Sjoerd ter Borg en Mark Jan van Tellingen winnen Icarus Award 2018

Afgelopen week werd op het ECP-Jaarcongres de Icarus Award 2018 voor jonge kunstenaars uitgereikt. De winnaars van dit jaar waren kunstenaar Sjoerd ter Borg en ontwerper Mark Jan van Tellingen met hun werk 'Beach Umbrella'. 'Beach Umbrella' is een video-installatie die zij als onderdeel van een onderzoek 'Aesthetics of Exclusion' in samenwerking met Melvin Wevers van het KNAW en Thomas Smits van Radboud Universiteit Nijmegen hebben gemaakt.

Beach Umbrella, 2018

De prijs, uitgereikt door ECP | Platform voor InformatieSamenleving in samenwerking met deFusie, Brave New World en In4Art, geeft erkenning aan jonge kunstenaars in wiens werk technologie en de digitale samenleving centraal staan. In 'Beach Umbrella' tonen Ter Borg en Van Tellingen op een vernieuwende wijze hoe een stad, het Zuid-Koreaanse Seoul, en haar bewoners door kunstmatige intelligentie kunnen worden gecategoriseerd en begrepen.

Ik ging bij designer cum stedenbouwkundig kunstenaar Sjoerd ter Borg langs in zijn atelier in Amsterdam Noord. We spraken over zijn werk, stedenbouwkunde, marginalisatie en over de rol van maatschappelijke kunst. 'Beach Umbrella' is een eerste manifestatie van het overkoepelende onderzoeksproject 'Aesthetics of Exclusion', waarin Ter Borg en Van Tellingen de stad proberen te vatten. Ter Borg legt uit dat zijn werk gaat over “het zichtbaar maken van normaal onzichtbare lagen in de stad. Deze kunnen ruimtelijk zijn of historische en maatschappelijke structuren tonen. Door deze zichtbaar te maken probeer ik mensen te laten nadenken over de stad en de toekomst van de stad.”

Onzichtbare lagen in de stad

“Ik ben vooral nieuwsgierig naar hoe groepen hun territorium uitdragen – bewust of onbewust – en dat voor bepaalde mensen dit insluitend werkt en voor anderen juist uitsluitend. Bijvoorbeeld: zelf zou ik niet zo snel een shisha-lounge binnenstappen. Ik denk misschien, ‘Oh, hier hoor ik niet thuis’. Maar dat heeft iemand die daar vaste klant is ook in een AirSpace zoals dit”, Ter Borg wijst om zich heen naar de kamerplanten en trendy design in het atelier. “Ik vind de koppeling tussen esthetiek en waar je ‘thuishoort’ erg interessant”.

Om stedelijke ontwikkeling te onderzoeken en weer te geven in zijn werk, houdt Ter Borg nieuwe methoden gebruikt door stedenbouwkundigen en kaartontwikkelaars in de gaten. Maar hij is vooral geboeid door de hoeveelheid informatie die grote tech-bedrijven als Google tegenwoordig over inwoners hebben, hoe dit in kaart kan worden gebracht en wat hier vervolgens mee gedaan kan worden. Deze bedrijven, vertelt Ter Borg, “sturen nu op jaarlijkse basis streetview-busjes door de stad. Waardoor groeiende archieven van steden ontstaan en stedelijke ontwikkeling wordt gedocumenteerd. Daar kan je dus heel goed kijken hoe een stad verandert.”

“Terwijl deze archieven van de stad groeien, groeien ook de mogelijkheden om er wat mee te doen. De technieken van analyse ontwikkelen hard: Je kan nu computers leren objecten, patronen en kleuren te herkennen en daar voorspellingen ook mee te doen.”

Het in kaart brengen van een informele cultuur

In Seoul zijn Ter Borg en Van Tellingen zich gaan verdiepen in de informele economie. De kleurige ‘beach umbrellas’ van straatverkopers gaven kleur aan een gebied dat op kaarten grijs en leeg bleef. De informele sector trekt Ter Borg vooral, omdat deze cultuur níét in kaart is gebracht en de kunstenaar zo dus wordt uitgedaagd om zelf een groep mensen en hun activiteiten inzichtelijk te maken. “Langzamerhand wordt de informele economie in Zuid-Korea steeds meer onderdeel van iets dat we alleen maar kennen uit de beeldarchieven. Maar door middel van nieuwe technieken kan je, in symbolische zin, deze cultuur een bestaansrecht geven.”

Beach Umbrella, 2018

In de film wordt op komische wijze door een zwoele Britse stem, die aan de natuurdocumentaires van de BBC doet denken, verteld over de proliferatie van objecten en wat dit zegt over de mens. “Door een simpel, suf object krijg je inzicht in het leven van de Koreaanse straatverkoper”, stelt Ter Borg. ‘Beach umbrellas’ bakenen leefgebieden af die niet wettelijk of formeel zijn vastgelegd, maar wel een sociale betekenis hebben. Ze geven uitdrukking aan menselijke relaties en activiteit.  De umbrella biedt beschutting tegen de regen en de zon, bakent territoria af en geeft te kennen waar een verkoper zijn waren aanbiedt.

“Zuid-Korea heeft een cultuur van straatverkoop. Tijdens een economische crisis werd de bevolking aangemoedigd door de overheid om spullen te gaan verkopen op straat, actief mee te denken en een bijdrage te leveren aan de economie. Maar de laatste jaren is de grootte van de informele sector aan het dalen. Oorzaak is niet alleen de gentrificatie, maar ook culturele en economische veranderingen en strengere handhaving door overheid.” Zo verandert het uiterlijk van Seoul en nemen andere herkenbare voorwerpen en architectuur die wij uit het straatbeeld uit zoveel grote steden kennen de plek in van authentieke Koreaanse cultuur. De foodtruck komt in de plek van de handkar en, wellicht, zal ook de alomtegenwoordigheid van de ‘beach umbrella’ in het centrum van Seoul afnemen.

Maar Ter Borg waakt ervoor om na een kortstondig bezoek aan Seoul de vinger op de pols te leggen en de ontwikkelingen in de stad te duiden als ‘gentrificatie’. “Er zit een bepaalde onderzoekendheid in de film, die eigenlijk heel erg gaat over de techniek, computer vision, zelf. Het gaat over wat het betekent om te categoriseren en wat voor keuzes daarbij worden gemaakt. Hoe je kan kijken naar een object – als iets dat opkomt en ook weer uitsterft. Uit de stadsarchieven zal duidelijk worden dat er bepaalde patronen zijn die opkomen, maar net zo goed ook weer uitsterven.”

Categorisatie en ‘computer vision’

De kunstenaars gebruiken teksten van socioloog Jean Baudrillard om een stem te geven aan het computer vision-systeem dat de stad in categorieën probeert te vatten. Machinale categorisatie is iets wat Ter Borg enorm boeit en het proces roept veel vragen op. “De computer fungeert als een soort ‘blackbox’, je weet niet precies hoe een computer analyseert. De vertaling is een proces dat vaak niet duidelijk is voor mensen. Maar het is ook een heel menselijk proces, je traint het en geeft de invoer. Door wie het maakt en traint, is er toch een soort van bias. Dit gebeurt niet altijd met kwade intenties, maar dat ontwikkelt zich door bijvoorbeeld een gebrek aan diversiteit onder de makers. Zo werkt gezichtsherkenning minder goed bij mensen met een andere huidskleur, doordat bepaalde kenmerken als belangrijker of onbelangrijker worden geduid.”

Zo lijkt de keuze voor het in kaart brengen van de informele sector een nadrukkelijke afwijzing hiervan. Ter Borg verwijst naar Baudrillard’s antikapitalistische kritiek op categorisatie, dat volgens hem “omschreven wordt door de wetten van de markt. Wat wij categoriseren is afhankelijk van wat er belangrijk is in economische zin – bepaald door vraag en aanbod.”

“Het is goed om je altijd kritisch af te vragen waarom en hoe iets wordt gemaakt en hoe dat uiteindelijk tot stand komt. Zeker als het om nieuwe technieken als computer vision gaat. Dit zijn nieuwe technieken die zogenaamd ‘self-learning’ en ‘un-biased’ zijn. Maar je kan er toch heel vaak uit afleiden waarom deze iets op een bepaalde manier herkennen en analyseren, en voor wie deze informatie belangrijk is. Als samenleving moeten we dit kritisch oppakken en niet zomaar een geloof hebben in nieuwe technieken.”

Bovendien waakt Ter Borg ervoor dat deze methoden in de verkeerde handen terecht komen. “De stadsarchieven zijn goudmijnen voor de tech-bedrijven. Doordat zij alle informatie over de stad hebben en zoveel over ons weten, kunnen zij de meest ingewikkelde analyses doen, waarvan zij slechts een beperkt gedeelte publiekelijk toegankelijk maken.” Deze bedrijven zouden inzichten uit computer vision-analyses over stadsontwikkeling aan private vastgoedontwikkelaars kunnen doorspelen die het gebruik van de stad in de toekomst grotendeels zouden kunnen bepalen. Zo zou ook een methode dat inzicht geeft aan informele economieën voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt en deze gemakkelijk aan banden kunnen leggen.

Leefwerelden tonen aan de hand van technologie

Ter Borg denkt dat een wisselwerking tussen de sociale wetenschap en de kunst goed kan werken om vragen te zetten bij maatschappelijke kwesties en technologische veranderingen. “Beiden stimuleren een creatieve, kritische blik. Maar waar de wetenschapper van A, naar B en dan C gaat, begint de werkwijze van de kunstenaar met irrationaliteit. Hij volgt een niet lineair proces. In de kunst ga je bepaalde processen in die eerst onverklaarbaar lijken, en die pas later iets gaan vormen wat iets uitdrukt. Het hoef ook niet zo genuanceerd te zijn als de wetenschap, en de kunst kan zo makkelijker een uitspraak doen of een publiek prikkelen.”

Beach Umbrella, 2018

Hij hoopt met zijn werk interesse te wekken bij een divers publiek, onafhankelijk van kennis van het onderwerp. “Tekst en beeld roepen hopelijk genoeg associaties op voor de kijker om zelf te denken. Als kunstenaar probeer je het niet helemaal in te vullen voor de kijker, maar een reeks van associaties op te roepen. Wij proberen de kijker te laten nadenken over stedelijke patronen en over de techniek die dat mogelijk maakt en ook een bepaalde dynamiek in zich heeft. In toekomst hopen wij al dit soort werken naast elkaar te kunnen tonen, om een verhaal te vertellen over de stad en de mens. Hoe streetview-technieken dat bijhouden, en wat het betekent om met die techniek dat te kunnen monitoren. Op lange termijn, wil ik onderzoeken hoe esthetiek zich verhoudt tot wie wij zijn, wie waar behoort en wat in- en uitsluit.”

“In Seoul heb ik mijn coördinatie-data bijgehouden op mijn telefoon via GPS en hebben we een script geschreven dat automatisch alle streetview-images daarvan download. Dit hebben we daarna met computer vision gegroepeerd op basis van esthetiek. Nu heb ik dat vooral als een soort van verantwoording gedaan, maar ik zou dat in de toekomst verder willen ontwikkelen. Het zou heel interessant kunnen zijn voor bewoners; om te zien hoe anderen de stad beleven.”

Ter Borg zou graag de beschikbare instrumenten van categorisatie en computer vision inzichtelijk willen maken voor een groter publiek, om de leefwereld van anderen zichtbaar te maken. “Nu kan ik in één beeld mijn kijk op de stad vatten. Misschien vergelijkbaar met jouw beeld, maar als ik dat vergelijk met iemands beeld uit bijvoorbeeld Amsterdam West met een Marokkaanse achtergrond, dan heb ik weer een heel ander beeld. Grootschalig gebruik van data en esthetiek geeft heel veel nieuwe mogelijkheden.”

Interactie is belangrijk voor Ter Borg en hij zou zo een project wellicht ook online toegankelijk maken voor een groter publiek. Hoewel hij voor ‘Beach Umbrella’ waarde hecht aan de museale context: “Met deze film wil ik iets meer beschermend omgaan. Stel dat ik het op Facebook zet, en het mensen na de eerste drie seconden niet bevalt, wordt het weggeklikt. In musea heeft zo’n werk grotere waarde: je kan er rustig naar kijken, je concentreren op het werk, het geluid is goed en ik heb controle over het beeld. Maar een hang naar interactie met de kijker maakt wel dat ik mijn werk in een bepaalde vorm publiekelijk toegankelijk zou willen maken.”

Desondanks weet de kunstenaar nog niet wat voor vorm zijn volgende werk krijgt. “Het medium komt pas later. Aan de hand van het onderzoek bepaal ik wat er het beste bij past. Ik wil proberen te begrijpen wat er nou echt verandert in steden, en wat voor analyses je daar op kan toepassen.”

In de toekomst zegt hij terug te willen keren naar Seoul, en plekken daar te willen vergelijken met andere steden om zo een “internationale esthetiek” te onderzoeken. Maar hoewel hij graag onbekende steden onderzoekt en zo meer waarde kan hechten aan het proces zelf, zal zijn volgende casus in Amsterdam zijn. “Omdat ik het leuk vind om hier in de stad die ik het beste ken bezig te zijn. Ik zou mij ook wel willen wagen aan een model als de Bohemia-index van Richard Florida en aan de hand van een set indicatoren te begrijpen wat ‘gentrificatie’ is. Waarschijnlijk is dat dan niet wetenschappelijk verantwoord en heel discutabel. Maar ik denk dat ik dan als kunstenaar een soort vorm kan vinden die dat dan ter discussie kan stellen. Zonder dat ik dan zeg, ‘Dit is mijn onderzoek en dit, hier, is per sé gentrificatie’. Maar meer dat je de mechanismes probeert te omsluiten: lettertype + kleur + veel bakfietsen = een soort coëfficiënt voor deze wijk. Dat lijkt me heel interessant om te doen. Het is belangrijk dit visueel te maken en aan te geven hoe je het beschouwt. Niet alleen ‘dit doet het’, maar ‘dit betekent het’.”

Icarus Award 2018-winnaars Sjoerd ter Borg en Mark Jan van Tellingen

'Aesthetics of Exclusion' is een onderzoeksproject van kunstenaar Sjoerd ter Borg, visueel ontwerper Mark Jan van Tellingen, Thomas Smits (Radboud Universiteit Nijmegen) en dr. Melvin Wevers (KNAW). Het werk 'Beach Umbrella' is gemaakt tijdens de Summer Sessions van V2_Lab for the Unstable Media (Rotterdam) & Art Center Nabi (Seoul) en werd gesteund door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven