Flickr / Beyond Forgetting

Santo Subito

Hoewel we inmiddels negen jaar en twee pausen verder zijn, is de herinnering aan paus Johannes Paulus II nog steeds springlevend. De Poolse paus, geboren als Karol Wojtyła was een opmerkelijke figuur: de eerste niet-Italiaanse paus in bijna 500 jaar, één van de langstzittende pausen in de geschiedenis met een pontificaat van meer dan een kwart eeuw, en een uitzonderlijk mediagenieke Heilige Vader. Direct na zijn dood kwam er nog een record bij: als reactie op de roep Santo subito werd Johannes Paulus II ongeëvenaard snel zalig verklaard. Op 27 april krijgt hij bovendien de hoogste eer die een Katholiek kan toekomen: hij wordt heilig verklaard.

Er lijken in deze heiligverklaring twee werelden te botsen. Een man die tijdens het laatste kwart van de 20e eeuw niet van de televisie weg te denken was wordt nu als heilige opgenomen in het gezelschap van Sint Nicolaas, Sint Maarten en de Apostelen. Een man die handen heeft geschud met Fidel Castro, George W. Bush en Bono (en zelfs Bono’s beroemde zonnebril heeft opgehad) kan vanaf 27 april door Katholieken worden aangeroepen in het gebed, zodat hij een goed woordje voor ze kan doen bij God de Vader. Maar juist in het Katholicisme is de lijn tussen de wereld van media en politiek en de wereld van spiritualiteit snel overgestoken.

Een canonisering (heiligverklaring) is iets wezenlijk anders dan bijvoorbeeld de jaarlijkse lintjesregen. Wanneer de koning iemand benoemt tot ridder, is die persoon pas na de ceremonie officieel ridder. De ceremonie is dus performatief: het is nodig dat iemand met de bevoegdheid daartoe de woorden ‘ik benoem u tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau’ uitspreekt om de benoeming uit te voeren. Canonisering is juist niet performatief: of iemand wel of niet heilig is hangt niet af van een ceremonie in het Vaticaan. Een heiligverklaring is alleen een formele erkenning van de heiligheid van een persoon.

Juist in het Katholicisme is de lijn tussen de wereld van media en politiek en de wereld van spiritualiteit snel overgestoken.

Het Vaticaan spreekt dus op 27 april zijn rotsvaste vertrouwen uit dat Johannes Paulus II door God is opgenomen in de hemel. Heiligverklaring is geen uitreiking van een VIP-ticket voor de hemel, maar een oproep tot verering en nabootsing van de heilige.

Daarin lijkt een heiligverklaring wel wat op de traditionele storm aan tv-specials rondom het overlijden van personen als Lady Diana, Michael Jackson of Nelson Mandela. Het verschil zit vooral in de grotere bescheidenheid van de Kerk. Waar de media direct na iemands overlijden de balans van een leven proberen op te maken, waar kranten en journaals direct iemands waarde en belang proberen te duiden, is er in de Katholieke Kerk een lange procedure die aan heiligverklaring vooraf gaat. De waan van de dag is niet genoeg voor een formele erkenning van heiligheid. Daarom is er normaliter een wachttijd van vijf jaar na het overlijden voordat de procedure van canonisering überhaupt begint, waarna een commissie van allerlei specialisten – theologen, juristen, historici, een medische adviesraad – uitgebreid onderzoekt of een kandidaat voldoet aan de criteria voor heiligheid.

Bij het overlijden van Johannes Paulus II in 2005 was er in eerste instantie een mediacircus van eenzelfde aard en omvang als bij Nelson Mandela; op zijn begrafenis kwamen meer wereldleiders bijeen dan ooit eerder in de geschiedenis, en op het Sint-Pietersplein in Rome riep een uitzinnige mensenmassa tijdens de begrafenis op om hem meteen heilig te verklaren: Santo subito. Vanwege deze uitzonderlijke waardering direct na zijn dood besloot zijn opvolger, Benedictus XVI, om de gebruikelijke wachtperiode van vijf jaar te omzeilen en de procedure voor canonisering direct in gang te zetten.

Heilig worden is niet enkel weggelegd voor derde-eeuwse martelaren uit de krochten van Cappadocië.

Het onderzoek heeft enkele jaren geduurd, maar het bewijs is eindelijk verzameld en afgewogen, met de conclusie: Karol Wojtyła, Paus Johannes Paulus II, heeft in zijn leven op voorbeeldige wijze de Christelijke deugden tot uiting gebracht, en verdient dus verering en nabootsing. De procedure kwam begin 2013 ten einde toen de theologen van het Vaticaan een tweede wonder toeschreven aan Johannes Paulus: een terminaal zieke vrouw in Costa Rica was tegen alle verwachtingen in plots genezen nadat haar familie een altaar voor de overleden paus had opgericht.

Johannes Paulus II was tijdens zijn leven bepaald niet onbekend met canoniseringen. Zo heeft hij de traditionele heiligverklaringsprocedure laten stroomlijnen, om de wereld van vandaag te voorzien van aansprekende recente heiligen. Heilig worden is niet iets wat enkel weggelegd is voor derde-eeuwse martelaren uit de krochten van Cappadocië, maar voor iedereen die aan de roep tot getuigenis en naastenliefde gehoor geeft. Daarom heeft Wojtyła meer zaligen en heiligen laten uitroepen dan al zijn voorgangers in het afgelopen halve millennium bij elkaar, en veelal figuren uit het recente verleden: intellectuelen gevangen in het kruisvuur van de Tweede Wereldoorlog, zoals Maximilian Kolbe en Edith Stein, een eenvoudige wonderdadige pastoor als Padre Pio, of een van liefde en vergeving vervulde voormalige slavin uit Darfur als Josephine Bakhita. Zichtbare, herkenbare mensen en invoelbare rolmodellen.

Dat deze paus zelf, de ‘theoloog van het lichaam’, na meer dan een miljoen kilometer onvermoeibaar over de aarde te hebben gereisd, gevangen in zijn eigen geteisterde lijf tot het uiterste zijn missie heeft voortgezet, is van een vergelijkbare herkenbaarheid en eenvoud in boodschap: niet bang zijn, nooit opgeven. Het is daarmee geen verrassing dat hijzelf na zijn harde werk nu de verering krijgt die hij anderen zo graag wilde doen toekomen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven