Creative Commons

Philip Seymour Hoffman

Hij was een man met honderden gezichten,
Een speler die het spel tot kunst verhief.
Men had hem lief. Hij werd niet vaak herkend.

O, elke rol leek op zijn lijf geschreven;
Maar hij nam zélf de pen ter hand, en wrocht
De lijnen in zijn huid, en wrocht ze diep.
Al leek het kinderspel, dat was het niet,
Hij gaf genoeg voor honderden gedichten.

En steeds maar weer opnieuw de opbouw van
Een personage uit het grote niets,
Alsof een blok massief dooraderd marmer,
Door hamerslag en zachte beitelklop,
In handen van de meester, onder het
Bevend oog van de pupil, tot leven komt.

Zo speelde hij, zo leefde hij, totdat
Hij meester, marmer, hamer, beitel en
Pupil in één persoon verzameld was.

Was het de drugs, waar hij zichzelf vergat,
Of was hij daar juist aan het spel ontsnapt?

Ik weet het niet: de naald stak vaak en diep.
Men spreekt van heroïne, maar ik denk
Dat hij, verloren in zijn zoektocht - als
Een hond die wel de geur, maar niet de plek
Waar hij zijn bot begraven heeft, nog kent -
Een overdosis leven in zijn aders
Spoot; en aan het leven ga je dood.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven