar Morris’ publicaties over het nut van creatieve arbeid vertonen interessante gelijkenissen met de vroege ‘filosofische’ geschriften van Marx. Die geschriften werden pas halverwege de twintigste eeuw uitgegeven, lang na Morris’ dood. Marx legt daarin de nadruk op het bekritiseren van de vervreemding die de kapitalistische arbeidsomstandigheden teweeg kunnen brengen.

Morris werd in zijn eigen tijd vooral bekend als schrijver en vertaler van romantische gedichten en romans. Hij vernieuwde eigenhandig de kunst van de boekvormgeving en is verantwoordelijk voor het ‘fantasy’-genre; hij schreef de eerste verhalen waarin elementen uit een middeleeuws verleden zijn vervlochten met bovennatuurlijke elementen uit volksvertellingen en sprookjes. J.R.R. Tolkien speelde later schaamteloos leentjebuur bij zijn werk. In Morris’ gedichten en verhalen staan, net als in zijn andere werk, zonder uitzondering de middeleeuwen centraal. Eén van Morris’ grootste literaire prestaties is zonder twijfel de roman News From Nowhere. Het verhaal gaat over een arbeider die na een vermoeiende discussie met zijn kameraden in slaap valt en wakker wordt in het socialistische Engeland van de toekomst. De beschrijvingen van Londen en haar inwoners lijken in de socialistische droom meer op beschrijvingen van een middeleeuwse stad:

There were houses about, some on the road, some amongst the fields with pleasant lanes leading down to them, and each surrounded by a teeming garden. They were all pretty in design, and [...] I fairly felt as if I were alive in the fourteenth century; a sensation helped out by the costume of the people that we met or passed, in whose dress there was nothing "modern".
– William Morris, uit: News from Nowhere

William Morris wordt opgevoerd als iemand die heel veel kon, maar er weinig interessante ideeën op nahield.

De William Morris Gallery is een bezoekje meer dan waard. Voor een ‘fan’ is het een waar feest van herkenning, voor de geïnteresseerde leek is het een waardevolle kennismaking. In de opzet van het museum gaat jammer genoeg toch iets verloren. In plaats van de continuïteit en ontwikkeling in zijn persoonlijkheid en werk te benadrukken, wordt die opgehakt in verschillende, van elkaar geïsoleerde eenheden. Voor iedere kamer een persoonlijkheid: Morris de schrijver, Morris de ontwerper, Morris de ‘dromer’, etcetera. De samenhang in het werk en de ethische dimensie ervan onderbelicht, doordat het museum de verschillende aspecten van Morris’ leven van elkaar scheidt, zijn werk thematisch ordent en het in verschillende kamers van het museum onderbrengt. Aan ieder aspect van Morris’ veelzijdige bestaan wordt een kamer gewijd, maar de gegeven informatie is te oppervlakkig en er worden op die manier geen verbanden gelegd tussen de verschillende disciplines waarin Morris zich verdiepte. Er wordt een William Morris opgevoerd die weliswaar heel veel kon, en wiens werk de moeite van het bezichtigen meer dan waard is, maar die er weinig interessante ideeën op nahield.

Toch ligt er aan al het werk van Morris een zelfde interessante denkbeweging ten grondslag: om het heden te begrijpen en te bekritiseren doet Morris een beroep op een min of meer fictief verleden. Dat fictieve, tot een volmaakt sprookje opgepoetste verleden wordt vervolgens gebruikt om de onvolkomenheden van de huidige tijd aan te kaarten en te begrijpen, waarna het mogelijk wordt om na te denken over een remedie voor de toekomst. Het is een simpele formule, waar Tolkien later een oude term voor uit de ijskast zou halen: mythopoiesis, het creëren van nieuwe, ‘oude’ mythologieën.

Een beetje oneerbiedig zou je Morris’ werk ‘retro’ kunnen noemen. Hij greep, al dan niet bewust, terug op het verleden bij het maken van zijn kunst. Maar hij ging verder dan retro. Morris ‘zuiverde’ het verleden en gaf het, net als Tolkien later zou doen, een sprookjesachtig karakter. Was Tolkien echter wars van interpretaties van zijn werk, in Morris’ geval staan de self-made-mythologieën zonder twijfel in het teken van een sociaal ideaal. Sterker nog: hij gebruikt de veronderstelde zuiverheid van het verleden om er de afwijkingen in het heden aan af te meten en ze vervolgens uit te vergroten. Op die manier vormen ze de basis van een blauwdruk voor de toekomst.

Zo verheerlijken Morris’ gedichten een tijd waarin Engeland nog niet ten prooi is gevallen aan een verregaande industrialisering, met als doel zijn lezers aan te sporen om zich tegen die industrialisering te verzetten. Zijn opvattingen over de balans tussen functionaliteit en schoonheid in de toegepaste kunsten zijn ontleend aan het werk van de oude gildenmeesters, maar dienen tegelijkertijd ter correctie van de potsierlijke Victoriaanse ornamentele kunst. Zijn verhalen zijn denkbeeldige sagen die bedoeld zijn om ons te instrueren of te waarschuwen voor een mogelijke toekomst.

Morris’ huis ligt, net als zijn werk, op de grens tussen sociale realiteit en sprookjesland: tussen bos en arbeiderswijk. In zijn werk probeerde Morris een brug te slaan tussen die twee werelden. De bezoeker van de William Morris Gallery wordt niet aangespoord om na te denken over Morris’ kritische methode en sociale bewogenheid. Dit maakt pijnlijk duidelijk dat het maar zeer de vraag is of zijn waarschuwingen de juiste oren en ogen heeft bereikt; een vraag die zich opdringt in de laatste kamer van het museum, een chique tearoom, waar je dure thee met scones kunt bestellen en een prachtig uitzicht hebt op het bos. Met een beetje fantasie kun je de kleine William op zijn pony zien langs galopperen, de Bargain Booze ver buiten het zicht.

De William Morris Gallery
Toegang: Gratis

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven