Flickr / risastla

Populariseer de Grondwet!

Nederland is een constitutionele democratie. Nederland heeft zelfs een bijzonder constitutionele geschiedenis, met zijn revolutionaire opstand tegen de Spaanse heerschappij. Toen Lodewijk van Nassau aan het begin van die opstand een leger verzamelde om Groningen binnen te vallen vanuit het oosten, één van de eerste echte militaire verzetsdaden, droeg hij een brief van zijn broer bij zich, met daarin de opdracht de liberteyt van religie en consciëntie te verdedigen. Nederland is derhalve onder meer ontstaan uit een verlangen naar vrijheid van religie en geweten. Waarom kent dan bijna niemand deze frase van Lodewijks broer, Willem van Oranje? Waarom is vrijwel niemand trots op deze eerbiedwaardige, constitutionele geschiedenis? Waarom kennen zo weinig Nederlanders hun constitutie, onze grondwet?

Het is tijd voor meer aandacht voor de Grondwet in de Nederlandse cultuur. Van oudsher hecht men in Nederland weinig waarde aan dit document. Dit is opmerkelijk, gezien Nederland een rijke constitutionele geschiedenis heeft. Denk aan het Plakkaat van Verlatinghe, de Bataafsche staatsregeling en de huidige Grondwet, die op die van de VS na de oudste ter wereld is). Neem nu dat plakkaat, het document waarmee in 1581 de, later Nederlandse, provinciën hun Spaanse dictator afzetten. 200 jaar later zou deze verklaring een inspiratiebron vormen voor de Amerikaanse Declaration of Independence, alom beschouwd als een mijlpaal in de ontwikkeling van de democratie.[1] Historisch gezien bestaat er reden tot enige trots, of op zijn minst bewustzijn van deze nationale verdienste. Het gebrek daaraan is problematischer dan het misschien lijkt: de Grondwet kan het broodnodige baken zijn voor onze politieke cultuur.

De Grondwet kan het broodnodige baken zijn voor onze politieke cultuur.

Waarom is dit bewustzijn onderontwikkeld in Nederland? Een van de alomvattende verklaringen is de beroemde poldercultuur, waarin pragmatische oplossingen, steunend op consensus, waardevoller worden geacht dan principieel-juridische discussies.

Een juridische verklaring voor de geringe Grondwettelijke aandacht ligt in het feit dat in Nederland de rechter ‘gewone’ wetten niet mag toetsen aan de Grondwet. De Grondwet speelt daarom zelden een rol in het wetgevingsproces. Bovendien is het herzieningsproces van de Grondwet hoogdrempelig.[2] Het risico daarvan is dat de Grondwet uit de tijd raakt omdat maatschappelijke ontwikkelingen niet opgenomen worden. Tekenend, bijvoorbeeld, is dat de Europese Unie, toch een fundamenteel onderdeel van ons bestel, niet eenmaal genoemd wordt. Ter vergelijking, in de Belgische Grondwet gebeurt dat negen keer.

Ook opvallend is dat de tekst van Grondwet niet bepaald doordrenkt is van symboliek. Wie een inspirerende preambule of meeslepende verwijzingen naar onze geschiedenis of waarden verwacht komt bedrogen uit, en treft slechts een zakelijke, technische tekst. ‘Niet lullen maar poetsen’ leek het devies van de auteurs.

De Verenigde Staten, Duitsland en Zuid-Afrika zijn bekende voorbeelden van landen waar de Grondwet wél wordt beleefd; respectievelijk als een heilig stichtingsdocument, als bescherming tegen antidemocratische neigingen en als transformatievehikel van apartheid naar democratie.

De Nederlandse constitutionele cultuur is afwijkend door zijn afwezigheid.

Het gaat hierbij niet om het verafgoden van een stuk papier. Het gaat om democratie. Uiteindelijk ligt de kern van het constitutionele denken in het respecteren van de rechten van minderheden in het democratische proces. De Grondwet kan dat respect niet afdwingen, maar zij kan wel, in maatschappelijk meer ongure tijden, waarborgen dat de democratie niet zomaar vervalt in eenzijdig meerderheidsdenken. Dat denken openbaarde zich de afgelopen jaren in toenemende mate in de Nederlandse politiek. Politieke partijen mogen geen belangenclubs worden die worden betaald door het aantal stemmen.

Bovendien mist Nederland door de geringe rol van de Grondwet de kans om het maatschappelijke debat naar een hoger abstractieniveau te tillen. Wat betekent een bepaalde constitutionele norm, en wat zou deze moeten betekenen? Dat is niet alleen interessant voor juristen, maar kan discussies ook helpen beslechten. Neem de kwestie over cameratoezicht en privacy, waarin de veiligheidsdenkers en de privacydenkers lijnrecht tegenover elkaar staan, zonder enige vooruitgang of overeenstemming te bereiken. Een constitutionele discussie over dit onderwerp zou het zwaartepunt van het debat kunnen verleggen van een ‘voor/tegen-schema’ richting andere vragen: de bevoegdheid tot cameratoezicht, onder welke voorwaarden die kan worden gebruikt en over wat gebeurt met de verzamelde gegevens etc.

De Nederlandse Grondwet viert dit jaar zijn 200ste verjaardag. Waarom moeten we haar juist nu afstoffen? Het antwoord op deze vraag ligt in de eerder genoemde consensuscultuur. Vanwege die cultuur werden in Nederland politieke beslissingen tot eind jaren negentig nauwelijks onderworpen aan principieel debat. Besluitvorming kristalliseerde zich uit in onderhandelingen tussen vertegenwoordigers van de zuilen, verenigde werknemers en werkgevers. Met dit poldermodel oogstte Nederland wereldwijde bewondering. Conflicten van partijen in de polder werden soepel geaccommodeerd. Nederland Gidsland! Wie zich echter buiten de polder (en dus consensus) plaatste isoleerde zich onverwijld en onherstelbaar. Het integratiedebat is hiervan het bekendste voorbeeld. De opkomst van Pim Fortuyn toonde het failliet van dit model.

Laten we de consensuscultuur vervangen door een constitutionele cultuur.

Polderdenkend Nederland weet zich nog altijd geen raad met de erfenis van Fortuyn.[3] De consensuscultuur bestaat niet meer, maar hoe te bouwen aan een postconsensus politiek? Het antwoord is zo vanzelfsprekend dat we het haast vergeten: de Grondwet! Deze wet geeft immers richting aan de belangrijkste ambities voor Nederland, waarborgt de vrijheden van al zijn burgers en is daarmee hét middel ter coördinatie van strijdende belangen. Een baken voor Nederland.

Laten we de Grondwet de plek geven die haar toekomt; in het hart van onze samenleving. Laten we de consensuscultuur vervangen door een constitutionele cultuur. Dat zou misschien historisch juist zijn, maar belangrijker nog: de fundamentele waarden van onze democratie een steviger anker bieden, zodat de liberteyt van Willem van Oranje in postconsensustijden verdedigd blijft.


[1]Stephen E. Lucas, "The 'Plakkaat van Verlatinge': A Neglected Model for the American Declaration of Independence", in Rosemarijn Hofte and Johanna C. Kardux, eds., Connecting Cultures: The Netherlands in Five Centuries of Transatlantic Exchange (Amsterdam, 1994), 189–207. Barbara Wolf, 'Was Declaration of Independence inspired by Dutch?': http://www.news.wisc.edu/3049

[2]Artikel 137 bepaalt dat de voorgenomen wijziging in een wet door de Tweede en Eerste Kamer moet worden aangenomen, waarna verkiezingen worden uitgeschreven en beide Kamers zich met een tweederdemeerderheid moet uitspreken voor de wijzigingen.

[3]Illustratief is het debat over de Euro, dat in Nederland niet echt wordt gevoerd, onder meer omdat Eurosceptische economen bang zijn om het Wilderskamp te worden geplaatst: http://www.groene.nl/artikel/zonder-wilders-tegen-europa

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Jordy de Meij,

    Staat de impliciete oproep tot meer symboliek in de grondwet en de oproep tot toename van verwijzing/gebruik van de grondwet in het politieke debat niet op gespannen voet met de wens het rechter mogelijk te maken aan de grondwet te toetsen? Loop je dan niet het risico de rechter onnodig  tot politieke speler te maken, waar hij "slechts" jurist is?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven