Flickr / Atomicjeep

Schotland kan er geen genoeg van krijgen

De kiltwinkel waarin ik werk verkoopt naast mannelijke rokjes ook T-shirts. Ze hebben prints van alle Schotse woorden voor regen, de fel oranje vloeistof Irn Bru (Schotland is de enige plaats ter wereld waar Coca Cola niet de populairste frisdrank is) en een uitermate gedistingeerde  doedelzakspeler onder wiens afneembare kilt een harig achterste schuilgaat. Voor het referendum op 18 september kwamen daar shirts met 'Aye' (Ja), 'Naw' (Nee) of 'Mibbies' (Misschien) bij. Op 19 september suggereerde de baas een nieuw ontwerp waarin 'Yes' en 'No' elkaar de hand schudden boven de kreet: ‘#EnoughAlready!’. Hij vindt het mooi geweest met al het gedoe rond het referendum, en al snapt hij niet precies waar hashtags voor zijn, hij vindt dat ze wel hip staan. Een teleurgestelde, Yes-stemmende collega vindt het een slecht ontwerp. Als alternatief komt hij met een shirt waarop alleen '45' staat - het percentage Yes-stemmers - en een ander met de tekst: 'Don't blame me, I voted yes.'

De baas en de collega blijven het na het referendum oneens, en ook buiten kiltwinkels gaat het gesteggel door. Lidmaatschap van de afscheidingsgezinde Scottish National Party is zo sterk toegenomen dat de partij nu, paradoxaal genoeg, de op twee na grootste partij van het Verenigd Koninkrijk kan worden. De Schotse Groenen, de enige andere voorstanders van een Yes-stem, zagen hun ledenaantallen sinds het referendum bijna verdriedubbelen. In een tijd die volgens politicoloog Peter Mair wordt gekenmerkt door algemene onverschilligheid van burgers jegens politieke partijen is dat een afwijkend fenomeen. In Mair's Ruling the Void vinden we dat tussen 1980 en 2009 het aantal Britten dat lid is van een politieke partij afnam met 66.05 procent. De situatie in de rest van west Europa is niet heel anders, en volgens Mair betekent dit een serieus probleem voor het functioneren van onze democratie. Van oudsher vormen partijen een brug tussen groepen burgers en de regering, die zorgt dat de burgers zich als collectief kunnen laten horen, maar ook dat ze politici ter verantwoording kunnen roepen. Nu ziet hij een nieuwe vorm van democratie: ‘one in which the citizens stay at home while the parties get on with governing.’

Ook buiten kiltwinkels gaat het gesteggel door

Als een van de oorzaken voor politieke onverschilligheid noemt Mair het gebrek aan onderscheid tussen verschillende politieke partijen. In de context van het Verenigd Koninkrijk is het eenvoudig voor te stellen wat hij bedoelt. Toen Labour in 1997 na 28 jaar weer aan de macht kwam veranderde de Britse overheid haar koers van bezuinigingen en privatisering van overheidsbedrijven nauwelijks, tot frustratie van een groot deel van het linkse electoraat. Het verschil tussen links en rechts is zo klein geworden dat het nauwelijks nog lijkt uit te maken op wie je stemt, en het lijkt ouderwets om lid te worden van een politieke partij. Regeren verwordt tot een technische aangelegenheid die ver van de burger door ambtenaren en managers wordt geregeld.

Maar tijdens het Schotse referendum bleven de burgers niet thuis terwijl de partijen het regeren voor hun rekening namen. In sommige regio’s kwam 97% van de stemgerechtigden opdagen. De mogelijkheid een meer dan 300 jaar oud land uiteen te rijten is blijkbaar wel een echte keuze. Nee of ja. Samen of alleen. Een veelgehoord Yes-geluid was dat een stem niet een specifieke politieke kleur vertegenwoordigde, maar eerder de mogelijkheid om het anders te doen dan de regering in Londen. Die regering wordt dan voorgesteld als dichtgetimmerde club marktwerkingsfetisjisten die alleen kan denken in termen van downsizen, koopkracht en economische groei. Elk onsje verwijdering van deze systeemdenkers is dan meegenomen, waar die verwijdering ook op mag uitlopen.

De mogelijkheid een meer dan 300 jaar oud land uiteen te rijten is blijkbaar wel een echte keuze

Ergens afstand van nemen lijkt een wat gebrekkige grondslag voor een gloednieuwe regering. Maar wellicht is dit gebrek aan duidelijkheid juist de kracht van de Yes-beweging. In zijn lezing in de Rode Hoed van 24 september roemde Willem Schinkel het belang van utopisch denken voor de democratie. Niet dat een utopie als praktische oplossing voor problemen in de samenleving kan fungeren. ‘De utopie kan niet gefixeerd worden, of geclaimd, gemonopoliseerd, of vermaatregeld. Maar hij moet er wel zijn om de basale spanning in het leven te houden, tussen de twee zijden van de wereld, tussen het actuele en het potentiële.’ Het lijkt erop dat het idee van onafhankelijkheid, van de mogelijkheid het anders te doen op zichzelf een soort utopie vormt. Vanwege de fundamentele onzekerheid die gepaard gaat met een verstrekkende politieke omwenteling (er was veel te doen over de vraag of Schotland de pond zou kunnen houden) is het idee van onafhankelijkheid geen maatregel tegen een specifiek euvel. Sterker dan dat, een onafhankelijk Schotland zou ook bestaan in een wereld van internationale economische belangen en supranationale verdragen, net zo goed als het Verenigd Koninkrijk. Maar het gedroom over alternatieven zelf heeft duizenden Schotten doen beslissen lid te worden van een politieke partij. Of de dromen beklijven, en of ze de Schotse en Britse politiek zullen beïnvloeden zal de tijd leren. Maar het lijkt erop dat mijn baas de komende jaren nog heel wat politieke T-shirts kan slijten. Met of zonder hashtags.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven