Fabian Schwarze @fschwrze

Robin

Robin eet een frietje naast de giraffenglijbaan maar hij glijdt zelf niet. Daar voelt hij zich te oud voor. Noah houdt wel van glijbanen. Noah is zeven. Robin is elf.

Een duif landt voor zijn voeten. Hij tikt met zijn snaveltje op de grond, op zoek naar eten. Robin ziet al vrij snel dat het een normale duif is.

Hij kijkt uit over een groot plein met speeltoestellen. Een wip in de vorm van een leeuw (wiens tong uit zijn mond hangt), wel zes schommels, een kabelbaan en een geel-rood klimrek. Een moeder loopt met haar krijsende kinderen de cafetaria binnen waar Robin net zijn bakje friet heeft gehaald. Hij steekt nog een frietje in zijn mond. Hij moet om de mayonaise heen eten want hij krijgt hoofdpijn als er te veel op één frietje zit.

Hij gooit het lege bakje in de prullenbak (die de vorm heeft van een aap) en loopt in de richting van het overdekte regenwoud. Yves houdt van regen; hij neemt nooit een paraplu mee. Dat zei zijn vrouw. Robin glimlacht. Misschien moet hij dat ook eens een keer doen, zonder paraplu naar buiten gaan als het regent. Hij denkt aan Yves. Die heeft een rond brilletje en is helemaal kaal. Robin krijgt een liedje in zijn hoofd.

In het overdekte regenwoud is het warm. Hij doet zijn jas uit en knoopt hem om zijn heupen. Hij wil niet denken aan Sammie dus hij kijkt naar een capibara. Dat is een dier. Het doet hem denken aan Cleo. Niet omdat de capibara zoveel op Cleo lijkt, maar gewoon omdat hij wel vaker aan Cleo denkt. Ze was pas negentien. Sorry, ze is pas negentien. Hij zwaait naar de capibara maar die zwaait niet terug.

In het overdekte regenwoud is het warm. Hij doet zijn jas uit en knoopt hem om zijn heupen. Hij wil niet denken aan Sammie dus hij kijkt naar een capibara.

Er komt een man op hem af gelopen. Hij draagt een beige blouse met de naam van de dierentuin op zijn linkerborstzak. Op het naamkaartje aan zijn rechterborstzak staat Miguel. Hij heeft een moedervlek op zijn voorhoofd en heel veel haar op zijn armen. Hij lijkt totaal niet op de echte Miguel. De echte Miguel werkt in een hotel aan de balie. Die zou nooit in een dierentuin werken. Zo goed kent hij Miguel.

'Ben je hier alleen, vriend?' vraagt de neppe Miguel.

Robin antwoordt niet.

'Ben je hier lekker aapjes kijken met je papa of mama?'

Robin schudt van nee.

'Oké. Weet je dat zeker? Moet ik iets voor je omroepen?'

Robin schudt weer nee.

'Of even met je meelopen?'

Robin loopt liever alleen.

'Mijn tante is de stad in en komt me over een uur weer ophalen,' zegt hij uiteindelijk. Hij slikt het slijm rond zijn stembanden weg. Hij heeft de hele dag nog niks gezegd.

Zijn tante doet nergens moeilijk over. Hij mag altijd alleen in de botsauto’s als hij wil. Hij krijgt ook zoveel jawbreakers als hij maar wil, hij hoeft er alleen maar om te vragen. Hij heeft het nieuwste Playstationspel dat nog niemand in zijn klas heeft want het is helemaal overgevlogen uit Amerika en hij mag alle apps kopen die hij leuk vindt. Zelfs die met in-app-aankopen. Hij mag ook helemaal alleen naar de dierentuin want Robin houdt niet zo van mensen sinds hij uit het ziekenhuis is.

Voorheen keek zijn tante altijd het journaal om acht uur maar sinds Robin bij haar woont doet ze dat niet meer. Hij houdt niet van flitsende beelden en hij heeft al genoeg meegemaakt.

De neppe Miguel laat hem gaan. Het is tijd voor de olifanten. Daar is Robin al twee keer langsgelopen vandaag, maar dat kan gerust een derde keer. Hij is oud genoeg om zelf te mogen beslissen wat hij doet. Onderweg naar de olifanten ziet hij één meneer in een rolstoel (zoals Bob), twee vrouwen met rood haar (zoals Jacqueline) en drie opa’s (zoals Jacob). Jacob heeft drie kleinkinderen, waarvan er eentje ‘asperger’ heeft. Dat is een soort ziekte waarbij je heel anders naar de dingen om je heen kijkt en niet goed kunt opschieten met mensen, maar dat mag je geen ziekte noemen en je mag er ook geen groentegrapjes over maken. De mevrouw van de therapie zei dat hij net zoiets heeft maar dan heel anders want hij heeft het pas sinds kort.

De olifant doet wat hij altijd doet als Robin naar hem kijkt. Hij staat een beetje te eten en loopt wat rond. De olifant is nooit alleen. Hij is geboren in Spanje maar toen deze dierentuin een paar jaar geleden ook een olifant wilde is hij hier met een enorme vrachtwagen heen gereden. Nu staat hij hier samen met olifanten die niet uit Spanje komen. Dat heeft Robin een vader ooit aan zijn kinderen horen voorlezen uit een foldertje. Robin zou willen dat hij leek op de olifant. Maar dat doet hij niet. Robin lijkt op niemand en op geen enkel dier.

Op de rotsen in het olifantenverblijf zit een mus. Als hij goed kijkt ziet hij dat het een ringmus is. De mus lijkt op zijn vader maar het is hem niet. Zijn vader zou een heggenmus zijn, denkt hij. Maar goed, hij heeft het daar nooit met zijn vader over gehad.

Robin zou willen dat hij leek op de olifant. Maar dat doet hij niet. Robin lijkt op niemand en op geen enkel dier.

Hij ritst zijn rugzak open en pakt er een pakje limonade uit. Pas bij de derde keer drukken prikt het rietje door het aluminium rondje. Hij zit op een bankje naast de ingang van de overdekte woestijn. Een medewerker met oordopjes veegt het looppad. Er steekt een oude krant uit de prullenbak naast het bankje. Hij probeert er niet naar te kijken. Hij haat kranten. Soms droomt hij dat er een krant bij zijn tante op de mat valt waar alleen maar zijn naam in staat. Robin overal. ‘Tbs’er vast na dubbele moord op Robin en iemand anders’, ‘Rusland verbreekt contact met Robin sinds luchtaanval Syrië’, ‘Robin overleden bij een terroristische aanslag’. Hij weet nooit precies wanneer hij droomt en wanneer hij wakker is.

Tegenover hem zit een dikke vrouw die niet lijkt op Bianca of Anna. Ze kijkt op een kaart en draagt een felroze fleecetrui en sportieve schoenen die vast heel duur  waren. Ze lijkt ook niet op Jacqueline of Cleo of Selena. Deze vrouw lijkt op niemand. Een man gaat naast haar zitten en geeft haar een kus op haar wang. Robin voelt dat gevoel weer in zijn buik en zucht.

Selena zat niet zo ver van hem vandaan, herinnert hij zich. Volgens hem slechts twee stoelen verder. Hij voelt ineens de hitte en de keiharde klap. Hij schudt met zijn hoofd en zuigt limonade uit zijn pakje. Hoeveel dieren zouden er in deze dierentuin al zijn doodgegaan? Hij probeert het zich voor te stellen maar hij weet helemaal niet welke dieren er dood zijn. Alleen welke dieren er leven.

Edward heeft dode dieren en hij heeft er heel veel. Opgezet, aan de muur. Hij is nog nooit bij hem thuis geweest maar na meer dan tien mailtjes stuurde zijn dochter eindelijk een foto van zijn huiskamer, voordat zijn huis verkocht werd aan de nieuwe bewoners. Robin staat op en loopt naar de tijgers. Tijgers! Die zou Edward leuk vinden, hij had er eentje boven de kapstok hangen.

Robin huppelt een beetje. Een vrouw met een zoon lacht vriendelijk naar hem. Brenda, Agnes, Lucy en Sylvia hebben een zoon. Noah en Owen zijn de enige zoons jonger dan vijfentwintig in het vliegtuig. Behalve Robin zelf dan. Hij denkt aan Owen. Hij kent iedereen goed, maar Owen kent hij het allerbeste. Al vanaf zijn geboorte. Owen is zijn broertje. Hij kijkt boos naar de vrouw met de zoon en steekt zijn tong uit.

Er vliegt een ekster voorbij. Hij zwaait, maar de ekster herkent hem niet. Misschien is het niet de juiste ekster. Hij nam zich voor om naar elke ekster te zwaaien maar pas als je erop let merk je hoeveel vogels er rondvliegen in een dierentuin.

Sinds het gebeurd is doet hij eigenlijk alles alleen. Hij poetst zijn tanden alleen en strikt zijn veters alleen en doet zijn huiswerk zonder enige hulp. Niet dat hij veel huiswerk heeft. Eigenlijk is het ideaal. Als hij geen zin heeft hoeft hij helemaal niks van de juffrouw. De juffrouw heeft een man die schaak speelt, net als Yasin. Daarom mag hij haar wel. Yasin schaakte op heel hoog niveau in het land waar hij vandaan kwam maar de man van de juf speelt het gewoon voor de lol. Ze is trouwens niet zo’n hele goede juf want als het te druk wordt in de klas gaat ze schreeuwen en dat horen goeie juffen niet te doen.

Hij loopt uit verveling de overdekte woestijn maar in. Zijn tante is nog lang niet klaar met winkelen. Hij zou haar kunnen bellen op zijn nieuwe mobieltje want hij weet dat zij altijd super bezorgd is, maar dat doet hij niet. Ze raakt hem altijd aan en probeert lief te doen maar dat wil hij niet. Het liefste wil hij dat niemand hem aanraakt of aanspreekt of ziet. Hij liefste zou hij onzichtbaar zijn. Het liefste zou hij helemaal niet bestaan.

Bij de vleermuisgrot maakt een lange blonde vader een foto van zijn lange blonde kinderen. Het zou stom zijn om te doen alsof het zijn vader is, want Robin heeft oranje haar en niet blond. Hij knijpt zijn ogen samen, krijgt hoofdpijn van de flits. Hij zou soms willen dat hij in de tijd van de Romeinen leefde, toen er nog geen camera’s waren. Laatst hadden ze het in de klas over de Romeinen en toen kwam hij erachter dat niemand weet of het allemaal waar is wat er in zijn geschiedenisboeken staat, want het is allemaal via via gegaan. Er zijn alleen nog maar oude boeken en kunst overgebleven van toen en geen foto’s of video’s. Als hij in die tijd had geleefd was hij geen bekend jongetje geweest. Had niet iedereen zijn naam gekend. Had niet iedereen hem zielig gevonden. Dan had hij namelijk gewoon gezegd: mij hoef je niet op te schrijven in die boeken en van mij hoef je geen kunstwerken te maken die bewaard blijven. Mij mag je gewoon vergeten.

Het is superduidelijk dat dit geen echte woestijn is. In een echte woestijn zou het veel meer waaien en zouden er slangen onder het zand verstopt zitten.

Het is superduidelijk dat dit geen echte woestijn is. In een echte woestijn zou het veel meer waaien en zouden er slangen onder het zand verstopt zitten. Hier verstoppen ze geen slangen onder de grond want dat zou gevaarlijk zijn voor iedereen die hier op bezoek is. Daar zou de dierentuin rechtszaken van kunnen krijgen. Robin lacht hardop. Hij stelt zich voor dat iemand met een dikke opgeblazen paarse voet in een rolstoel de rechtszaal in wordt gereden, helemaal boos. En dat Alexander dan zegt: ‘Sorry edelachtbare, maar deze meneer had beter op moeten letten. Op het bordje buiten de deur staat toch echt: geloofwaardige woestijn. Niemand heeft toch ooit de Sahara aangeklaagd vanwege de dieren die daar leven?’ Haha. Ja, dat zou Alexander gezegd kunnen hebben. Kunnen zeggen. Hij is volgens Robin een supergoede advocaat. Hij zat helemaal achter in het vliegtuig, op de laatste rij. Hij ging dus als laatste dood. Dat moet wel.

Zijn tante zei ooit: Iedereen gaat dood. En toen begon ze over haar ouders te praten, maar dat telt niet. Haar ouders waren in de tachtig toen ze dood gingen. Dat is normaal. Robin moest heel erg huilen toen opa en oma doodgingen maar nu huilt hij eigenlijk nooit meer. Ook niet om mama of papa of Sammie of Owen. Soms ziet hij zijn tante in haar eentje huilen in haar kamer als de deur op een kier staat. Dan voelt hij zich schuldig want hij weet ook wel dat het haar zus is die dood is gegaan. Het was veel makkelijker geweest als dat niet was gebeurd, want dan zou het niet uit zijn gegaan met René. Ook al zegt ze van niet, hij weet heus wel dat dat vanwege hem was. Robin woont nu bij zijn tante en zij moet voor hem zorgen. Het was beter geweest als hij ook dood was gegaan, vindt hij.

Hij probeert zijn moeder te herkennen in de merel op het hekje voor hem. Hij herinnert zich dat hij altijd samen met zijn moeder mediteerde. In het huis van zijn tante is het veel te stil om te mediteren. Hij kan zich dan niet concentreren. Niemand in zijn klas mediteert. Of doet aan yoga. Hij wel, want zijn moeder hield heel erg van die dingen. Houdt. De kinderen in zijn klas noemden zijn moeder altijd zweverig. Nu durft niemand het meer over zijn moeder te hebben. De juffrouw zegt altijd dat het oké is als hij even vijf minuutjes nodig heeft om te mediteren. Ze snapt niet dat hij alleen maar vuur en dode mensen voor zich ziet als hij zijn ogen sluit.

Hij sluit aan in de rij voor de ijskraam en kijkt omhoog. Als hij lang genoeg omhoog kijkt wordt het blauw van de lucht steeds blauwer en begint alles te draaien. Dan voelt het of hij droomt. Of hij kan opstijgen en wegvliegen. Het voelt wel vaker of hij droomt. Eigenlijk altijd. Sinds een jaar. Hij lag drie maanden in coma in dat ziekenhuis maar sinds hij daaruit is ontwaakt lijkt het of hij altijd droomt. Zonder nachtmerries want die duren maar kort en daaruit schrik je altijd wakker. Die heeft hij ’s nachts.

Hij eet zijn frambozenijsje en kijkt naar de pelikanen in hun zwembad. Mama houdt van pelikanen. Mama maakt schilderijen en het schilderij met de pelikaan hangt nu op zijn kamer bij zijn tante. Ook het schilderij van het pimpelmeesje. Toen hij zijn moeder voor het slapengaan ooit vroeg als wie zij later zou terugkomen, wees ze naar dat schilderij. 'Wie weet, misschien als dat vogeltje daar?' Niemand in zijn klas gelooft in reïncarnatie maar zijn mama, papa, broertje, zusje en hij wel.

Hij kijkt rond maar ziet geen pimpelmeesjes. Wel een merel, maar dat is ze dus niet.

Hij vindt het moeilijk om over zijn mama te denken. Als ze niet dood was zouden hij en zij heus wel samen naar de dierentuin zijn gegaan. Soms vindt hij het moeilijk om net te doen alsof zijn ouders niet dood zijn. Bij de anderen is het veel makkelijker. Otto en Hüseyin kan hij zich makkelijk levend voorstellen. Zelfs Selena, ook al heeft hij haar nog in het echt ontmoet. Als hij heel erg zijn best doet kan hij Isaac zelfs levend voor zich zien, ook al herinnert hij zich nog goed hoe zijn lichaam in brand vloog en hoe hij krijste toen het vliegtuig neerstortte.

Ze noemden hem een wonder omdat hij als enige de ramp heeft overleefd, maar dat is hij helemaal niet. Hij is een spook. Doorzichtig, eigenlijk helemaal niet hier. Als het heel druk is in de dierentuin kan hij onder de mensen zijn zonder dat iemand hem aankijkt. Dan beeldt hij zich in dat hij dood is zoals de rest en dat hij gewoon gezellig naar de dierentuin is met zijn andere spookvrienden. Dat is een soort spelletje dat hij speelt. Spoken gaan ook naar de dierentuin, daar is hij van overtuigd.

Er landt een roodborstje op het bankje naast hem. Het vogeltje kijkt rustig rond. Robin kijkt hem aan en het roodborstje kijkt terug. Robin glimlacht. Hij strikt zijn veter, maar het roodborstje vliegt niet weg. Er welt een vreemd gevoel op in zijn buik. Hij slikt. Hij legt zijn hand op het bankje maar de vogel blijft zitten.

Hij leunt met zijn gezicht in de richting van het oranje-witte beestje. Zijn haar is bijna net zo oranje. Het vogeltje piept zachtjes. Robin luistert aandachtig.

 

 

In samenwerking met Uitgeverij Lebowski publiceert deFusie om de twee weken een kort verhaal van aanstormend talentHeb je zelf een goed kort verhaal? Stuur dan een e-mail dan naar redactie@defusie.net. Lees hier de Lebowski Blog.

Meer Verhalen
Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven