Wikimedia Commons

Ruzie à la Hollandaise

Afgelopen vrijdagmiddag 8 februari verscheen een persbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken over het opheffen van de subsidie aan het Parijse Institut Néerlandais (IN). Het persbericht was een klassieker in het genre van eufemistische onder-de-tafel-veeg-berichtgeving waarbij de titel Nieuwe Opzet Culturele Activiteiten Frankrijk suggereerde dat er weinig aan de hand was. Dit bericht met z’n zalvende titel werd bovendien de wereld in geholpen op een tijdstip waarop de meeste mensen reeds “weekend!” hebben getwitterd en geen gade meer slaan op ’s lands subsidiebeleid.

BZ wilde het stilletjes mededelen vanwege de mediastorm die vorig jaar ontstond toen het voortbestaan van het IN plotseling ter discussie stond. Begin 2012 was er enige berichtgeving in de media over de onzekere toekomst van het IN  waar heel francofiel bon ton Nederland over viel.  Dit verzandde al snel in een klaagzang van allerhande lokale neerlandici die nu hun theekrans met culturele significantie verloren. Die eenzijdige woede was jammer, want het is duidelijk dat er een andere invulling gegeven moet worden aan de activiteiten van het IN, aangezien de activiteiten doorgaans door dezelfde kleine groep mensen wordt bezocht. Wat is eigenlijk de (culturele) relevantie van een dergelijk instituut in Parijs?

Nederland profileert zich in het buitenland, niet alleen met ambassades, maar ook met culturele instituten. Hier zijn er niet veel (meer) van: de ambassades in Berlijn, Londen en New York werken alleen met een cultureel attaché die de culturele activiteiten ter plaatse overziet. Er zijn wel wetenschappelijke Nederlandse instituten die vooral vanuit OC&W gesubsidieerd worden, in Rome, Florence, Athene, Sint Petersburg, Istanbul, Caïro, en Rabat. Het instituut in Damascus is onlangs gesloten. Het enige andere overgebleven culturele Nederlandse Instituut is in Jakarta.

Het persbericht was een klassieker in het genre van eufemistische onder-de-tafel-veeg-berichtgeving waarbij de titel Nieuwe Opzet Culturele Activiteiten Frankrijk suggereerde dat er weinig aan de hand was.

Het IN was aanvankelijk het verlengde van de Fondation Custodia, die opgericht was in 1947 om de private kunstcollectie van Frits Lugt tentoon te stellen. Frits Lugt nam dan ook het initiatief om 11 jaar later het IN op te richten en het samn met zijn Fondation in een hôtel particulier aan de Rue de Lille te huizen. Op het IN vindt men een kunstgeschiedenisbibliotheek, en er worden actuele tentoonstellingen en evenementen georganiseerd die met Nederland te maken hebben. Dit zijn doorgaans schaars bezochte evenementen die altijd door dezelfde Nederlanders worden aangedaan. Het onderdeel van het Institut dat wel geld in het laadje bracht waren de talencursussen Nederlands. Deze cursussen werden niet alleen aangedaan door KLM/Air Francepersoneel, maar vooral door (kunst)geschiedenisstudenten die het Nederlands nodig hebben om (oud)Nederlandse teksten te kunnen bestuderen. De geplande maatregel om de cursussen af te scheiden van de rest van het IN is uiteindelijk niet doorgegaan. Het voorgestelde schisma maakte deel uit van een reeks rigoureuze beleidsmaatregelen om deze dinosaurus meer vorm te geven in een kabinetsperiode waar geld gevonden moest worden op allerlei plaatsen en de culturele eenoog koning was.

Wat mij opviel was dat er geen geluid vanuit het IN kwam om weer relevant te worden, er werden wel petities gemaakt, maar tot enige structurele verbetering of vernieuwing om de bezoekersaantallen uit het slop te halen kwam het niet.

Nu bleek het budgettair snijden niet de enige vijand van het IN, het wanbeleid dat er gevoerd werd speelde ook mee. De in 2009 aangestelde directrice Jeanne Wikler, is sinds een jaar of wat disfunctioneel omdat ze dwars werd gezeten door haar personeel. Als Amerikaanse die via de mimekunst en haar echtgenoot in contact kwam met het Nederlandse culturele erfgoed, werd ze aangesteld om een frisse wind door het pand te doen waaien. Haar gedachten over “rendabel worden” en “vernieuwing” vielen niet goed bij het lokale personeel waardoor er blijkbaar wrijving ontstond. Een voorbeeld van mw. Winklers vernieuwing was bijvoorbeeld de vertoning van de film Sint, een cinematografisch hoogtepunt dat ter plaatse een man of 15 trok.

Parijs lijkt op dit ogenblik niet de plek voor Nederland om zijn diplomatieke pijlen op te richten. Maar een van de grootste multilaterale instellingen in Parijs is UNESCO; de cultuur- en onderwijstak van de Verenigde Naties. Er valt wat mij betreft als klein landje alleen te pleiten voor brave deelname aan deze grote instellingen, bovendien zijn we als NL groot voorstander van de VN met DH als tweede stad na NYC. Er zijn bovendien meer dan 40 culturele instituten in de lichtstad, die allemaal verschillende landen en culturen vertegenwoordigen.

Sinds Rutte is het ministerie van Buitenlandse Zaken een andere koers gaan varen, met een duidelijke focus op economische diplomatie. In deze tijden van economische problemen lijkt het me logisch dat er niet alleen gekort moet worden, maar ook dat het grotere beleid aangepast moet worden. Om contacten te leggen, zodat we nieuwe handelspartners kunnen vangen en de oude aan ons kunnen binden. Maar als we nu kijken naar een land waar we vooral door Air France aan verbonden zijn, en waar Peugeot en Renault steeds meer de diepte in gezogen worden (om nog maar te zwijgen van de recente massa-ontslagen bij Goodyear) lijkt me dat economische betrekkingen op dit ogenblik moeilijk liggen.  Uitwisseling op cultureel vlak kan faciliterend werken om grotere maatschappelijke problemen bloot te leggen en te begrijpen, nog los van esthetiek en soi. Behalve uitwisseling van expertise en de standing in Parijs: ook omdat we op deze manier beter kunnen accepteren dat Frankrijk en Nederland allebei last hebben van vergane glorie. Niet alleen kunnen we putten uit reeds gemaakte kunst, maar vooral uit de huidige initiatieven van kunstenaars, zij bieden een venster op de werkelijkheid waardoor culturele relevantie gelijk komt te staan met maatschappelijke relevantie.

Uitwisseling op cultureel vlak kan faciliterend werken om grotere maatschappelijke problemen bloot te leggen en te begrijpen, nog los van esthetiek en soi.

Een mevrouw die niet meer functioneert is tragisch, maar dat zo iemand wachtgeld ontvangt terwijl het instituut op omvallen staat, is niet recht te praten. Toch is het jammer dat mensen wel een petitie kunnen ondertekenen, en niemand het plan vat om iets te ondernemen om verbetering te brengen. Waar zijn die debatten over Air France/KLM, praatjes over populisme in West-Europa, de rol van Van Gogh (Vincent en ook de laatste, Theo)? Het aanzwengelen van het maatschappelijke discours en daarbij de betrekkingen tussen Nederland en Frankrijk kan nog steeds; een platform als het IN lijkt mij daarvoor de ideale plek. Overigens, om in Frankrijk bijvoorbeeld diplomaat te worden moet je nog steeds een tentamen Culture Générale halen.

Kortom: vreemd dat een francofiel als Frans Timmermans het anti-cultuurbeleid van zijn voorganger wil doorvoeren, en de mentaliteit van degenen die pleitten voor behoud van het IN heeft niet meegeholpen. De mensen ter plaatse hebben alleen maar handtekeningen ingezameld in plaats van het Institut daadwerkelijk relevant maken. De niet functionerende directrice zit nog steeds op haar plek. En de Parijzenaars die weten gewoon niet wat ze missen. Misschien dat kopje Hollandse koffie met de potentiële liefde van hun leven.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven