Wikimedia Commons

Smokkel en fraude in de Gouden Eeuw

Het is niet ongebruikelijk dat populistische politici en opiniemakers over de landen in Zuid-Europa spreken als frauderende en bedriegende nietsnutten die veel te vroeg met pensioen gaan. Het is dus, volgens de populisten, een schande dat de hardwerkende Nederlandse belastingbetaler moet opdraaien voor de schulden van deze ‘knoflooklanden’. De siësta-houdende fraudeurs in Griekenland, Spanje, Italië en Portugal brengen ‘onze’ euro in gevaar. Eén van de gehoorde verklaringen is dat in deze katholieke landen (Ierland hoort er immers eigenlijk ook bij) de traditie van boete doen voor zondes en het ontvangen van vergeving, de moraal in deze landen dusdanig heeft ontwricht dat de eurocrisis eigenlijk per definitie al onafwendbaar was.

Het is dus, volgens de populisten, een schande dat de hardwerkende Nederlandse belastingbetaler moet opdraaien voor de schulden van deze ‘knoflooklanden’.

Zij daar zouden een voorbeeld moeten nemen aan ons hier in Noordwest-Europa met onze eeuwenlange traditie van calvinistisch arbeidsethos van spaarzaamheid en hard werken: ‘Zweten zul je voor je brood!’ (Genesis 3:19). Deze protestantse moraal heeft ons immers ook de Gouden Eeuw gebracht in de zeventiende eeuw, zo wordt verondersteld. Het waren echter juist de uitstekende kwaliteiten op het gebied van bedrog, die de handelaren uit de Republiek in de zeventiende eeuw zo succesvol maakten. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, was het niet alleen de rijkdom uit de koloniën die daaraan heeft bijgedragen.

Een groot deel van de welvaart in de zeventiende eeuw kwam voort uit de Moedernegotie, de graanhandel met het Oostzeegebied (Polen en Baltische Staten). Al vanaf de middeleeuwen waren de inwoners uit Holland en Zeeland afhankelijk van graanimporten, omdat de veengronden totaal ongeschikt waren om graan te verbouwen. Het Oostzeegebied had een overschot aan graan dat door de Nederlanders op grote schaal werd geïmporteerd. Door de gunstige geografische ligging van de Republiek der Nederlanden, konden de handelaren bovendien ook een deel van het graan weer verder doorverkopen aan onder andere Spanje en Portugal. Rond 1500 werd al meer dan de helft van de handel naar het Oostzeegebied gedaan door schippers uit Holland, Zeeland en Friesland.

Aan het begin van de zeventiende eeuw werden de handelaren uit de Republiek der Nederlanden nog succesvoller in het bestrijden van de concurrentie door het bouwen van fluijtschepen. Hiermee kon meer graan met minder bemanning worden vervoerd. Het succes van de Nederlanders hing niet alleen af van zo goedkoop mogelijk inkopen en zo duur mogelijk verkopen, maar ook van zo min mogelijk kosten maken. Behalve minder bemanning was smokkel een andere goede manier om de kosten te drukken.

GRAFIEK

Op weg naar het Oostzeegebied moesten de handelaren de Sont passeren. De Sont is een smal stuk water tussen Zweden en Denemarken waar een heffing aan de Deense koning moest worden betaald over de goederen aan boord. In 1618 werden de controles drastisch aangescherpt, omdat de Deense koning meer inkomsten nodig had. Voortaan werd elk schip afzonderlijk gevisiteerd door beambten, waardoor het voor handelaren niet meer mogelijk was om te frauderen met de belading. In 1598 was dat bijvoorbeeld nog wel mogelijk, toen stuurman Jan Pieterszoon Coertz verklaarde hout aan boord te hebben, in plaats van het duurdere rogge. Het verschil tussen het bedrag dat hij van een koopman uit Enkhuizen had meegekregen en het bedrag dat hij aan de Deense beambten had moeten afdragen, stak hij in zijn eigen zak. Nadat het vanaf 1618 niet meer mogelijk was om te frauderen met de belading, steeg de gemiddelde belading per schip explosief: 98,4% toename bij schepen uit de Republiek (bijna een verdubbeling), terwijl de voornaamste concurrenten tussen 1617 en 1618 slechts stegen met 51,9% (Hamburg) en 36,9% (Stralsund). De brave handelaren uit Rostock stegen zelfs helemaal niet. Wellicht waren er andere factoren die ervoor zorgden dat de gemiddelde belading bij de Nederlandse schepen zo toenam, maar fraude zal verantwoordelijk zijn geweest voor minimaal 30%.

De Nederlanders waren zeer bedreven in smokkel en fraude, meer bedreven dan de concurrentie, en ze gebruikten deze bedrevenheid om grote rijkdommen te vergaren.

Een ander voorbeeld. De Portugezen hadden een koninklijk monopolie op handel in Braziliaanse suiker. Dat betekende dat het voor handelaren uit andere landen niet toegestaan was deze goederen te vervoeren. Toch schatten de handelaren uit Holland zelf destijds dat ze circa de helft à twee derde van de Braziliaanse suikerhandel in handen hadden. Het aantal suikerraffinaderijen in de Nederlanden vertienvoudigde dan ook in de periode 1595-1622, twee jaar voordat de WIC voor het eerst voet aan de grond kreeg in Brazilië. Kortom, de Nederlanders waren zeer bedreven in smokkel en fraude, meer bedreven dan de concurrentie, en ze gebruikten deze bedrevenheid om grote rijkdommen te vergaren.

Toch hoor je nooit iemand zeggen dat het een schande is dat onze voorouders zo rijk werden in de zeventiende eeuw met bedrog. Er wordt over de Gouden Eeuw uitsluitend gesproken in overdreven succesvolle superlatieven. Hoogstens wordt er een kleine kanttekening geplaatst bij het aandeel in de slavenhandel, maar ook die wordt vaak afgedaan met de opmerking dat het ‘toch andere tijden waren’. Het is ook zeker niet de bedoeling hier een waardeoordeel te geven over de manier waarop de zeventiende-eeuwers hun vermogen vergrootten. De grootschalige fraude van de zeehandel ten tijde van de Republiek zet wel vraagtekens bij het morele vingertje dat veel mensen ophouden ten opzichte van landen die het op dit moment zwaarder in de crisis hebben dan wij. Toon eens wat medeleven voor onze Europese naasten in nood, dat zou pas calvinistisch zijn.

Gerelateerde artikelen
Reacties
4 Reacties
  • Door onder een pseudoniem te publiceren wekt de auteur de indruk dat hij niet instaat voor de waarheid van de onderbouwingen van zijn opinie. Sluiten wetenschap en opinie elkaar echt uit beste pseudoniempje?

    Dit bevestigt wederom het ziektebeeld van de huidige academische geschiedschrijving.

    Groet, geschiedenisstudent uit de hoofdstad van de randstad.

  • Anoniempje 2,

    Nu weet de geschiedenisstudent natuurlijk dat elke historisch argument gepaard moet gaan met te controleren bronnen. Falsificatie is immers een van de kernwaarden van elke wetenschappelijke discipline.
    Wellicht dat de geschiedenis promovendus met dit artikel juist op basis van de bronnen een conclusie trekt die hij in een stuk van pakweg 900 woorden niet zo simpel kan onderbouwen met te controleren bronnen. Daarmee mengt de geschiedenis promovendus wetenschap en opinie, ondanks dat hij ze juist gescheiden wilt houden. Of is het zijn off-line identiteit die hij tot moment van verdediging van proefschrift en enige baanzekerheid gescheiden wilt houden van de on-line identiteit. Dat zou tegelijkertijd weer de indruk ondersteunen dat de onderbouwingen niet de te controleren zijn.

    Het is inderdaad een wonderlijk ding dat alles zomaar kan plaatsvinden in de anonimiteit van het internet.

    Groet, een afgestudeerd historicus uit de hoofdstad

  • Volgens mij is het ook van belang om uw bronnen vrij te geven. Dit kan uiteraard nog steeds anoniem, hoewel ik het inderdaad ook een vreemde keuze vind. De reden voor de bronvermelding is dat het anderen de mogelijkheid biedt om uw uitspraken te controleren. Een stelling dat fraude een belangrijke rol heeft gespeeld en dat tolheffing bij Helsingor daar een goed voorbeeld van is, wil ik wel geloven, maar alleen als er een bronvermelding bij staat waar dergelijke informatie vandaan komt. Aangezien ik op dit moment voor mijn vak Economische Geschiedenis tot 1850 (wat ik overigens nog geen half uur van Helsingor volg) schrijf over de bloei van Nederland handelsland, zou ik graag de stelling willen controleren. Mocht u de mogelijkheid hebben deze bron te geven zou ik die graag gebruiken (en uiteraard aan refereren).

  • Anoniem of niet, het is onzin om luiheid met listigheid en/of vindingrijkheid te vergelijken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven