Flickr / emmma peel

Schuld in het klein en in het groot

‘Dames en heren, we rijden achter een vertraagde stoptrein en daarom zullen ook wij enkele minuten vertraging oplopen.’ Eenieder die geregeld met de trein reist, kent dit tafereel. Ik maak als dit gebeurt altijd gebruik van de gelegenheid om mijn medemens eens grondig te observeren. Meestal reis ik buiten de spits, en word ik omringd door dagjesmensen en bejaarden, niet echt mensen waarvan ik verwacht dat ze op de minuut leven. Toch zijn hun reacties buitengewoon interessant. Gezucht, gesteun, en dan beginnen ze tegen elkaar: ‘Kunnen ze nu nooit eens op tijd rijden?’ ‘Zo moeilijk kan het toch niet zijn?’ ‘Het is al duur genoeg!’ Toegegeven, het is allemaal waar, maar dit artikel gaat niet over de gebrekkige organisatie van de Nederlandse Spoorwegen. We kunnen hieraan immers iets veel interessanters zien: de drang van de meeste mensen om een schuldige aan te wijzen. Deze gewoonte, die zich in het dagelijks leven al zo treffend laat zien, speelt ook een belangrijke rol in hoe we nadenken over het strafrecht. Maar is dat wel de juiste manier om hierover na te denken, of worden we misschien gelukkiger van een meer pragmatische denkstijl?

Als ik klaar ben met het observeren van mijn medemens, kijk ik even op mijn horloge, probeer ik me te herinneren hoe laat mijn volgende afspraak is, bereken of ik daar nog op tijd ga komen, en zo niet, dan bel ik even – ook in de stiltecoupé. Meer kan ik niet doen.

Interessant aan situaties zoals hierboven beschreven is dat steeds hetzelfde patroon zichtbaar is. Het ‘slachtoffer’ stelt vast dat de gebeurtenissen niet volgens plan verlopen. Vervolgens bepaalt hij wie daaraan schuldig is, wie een fout gemaakt heeft. Bij voorkeur is dat een ander dan hijzelf. De meeste mensen doen dit de hele dag door, als een soort gewoonte. Nadat het glas op de grond gevallen is: ‘Pas dan ook op!’ Maar het kan ook anders. Zelf stel ik eerst vast dat de gebeurtenissen inderdaad niet volgens plan verlopen. Dan stel ik vast welke onwenselijke gevolgen dat zal hebben. En dan bedenk ik wat ik nog kan doen om die nare gevolgen af te wenden, of om ze draaglijker te maken.

Hoewel het strafrecht voor de samenleving belangrijk is, heeft het individuele slachtoffer er welbeschouwd helemaal niets aan.

Dit klinkt als de meest redelijke handelswijze. Waarom zien we zo weinig mensen dit doen? Dat heeft te maken met entitlement – het gevoel ‘er recht op te hebben’. In een rechtvaardige wereld hebben mensen allerlei rechten. Zo heeft de bezitter van een treinkaartje het recht om vervoerd te worden. Soms is het echter onmogelijk om die rechten af te dwingen, en wie dan te lang bij zijn rechten stilstaat, zal zich dan onrechtvaardigd behandeld voelen.

Vaak betekent mijn pragmatische denkwijze dat zelf ik in actie moet komen om een probleem op te lossen waar ik helemaal geen schuld aan heb. Ik heb braaf een treinkaartje gekocht en toch moet ik bellen, mijn afspraken verzetten, in het ergste geval ook nog eens geld uitgeven aan een taxi, en dat allemaal omdat de NS hun contractuele verplichtingen niet zijn nagekomen. Dat gevoel ergens recht op te hebben is dus soms geheel terecht, maar het kan verlammend werken als het toch niet lukt om dat recht te claimen.

Laten we nu eens kijken hoe deze ideeën toe te passen zijn op het strafrecht. Natuurlijk, iedereen heeft er in Nederland recht op om over straat te kunnen zonder te worden lastiggevallen. Maar wat te doen als dat dan toch niet helemaal goed gaat? In het huidige maatschappelijk debat wordt over het algemeen gesuggereerd de dader aan de hoogste boom op te knopen, of hem toch ten minste een fikse gevangenisstraf op te leggen, onder erbarmelijke omstandigheden. Bij voorkeur gebeurt dit pas nadat het slachtoffer in de rechtszaal – met toepassing van allerlei nieuwe spreekrechten – uitgebreid heeft kunnen uithuilen over alle psychische ellende die het gevolg is geweest van deze wandaad. Dit is geheel in overeenstemming met het het gevoel van entitlement van het slachtoffer: hij had er recht op ongeschonden over straat te gaan, de boef heeft een fout gemaakt, en de boef moet nu dus ‘in actie komen’ om die fout te herstellen, namelijk, door zich te laten opsluiten.

Tegenwoordig is de individuele burger echter ook geobsedeerd door de strafrechtelijke handhaving, en het is maar de vraag of die burger zichzelf daarmee een dienst bewijst.

Maar werkt dit wel zo? Het is onmogelijk om de fout – bijvoorbeeld het toebrengen van lichamelijk letsel – te herstellen door de dader enige tijd in een afgesloten ruimte te laten verblijven. Hoewel het strafrecht voor de samenleving belangrijk is, heeft het individuele slachtoffer er welbeschouwd helemaal niets aan. Het enige wat helpt is een goede medische en psychische behandeling. Een schadevergoeding kan daarbij ook nog wel dienstig zijn.

Het bovenstaande is dan ook geen pleidooi voor het afschaffen van het strafrecht. Dat heeft namelijk ook andere belangrijke functies, zoals het ontmoedigen van strafbaar gedrag of het heropvoeden van de dader. Dat zijn echter functies die betrekking hebben op het algemeen belang en waar de overheid zich mee bezig dient te houden. Tegenwoordig is de individuele burger echter ook geobsedeerd door de strafrechtelijke handhaving, en het is maar de vraag of die burger zichzelf daarmee een dienst bewijst.

Het gaat hier echter vaak om emotionele reacties, en die zijn moeilijk te onderdrukken. Toch kan geoefend worden op een andere manier te kijken naar onrecht, en dat oefenen kan elke dag plaatsvinden, in het klein. Probeert u er eens op te letten hoe vaak u iets of iemand op een dag de schuld van iets geeft. Dat kan iets groots zijn, of iets kleins. De docent die aan zijn student vraagt waarom hij te laat was, voert eigenlijk ook een onderzoek uit naar zijn schuld. Beter kan hij zeggen: ‘Goed dat je er bent. Ga snel zitten.’ Dit lijkt een onbelangrijk detail, maar door op deze kleine dingen te letten – daar ben ik van overtuigd – gaan wij op een andere manier over het handelen van onszelf en anderen nadenken, die ons in staat stelt ook redelijker te oordelen als het een keer wel om iets belangrijks gaat. En dat is zeker in ons eigen belang.

 

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven