Flickr / Ciroul

Over Confucius, corruptie en kapitalisme...

'The governor told him, "Our village has a man named 'Straight Boy.' When his father stole a sheep, he testified against him." Confucius answered, "In our village those who are straight are quite different. Fathers cover up for their sons, and sons cover up for their fathers. Straightness is to be found in such behaviour."'

Confucius, The Analects 13:18

Zoals velen van mening zijn dat het succes van China niet te stuiten is, zo zijn even zovelen van mening dat het succes met horten en stoten komt. Dat is eerder een constatering dan een oordeel. Onlangs verscheen er op de Facebook-pagina van deFusie een bericht over de relatie tussen het economische succes van het Westen in de afgelopen eeuw en de overwegend christelijke achtergrond van de tot het Westen behorende landen. Dit artikel beoogt niet een zoveelste lofrede aan het adres van het Westen te zijn. Daarentegen wil ik hier laten zien hoe systeem (kapitalistische democratie) en ideologie (christendom) nauwelijks los van elkaar gezien kunnen worden. Later in het artikel zal ik wat meer klaarheid scheppen omtrent deze begrippen en hun onderlinge verhouding aan de hand de praktijk van bedrijfscorruptie in China.

Het Chinese politieke denken is doorheen de lange geschiedenis van China beïnvloed door, grofweg, twee filosofieën...

Enige korte, historische opmerkingen over recht, normen en sociale controle in China kunnen hier niet ontbreken. Het Chinese politieke denken is doorheen de lange geschiedenis van China beïnvloed door, grofweg, twee filosofieën: het confucianisme en het legalisme.

Het legalisme verklaart de wet heilig en denkt alle (juridische) problemen via de letterlijke tekst van de wet te kunnen oplossen. Een stroming die ons misschien nu als postmoderne, vleesgeworden idiosyncrasieën raar in de oren klinkt, maar tot in de 19e eeuw in het Westen aardig postgevat had. Het legalisme heeft een sterk bureaucratisch systeem nodig dat wetten interpreteert en besluiten neemt op basis van deze wetten en niets anders dan deze wetten. In China, echter, heeft deze stroming maar korte tijd gevigeerd. Het was namelijk al tijdens de vroege Han-dynastie (206 v. Chr. – 220 n. Chr.) dat het overboord werd gegooid en vervangen door het confucianisme. Het enige rudiment in dit opzicht is het bureaucratische systeem dat de confucianisten hebben willen behouden.

In confucianisme is politiek niet meer dan uitbreiding van de familiale verhoudingen naar het niveau van de staat, hetgeen heeft geleid tot de idee van een familie als bureaucratisch mechanisme. Waar de oude Grieken de staat als voorwaarde voor het bestaan van de familie zagen, was dit voor de Chinezen juist andersom: zonder familie(banden), geen staat. In meer moderne termen zou men zeggen dat sociaal beleid aan staatsbeleid vooraf gaat. Toch zijn er ook overeenkomsten met het Griekse denken, waaronder de deugd.

De confuciaanse gedachte is dat familiebanden heilig zijn. Man boven de vrouw, oudere boven de jongere. Hoewel wij dergelijke arbitraire gezagsverhoudingen niet zouden accepteren en de potentie tot gecorrumpeerde verhoudingen er vanaf vinden druipen, vindt de confucianist dat elke actor verplicht was in zijn hoedanigheid voorbeeldig te handelen. In haar artikel over recht en sociale normen schrijft Hayden Windrow: ‘Consequently, filial piety mandates that in the ruler-subject relationship, the ruler behave morally to promote proper behavior among the populace.’ Het mes van de familiale deugden en plichten snijdt dus aan twee kanten: de mindere respecteert, de meerdere zorgt dat hij het respect waardig is. Dit is in een notendop de gedachte van (politiek) confucianisme, zoals het heeft geheerst tot aan de revolutie van 1911.

Bewust van de korte lengte van mijn beschrijving van de geschiedenis van het Chinese denken, wil ik nu toch de focus verleggen naar het China van nu. Sinds de jaren ’70 is China hard bezig hervormingen door te voeren. Het neemt daarvoor de tijd en tracht (daarmee) de eigen identiteit te behouden. De verwezenlijking van deze wens te hervormen is in gang gezet door Deng Xianoping, hetgeen onder andere heeft geleid tot de toetreding van China tot de World Trade Organization (WTO). Naast deze stappen voorwaarts, is er ook heden ten dage nog veel ruimte voor vooruitgang voor China. Eén van de problemen, die ik hier tevens gebruik als breekijzer voor mijn gesuggereerde relatie tussen systeem en ideologie, is bedrijfscorruptie, specifieker: corruptie in de verhouding tussen bedrijf en overheid.

Eén van de eerste dingen die China te doen stond toen zij begon te hervormen, was het privatiseren van de staatsbedrijven. De meest gangbare manier om dat te doen, is door het uitgeven van aandelen in het bedrijf en deze op de markt aan particulieren te verkopen. Formeel is dit ook wat China deed. In praktijk is dit net iets anders uitgepakt. Uit een onderzoek uit 2003 bleek dat 84 % van deze ‘geprivatiseerde’ bedrijven nog steeds gecontroleerd werd door de Chinese overheid. In slechts 8.5% van de gevallen ging het om directe controle, in 75.5% van de gevallen werd er gebruikt gemaakt van zogenaamde pyramid shareholding schemes. De markt is door de Chinese autoriteiten fijnzinnig gedefinieerd. De indruk die zo ontstaat is dat de privatisering van deze bedrijven niet is ingegeven door de gedachte dat het systeem ‘kapitalistischer’ moet, maar door de gedachte dat het uitgeven van aandelen een hoop kapitaal aantrekt.

Corruptie is overigens gewoon als delictueuze gedraging in het Chinees strafrecht te vinden. Er zijn verschillende vormen van corruptie in opgenomen, die in het algemeen in twee hoofdcategorieën zijn onder te brengen: 1) de dienstdoende ambtenaar dient de belangen van zijn leidinggevende niet of 2) de dienstdoende ambtenaar dient de belangen van zijn leidinggevende op onethische wijze. Beide vormen heten ieder een eigen achtergrond te hebben. De eerste bestraft corruptie  ingegeven door de door hervormingen ontstane, Westerse zelfverrijkingsdrift. De tweede vorm is in het leven geroepen om de in de Chinese cultuur ingebakken nepotistische neigingen in te dammen. In aanvulling op deze strafrechtelijke maatregelen heeft de Chinese overheid belooft corporate governance richtlijnen in te voeren. Tot zover de maatregelen tegen corruptie die nog maar weinig consequent worden afgedwongen.

Verder met de praktijk. Naast de dubieuze manier van uitgifte van aandelen in het geval bedrijven worden geprivatiseerd, is er het probleem dat Ali Farhoomand in een artikel over corruptie in China de ‘manipulation of insider systems’ noemt. Dit houdt kortgezegd in dat de Chinese overheid de interne huishouding van een bedrijf zo inricht dat het tegelijkertijd het Chinese, op het westerse model[1] gebaseerde ondernemingsrecht naleeft en toch invloed houdt. Zo dient, bijvoorbeeld, het dagelijks bestuur van een Chinese onderneming te bestaan uit 5 tot 19 bestuurders, waarvan minimaal een derde non-executive of onafhankelijk (sic) moet zijn. Buiten het feit dat dit percentage onafhankelijken buitengewoon laag is, blijkt in praktijk dat zelfs personen met dit etiket niet aan de onafhankelijkheidsvereisten voldoen.

Een laatste oorzaak van corruptie in deze niet-limitatieve opsomming van oorzaken, is misbruik van het Guanxi-netwerk. Dit is wellicht de meest cultuurgerelateerde oorzaak van corruptie in de breedste zin van het woord. Guanxi is de gewoonte om goede contacten te onderhouden met overheidsdienaren die invloed kunnen hebben in zakelijk transacties: op het gebied van mededinging, vergunning etc. Het is een niet te vermijden aspect van zakendoen in China. Daarbij werkt het ook nog eens twee kanten op. Zonder guanxi geen zaken en wanneer eenmaal ten prooi gevallen aan guanxi verkeert men in de kwetsbare positie gechanteerd te kunnen worden.

De guanxi is ontegenzeggelijk een uitvloeisel van het confuciaanse verleden van China, hoewel er op de keper beschouwd sprake is van oneigenlijk gebruik. De oorspronkelijk idee is namelijk niet dat de guanxi aan de transactie vooraf gaat, maar eerder dat men wordt beloond voor eervol, betrouwbaar handelen. Daar hoort natuurlijk bij dat men bekenden als zodanig beloond en zijn respect toont. Het moge duidelijk zijn dat hier een groot grijs gebied is. Wat is bijvoorbeeld de status van het prijzige diner dat eventuele handelspartners voorgeschoteld krijgen op kosten van de gunstbehoeftige? Het is moeilijk te zeggen. De aard van de guanxi mag dan niet altijd eenduidig zijn, de verschijningsgraad in China is dat echter wel: meer dan een rechtvaardig systeem kan dragen.

De oorzaak van de kwetsbaarheid van de Chinese ambtenaar in het algemeen is te vinden in het feit dat hij te maken heeft met een nieuwe norm voor sociaal oordeelsvermogen gecombineerd met gebrek aan kennis omtrent de hiermee gepaarde gaande sociale basiswaarden. Wat Kagan en Skolnick al jaren geleden aantoonden in het kader van het destijds nieuwe rookbeleid in de Verenigde Staten, doet ook hier weer opgeld: wetgeving zonder public endorsement is niet effectief. Hier kom ik dan eindelijk terug op de relatie tussen systeem en ideologie. Het bovenstaande onderscheid dat ik maakte is niet geheel zuiver. Een systeem als een kapitalistische democratie zou men even goed een ideologie kunnen noemen. Vergeef mij deze terminologische onvolkomenheid. Het idee is dat waarden en mensbeelden de smeerolie van een (politiek) systeem zijn. In mijn termen betekent het dat de ideologie aan het systeem vooraf gaat.

Vanuit zijn confucianistische inslag beschouwd moet een bestuursrechtelijke aanbestedingsprocedure de chinees toch wel belachelijk in de orden klinken.

Het ontstaan van ons kapitalistische systeem, waarop bijvoorbeeld ook het Chinese ondernemingsrecht gebaseerd is, kan niet los gezien worden van onze christelijke wortels. Dat is niet hetzelfde als te zeggen de kerk niet langer van de staat ontkoppeld moet blijven, maar wel dat dit systeem alleen begrepen kan worden vanuit onze christelijke historie en daaraan opgehangen deugden als onafhankelijkheid, eerlijkheid en consequentheid. Dat betekent dat wij intuïtief weten wat de ratio achter bepaalde wetgeving is. Vanuit zijn confucianistische inslag beschouwd moet een bestuursrechtelijke aanbestedingsprocedure de chinees toch wel belachelijk in de orden klinken. Waarom tien bedrijven een offerte laten maken, als Kim B.V. een goede bekende is? Die kan toch niet zomaar het nakijken gegeven worden? Het is simpelweg een ander perspectief: de, jawel, door ideologie gekleurde bril, die andere kleuren zo mogelijk onzichtbaar maakt.

Om kort te gaan: de problemen in China zijn nog alom, maar hebben tijd nodig. De Chinese burger moet de nieuwe normen en waarden zich nog eigen maken. Dit is waarschijnlijk toch vooral een kwestie van educatie en het op elkaar inwerken van praktijk en ideologie. China heeft nog enkele jaren voordat het vooruitstrevende vijftigjarenplan voltooid moet zijn. Het Westen moet zowel kritisch als geduldig zijn, het is nog maar een paar jaar.


[1] Er is uiteraard niet een eenduidig Westers model, maar in de verschillende Westerse modellen zijn fundamentele overeenkomsten te vinden.

Verder lezen:

Farhoomand, Ali. Business Corruption in China. Asia Case Research Center: 2006

Windrow, Hayden, A short history of Law, Norms and Social Control in Imperial China. Heinonline: 2007

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • In je laatste alinea lijk je te suggereren dat na educatie en praktijkervaring het meer Westerse systeem van ondernemen zal worden overgenomen binnen de Chinese praktijk. Maar denk je dan dat zij dat stelsel uiteindelijk vlekkeloos over kunnen nemen? Ligt de culturele verworteling niet te diep zodat zij nooit het westerse model over kunnen nemen, maar eerder een mix krijgen tussen beide ideeën met hun eigen 'endorsement'?

  • Wat wordt gevraagd is niet dat men de hele eigen cultuur op de schop gooit. Die guanxi-praktijk die kan prima blijven bestaan maar zou breder toegepas (moeten) kunnen worden. Vlekkeloos zal dat zeker niet verlopen dat is nu al niet het geval namelijk. Het probleem is vooralsnog dat de chinezen niet (lijken) te weten waarom het systeem werkt zoals het werkt. Een mix lijkt mij zelf zeker het beste resultaat. Er zitten niet alleen nadelen aan de gang van zaken aldaar.

    Verder schuilt een deel van het probleem in een aspect dat ik niet genoemd heb in het artikel omdat het enigszins buiten de kaders ervan valt. Namelijk de rol van de rechter in China: die verdienen vaak zo weinig dat zij beter corrupt kunnen zijn dan plichtgetrouwe wetstoepassers.

    Een langere discussie moet je maar eens in hoogsteigen persoon komen voeren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven