Flickr / memibeltrame

Politiek van failliete ideeën

Sinds de economische malaise in 2008 haar intrede heeft gedaan wankelt het Westen. Niet alleen moeten alle zeilen in economisch opzicht bijgezet worden, ook de ideologische route naar een oplossing en een betere wereld lijkt menigeen onbekend. De houding van (Westerse) leiders ten aanzien van ideologie en ideeën is, gezien de wankele toekomst van Europa en de Verenigde Staten, opmerkelijk. De nieuwe politiek bestaat uit zaken doen; ideologie lijkt alleen nog maar een etiket waarmee de politicus zichzelf in de schappen legt. Dit betekent feitelijk het failliet van de ideologie en, mogelijk, de ideeën waaruit zij opgebouwd is. Het is de vraag of dit problematisch is.

Voor beantwoording van deze vraag moet worden gekeken naar de betekenis van "failliet". Failliet is einde verhaal, zo is de algemene opvatting. Van alles en nog wat wordt failliet verklaard: meestal bedrijven, soms landen, maar ook ideeën. Het reikt echter te ver een faillissement zonder meer op één lijn te stellen met het einde van datgene wat failliet is. Het faillissement fixeert als het ware de stand van zaken op het moment dat de onderneming failleert, zodat kan worden bekeken met welke delen kan worden doorgegaan. Voor de failliete idee is dit niet anders.

Het woord "failliet" heeft een negatieve connotatie. Gekeken naar de juridische betekenis van het faillissement is dit niet onterecht. Volgens de wet kan het faillissement worden aangevraagd van natuurlijke personen en van rechtspersonen (ondernemingen). Dit kan echter pas als zij, kort gezegd, zijn opgehouden te betalen. Ook ideeën kunnen ophouden te betalen. Voor failliete ideeën betekent dit dat zij niet langer een vruchtbare gedachtestap zijn op weg naar de oplossing van een praktisch of theoretisch probleem of een groter probleem veroorzaakt dan het probleem dat zij moeten oplossen. Een eenvoudig concreet voorbeeld is de idee achter de hypotheekrenteaftrek (het stimuleren van huizenbezit, hetgeen overigens niet het oorspronkelijke doel was). Dat idee zorgt nu voor meer overheidskosten dan te rechtvaardigen, gezien de geringe mate waarin het eigen woningbezit nog stimuleert.

De rol van de 21e-eeuwse politicus lijkt op die van een curator ten tijde van faillissement.

Gaat een onderneming failliet, dan wordt een curator benoemd. Die curator kijkt vervolgens welke vermogensbestanddelen in de failliete onderneming nog van waarde zijn. Zoals een onderneming doorgaans bestaat uit verschillende vermogensbestanddelen, is ook een idee geen monolithisch begrip. Zij bestaat steeds uit kleine (sub-)concepten, impliciete veronderstellingen en mini-ideetjes. In gezonde toestand vormen zowel de onderneming als de idee als geheel één vehikel om een probleem op te lossen. Het faillissement is gericht op het overeind houden van wat gezond is. Het is een juridisch mechanisme dat de doorstart van een onderneming op een zo'n kort mogelijke termijn ("tijd is geld") moet realiseren, waarbij de curator een sleutelrol speelt bij het vinden van een nieuwe bestemming voor de nog aanwezige vermogensbestanddelen.

De rol van de 21e-eeuwse politicus lijkt op die van een curator ten tijde van ideologisch of ideëel faillissement. Hij ziet zich gesteld voor ideeën die tezamen in theorie een mooi en consistent geheel vormden, maar zijn bezweken onder de zware druk van de realiteit. Een gewillig voorbeeld is hier het kapitalisme van de klassiek liberale politicus: de kapitalistische idee van een vrije markt bleek toch ietwat te vrij, waardoor excessen ontstonden die geen onderdeel waren van diezelfde idee. Bovendien wordt menig idee geweld aangedaan bij het sluiten politieke compromissen. Dit neemt niet weg dat het failliete ideeëngeheel nog altijd kostbare vermogensbestanddelen – of ideeën van waarde - kan bevatten.

Het politieke handelen van Rutte is in dit opzicht exemplarisch. Hem wordt dikwijls verweten een visieloze leider te zijn. In het midden gelaten of hij dat is of niet, moet worden toegegeven dat hij in ieder geval een leider blijkt die zijn visie niet of nauwelijks openlijk uitdraagt en qua principes pragmatisch buigzaam is. Op internationaal niveau is gewezen op de tamelijk milde reacties van verschillende afgeluisterde politici op het NSA-afluisterschandaal, waarbij eigenlijk alleen de Braziliaanse presidente Dilma Roussef een sterk principieel standpunt innam en dit ook naleefde (zie hier). De andere politici uitten verbazing en bezorgdheid, maar benadrukten evenwel de traditiegetrouw harmonieuze verstandhouding met de Verenigde Staten. Dat is faillissementspolitiek: een pragmatische oplossing bleek hier niet gediend bij een beroep op de aantasting van de staatssoevereiniteit als gevolg van het voornoemde afluisteren.

Waar leiders vroeger de directeur leken van een ideeënonderneming, doen zij nu niets anders dan de brokstukken in hun failliete boedel verkopen.

Waar leiders vroeger de directeur leken van een ideeënonderneming - Den Uyl aan het hoofd van Socialisme B.V. - doen zij nu niets anders dan de brokstukken in hun failliete boedel verkopen. Is dit problematisch? Nee, wellicht kunnen onze leiders uit de faillissementsuitverkoop van verschillende, failliete ideologieën een nieuwe, succesvolle onderneming gaan drijven. In Nederland lijkt dit al dagelijkse kost. Politici zullen in ieder geval gedegen moeten onderzoeken welke brokstukken archeologische vondsten blijken en welke toch eigenlijk afval.

Kent deze faillissementspolitiek dan geen problemen? Zeker wel. Als we kijken naar de gemiddelde faillissementsuitverkoop bij ondernemingen, is één van de kenmerken dat veel vermogensbestanddelen voor een (te) lage prijs verkocht worden. Reden: tijdsdruk. Vertaald naar de politieke context ligt daar het gevaar op de loer dat sommige politieke problemen die ongeschikt zijn voor een snelle aanpak vanwege hun complexiteit, toch snel worden aangepakt. Een goedkope oplossing is vaak – niet altijd – een (te) simpele oplossing. Op het gebied van duurzaamheid bijvoorbeeld zijn hier problemen te verwachten.

De conclusie moet zijn dat faillissementspolitiek onder de streep nog altijd betekent dat politiek bedrijven een worsteling is. Worstelen deden we altijd al, maar toen heette dat ideologie in praktijk. Nu niet meer. Het goede nieuws is dat failliet niet het einde is: faillissement is gericht op leven, niet op dood.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven