Wikimedia Commons

Puur en eerlijk ouwehoeren

Zoals jazz nu vaak tot muzak lijkt te zijn afgegleden, is het duurzaamheidsdebat niet meer dan het gesprek dat als een soort morele verplichting op de achtergrond wordt gevoerd. En niet alleen in Nederland is het gesprek over duurzame ontwikkeling verstomd. Ook de New Yorker betreurt de afwezigheid van deze great unmentionable in het verkiezingsdebat in de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

Hoewel volgens tv-reclames elk gezin zich met duurzame producten lijkt bezig te houden, blijft een constructieve discussie over beleidsmaatregelen in de politiek uit. Het debat over duurzaamheid en ‘de groene transitie’ zit zo vol tegenstellingen, inhoudsloos taalgebruik en zelfbewieroking. Zo vol dat het compleet aan zeggenschap verliest en daarnaast ook gemakkelijk tegen zichzelf gekeerd kan worden.

Inmiddels houdt elke sector zich bezig met het zorg dragen ‘voor een mooie wereld voor toekomstige generaties’.

Met name in het laatste decennium weergalmen de onderwerpen duurzame ontwikkeling en innovatie steeds vaker in het publiek debat. Inmiddels houdt elke sector zich bezig met het zorg dragen ‘voor een mooie wereld voor toekomstige generaties’ en zijn er talloze platforms voor duurzame ontwikkeling en innovatie. Vooropgesteld dat het enkel positief is dat steeds meer mensen zich mengen in het debat over de manier waarop we met de wereld omgaan, lijkt de discussie weg te ebben tot een verre echo van een daadwerkelijke actie. Het debat wordt enkel in een talige werkelijkheid gevoerd en gaat niet langer over wat er daadwerkelijk moet veranderen.

Door het debat te verwoorden met termen als ‘innovatie’, ‘change’, ‘bewuste keuzes’ en ‘verbinding’ wordt er nauwelijks een kern geraakt. Ook door duurzame producten met ‘puur’, ‘eerlijk’ en ‘bewust’ te betitelen, raken deze woorden hun eigenlijke betekenis kwijt. Het herhaaldelijk gebruiken van dergelijke woorden zorgt voor een uitholling van het debat. Des te vaker ze worden gebruikt in deze context, hoe minder betekenis ze krijgen. Daarnaast krijgt het debat in hoge mate een ‘zelfreferentieel’ karakter en wordt het leeg en nietszeggend.

Vanuit verschillende hoeken wordt kritiek geuit op initiatieven op het gebied van duurzaamheid. Echter, deze kritiek zorgt er zelden voor dat er een inhoudelijk debat ontstaat over maatregelen die genomen moeten worden. Deze kritiek focust zich onder meer op de economische haalbaarheid van initiatieven, in hoeverre het milieu vooruit wordt geholpen of deze initiatieven worden terzijde geschoven als marketing. Een product puur, eerlijk en een bewuste keuze noemen kan vrij gemakkelijk onderuit gehaald worden. De puur-&-eerlijklijn van de Albert Heijn lijkt meer bij een bepaalde lifestyle te horen, dan dat de wereld ermee wordt gespaard.

Daarnaast wordt de discussie over duurzaamheid niet specifiek gevoerd. Terwijl de crisis in Europa zich leent voor een concrete discussie over de precieze grootte van het begrotingstekort en de consequenties hiervan, draait een discussie over duurzaamheid vaak om de stelling ‘het moet anders’. Dit kan deels te danken zijn aan de erosie van de positie van wetenschap in maatschappij – wetenschappelijk bewijs wordt niet altijd geaccepteerd als rechtvaardiging voor beleidsmaatregelen, maar ook aan de brede reikwijdte van het onderwerp. De uitputting en aantasting van de aarde heeft namelijk consequenties voor elk aspect van de maatschappij: sociaal, economisch en politiek. Om in een debat de gehele draagwijdte van duurzame ontwikkeling te omvatten, moet ook wel worden teruggevallen op termen die zelf weinig concreet zijn. Daarnaast worden termen als innovatie en bewustwording op elk mogelijk onderwerp toegepast, waardoor het niet langer duidelijk is wat er precies mee wordt bedoeld.

Problemen lijken enkel te kunnen worden opgelost in taal, maar niet in de werkelijkheid.

De termen van duurzaamheidsdebat zijn dus overal op van toepassing en daarom uitgehold. Je zou hopen dat het activisme dat een opleving leek te hebben met de Arabische Lente en de Occupybeweging zich zou vertalen naar het duurzaamheidsdebat. In het snelle uitdoven van Occupy en de verwatering van het duurzaamheidsdebat is een gemeenschappelijke factor te vinden. Doordat er geen helder en vastomlijnd doel is, behalve ‘een betere wereld’, kan actie nergens op gericht worden en blijft het uit. Dit tekent zich ook af in het holle taalgebruik van Occupy, ‘verbinding’ en ‘innovatie’ waren daar ook niet van de lucht.

Het duurzaamheidsdebat heeft zich langzaam geïntegreerd in het debat over andere zaken – alles is duurzaam en innovatief  en is meer een stijlfiguur geworden, dan dat het daadwerkelijk over oplossingen gaat. Door woorden die geassocieerd worden met duurzaamheid als adjectief te gebruiken, krijgt een debat de schijn van een eerlijke toon en moraal. Echter, concreet wordt er weinig gezegd over hoe moeten worden ingespeeld op klimaatverandering, de overstap naar schone energiebronnen kan worden gemaakt en mensen bewuster (excuse my language) met hun omgeving om moeten gaan. Problemen lijken enkel te kunnen worden opgelost in taal, maar niet in de werkelijkheid.

De oplossing ligt echter uiteindelijk  in het bedrijfsleven, zoals Daan Spaargaren eerder in De Volkskrant betoogde: vanuit de politiek komt het niet en het publiek debat is zo hol dat het concreet niets kan aandragen. De verandering kan gemaakt worden in het bedrijfsleven en bij de burger zelf. Terwijl men bij de netwerkborrel verder wauwelt over de toekomst, moeten de wezenlijke veranderingen wellicht zonder deze oppervlakkige discussie worden doorgevoerd. Ik zou graag zeggen: “Houd op met ouwehoeren en ga betalen,” en dat heb ik bij deze ook gedaan.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven