Prof. Meine Pieter van Dijk

In de rubriek DeVisie nodigen wij onze on-line gasten uit op geheel eigen wijze hun favoriete  film(pjes) te presenteren. Deze keer prof. Van Dijk over het Europa-ideaal.

Europa is een verzameling relatief kleine landen. Op wereldschaal tellen we alleen mee als we ons organiseren. Dat was het idee van de Kolen- en staalgemeenschap, een naam die aangeeft hoe bescheiden het is begonnen in 1958 – 6 landen. Maar met leiders als De Gaulle en Adenhauer werd de gemeenschap uitgebouwd. Zij en functionarissen als Schuman, onze eigen Mansholt en later Delors droegen het Europa-ideaal een warm hart toe. Wat was dat ideaal? In ieder geval onbelemmerd over en weer handel kunnen voeren en geen oorlog meer. Gewoon over en weer kunnen reizen, dingen kopen en zelfs investeren en elkaar beter leren kennen. Het vijandbeeld moest overwonnen worden. Duitsers waren in mijn jeugd Moffen en het heeft ongeveer tot 1960 geduurd voordat onze afschuw omsloeg in bewondering voor het Duitse Wirtschaftswunder. Daar wilden wij ook van profiteren. Aan de kust, waar wij woonden, vertelden we de Duitsers dat ze ook met marken konden betalen. 1 mark = 1 gulden en over die 10 procent verschil hadden we het niet. Langzaam breidde de gemeenschap zich uit qua taken en landen. Voor velen was het ideaal een federale staat, net als de Verenigde Staten, het land dat als supermacht uit de Tweede Wereldoorlog was gekomen en ons middels de Marshall-hulp geholpen had bij de wederopbouw. Een federale staat met veel ruimte op het niveau van de deelstaten. Kregen in de populaire Amerikaanse westerns boeven ook niet een verschillende straf als ze in een andere staat werden opgepakt? De toetreding van het Verenigd Koninkrijk werd gevierd. Later kwamen de zuidelijke landen er bij en ten slotte de voormalige Oostbloklanden. Dat gebeurde na de Mauerfall in 1989, maar met de vergroting verwaterde ook het politieke ideaal. Eilandbewoners zijn bang voor de macht van het vaste land en van Engeland mocht een federalistische opzet niet. Sommige landen zochten vooral economische ontwikkeling in één grote vrijhandelszone, anderen wilden ook vrij verkeer van mensen zoals later voor een beperkt aantal landen in het Schengen Akkoord (1992) geregeld is. Het werd steeds moeilijker om politiek verder te integreren. Toen is er gekozen voor verdere financiële integratie middels een gemeenschappelijke munt. De economische literatuur leert echter dat dat niet mogelijk is als er geen politieke integratie is. Dat inzicht lapten we aan onze laars, want we moesten verder met het Europa-ideaal. Dat vond ik zelf ook. Mij staat een ideaal voor ogen van een Europa dat als een derde macht in de wereld staat tussen het cowboy kapitalisme van de VS en de absolute macht van de staat in China, die de vrijheid van burgers onnodig beknot. Europa gaat ook anders met andere (ontwikkelings)landen om en democratie is hier vooral een mogelijkheid om te participeren in fora die voor mensen belangrijk zijn: je wijk, je stad, je universiteit of vereniging. We willen een level playing field, dat wil zeggen gelijke kansen voor alle mensen en landen om zich te ontwikkelen en we maken ons met zijn allen zorgen over het milieu.

Als ik zulke idealen moet verbeelden denk ik steeds aan een boek en een film of documentaire. Voor het Europa-ideaal denk ik aan Geert Mak zijn geweldige boek over het continent en later heeft hij ons op TV er wekelijks aan herinnerd hoe belangrijk dat voor veel mensen is. Vooral de Oost-Europeanen staan mij bij, die ons vertellen hoe vanzelfsprekend wij onze vrijheid vinden, terwijl zij het vaak vijftig jaar zonder hebben moeten doen. De absolute macht van de Chinese overheid wordt in de vele boeken over de culturele revolutie beschreven, maar misschien wel het beste door Yiyun Li in haar boek The Vagrants over een opstand in een Chinees dorp. Op televisie zagen we vele malen de beelden van het Tianamenplein, waar veelbelovende jongeren in datzelfde 1989 door tanks overreden werden omdat de machthebbers geen concessies wensten te doen.

 

 

Zulke beelden kun je bijna iedere dag maken in China, als je weet dat er vorig jaar 100.000 geregistreerde opstanden waren in dat land. Dat zijn bijeenkomsten waar minsten 100 mensen bij elkaar kwamen en waarbij geweld gebruikt werd en die dus aan Beijing gemeld moeten worden. Tot 2008 werd het cijfer jaarlijks gepubliceerd, maar nadat de internationale pers iets te gretig schreef over het groeiende aantal onlusten werd het cijfer een tijdje staatsgeheim. In die drie jaar nam het aantal wel 30 procent toe!

 

 

De schaduwkant van het cowboykapitalisme is al bekend van Steinbeck's Grapes of Wrath, maar je schrikt toch als je op bezoek bij vrienden langs de labour exchange jogt. Daar staan zo'n honderd mensen, meest mannen en vooral Latino's te wachten tot er een werkgever met een pickup truck of een busje langskomt om er een paar mee te nemen voor een paar dagen werk. De film Inside job laat genadeloos zien hoe de financiële wereld Washington in zijn zak heeft. Met lobbies en gesponsorde economiehoogleraren weet men regulering van complexe financiële producten te voorkomen. In een ongereguleerde markt valt meer te verdienen, ook al leidt dat tot een mondiale crisis waar we vier jaar later nog last van hebben.

 

 

Die crisis heeft bijgedragen aan een deuk in de euro, hoewel de lust tot lenen van onze Zuid-Europese en Ierse broeders ook niet geholpen heeft. Maar nu riskeert de eurocrisis ook ons Europa-ideaal naar beneden te halen. Dat zou vreselijk zijn, want ik wil niet weer leven in een bipolaire wereld van eerst de Russen tegen de Amerikanen en nu de Chinezen tegen de Amerikanen. Ik ben voor een multipolaire wereld, waar naast India, Latijns-Amerika onder leiding van Brazilië en te zijner tijd een herboren Afrika en Middenoosten ook belangrijke spelers zijn. De huidige generatie studenten en recente afgestudeerden moeten daar aan bijdragen. Zij studeerden vaak elders in Europa en leerden hoe verfrissend het is om met mensen uit een andere cultuur, die ook nog een andere taal spreken, vrijuit te kunnen discussiëren. Belangrijk is dat de volgende generatie deze idealen weer oppakt en ziet welke inspanning er nodig is om dat in stand te houden. We willen geen controle op het internet, of dagelijks naar de labour exchange om weer even werk te hebben. Europa heeft zijn instituties, zijn geschiedenis en cultuur en daar willen we nog lang van genieten.

Meine Pieter van Dijk (PhD Economics Vrije Universiteit Amsterdam) is een econoom en is als professor "Water Services Management" werkzaam bij het UNESCO-IHE Institute for Water Education in Delft en professor "Urban management in emerging economies" bij de economische faculteit van de Erasmus universiteit.  Sinds 1973 werkt hij ook in ontwikkelingslanden als consultant voor NGOs, de Asian Development Bank, de Inter-American Development Bank en de World Bank.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven