By Olivier Ortelpa (CC BY 2.0)

Politiek voorbij het stemhokje

Gaat het over politiek, dan heeft men het over de Tweede Kamer, het House of Commons of de Europese Commissie. En als het gaat over democratie, dan staan verkiezingen en politieke partijen centraal. Maar de ‘formele’ politiek van Den Haag, Londen of Brussel is slechts een deel van het plaatje. Terwijl publieke betrokkenheid bij de formele politiek tanende is, lijkt de informele politiek te floreren. Deze ontwikkeling heeft de potentie om de democratie in West-Europa te revitaliseren, mits we haar op waarde schatten.

Democratie is geen democratie zonder een betrokken publiek, stelde politicoloog Russel J. Dalton in zijn boek Citizen Politics. Maar betrokken bij wat precies? Onder publieke betrokkenheid wordt vaak de interesse en participatie in formele politiek verstaan en wordt gemeten aan de hand van kiezersopkomst, partijlidmaatschap of contact met politici. Maar door democratie slechts te beoordelen op haar ‘representatieve’ component vertroebelt onze blik op de veel bredere wereld van betrokkenheid en politiek. Op deze manier zijn pessimistische conclusies snel getrokken.

Stemmen in West-Europa is nog nooit zo onpopulair geweest als nu. Opkomst bij een grote meerderheid van de West-Europese verkiezingen (inclusief die van het Europees Parlement) kende de afgelopen 50 jaar sterke dalingen van rond de 25 procent. Ook daalde het percentage mensen dat lid is van een politieke partij tot recordlaagte: gemiddeld rond de vijf procent. Bovendien wijst onderzoek uit dat Europese burgers in afnemende mate vertrouwen hebben in parlement, politici en regering. Deze ontwikkelingen zijn zeker reden genoeg voor een revaluatie van de rol van formele politiek binnen de democratie. Maar voorzichtigheid is geboden bij het trekken van conclusies over publieke betrokkenheid en de staat van de democratie.

Publieke betrokkenheid uit zich namelijk niet alleen middels stembusgang of partijlidmaatschap: verkiezingen en politieke partijen zijn slechts twee voorbeelden van vehikels voor betrokkenheid. Een compleet beeld van de politieke activiteit van burgers omvat daarnaast ook de groeiende informele politiek. Al in 2007 schreef Colin Hay hierover het verhelderende boek Why we hate politics, waarin hij schrijft: ‘a decline [in formal political participation] is undoubtedly underway, but it would seem to be accompanied by a simultaneous rise in other forms of political expression - notably, those which bypass conventional/formal political channels’.

Democratie gedijt het best bij een actieve burgerij

Voorbeelden van informeel politiek gedrag zijn demonstreren, boycotten van producten, tekenen van petities, bezetten (occupying) of blokkeren (sit-ins) van publieke ruimtes of leegstaande gebouwen (squatting), en het steunen van burgerinitiatieven of actiegroepen. Dit soort activiteiten weerspiegelen een sterke betrokkenheid bij Daltons proces van publieke besluitvorming en proberen een samenleving richting te geven. Demonstranten, petitie-ondertekenaars of bezetters uiten hun onvrede over de status quo, zonder per se instituties als stemrecht te gebruiken. Onderzoek heeft uitgewezen dat burgers vaak kiezen tussen formeel óf informeel politiek gedrag. Dat wil zeggen dat mensen die bijvoorbeeld meedoen aan demonstraties vaak bewust de formele politiek de rug toekeren. Als men dus ook de informele politiek in ogenschouw neemt, levert dat een veel levendiger beeld op van publieke betrokkenheid.

Naar schatting nemen tussen de 10 en 40 procent van de West-Europese burgers deel aan een vorm van informele politiek. Hoe ziet deze activiteit er concreet uit? De recente geschiedenis kent legio voorbeelden: Nederlanders die tijdens de Climate March in Amsterdam hun overheid vragen om hardere maatregelen te nemen tegen CO2-uitstoot (2015); ondertekenaars van de Europese Stop-TTIP-petitie; deelnemers aan de pleinbezetting en debatten van Occupy Frankfurt vlakbij de Europese Centrale Bank (2011); bezetters van het Place de la Republique in Parijs tijdens Nuit Debout (2016); sympathisanten van de antibezuinigingsprotesten in Griekenland en Italië (2011); of de pleinbezetters van de Indignados in Spanje (2011). In het bijzonder Occupy, Nuit Debout en de Indignados hebben met elkaar gemeen dat ze, gedreven door onvrede met en wantrouwen in het politieke systeem en de zittende elite, niet alleen protesteren tegen het beleid van hun ‘vertegenwoordigers’, maar ook experimenteren met andere, directe en informele vormen van politieke besluitvorming waarin de burger zelf een actieve rol speelt.

Betrokkenheid is dus onmiskenbaar aanwezig, hetzij niet meer in het stemlokaal. Is deze ontwikkeling niet juist een zegen voor de democratie? Want gedijt democratie niet het best bij een actieve burgerij, ongeacht welk kanaal zij gebruikt om haar onvrede of voorkeuren te uiten? Bij mensen die opstaan tegen wat zij zien als onrechtvaardigheid en vóór hun eigen, expliciete politieke keuzes? Of, zoals Russell Dalton schreef, bij een publiek dat zich bemoeit met de samenleving?

We worden zo langzamerhand ‘onvertegenwoordigbaar’

De uitdaging voor huidige instituties, bestuurders en ‘de politiek’ is nu om zich structureel te openen voor de energie die de groeiende informele politiek uitstraalt. Om geen kinderachtige voorwaarden te verbinden aan de ‘geldigheid’ van informele politiek, maar om de handen dicht te knijpen bij het zien van zo veel publieke betrokkenheid. Een politieke transformatie zou kunnen beginnen met een institutie die de informele politiek nauwkeurig in kaart brengt. Op deze manier kan de informele politiek een belangrijkere plek in het publieke debat verkrijgen teneinde haar meer gewicht te geven bij besluitvorming.

Helaas maken de tijdelijkheid van informele politiek, de relatief spontane totstandkoming ervan, en het ontbreken van zowel vaste procedures als een fysieke of digitale locatie, haar erg onvoorspelbaar. De veronderstelling dat de publieke beoefening van democratie voorspelbaar is en ordelijk verloopt is niet meer van deze tijd. Die hoort bij de hoogtijdagen van de representatieve democratie waarin maatschappijen relatief makkelijk op te delen waren in enkele grote statische ‘klassen’ die dan vertegenwoordigd konden worden. Westerse maatschappijen anno nu worden in toenemende mate gekenmerkt door fragmentatie, continu evoluerende belangen en fluïde identiteiten. Het gevolg: we worden zo langzamerhand ‘onvertegenwoordigbaar’. Een goed functionerende democratie in West-Europa is daarom relatief chaotisch. Het is tijd om dat te erkennen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven