Still uit de serie 'Sherlock' (BBC)

Sherlock, Sherlock en Sherlock

Arthur Conan DoyleSherlock Holmes1887 - 1927
SherlockBBC2009 - heden

De discussie is waarschijnlijk al zo oud als de film bestaat en leeft nog steeds: moet je eerst het boek hebben gelezen om de film te zien? Een vraag die niet alleen slecht gesteld is, maar waarop het antwoord ook nog eens geen enkele betekenis heeft. Ko van ’t Hek zag na het kijken van de recente films en series over Sherlock Holmes geen reden om de boeken te lezen. Zijn redenering is ironisch genoeg precies die denkwijze waartegen in de boeken en de serie Sherlock geageerd wordt: mensen nemen de wereld om zich heen op als fastfood en staan niet meer stil bij belangrijke observaties die verder onderzoek behoeven. Tijd dus voor wat deductie.

Het feit dat de verhalen over Sherlock Holmes zo vaak, en nog steeds, worden opgevoerd toont de aanhoudende populariteit van het werk van Sir Arthur Conan Doyle. Hij wist als geen ander hoe hij het publiek kon interesseren en geïnteresseerd kon houden. De exotische plotwendingen en intrigerende personages speelden geweldig in op een tijd waarin wereldbeelden van religie tot empirisme elkaar bevochten als verklaring van het alles. Doyle speelde met het nieuwe, het onbekende en toonde via Holmes dat deductie minstens zo spannend was als praten met geesten.

Elementary is visueel fastfood voor mensen met een korte aandachtsspanne

In zijn recensie doet Van ’t Hek drie moderne vertolkingen aan van de verhalen van Sherlock Holmes om zich vervolgens te verexcuseren van het lezen van het werk van Doyle. Op één onderdeel moet je hem gelijk geven: de films van Guy Ritchie zijn overdreven, hebben een ongelooflijk voorspelbaar plot en ze zetten Holmes neer als een kruising tussen een vechtersbaas en een superheld die gewoon niet geloofwaardig is. Dat Van 't Hek's favoriete serie Elementary lekkerder wegkijkt dan Sherlock klopt vast en zeker, maar dan wel op dezelfde manier dat Suits beter wegkijkt dan True Detective: Elementary is visueel fastfood voor mensen met een korte aandachtsspanne.

De miniserie Sherlock van de BBC is met stip de beste hedendaagse vertolking van het verhaal van de detective en zijn partner. Steven Moffat en Mark Gatiss (die ook Mycroft vertolkt) zijn er in geslaagd om de essentie van het ‘concept’ Holmes en Watson te behouden en hebben het met genoeg oude details voor de die-hard fans naar hedendaags Londen gesleept. Toch hebben ze Holmes en alle andere personages een modernere rol gegeven die niets afdoet aan het origineel maar juist de karakters laat evolueren.

In de eerste aflevering van Sherlock verwoordt Holmes al de aanklacht van de serie: hij uit zijn brandende ergernis dat mensen de wereld om zich heen wel zien maar niet observeren. Iets prikkelt wel het netvlies maar het landt op de een of andere manier nergens in de hersenen. De moderne mens draalt als bewustzijnsloos schepsel over de wereld en neemt niets werkelijk in zich op, en is daarom enorm beïnvloedbaar door hen die kwaad in de zin hebben. Van deze wetenschap maakt Holmes dankbaar gebruik als hij ergens binnen moet sluipen of een antwoord probeert te ontlokken aan een verdachte en dat maakt de consulting detective zo uniek. Holmes heeft een enorme voorsprong op zijn 'collega’s' van Scotland Yard – zij zien belangrijke aspecten van een zaak over het hoofd.

De verzuchting blijft niet bij een simpele aanklacht tegen consumentisme of neoliberalisme, het is een herinnering aan wat Doyle zijn publiek probeerde te vertellen: van deductie wordt de wereld spannender, niet saaier! De moderne Holmes uit Sherlock is de levende herinnering aan dit gedachtengoed en maakt intellect en een sceptische instelling weer sexy.

De moderne Holmes maakt intellect en een sceptische instelling weer sexy

Acteur Benedict Cumberbatch zet Holmes neer als een geloofwaardig karakter. Sherlock is een moeilijke man in de omgang, heeft de neiging snel verveeld te zijn en is uitermate gesteld op zijn eigen routines. Deze nieuwe Holmes is, in tegenstelling tot die van Doyle, menselijk omdat hij duidelijk moeite moet doen om echt lastige puzzels op te lossen (en raadsels haat) en zichzelf ook meer dan eens voorbij rent. Sherlock maakt fouten, grove fouten en brengt daarmee zichzelf en anderen in gevaar. Door een stap terug te doen, en letterlijk alles op een rijtje te zetten kan de situatie weer gered worden; een eeuwige strijd tussen de menselijke de automatische piloot en nauwgezette aandacht.

De aanklacht van Holmes moet echter niet opgevat worden als aansporing om uitzinnig veel dingen te onthouden of een obsessie te ontwikkelen voor details. Sterker nog, op kritieke momenten verzucht – of beter verschreeuwt – Holmes dat hij informatie van zijn eigen harde schijf moet wissen. Holmes zet aan om interessante observaties bewust te registreren en met elkaar te vergelijken. Zo weet hij bijvoorbeeld dat een cliënte komt met een probleem in de huwelijkse sfeer. Ze ijsbeert eerst een kwartier voordat ze aanbelt, typisch in dit soort gevallen.

Waar dr. Watson in de verhalen van Arthur Conan Doyle slechts een vehikel is van de schrijver om de ongelooflijk slimme Holmes (en indirect Doyle) te prijzen wordt dit personage in de serie een waar karakter. Dr. Watson is honderd jaar later nog steeds een militair arts die heeft gediend in Afghanistan, maar dat zegt misschien meer over de wereld dan over de verhalen van Doyle. Martin Freeman speelt in ieder geval geen Watson die als vanouds bewonderend opkijkt tegen Holmes. Hij waardeert de scherpe deductieve en humoristische natuur van Homes maar is ook verfrissend kritisch op de high functioning sociopath. Watson fungeert niet alleen meer als boodschappenjongen maar is een echt karakter dat meedenkt en goede observaties doet en bovenal cruciaal is voor het overleven van Sherlock in de harde wereld van de media.

Van ’t Hek heeft het goed opgepikt dat Doyle ook in de boeken Holmes zogenaamd dood liet vallen maar het punt is dat het in Sherlock niet gaat om de (zelf)moord van de hoofdpersoon. Het gaat om de totale karaktermoord die voorafgaat aan de scene op het dak van St Bartholemew’s Hospital, dat is de werkelijke val van Sherlock Holmes. Moriarty wil Holmes niet zomaar vermoorden, hij wil hem vermoorden met dat ene wapen waar Holmes een hekel aan heeft: ignorance.

De waarheid, dat Holmes een arrogante en hyperintelligente klootzak is, verkoopt de leugen

In een laatste set van puzzels met een thematiek uit de sprookjes van de gebroeders Grimm laat Moriarty de arrogante Holmes als een dolle wesp achter zijn raadsels aanvliegen. Ondertussen zorgt Moriarty er op subtiele wijze voor dat Holmes zich bij zijn vrienden van de politie alleen maar verdacht maakt, hij komt onwaarschijnlijk snel en met weinig bewijs tot een conclusie en Holmes lijkt er net iets te veel lol in te hebben. Vervolgens injecteert Moriarty bij de pers de gedachte dat Holmes zijn aartsvijand verzonnen zou hebben als dekmantel en ter zelfverheerlijking, en dit maakt de cirkel rond. De waarheid, dat Holmes een arrogante en hyperintelligente klootzak is, verkoopt de leugen dat hij zelf de aanstichter van de ellende is. En, zoals Moriarty vrolijk voorlegt aan Holmes: ‘I read it in the papers, so it must be true…’

In de gefingeerde dood van Holmes zit het verlengstuk van de aanklacht van Moffat en Gatiss: mensen zijn niet kritisch. Niet op zichzelf, niet op de media en niet op hun overheid. Moriarty en Holmes worden in Sherlock neergezet als consulting criminal en consulting detective, met de contrasterende doelstellingen om de wereld respectievelijk te verhullen en te onthullen.

Toch blijft het gissen naar de motieven van deze twee antagonisten en daar spelen de schrijvers niet alleen met het plot maar ook met het bestaansrecht van de karakters. Moriarty en Holmes zijn verveelde zielen die hun joie de vivre moeten halen uit uitdagingen die hun hersens prikkelen, waarbij beiden het belang van anderen ondergeschikt maken aan hun eigen ego. Zij zijn hier immers zelf het meest interessant – is dat misschien hun bestaansrecht?

Moriarty en Holmes zijn verveelde zielen die hun joie de vivre moeten halen uit uitdagingen die hun hersens prikkelen.

Moffat en Gatiss zijn zich maar al te goed bewust van deze spanning en doen een beroep op het deductief vermogen van de kijker: geloof je nu werkelijk dat Holmes met alleen gezond verstand tot een oplossing van al die raadsels komt of is er sprake van vuil spel? Het mysterie Holmes laat zich alleen maar oplossen op de wijze die Doyle zelf in The Sign of Four voorschreef: ‘How often have I said to you that when you have eliminated the impossible, whatever remains, however improbable, must be the truth?’.

De gefingeerde dood van Holmes hield de gemoederen flink bezig in de periode tussen het tweede en derde seizoen en daarmee heeft de serie bereikt wat de boeken ook hebben gedaan: empirisch denken en logisch redeneren sexy en bereikbaar maken. Sherlock is een geestgetrouwe moderne vertolking van het werk van Arthur Conan Doyle die als geen andere film of serie de essentie van Holmes en Watson weet te raken. Misschien hoef je de boeken daarvoor niet gelezen te hebben maar je moet dan wel goed opletten bij de serie.

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • Fantastisch stuk! Als kritische lezer heb ik één enkele noot; de heer Steven heet Moffat, niet Muffat. En naast Sherlock uiteraard ook schrijver bij de briljante serie Doctor Who.

  • Ko van 't Hek,

    Een uitdaging verlangt een reactie:

    Dat Holmes een ode aan de deductie is, dat heeft De Knecht goed begrepen. Sowieso heeft De Knecht heel veel dingen aan Sherlock Holmes heel goed begrepen, maar dat hoef ik niet te zeggen, dat heeft hij zelf al gedaan. Of het nou de rol van Watson is, de strijd tussen Holmes en Moriarty en de bedoelingen van de regisseurs: De Knecht doorziet het.

    Opmerkelijk is alleen dat mij wordt verweten niet opgelet te hebben. Dat ik deductief niet net zo sterk ben als De Knecht. Nu, het is helemaal niet mijn doel om een deductief wonder te zijn, dus verweren zou ik makkelijk kunnen laten, maar toch is het een opmerkelijk conclusie.

    Ik viel bij Sherlock vooral over de rol van Cumberbatch. Nergens wordt Cumberbatch-Holmes charmant. Niet dat dat noodzakelijk is, maar het is jammer, want een snobistische freak zonder charme is onnodig plat. Je kunt Elementary een glimmende,  Amerikaanse patat-Holmes noemen, en dan heb je op heel veel manieren gelijk, maar dan doe je wel echt te kort aan de verhaallijnen en vooral aan hoe deze Holmes de meest onbestaanbare maar een tegelijkertijd geloofwaardig personage is.

    Dat uit mijn stuk zou vloeien dat ik de grap niet begrepen heb, snap ik overigens totaal niet. Maar misschien snapt De Knecht ook mijn grap niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven