Flickr / spholland

SP-Moraal en Openbaar Bestuur

De verkiezingen van 12 september naderen met rasse schreden en op dit moment lijkt de strijd om de eerste plaats te gaan tussen twee uitersten: SP en VVD. Bij ons aller Maurice de Hond voeren de socialisten van Roemer alle enige weken de peilingen aan en na het SP-congres van afgelopen weekend wordt steeds duidelijker dat de voormalige tomatengooiers steeds meer lonken naar het pluche van de Trêveszaal. Hoogste tijd dus om nogmaals een blik te werpen op de stand van zaken binnen de SP met betrekking tot de geschiktheid van de partij om deel te nemen aan het bestuur op hoogste niveau: een primeur indien het zou gebeuren. Om een dwarsdoorsnede te bieden van de SP is wellicht handig om nogmaals de afdrachtsregeling die de partij hanteert onder de loep te nemen. Deze afdrachtsregeling is typisch voor de manier waarop SP-politici de politiek zien en de afgelopen jaren veelvuldig onderwerp geweest van discussie binnen de partij, vaak met het uittreden van volksvertegenwoordigers als gevolg. De SP-top beraadt zich op dit moment op een afdrachtsregeling voor SP-ministers en staatssecretarissen.

Wat is er zo typisch aan de afdrachtsregeling van de SP? Is het niet gewoon een morele code zoals de Balkenende-norm, of de pogingen van de PvdA-top om met een morele code kwistige PvdA-mastodonten als Wim Kok en Eveline Herfkens in het gareel te houden? Het antwoord is: nee, het is geen morele code. Het is een verplichting die de SP-way of life symboliseert: de partij voor alles. Het moet gezegd worden: het werkt, alle SP-volksvertegenwoordigers moeten eraan geloven. De penningmeester van het partijbestuur mag uitzonderingen maken, maar dit gebeurt zelden. In enkele gevallen komt het tot een meningsverschil tussen partijbestuur en volksvertegenwoordigers, waarbij soms een complete of halve raadsfractie leegloopt. Dit is geen kleinigheid, maar toch kiest de SP ervoor om de afdrachtsregeling te behouden. Waarom? Antwoord: het werkt.

Wat werkt er aan de afdrachtsregeling van de SP? Antwoord: Van alles. Allereerst het officiële doel: het tegengaan van 'gelukszoekers' die enkel met als doel hun broodwinning voor de SP de politiek in willen gaan. Waar de doorsnee VVD-er wellicht schamper zal lachen bij de suggestie dat hij voor financieel gewin de politiek in is gegaan, is het bij de SP een reëel gevaar dat iemand er financieel op vooruit gaat door volksvertegenwoordiger te worden. Een ander officieel doel, door het partijbestuur en volksvertegenwoordigers regelmatig benadrukt, is dat de SP een partij is die gedragen wordt door vrijwilligers. Door een groot deel van hun salaris in de partijkas te storten, willen volksvertegenwoordigers zich solidair tonen met de vrijwilligers die met het extra gedrukte campagnemateriaal aan de slag kunnen. Hoewel dit gebaar prima past bij de materialistische grondlaag van het Marxistische SP-gedachtegoed, is het de vraag of outsiders binnen de partij dit op den duur zien als vervanging voor openheid en transparantie in de als familiebedrijf gerunde SP.

Natuurlijk zijn de inkomensverschillen in Nederland steeds groter geworden, voor iedere oprechte sociaal-democraat té groot.

Behalve de 'nobele' officiële redenen die de SP aangeeft voor de afdrachtsregeling zijn er natuurlijk ook de politieke redenen, die men met een beetje verstand van politiek zal aanvoelen: het scoort goed bij de natuurlijke achterban: Jan met de Pet. Natuurlijk zijn de inkomensverschillen in Nederland steeds groter geworden, voor iedere oprechte sociaal-democraat té groot. Door zelfkastijding van de witte boorden in eigen geledingen laat te SP zien waar haar hart ligt: in de fabriek. Niet alleen scoort 'snijden in het eigen vlees' goed bij Jan met de Pet, maar eveneens bij de met tegenzin belasting betalende VVD-stemmer, die werk dat niet gerelateerd is aan de markt al snel als onnodige kostenpost of gesubsidieerde werkplaats ziet. In dit opzicht is er in de verte een vage gelijkenis tussen bruggenbouwer Roemer en premier Mark Rutte, die na 12 september verbazingwekkend snel tot een lijn zou kunnen leiden in een Links-Rechts zakenkabinet.

Een andere niet-officiële, maar wel traceerbare reden voor de afdrachtsregeling van de SP is natuurlijk het geld dat het de partij oplevert om acties en verkiezingscampagnes te kunnen voeren. Niet voor niets kwam de SP enige jaren geleden bij onderzoek als 'rijkste politieke partij' uit de bus. De sobere, Calvinistische cultuur onder parlementariërs strekt zich uit tot alle geledingen van de partij, waardoor er geheel gelijkend op de Weberiaanse protestantisme-kapitalisme-these kapitaalaccumulatie plaatsvindt in de partijkas. Op deze wijze probeert de SP andere partijen met een goedkoop werkende en goed gemotiveerde -volgens sommigen goed geïndoctrineerde- achterban andere politieke partijen uit de markt te prijzen. Het voortdurend oproepen tot nieuwe verkiezingen past volledig in deze uitputtingsstrategie.

Tot slot is wellicht de belangrijkste en meest verborgen reden voor de afdrachtsregeling het controlemechanisme dat het de partij biedt om haar volksvertegenwoordigers volledig te onderwerpen aan de partij:

Voor de wet opereren alle volksvertegenwoordigers zonder last of ruggespraak – art. 67 lid 3 Gw. Aan politieke partijen en hun ledendemocratie wordt in de wet niet veel belang toegekend als het gaat om invloed op instituten binnen het Openbaar Bestuur, zoals en Tweede Kamer of een gemeenteraad. Volksvertegenwoordigers leggen een eed/gelofte af en dienen naar eer en geweten het algemeen belang. Hoewel dit algemeen belang sinds de instelling van de Tweede Kamer voorop staat, is er natuurlijk een algemene trend geweest waarin de rol van partijen steeds groter geworden is. Dit heeft ook een functie: partijen maken de politiek overzichtelijker en meer stuurbaar voor de kiezer. Echter: een volksvertegenwoordiger dient zich altijd te herinneren dat zijn belangrijkste politieke identiteit 'Tweede Kamerlid' of 'gemeenteraadslid' is, en niet 'VVD-lid' of 'SP-lid'. Dit ter voorkoming dat er blikvernauwing vanuit een deelbelang plaatsvindt. Dit, althans, is het fundament van onze liberaal-democratische staatsinrichting.

Het is een goede politicologische gewoonte om alle instituten te wantrouwen, omdat zij 'gestolde macht' vertegenwoordigen.

Dit fundament is desalniettemin nooit onomstreden geweest. Daar zijn ook redenen voor aan te voeren: het is een goede politicologische gewoonte om alle instituten te wantrouwen, omdat zij 'gestolde macht' vertegenwoordigen. Dit geldt zelfs voor democratische instituten als de Tweede Kamer. Elk kader, ook institutioneel kader, heeft zijn eigen beperkingen. Denk aan de 'kloof tussen burger en samenleving' waar tegenwoordig veelvuldig over gerept wordt.

Binnen de Marxistische traditie zijn parlementen vanaf het begin een kwaad geweest, noodzakelijk of niet. Marx herkende ze avant-la-lettre al als institutioneel frame van de bourgeois samenleving. Als je meedeed aan het parlementaire spel, had je je ziel in feite al verkocht aan de kapitalistische duivel. De bolsjewieken in Rusland zijn zoals bekend op deze lijn verder gegaan. Ook binnen de SP heeft er altijd een minderheid bestaan die afkerig is van het 'parlementarisme'. Deze minderheid is met de opkomst van de SP in de Tweede Kamer steeds meer gemarginaliseerd, maar institutionele liefde is ook bij de toonaangevende SP-volksvertegenwoordigers geen bon ton, tenzij er controlerende rechten aan ontleend kunnen worden. De 'noodzakelijk kwaad'-houding, ook wel het zien van de Tweede Kamer als middel voor partijpolitiek/klassenstrijd, domineert nog steeds de opstelling van de SP.

De afdrachtsregeling, om terug te komen op mijn punt, past precies in dit plaatje. Het symboliseert het primaat van partij boven Tweede Kamer. Niet de samenleving, maar de partij bepaalt hoeveel je verdient met het werk als volksvertegenwoordiger. Voor de duidelijkheid: de afdrachtsregeling bij de SP is geen keuze, behalve dan de keuze voor de SP. Wie voor de SP op een kieslijst wil komen, moet een verklaring ondertekenen dat hij meedoet aan de afdrachtsregeling, op straffe van verwijdering uit de partij (als volksvertegenwoordiger is wettelijk niet mogelijk). Daarbij wordt aangemoedigd dat de volksvertegenwoordiger het salaris op de partijrekening laat storten, om vervolgens van het partijbestuur een modale vergoeding te ontvangen. De meeste SP-volksvertegenwoordigers zijn door voorselectie volledig geconditioneerd om deze voorwaarden te omarmen. Wie betaalt die bepaalt?

Niet de sporadische gevallen waar de afdrachtsregeling in de partij voor heibel zorgt zijn eigenlijk opmerkelijk, maar de honderden gevallen waarin het goed gaat. Het geeft de mate aan waarin SP-volksvertegenwoordigers hun leven laten beïnvloeden door de partij. Niet alleen zijn zij vaak van jongs af aan bezig met folderen en activiteiten organiseren voor de partij in die mate dat ze geen tijd meer hebben voor een leven 'buiten de partij'. Ook als volksvertegenwoordiger stellen zij de partij nog steeds centraal, wat versterkt wordt door de positie van de SP als enfant terrible in de politiek en het gebrek aan inbedding in andere maatschappelijke organisaties, een kwaal waar de CPN destijds ook aan leed. De sektarische trekken van de SP zijn niet alleen iets uit het verleden: de afdrachtsregeling past in dat totaalplaatje.

SP-ers zijn geen graaiers, zo heet het.

Het is geen toeval dat de afdrachtsregeling voor incidenten zorgt binnen de SP. Het is het meest concrete beleidsinstrument om partijloyaliteit te testen en te cultiveren. SP-ers zijn geen graaiers, zo heet het. Dat verwijt kan men SP-ers inderdaad niet maken, maar de SP bevestigt wel zijn uitzonderlijke positie met het in stand houden van de afdrachtsregeling.

Met het oog op toekomstige kabinetsdeelname is een nieuw te ontwerpen afdrachtsregeling voor bewindslieden te verwachten van de kant van het SP-partijbestuur. Ik verwacht niet dat er SP-ministers zullen komen die vanwege deze afdrachtsregeling tijdens de rit van een kabinet op zullen stappen. Immers, de SP neemt sinds 'Ali Lazrak' op landelijk niveau geen enkel risico meer en zal louter uiterst loyale particraten als minister leveren. Harry van Bommel, die af en toe wel eens een eigen koers vaart, is daarbij misschien al een twijfelachtige optie.

Als er incidenten met SP-bewindslieden tijdens een SP-kabinet zullen ontstaan, zal dat niet alleen om de afdrachtsregeling gaan. De algehele partijcontrole op een uiterst publieke functie met algemene bestuursverantwoordelijkheid staat dan ter discussie. Als het gebeurd is het een pijnlijke gebeurtenis voor de SP. Als er geen incident is betekent dat niet niet dat we er gerust op moeten zijn, vanuit staatsrechtelijke zin.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven