Jan Steen, Slapende schoolmeester

Opleiding tot leraar leidt tot meetbare waanzin

Het Maagdenhuis biedt momenteel ruimte voor een bonte verzameling van bezetters en steunbetuigers. Ze komen niet alleen vanuit de geesteswetenschappelijke en bèta-hoek die hun revolutionaire sporen de afgelopen maanden en jaren al hebben bewezen: in de gelederen bevinden zich ondertussen ook rechtenstudenten, sociale wetenschappers, verontruste VU’ers, internationale studenten en HvA’ers.

De grote afwezigen lijken op dit toneel momenteel wel de studenten van de ‘Interfacultaire Leraren Opleiding’ (ILO) van de UvA en aanverwante opleidingen van de VU en andere universiteiten. Terwijl alles wat er mis is met het universiteitsbeleid volgens de revolutionairen, driedubbel mis gaat op de ILO.

De interfacultaire lerarenopleiding biedt studenten de kans om na het afronden van een universitaire master hun lesbevoegdheid in het bijbehorende schoolvak te halen. Het is een mooi ideaal: afgestudeerde academici krijgen een jaar lang de tijd om zich naast het opdoen van praktijkervaring op een stageschool ook te verdiepen in pedagogische en didactische literatuur. Op de ILO zouden drie nobele elementen in elkaar gepast worden: de liefde voor het eigen vak, de liefde voor lesgeven en de liefde voor altijd meer leren en onderzoeken. Het zou een plek zijn waar je door te leren, leert hoe anderen te helpen met leren. De kers op de taart van het Nederlandse onderwijs.

De ILO is in werkelijkheid een schizofrene lerarenlegbatterij waar kwantiteit op elke denkbare manier boven kwaliteit geplaatst is. Ik ken meer mensen die uitstromen omdat de ILO onverdraagbaar is dan omdat ze geen goede docenten zouden zijn. Mensen die het op hun stage geweldig doen kunnen de fabrieksmatig vervreemdende ILO-atmosfeer niet aan. Degenen die het wel overleven doen ook precies dat en enkel dat: overleven. Om na het ontvangen van de graad nooit meer aan termen als ‘profielproduct’, ‘videoreflectie’ en ‘ontwerponderzoek’ te denken.

Alles wat er mis is met het universiteitsbeleid gaat driedubbel zo mis op de ILO

De protestgeest van het Maagdenhuis richt zich precies tegen die elementen die de ILO tot de wanstaltigheid maken die het is. Ten eerste de scheve verhouding tussen kwantiteit en kwaliteit, ten tweede de vervreemding van de eigen studenten en ten derde de obsessie met meetbaarheid die gezien kan worden als een van de symptomen van het rendementsdenken. Het instituut heeft deze elementen op haar eigen onnavolgbare wijze in een krankzinnig curriculum samen weten te smelten.

In Nederland kun je zowel een eerste als een tweedegraads lesbevoegdheid halen. Met de eerste op zak geef je les op het VWO en in de bovenbouw, met de tweedegraads sta je voor klassen op het VMBO, de HAVO en in de onderbouw van het VWO. De eerstegraadsbevoegdheid haal je op een academisch instituut zoals de ILO, de tweedegraads op het HBO. Tussen de twee trajecten moet naast een verschil in instituut ook een verschil in curriculum zijn. De eerstegraads-opleiding moet zwaarder zijn dan de tweedegraads-opleiding. Tevens moet de eerste academisch zijn waar de tweede praktischer van aard is.

Hoe maak je iets zwaarder? Blijkbaar is het antwoord daarop kwantitatief in plaats van kwalitatief van aard. Wat er toe leidt dat in ILO-logica ‘academisch zijn’ betekent ‘heel erg veel verslagen maken’. In plaats van een beperkt aantal diepgaande, intellectueel uitdagende opdrachten is er gekozen voor talloze oppervlakkige, intellectueel afstompende invuloefeningen die makkelijk zijn maar wel zeeën van tijd kosten. In het eerste semester komt het aan op het eindeloos inleveren van (video)reflectieverslagen en het uit je hoofd leren van een enorme stapel onderwijskundige en pedagogische literatuur.

De ILO is een schizofrene lerarenlegbatterij

In het tweede semester worden de opdrachten, volgens ILO-woordvoerders zelf, ‘nog wat academischer’ (let op de ‘nog’, die impliceert dat ze dat in het eerste semester al waren). Dit houdt in dat je onderzoek moet doen – tweemaal maar liefst. In feite komt het erop neer dat je twee scripties schrijft in één semester, naast het zelfstandig lesgeven en het, nog altijd, zij het nu wel bijna volautomatisch, ophoesten van de zelfreflectie opdrachten.

Natuurlijk, onderzoek doen is academisch. Zeker academischer dan over jezelf praten of tekst uit je hoofd leren. Maar waarom dan weer twee keer? Waarom weer de keuze van kwantiteit boven kwaliteit? Het schrijven van twee scripties en tegelijkertijd stage lopen komt niets of niemand ten goede. Het onderzoek wordt er niet beter van, de onderwijspraktijk ook niet. Laat staan de geestelijke gezondheid van de aankomende docent. Daarnaast zijn ook op de ILO alle vormen van denken en werken die niet data-gericht zijn uitgebannen. Alles moet meetbaar zijn. Tot in het waanzinnige.

Als docent filosofie die enkel te maken heeft met de vrijwel onmeetbare ‘hogere orde denkvaardigheden’ zoals bijvoorbeeld kritisch denken, loop je telkens keihard tegen de lamp. Zelfs als de vakdidacticus en stagebegeleider je lesontwerp respectievelijk op vakinhoudelijke als praktisch uitvoerbare gronden met een ruim voldoende beoordelen, komt de ILO begeleider op de proppen met de zoveelste platte onvoldoende: sorry mevrouw Stokhof, wat u wilt is niet meetbaar.

Waarom de keuze van kwantiteit boven kwaliteit?

Dit resulteert er in dat de ongelukkigen der ILO die een onmeetbaar vak geven dus bijna gedreven worden tot het verzinnen van data om het datamonster op de Roeterseiland-campus tevreden te stellen. Over perverse prikkels gesproken.

Is het niet academisch om buiten de grenzen van het kader te denken? Waarom moet alles in ‘formats’ en ‘rubrics’? Waarom moet een prachtig schoolvak als filosofie worden ingekaderd en ingetoomd zodat het binnen de datageile kaders van de ILO past? Daar past het niet, en dat is maar goed ook.

Er staan geen massa’s protesterende ILO-studenten in de hal van het Maagdenhuis. Er is te weinig binding, met elkaar en met het instituut waar je slechts één jaar lang op volslagen onpersoonlijke wijze wordt geacht ‘producten’ in te leveren. Studenten die het eerste semester overleven hebben nog maar één doel voor ogen: zo snel mogelijk afstuderen, weg uit de vervreemdende lerarenfabriek. Weg van het helse vuur van het instituut dat je elke donderdag weer bijna de zin tot lesgeven uit je ziel weet te branden, waarbij het laatste uur vakdidactiek nog de enige menselijke strohalm is waar je je aan vast kunt klampen.

De ILO belooft een inspirerende, interfacultaire leeromgeving waarin studenten uit alle hoeken van de academie samenkomen om zich te bekwamen in didactiek en pedagogiek. Een opleiding van hoge kwaliteit, ter voorbereiding op een prachtig beroep. De teleurstelling is duizelingwekkend.

Boven de poorten van de lerarenopleidingen dient per ommegaande een plakkaat gehangen te worden waarop staat: binnentreden op risico van vervreemding en verlies van uw zelf. 

Gerelateerde artikelen
Reacties
8 Reacties
  • Niek Crasborn,

    Als dit het systeem is, dan rijst de vraag hoe deze tot stand is gekomen. Op welke uitgangspunten baseert men de opleiding? Is kwantiteit hierin verankerd of is het een gevolg van hoe men denkt te moeten/kunnen controleren of toetsen?

    Ik ben ook benieuwd of dit systeem zich bij andere universiteiten voordoet.

    Veel succes en vooral sterkte met de afronding!

  • Beste Clara, bedankt voor jouw dappere woorden. Je slaat de spijker op zijn kop. En ik stop.

  • Njal van Woerden,

    Ah, altijd nog hetzelfde liedje; de cyclische treurnis van de 1 jaar durende ILO. De opleiding is net te kort om studenten echt inhoudelijk de hakken in het zand te laten zetten.

    Aan het begin van de post-master worden mensen die dus al een masterdiploma op zak hebben geconfronteerd met schoolse constructen als aanwezigheidsplicht, en zo rond de kerst is duidelijk dat slechts de stage en de stagebegeleider het enige leerzame van deze opleiding zijn. Dan in het voorjaar wordt het tegen heug en meug verder ploeteren. Het keer op keer incasseren van de nutteloos, maar didactisch veronderstelde, onvoldoendes, die je moeten wijzen op de onmeetbaarheid van je onderzoeksvoorstellen. Meten is weten is wat gedicteerd wordt, maar verbronnen van mening en onderbouwing met nietszeggende ééndimensionale grafiekjes is wat wordt beloond.

    Alleen wie een koppig doorzettingsvermogen heeft haalt zijn papiertje, wie geïnspireerd is en hart voor zijn vak heeft, valt af.

    Ieder jaar is de kritiek van studenten even vernietigend, maar er verandert niets.  Sterkte!

  • Piet Jansen,

    Ik heb zelf twee keer een bevoegdheid gehaald bij het ILO, in 1999 en in 2011. In 1999 haalde ik mijn  bevoegdheid voor het vak Geschiedenis. Alles was georganiseerd om de nieuwe leraren op een ontspannen manier zelfvertrouwen te geven om voor de klas te gaan staan. Docenten en begeleiders waren behulpzaam,stimulerend en sympathiek.

    En toen kwamen 2010 en 2011. Wat een verschrikking was het ILO geworden! Precies zoals in het artikel van Clara Stokhof beschreven wordt. Los van de vakdidacticus waren alle docenten en medewerkers afstandelijk,autoritair en ongelooflijke muggenzifters. Zo extreem dat het steeds maar laat reageren op mijn zoveelste versie van mijn ontwerponderzoek er toe leidde dat ik mij ook een volgende studiejaar moest inschrijven, omdat het voortdurende geneuzel over details in mijn ontwerponderzoek nooit leek te stoppen. En dan te bedenken dat ik full time werkte en een gezin had! Hoe liep het af? Pas nadat ik de docent in een email NSB'er had genoemd, hij dreigde te stoppen als begeleider als ik mijn excuses niet aan zou bieden, hetgeen ik met een glimlach deed, kon ik mijn diploma snel in ontvangst nemen.

    Voor intimidatie heb je minimaal 2 mensen nodig. Als de 1 lang genoeg doorgaat slaat de ander terug.

  • Piet Jansen,

    Sorry, in 2011 haalde ik mijn bevoegdheid voor Filosofie. Daar laat ik het bij.

  • Jelle de Vrijer,

    Graag neem ik de mogelijkheid om even een weerwoord te geven op bovenstaande artikel. Ik heb zelf vorig jaar de Lerarenopleiding Kunst gedaan aan de ILO. Hoewel ik best begrip heb voor de ergernis van Clara Stokhof en al die andere mensen die de ILO volgens haar onverdraaglijk vinden, is die volgens mij misplaatst. Wellicht is de ILO niet voor iedereen, maar heb je er aan gedacht dat dat misschien niet aan de opleiding zelf ligt?
    Wat is het doel van de opleiding? Een universitair geschoolde docent, die zelf op wetenschappelijk niveau didactisch onderzoek kan doen. Hoeveel tijd is daarvoor? 1 jaar. Is dat ruim? Nee. Hiervoor wordt je gewaarschuwd (elke afzonderlijke student) bij aanvang van het jaar. De kwantiteit van de opdrachten is inderdaad hoog, even los van de kwaliteit. Ik heb toch eens aan een docent gevraagd waardoor dat nu kwam. Antwoord: ‘We hadden voor alles maar één inlevermoment. Dit willen de studenten. Als ze in één keer het eindproduct moeten inleveren, lukt dat ze niet. Daarom doen we het met tussentijdse inlevermomenten en feedback.’ Kwaliteit of kwantiteit? Kwaliteit door een wat grotere kwantiteit.
    Ikzelf heb de opdrachten in de eerste helft van het jaar ook niet allemaal als even nuttig ervaren op dat moment. Nu ik zelf voor de klas sta kan ik er dit over zeggen (en veel van mijn mede-docenten zijn het daar mee eens): het lijkt nutteloos, maar de aandacht voor het ‘ambacht’ dat doceren heet, zul je toch echt moeten doen door op jezelf te reflecteren en je docentgedrag bij te schaven. De tijd van je boek open slaan de week (of dag) voor je tentamen is inderdaad voorbij. Daar komt bij dat zo’n opdracht zo nuttig is als je hem zelf maakt. Je kunt hem zien als eenvoudige invuloefening die zeeën van tijd kost. Ik zag het als mogelijkheid om mijn stage telkens uit een ander perspectief te bezien. Dat is denk ik een kwaliteit die je zelf mee moet nemen de opleiding in.
    Vakdidactisch onderzoek doen zonder iets te meten, heeft dat zin? Daar is lang en breed over te discussiëren. Ikzelf heb een rijk gevulde, buiten de grenzen van het kader gedacht ontwerponderzoek kunnen maken over kunst. Oké, het is geen filosofie, maar erg veel te meten is er niet, zou je kunnen zeggen. Fout! Ik heb duidelijke, zelf ontwikkelde systemen gemaakt om bepaalde manieren van denken bij leerlingen vast te leggen. De kunst om dat te kunnen levert je de titel ‘academisch docent’ op. Onmeetbaar vak? De filosofie of de kunst zelf wellicht. De vakdidactiek is goed te meten, met de juiste methodologische vaardigheden. (NB. Wellicht voor jou te laat, maar de ILO biedt een methodologisch vak aan om juist de studenten die geen sterke methodologische achtergrond hebben te helpen).
    Tot slot de ‘fabrieksmatig vervreemdende ILO-atmosfeer’ (je retorische vaardigheden zijn bijzonder). Wellicht klik je met de ene persoon net wat beter dan met de andere, maar ik (en ook mijn studiegenoten die ook in augustus 2014 afstudeerden) kunnen zich hier niet in vinden. Ik ken meerdere docenten op de ILO en heb een zeer goed contact met mijn eigen vakdidacticus. Die heeft me in het moeilijke ontwerponderzoek zeer uitgebreid ondersteund. Een persoonlijke, inspirerende en motiverende factor die haaks staat op de intellectuele afstomping die jij schetst.
    Wellicht is de ILO niet voor elke masterstudent geschikt, excellent of niet. Het combineert het leren van een moeilijk ambacht (doceren) met onderwijskundig onderzoek op hoog niveau, in een tijdsbestek van één jaar. Maar het is, vind ik, wel onsportief om een opleiding die je niet zo goed afgaat met retorische geweld te bashen.

    Jelle de Vrijer

     
    (Wellicht ten overvloede: volgens studentenevaluaties van de ILO is het merendeel van de studenten tevreden over de ILO. Iedereen vindt de werkdruk hoog, de eisen hoog. Het eindresultaat is daardoor ook van hoger kwaliteit. Dat wordt echter pas na de opleiding zo ervaren.)

  • Walfred Haans,

    Ter informatie: geïnspireerd door onder meer het stuk van Clara Stokhof heeft de PvdA-fractie in de Tweede Kamer de volgende passage opgenomen in de inbreng bij een schriftelijke ronde over de inzet van onbevoegde docenten: "Zal het [leraren]register nu ook gaan betekenen dat de lerarenopleidingen zich meer moeten gaan richten op de vakkennis en de vaardigheden die leraren in hun beroepspraktijk als wenselijk ervaren? Hoe beoordeelt de staatssecretaris in dit verband de klacht van studenten aan de universitaire lerarenopleidingen dat de universitaire lerarenopleidingen zich enkel van de tweedegraads lerarenopleidingen lijken te willen te onderscheiden door de kwantiteit van de opdrachten en (reflectie)verslagen in plaats van inhoudelijke verdieping? Zij vragen tevens welke invloed het kabinet heeft op de lerarenopleiding."

  • Lichting 2015-2016 en het probleem leeft nog steeds voort. Het blijft een kwestie van overleven,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven