Kan Spanje aan zijn eigen verleden ontsnappen?

‘Vermijd manifestaties, wees alert.’ Het ministerie van Buitenlandse Zaken paste verleden week het reisadvies aan voor een opstandige regio in een soeverein land. Dit doen ze regelmatig voor broeierige gebieden aan de rand van de EU en daar voorbij, maar deze keer gaat het om Catalonië, een regio van EU-lidstaat Spanje met 7,5 miljoen inwoners. Daar zal komende zondag een referendum plaatsvinden over de onafhankelijkheid van de regio.

Dat wil zeggen, als het aan de regionale regering in Barcelona ligt. De centrale overheid in Madrid, die het referendum verbiedt, reageerde verleden week door twaalf Catalaanse overheidsmedewerkers te arresteren en formulieren en stembussen in beslag te nemen. Inmiddels staan de financiën van de regio grotendeels onder curatele en is de politiemacht onder landelijke controle gebracht. De sfeer is gespannen. De huidige discussie werd al in 2003 aangewakkerd, toen de regionale regering een voorstel deed voor het verder vergroten van de Catalaanse autonomie binnen Spanje. Dit weekend zou weleens de climax kunnen worden van deze worsteling.

Cees Nooteboom schreef over Spanje: ‘Wie niet geprobeerd heeft te verdwalen in de labyrintische complexiteit van zijn geschiedenis weet niet waar hij doorheen reist’. Zelf heb ik ook de nodige dwaaltochten ondernomen door de Spaanse geschiedenis. Wat mij als resultaat daarvan opvalt is dat juist de manier waarop de regeringen in Madrid en Barcelona de Spaanse geschiedenis benaderen een significant onderdeel is van het probleem. De Catalaanse politici zwelgen in nationalistische geschiedschrijving en historisch slachtofferschap, terwijl de regering in Madrid al jaren doet alsof de periode voor de huidige Spaanse staat nooit bestaan heeft.

Catalaanse politici zwelgen in nationalistische geschiedschrijving en historisch slachtofferschap

Het problematische karakter van het referendum heeft ook een historische oorzaak. De territoriale eenheid van de Spaanse staat is verankerd in de grondwet die is opgesteld in 1978, enkele jaren na de dood van dictator Franco. Volgens de regering van Rajoy in Madrid is ieder referendum dat zich buigt over het vraagstuk van de Catalaanse onafhankelijkheid hierdoor onconstitutioneel en daarmee verboden. De regering in Barcelona beroept zich juist op het democratische karakter van een referendum, hoewel naar schatting nauwelijks vijftig procent van de Catalanen de onafhankelijkheid steunt.

Sinds de democratische transitie in de jaren zeventig heeft geen enkele Spaanse regering een serieuze poging ondernomen om het recente verleden te bespreken. Het was belangrijker om de vrede te bewaren, zeker in de rumoerige jaren tachtig waarin Spanje geteisterd werd door aanslagen van de Baskische ETA en de poging tot een staatsgreep van kolonel Tejero in 1982. Het verleden van de Spaanse Burgeroorlog en de Franco-periode bleef begraven, soms zelfs letterlijk: Spanje is een van de landen met de meeste anonieme massagraven ter wereld.

Met name in Catalonië liet de dictatuur een bittere smaak achter. Het regime onderdrukte de taal en cultuur en richtte daarnaast zijn pijlen op de talrijke linkse bewegingen in Barcelona en omgeving. Dit slachtofferschap werd gecompenseerd door de regio tijdens de democratische transitie een grote autonomie toe te kennen. Maar daar bleef het dan ook bij. Een structureel gebrek aan Vergangenheitsbewältigung maakt van het verleden geen doofpot, maar een snelkookpan. Het onvermogen om dit te erkennen vormt de grondslag van de Madrileense starheid en struisvogeltactieken ten aanzien van het Catalaanse referendum.

Deze omgang met geschiedenis maakt van het verleden geen doofpot, maar een snelkookpan

Ondertussen gaat de Catalaanse regionale regering al sinds de jaren tachtig bij tijd en wijle vol op het historisch-nationalistische orgel. En daarbij zit vaak een addertje onder het gras. Jordi Pujol, regiopresident van 1980 tot 2003, praatte regelmatig de centrale regering naar de mond met beloftes om de constitutie en de territoriale integriteit van Spanje te beschermen. Maar toen zijn carrière vlak voor de verkiezingen van 1984 door een grootschalig corruptieschandaal aan een zijden draadje hing, trok hij alle nationalistische registers open. Hij maakte van de aanklacht een politieke zaak en dreigde met een breuk tussen Catalonië en Spanje. En hij won de verkiezingen met een overtuigende meerderheid.

Na twee decennia gaf hij binnen zijn partijblok CiU (Convergència i Unió, ‘Samenkomst en Eenheid’) het stokje door aan Artur Mas. Mas, regiopresident van 2010 tot 2016, bediende zich van dezelfde tactieken om de grootschalige corruptie en het falende bestuur, met name na de crisis van 2009, aan het zicht van de kiezer te onttrekken. De retoriek rondom aanstaande zondag doet niet onder voor die van de afgelopen jaren. De in Catalonië populaire politicus Gabriel Rufián tweette afgelopen week: “Het franquisme stierf niet in een bed in Madrid op 20 november 1975; het zal sterven in een stembus in Catalonië op 1 oktober 2017.”

De houding van Madrid heeft ruim baan geboden voor politieke entrepreneurs met cynische tactieken

De Catalanen hebben het volste recht op wroeging over het verleden en ontevredenheid over de huidige economische situatie. Deze grieven zijn te lang genegeerd in Madrid, wat ruim baan heeft geboden voor politieke entrepreneurs die met cynische tactieken en een eenzijdige voorstelling van het verleden een splijtzwam proberen te creëren. En de acties van de Spaanse regering in de afgelopen week zijn absoluut ontoelaatbaar. Het zijn de instrumenten van een politiestaat en de laatste uitwegen van Rajoy, wiens rechtse Partido Popular zich al lang geleden heeft ingegraven als het gaat om het Catalaanse vraagstuk.

Anderzijds heeft de regionale regering onder leiding van Carles Puigdemont een januskop: ze roept weliswaar op tot vreedzaam protest, maar tegelijkertijd gaan de voorbereidingen voor het referendum onverminderd door. Daarmee stuurt ze bewust af op een harde confrontatie met de centrale regering. Dit roekeloze gedrag gaat gepaard met kreten als: ‘Wanneer een meerderheid zich voor een onafhankelijk Catalonië uitspreekt, roepen we diezelfde dag nog de onafhankelijkheid uit!’

Maar Catalaanse onafhankelijkheid zou rampzalig zijn: zowel Spanje als Catalonië zouden in een zware politieke crisis terechtkomen. Dit wordt door de voorstanders zonder onderbouwing weggewuifd. Men lijkt vastberaden om ‘Madrid’ eindelijk te laten zien hoeveel haar ze op de tanden hebben. Zo bevinden beide kanten zich in een dodelijke omhelzing waarbij geen van beiden van plan is om los te laten. Dit maakt de uitslag van het referendum aanstaande zondag vele malen spannender dan eerdere Catalaanse initiatieven.

Het dwalen door het labyrint van het Spaanse verleden dient niet alleen om het huidige Spanje beter te begrijpen, maar vooral om te beseffen dat die tijd voorbij is en dat men verplicht is om ook maar een lichte herhaling ervan te verhinderen. Miguel de Unamuno, een van Spanjes voornaamste intellectuelen, schreef in 1918 in een brief aan de politicus Manuel Azaña over de onverenigbaarheid van de Castiliaanse en Catalaanse zielen: ‘Het is rechtvaardig dat Spanje straks Catalonië verliest. En ze zal haar verliezen, ik heb geen enkele twijfel dat ze haar zal verliezen. De federatie is niet meer dan een wijnblad.’ Dit citaat wordt nu regelmatig aangehaald alsof het een profetische waarheid betrof. Maar Spanje was honderd jaar geleden een ander land. Alleen door dit verleden te kennen, kan men zich ervan losmaken en diegenen negeren, die gedreven door opportunisme het wijnblad uiteen willen rijten.

 

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven