Wikimedia Commons

Pyscholoog, blijf bij de geest!

Bezieling is net zo'n ingewikkeld concept voor de psychologie als het leven dat is voor de biologie. Met de opkomst van de Kunstmatige Intelligentie is de discussie weer volop actueel: is bezieling, zoals onder andere de Amerikaanse filosoof Daniel Dennett beweert, niets meer dan een optelsom van meerdere parallelle informatiestromen? Is de mens eigenlijk een 'vochtige robot' en is bewustzijn maakbaar? Voor de psychologie is het van grote meerwaarde zich te bezinnen op het verschijnsel mens en uit de schaduw van de neurologische wetenschappen te stappen waarin een monistisch, materialistisch en (neuraal) deterministisch wereldbeeld domineert en de mens feitelijk wordt gereduceerd tot machine. Reflectie op begrippen als geest en bewustzijn (opgevat als een toestand van de geest die gekenmerkt wordt door een besef van een handelend en richting gevend subject) zijn daarvoor van belang.

Vanaf de jaren 20 tot in de jaren 60 van de vorige eeuw werd de psychologie gedomineerd door het Behaviorisme, een stroming die beweerde dat wil men de geest van de mens begrijpen, dat men dan naar de uiterlijke manifestaties van mentale processen moet gekeken: het gedrag. De geest, bezien als een ‘black box’ kan zichzelf niet in objectieve zin leren kennen en alle cognities die niet in gedrag worden vertaald, werden als niet ter zake doende beschouwd. Introspectie werd daardoor bestempeld als een invalide wetenschappelijke methode. Mede door de opkomst van neuro-imaging technieken, werd dit een onhoudbare positie en kwam er weer volop aandacht voor cognities, zowel ontvangend (waarneming, communicatie, beweging) als voortbrengend (dromen, herinneringen, verbeeldingskracht, taal). Introspectie is desalniettemin nooit meer uit haar verdomhoekje gekomen en dat heeft een reden: de geest in ‘the black box’ bestaat helemaal niet volgens de dominante stroming in de cognitieve (neuro)wetenschappen. De ervaren geest is een illusie van het brein, maar kan geen invloed uitoefenen op het brein: de neuronale mens is geboren.

Het bewustzijn als bijrijder in plaats van bestuurder

De neuronale mens biedt een goede materiële beschrijving van de mens, maar de gedachte dat dit alles is wat er te zeggen valt over de geest, is een expliciete metafysische keuze. Als je die keuze maakt, kun je van het bewustzijn niets meer maken dan de uitkomst van het ‘rekenwerk’ der neuronen waarmee verder niets aangevangen kan worden. Het bewustzijn als getuige, voyeur, als bijrijder in plaats van bestuurder. Deze mensvisie heeft vergaande ‘ontmenselijkende’ consequenties: wil, beslissen, zelfregie en verantwoordelijkheid zijn allemaal illusoir, alle psychologische therapieën die proberen juist daarop aan te sluiten ten spijt.

Een andere metafysische keuze, namelijk die van het bestaan van een niet-materieel aspect van het bewustzijn, zou de mens daarentegen een positie geven zoals we die intuïtief ook ervaren: die van bestuurder. Dit niet-materiële aspect van het bewustzijn is per definitie niet aan te tonen met fysische middelen, maar door middel van introspectie komen we haar wel op het spoor. Introspectie is het middel om gebruik te maken van het vermogen van het bewustzijn zichzelf te leren kennen om zo via de wil en het vermogen tot beslissen richting te geven aan je leven.

Verscheidene psychologische therapieën gaan stilzwijgend uit van een niet-materieel bewustzijn doordat ze feitelijk beweren dat we invloed hebben op onze cognities en die kunnen veranderen (Cognitieve Gedragstherapie -CGT) of eraan voorbij kunnen gaan (Acceptance and Commitment Therapie -ACT) en zo ons gedrag kunnen sturen. Beide evidence based therapievormen gaan uit van een ‘toeschouwer’ in de mens. Een toeschouwer die la condition humaine onbewogen (want ze wordt bepaald noch 'meegesleept' door cognities, oordelen of emoties) beschouwt en kan besluiten wat ermee aan te vangen.

Het wordt tijd de Introspectie in het Psychologisch Huis te verwelkomen.

Ons vermogen om richting te geven aan ons eigen leven kent natuurlijk zijn grenzen: we kunnen niet besluiten waar we geboren worden, in welke tijd, in welk lichaam of met welk DNA. We zijn echter wel in staat binnen een gegeven en onvermijdelijke context keuzes te maken. Met andere woorden: aanvaard het onvermijdelijke, maar ga aan de slag met wat er mogelijk is. Boosheid, woede en ongeduld zijn allemaal emoties die ons in de greep kunnen houden en ongelukkig kunnen maken. Het beoefenen van geduld, moed en volharding zijn emoties die de richting in ons leven daarentegen juist kunnen doen veranderen. Jezelf tot spiegel zijn door introspectie en inzien welke emoties jou in de greep hebben, zou daarom een wezenlijk onderdeel moeten worden in de klinische psychologische praktijk. Cognitieve gedragstherapie kan uitstekend worden ingezet om je te helpen bij het cultiveren van moed, geduld en volharding, maar zou gecombineerd moeten worden met de vraag welke richting de cliënt met zijn leven op wil. De huidige vorm brengt met zich mee dat de behandeling vaak klachtgericht is en niet mogelijkheid-gericht. Dat de aandacht uitgaat naar de kwaal in plaats van de existentiële vraag: welke richting wil ik op met mijn leven?

Hoe komt het toch dat de psychologische praktijk zo weinig doet met de geest? Menen ze exact te moeten zijn in hun therapieën om ‘wetenschappelijk’ te zijn? Wellicht wordt het tijd de Introspectie, als verloren zoon van de psychologie in het Psychologisch Huis te verwelkomen. Bestaande en bewezen werkzame therapieën gaan immers stilzwijgend al lang uit van een bewustzijnsvorm die invloed kan hebben op ons gedrag, maar durven niet de conclusie te trekken die onontkoombaar lijkt: klinisch psychologen zullen zich moeten gaan wagen aan een beschrijving van wat de geest en een niet-materieel bewustzijn zouden kunnen inhouden en stoppen zich te verschuilen achter de bètawetenschap die elke poging daartoe terzijde schuift als onwetenschappelijk.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven