Flickr / Maarten Dirkse

Rutte, check je BAZO!

De verkiezingen zijn afgelopen, de kinderen worden naar bed gestuurd en de sterke drank komt op tafel. De echte politiek begint: de formatie. Hoe onduidelijker de meerderheden zijn hoe onvoorspelbaarder dit proces is. De formaties waren de afgelopen jaren dus schimmig en onzeker, en dat zullen ze ondanks de heldere uitslag van gisteravond nu ook wel zijn. Eén ding is wel duidelijk: in Nederland wordt de koers primair bepaald door de kwaliteit van de onderhandelaars. De stem van het volk is bijzaak. Aan de hand van twee historische formaties laat ik zien hoe fractievoorzitters onplezierige verassingen kunnen voorkomen.

De mislukte formatie Den Uyl-Van Agt in 77’
Bij de verkiezingen van 1977 verzilverde de PvdA de ‘premierbonus’ ook. Ze behaalde een winst van tien zetels en bemande ruim een derde van het parlement (53 zetels). Het lag voor de hand dat het meest linkse kabinet ooit zijn werk kon voortzetten. Na onderhandelingen met zijn voormalige vice-premier Dries van Agt werd Joop den Uyl echter geen minister-president. Zijn partij kwam niet eens in de regering. Van Agt besteeg namelijk het bordes met de liberaal Wiegel en ze zaten de rit vier jaar uit. Hoe was deze uitkomst mogelijk?

Rutte moet er voor waken niet dezelfde fout te maken als Den Uyl.

Allereerst speelden persoonlijke verhoudingen een rol. De relatie tussen Van Agt en de PvdA was niet goed. Van Agt was vice-premier en minister van justitie geweest onder Den Uyl. Zij konden het van meet af aan moeilijk met elkaar vinden. Hun karakterologische verschillen bleken onoverbrugbaar. Den Uyl was de serieuze brenger van het socialisme, die voortdurend wilde overtuigen met rationele argumenten, Van Agt de ouderwets maar briljant formulerende jurist die hield van improvisatie en relativering. Het wilde niet boteren. Bekend is de herinnering van Van Agt dat hij na het houden van een betoog Den Uyl (als voorzitter van de ministerraad) zag noteren: “Van Agt: onzin.”

Daarnaast was Van Agts verhouding met de Partij van de Arbeid zeer slecht. Hij vond dat hij als minister meermaals onredelijk hard was aangepakt door de PvdA, nota bene zijn coalitiepartner. De zaken ‘Menten’ en de ‘abortuskliniek Bloemenhove’ zijn hiervan voorbeelden. Uit de biografie van Van Agt blijkt dat de PvdA’ers Van Thijn en Kosto beoogden minister Van Agt te beschadigen en tegelijkertijd de coalitie en premier wilde ontzien.[1]

De aanval werkte averechts; het CDA, dat in deze periode ontstond, werd eensgezinder en Van Agts populariteit groeide. Hoewel dit Van Agt goed uitkwam, zou hij de aanvallen niet vergeten. Deze geschiedenis maakte de onderhandelingen voor een nieuw PvdA-CDA-kabinet bij voorbaat lastig, maar was niet doorslaggevend. Veel belangrijker was een strategische fout van de PvdA.

De PvdA was als gezegd met een flinke verkiezingswinst gegroeid naar 53(!) zetels. Het CDA ontving 48(!) zetels. Op basis van zijn winst vond Den Uyl het volkomen normaal dat hij meer te eisen had dan Van Agt. Hij wilde bijvoorbeeld voortdurend één minister meer leveren dan het CDA. Een groot voordeel bij stemming in de ministerraad. Van Agt verklaarde hierop in de pers: “Ik loop nog liever door een glazen deur!” [2]. De onderhandelingen zouden maanden duren en niets opleveren. Waarom liep het zo stroef? Een belangrijk verschil in de positie van de PvdA en het CDA, waar Den Uyl geen oog voor had, zat niet in het aantal zetels, maar in het hebben van een alternatief. Voor Den Uyl bestond geen alternatief voor het CDA, maar voor Van Agt wel voor de PvdA: Wiegel en zijn VVD. Tussen Van Agt en Wiegel was sprake van chemie. Nadat Van Agt de langslepende onderhandelingen met Den Uyl staakte was hij er pijlsnel uit met het latere orakel uit Diever. Den Uyl nam gefrustreerd plaats in de Tweede Kamer. Tussen hem en Van Agt kwam het niet meer goed.

Een belangrijk verschil in de positie van de PvdA en het CDA, waar Den Uyl geen oog voor had, zat niet in het aantal zetels, maar in het hebben van een alternatief.

De mislukte formatie van Paarsplus ‘10
Een andere interessante casus is het mislukken van “paarsplus” in 2010. Hoewel de verkiezingsuitslag verschilde van die van ’77 lijken de mislukte formaties op elkaar. Ook hier maakte de PvdA een strategische fout. Na een zeer moeilijke verkiezingsuitslag startte de onderhandelingen voor een Paarspluskabinet. De stemming leek goed. Er bestond een mate van overeenstemming in leeftijd, wereldbeeld en ervaring tussen Pechtold, Halsema, Rutte en in mindere mate Cohen. Toen de fractievoorzitters er ogenschijnlijk uit leken, gebeurde er iets interessants. In de peilingen verloor de VVD bijna de helft van zijn zetels terwijl de PVV gegroeid was naar een schrikbarend aantal van meer dan dertig zetels.

Cohen en Rutte werden het toch niet eens over het bedrag dat bezuinigd moest worden gedurende de kabinetsperiode. De onderhandelingen werden gestaakt. Het leek Cohen verstandig dat Rutte eerst met PVV en het CDA ging praten. De voormalige burgervader rekende er op dat deze gesprekken tot niets zouden leiden. Het CDA was immers zijn wonden aan het likken en wilde oppositie voeren. “Het CDA past slechts bescheidenheid,” zei Verhagen op de bekende manier, om later het halve regeerakkoord te schrijven. Langstudeerders weten daar alles van. Cohen dacht bovendien dat de VVD te fatsoenlijk zou zijn om met de PVV te regeren. Kortom, Rutte zou met hangende pootjes bij hem terug komen. Een inschattingsfout, zo bleek.

Cohen verschafte Rutte hiermee namelijk de ultieme motivatie om de deal rond te krijgen met het CDA en de PVV. Bovendien was Rutte er van doordrongen geraakt dat hij zijn electorale concurrenten aan zich moest binden. Zo kon de VVD niet worden leeggegeten aan de rechterkant, zoals tijdens de onderhandelingen voor paarsplus al gebeurde. Een gedoogconstructie werd bedacht omdat de PVV geen ministeriabele kandidaten had. Voor de gevierde bestuurder Cohen betekende dit onderhandelingsresultaat een veroordeling tot het blauwe pluche van de oppositiebanken, waar hij niet uit de verf kwam.

Beste alternatief zonder overeenkomst
Wat hebben de formatie van ‘77 en ‘10 gemeen? Iedereen die iets weet van onderhandelen kent de ‘Harvard-methode’ van de juristen Roger Fischer en William Ury. Zij bestrijden de veelvoorkomende opvatting dat onderhandelen slechts twee stijlen kent: hard of zacht. Er is namelijk een derde manier: principieel onderhandelen - zowel hard als zacht. Principieel onderhandelen vereist van de onderhandelaar een omslag van denken in posities naar denken in belangen.

Principieel onderhandelen vereist van de onderhandelaar een omslag van denken in posities naar denken in belangen.

Het bekende voorbeeld zijn de zusjes die ruziemaken om een sinaasappel. Wanneer zij met elkaar in gesprek gaan en elkaars belangen leren, begrijpen zij dat de ruzie overbodig is. Zusje één wil namelijk de sinaasappel vanwege het vruchtvlees voor sap, terwijl zusje twee geïnteresseerd is in de schil als ingrediënt voor een taart. Door elkaars belangen te kennen wordt de onderhandelingsruimte vergroot omdat meerdere oplossingen mogelijk blijken.

Voor formerende fractievoorzitters is interessant wat Fischer en Ury zeggen over onderhandelen met sterkere partijen. Om zijn onderhandelingspositie te bepalen moet een onderhandelaar zich afvragen wat de beste optie is als de onderhandeling strandt. Deze noemen zij de “BAZO”: beste alternatief zonder overeenkomst. [3]

Een Nederlandse toerist op de markt in Marrakech heeft veel meer middelen dan de verkoper. Toch is de positie van de verkoper sterker, omdat hij kennis heeft van de markt. Als deze toerist niet toehapt, verkoopt hij de waterpijp wel aan de volgende. Van Agts positie was sterker dan die van Den Uyl, omdat hij wist dat hij terecht kon bij Wiegel. Door te denken dat Rutte er nooit uit zou komen met Wilders en Verhagen creëerde Cohen zijn eigen ondergang.

Kortom, uit de twee geschiedenissen blijkt dat onderling vertrouwen tussen partijen van groot belang is. In de Nederlandse politiek geldt: zonder vertrouwen vaart niemand wel. Nog belangrijker is het kennen van de BAZO. Nu Rutte de verkiezingen heeft gewonnen is het echte spel begonnen. De uitslag doet denken aan die van ’77. De premier wint tien extra zetels, maar tegelijkertijd is de tweede partij groot. Het geeft vertrouwen dat de relatie tussen de lijsttrekkers nu veel beter is dan in de jaren zeventig. Toch moet Rutte er voor waken niet dezelfde fout te maken als Den Uyl. De jaren zeventig leren dat ook heldere verkiezingsuitslagen tot onvoorspelbare kabinetten kunnen leiden.

Voor wie meer wil weten over dit onderwerp:

[1] In het boek De Formatie houdt Van Thijn zich overigens op de vlakte over zijn toenmalige motivatie.
[2] J. Van Merriënboer (2008), Van Agt: Tour de Force. Biografie., p. 269
[3] R. Fischer & W. Ury, (1981), Getting to yes, p. 99

Gerelateerde artikelen
Reacties
13 Reacties
  • Mooi stuk!
    Ik vraag me wel af of er echt een alternatief kan zijn voor de PvdA om het scenario vanAgt-denUyl te doen herhalen.
    Denk jij dat Rutte moet oppassen voor een mogelijke coalitie PvdA, SP, CDA, D66,(GL)?

  • Arjan Miedema,

    Prachtig stuk! Mag ik het zo vertalen naar de uitslag van gisteren ...

    Aan de tafel zitten straks twee partijen die ongeveer evenveel hebben gewonnen en ongeveer even groot zijn, maar Rutte lijkt toch de betere hand te hebben door het kleine winstje dat D66 heeft geboekt: VVD / CDA / D66 is mogelijk!

    Samsom heeft zo een alternatief eigenlijk niet, door het spectaculaire verlies van GL en de sterke (virtuele) daling van SP. Alleen de (onrealistische?) optie zou je Samsoms BAZO kunnen noemen: PvdA / CDA / D66 / SP.

    Of vergeet ik iets?

  • Arjan Miedema,

    Ik zat zo druk te typen dat ik jouw reactie heb gemist Tommi, maar ik denk dus dat Samsom meer moet oppassen dan Rutte :).

  • Ko van 't Hek,

    Arjan,

    VVD+CDA+D66 =
    41+13+12 = 66 zetels, dus niet mogelijk.

    Middenlinks (jouw onrealistische optie) lijkt eigenlijk het enige alternatief?

  • Corneel den Hartogh,

    Ha Arjan,

    Je rekent mis: VVD / CDA / D66 is niet mogelijk; oftewel beide partijen hebben geen echt alternatief. De vraag is ofwel CDA ofwel D66 + GroenLinks (voor meerderheid in de Eerste Kamer). Hierbij zal Rutte's voorkeur naar CDA uitgaan, terwijl Samsom liever progressief kiest. Tot elkaar veroordeelt zijn ze sowieso...

  • Arjan Miedema,

    Gelukkig.. ik was vanmorgen duidelijk nog een beetje in de war en zag t grote gevaar op de loer liggen...

  • Jasper Groen,

    VVD/CDA/D66 = 41+13+12=66. Dan zijn ze er nog niet... PVV erbij brengt het op 79, maar dat lijkt me nou niet zo'n aantrekkelijk BAZO.

    Zo beschouwd is dan zelfs de combi PvdA, D66, CDA, SP (39+12+13+15=79) waarschijnlijker: dus toch een beter BAZO voor Samsom.

    Mooi artikel, Karsten.

  • kritisch zijn is altijd goed, arjan. onee, toch niet!

    goed artikel karsten.

  • Goed stuk!

  • Karst, je vroeg om kritiek.
    Hier is ze. (Excuses voor mogelijke taalfouten, mijn hersenen willen wel maar ook weer niet)
    //

    Die meisjes met die sinaasappels, ik vind ze leuk. Ze willen allebei wat en ze krijgen allebei wat ze nodig denken te hebben.
    De ideale situatie.

    Maar ik kan mij voorstellen dat als er onderhandeld moet worden dat er belangen over tafel komen die tegen de principes van een van de onderhandelaars in gaan. De ene partij wil bijvoorbeeld geld uitgeven om te stimuleren en de andere wil korten om zaken op orde te krijgen. Het lijkt mij moeilijk om in een dergelijke situatie de schil van het vruchtvlees te onderscheiden.

    In de politiek gaat het om macht en het delen van macht, ik weet het. Maar principieel als ik ben zou ik als politicus niet met mijn belangen gaan kwartetten om zo aan de schijn macht te kunnen komen.

    Los van eigen principes vind ik ook dat een partij geloofwaardig moet zijn in dat wat ze in de verkoop en uitverkoop doet. De VVD, het CDA en de PVV leken in de afgelopen 'tranferrondes van idealen' meer eigen grondbeginselen over boord te gooien dan dat ze binnen konden houden. Als een luchtballon steeg ze op en ze kwam keihard weer neer.

    En om dan nu mijn punt te maken.
    Of het nu aan de vergadertafel van de koningin was of aan de vooravond van de verschrikkelijke nucleaire ramp in Hiroshima. Mensen met macht en belangen, ze rationaliseren. Ze schakelen hun 'common sense' uit en denken ethisch te kunnen handelen binnen een onethische situatie. Ze vergeten vaak dat de situaties waarin ze zitten, de keuzen die ze moeten maken een kunstmatige voorstelling van zaken zijn.

    Job Cohen zou binnen de context van macht afgeschilderd kunnen worden als een slechte onderhandelaar. Mijn verhaal is dat hij trouw is gebleven aan zijn idealen en macht als middel beschouwde om zijn idealen te realiseren. Hij had dus niet het doel om de macht te pakken. Welke BACO Rutte ook voor handen heeft, hij is bereid om gammele luchtballons te bouwen mits hij haar daar zijn eigen macht mee behoudt. Rutte heeft zijn leven lang niet anders gedaan dan dat doel nastreven. Minister president worden. Opperbaas zijn, de uberlord. Het siert zijn karakter, zijn welwillendheid en zijn gave om van uit een helikopterview te opereren en te handelen.

    Ik zou het alleen fijn vinden als dit kabinet een kabinet gaat worden die de kiezer niet hoeft uit te leggen dat zij tonnen met water bij de wijn heeft hoeven doen. En als dit betekent dat Samsom de eer aan zich zelf houdt en niet mee regeert dan lijkt mij dat een wijzer plan dan dat hij meevliegt in de gammele luchtballonnen van Rutte.

    In ieder geval, ik laat hem op een tegeltje drukken.

    'De schil van het vruchtvlees onderscheiden'.

    Veel goeds,

    Eric

  • Sicco de Knecht,

    Nog een gedachte die mij tijdens Buitenhof opkomt en ik helaas niet vaak hoor: er is hier kans op een mooie chemie.

    We hoeven daarvoor niet heel ver terug in de tijd; de tijd dat noch Samsom, noch Rutte baasjes waren van hun partijen. Een tijd waarin ze over het algemeen nog met hun voornaam aangesproken werden. Dit was een tijd waarin beiden lieten zien eigenlijk een broertje dood te hebben aan het evangelisme waar hun partijen mee doordrongen zijn.

    Om de reactie niet te lang te maken, twee korte voorbeelden:
    - Diederik sloot zich ooit aan bij een politieke groep waarvan de leden o.a. mijn held Boris van der Ham betroffen: 'De Nieuwerlingen'. Een club jonge politici die over de inhoud en juist niet over de vorm wilden discussieren (niet debatteren). Diederik stond en staat een politiek voor die werkt naar een oplossing en nog wel op een duurzame manier.
    - Mark was er politiek nog vroeger bij. Hij riep in het verleden op tot samenwerking met de PvdA maar nog belangrijker: was ooit groenrechts en zag de voordelen van duurzaam groeien. Inderdaad is teflon-Mark tegenwoordig een leider die elk beleid wel wil verdedigen zolang hij de baas mag spelen, misschien heeft hij in het verleden zijn idealen laten lopen. Niemand kan echter ontkennen dat het er bij tijd en wijlen echt op leek dat Femke en Mark in een oogwenk samen een kind hadden kunnen krijgen.

    Laat dat kind het nieuwe regeringsakkoord zijn. Diederik en Mark, samen Groenrechts!

  • Besten,

    Dank voor de reacties! Het rekenen laat ik graag aan anderen over, maar op het principiële commentaar van Eric ga ik met plezier wat dieper in. Als ik je goed begrijp, zijn er drie punten van kritiek op mijn stuk:
    1. Mijn analyse gaat alleen over macht;
    2. De Harvard-methode is alleen geschikt voor ideale situaties. In een complexere situatie kan men niet altijd ‘de schil van het vruchtvlees onderscheiden’;
    3. Mark Rutte is een machtspoliticus.

    Mijn antwoorden:

    1. In jouw kritiek dat mijn analyse alleen over macht gaat, lijk je een onderscheid te maken tussen belangen en principes. Ik denk dat we een verschillende opvatting van belangen hebben. Een belang is in mijn ogen een breed begrip dat door ieder belanghebbende individueel ingevuld kan worden. Belangen kunnen dus van alles zijn: een inkomen, recht op gezondheidszorg, behoud van de hypotheek, maar ook een principe waar een onderhandelaar aan vast wilt houden. Een principe of ideaal kan dus een belang zijn. Jouw onderscheid tussen belangen en principes maak ik dus niet. Daarom gaat mijn artikel niet per se alleen over macht.
    2. Je tweede punt is dat de harvard-methode alleen geschikt is voor ideale situaties. Men kan niet altijd ‘de schil van het vruchtvlees onderscheiden’. Ten eerste heb je gelijk. In sommige situaties kun je eenvoudigweg niet de schil van het vruchtvlees losmaken. Toch denk ik het dat het bijna altijd de moeite loont om het te proberen. Dit zal ik uitleggen. Het is achteraf makkelijk om een goed onderhandelingsresultaat te danken aan de ‘ideale situatie’. Ik denk niet dat de zusjes het vooraf met je eens zouden zijn (Zie het ei van Columbus). Meer inhoudelijk klopt jouw opmerking uiteraard dat het voorbeeld van de zusjes, naast seksistisch, sterk vereenvoudigd is. Het is niet te vergelijken met de complexiteit van bijvoorbeeld formatie-onderhandelingen. Deze grotere complexiteit hoeft echter geen nadeel te zijn voor de harvard-methode. De kern van onderhandelen via deze methode is dat je verder kijkt dan standpunten alleen. Je probeert een situatie te creëren waarin je samen naar oplossingen zoekt die de belangen achter de standpunten dienen. Ik zou denken dat hoe complexer de situatie is, hoe groter het aantal mogelijke oplossingen om de belangen te dienen. Zo beschouwd hebben Rutte en Samsom het dus veel makkelijker dan de zusjes;)
    3. Een politicus die niet streeft naar macht vind ik oninteressant of ongeloofwaardig. Politiek heeft veel functies, maar een van de belangrijkste is toch wel het uitoefenen van een invloed. Daar heb je (meestal) macht voor nodig. Een politicus die daar niet naar streeft, heeft dus een opvatting van politiek die te ver van mij afstaat of (nog erger)is niet integer. Ik voel niet de behoefte Mark Rutte te gaan verdedigen, maar ik vind wel dat in zijn discussies over zijn optreden te vaak uit het oog wordt verloren dat hij een premier was van een minderheidskabinet. Dit betekent in mijn ogen überhaupt dat hij een andere rol had dan andere premiers. Een rol die meer gericht is op het faciliteren van beleid en het zoeken naar wisselende meerderheden en minder op het uitdragen van zijn eigen principes. Daar is hopelijk in het volgende kabinet meer ruimte voor!

    Ik hoop dat ik op bevredigende wijze ben ingegaan op je kritiek Eric!

  • Karst,

    Je onderscheidt tussen macht en belangen begrijp ik. Het punt die ik wou maken betrok zich meer op het principe wanneer een onderhandelingsronde succesvol of niet succesvol is. Je zette Cohen in die zien niet geheel objectief neer en leek enigszins partijdig. Het zat hem in de hangende pootjes, denk ik.

    Ook mooi om te zien dat je niet voor Rutte op wil komen maar het vervolgens wel doet. In die zin ben je een echte politicus. Ik voel wel de drang om Rutte en zijn minderheidskabinet aan te vallen maar ik doe het niet. Met de punt naar voren, zullen we maar zeggen.

    De media lijkt het idee op te pakken dat de VVD en de PVDA het gaan proberen. Ik hoop dat de grote mannen zich kunnen vinden in je positieve houding jegens het aantal mogelijkheden die er zijn om de sinaasappel te gaan verdelen.

    Maar bezuinigen of uitgeven?
    Voor mij blijft het appels met peren..........

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven