Flickr/joka2000

Ster van Olonkinstad

I. Het Radiostation

In het voorjaar vertrekt een groep wetenschappers naar het eiland Jan Mayen in de Noordelijke IJszee. De expeditieleden verblijven in een gebouw dat tevens dienstdoet als meteorologisch station. Ook al blijft het bewonersaantal gedurende deze periode gelijk, toch zal het lijken alsof de bewoners zich gaandeweg verdubbelen.

Je ligt al even wakker. Vandaag is het de 16e dag. Had je maar oordopjes meegebracht. Je had verwacht dat het op de Noordpool ontzettend stil zou zijn ’s nachts, maar op dit eiland moet je het isolement met minstens vijftig anderen delen. Een aantal van de bewoners doet gedurende de nacht niets anders dan continu deuren dichtslaan op de gang. En dat zijn er nogal wat. Achter een van de deuren tussen jouw slaapkamer en de kantine bevindt zich een ruimte waar je nog nooit iemand anders hebt gezien. Wat een verademing. Het is alsof je de lucht van een natgeregend bos inademt na een nacht in een vliegtuig te hebben doorgebracht.

Alsof je de lucht van een natgeregend bos inademt na een nacht in een vliegtuig te hebben doorgebracht

Iedere ochtend voor het ontbijt luister je in deze kamer naar weerberichten in een taal die je niet verstaat. Je raakt stilaan gewend aan deze vreemde klanken. Vinden kjem inn over landet frå nordvest, zegt een vrouwelijke stem. In een hoek van de kamer staat een microfoon (van een van de meteorologen waarschijnlijk, die zich nauwelijks laten zien). Het maakt dat je iets wilt terugzeggen, je probeert de klanken na te bootsen. Vin-den kjem, zeg je, met je lippen dicht tegen de aluminium kop van de microfoon. Je hebt het idee dat wat je doet verboden is. In je voeten voel je de klanken natrillen. De vrouw zegt een heleboel zinnen maar je verstaat haar niet. Je pakt je telefoon en drukt op ‘record’. ’s Avonds beluister je de zinnen een paar keer terug en daarna val je – voor het eerst in lange tijd – vrijwel meteen in slaap.

II. De Hiërarchie

‘De hiërarchische afstand tussen collega’s is in Nederland kleiner dan in veel andere landen,’ zegt een van de geologen tijdens het ontbijt. ‘Ik vraag me af of een eiland deze rangorde nu juist verkleint of vergroot.’
Afgezien van de vijftien Noren die permanent op het eiland verblijven, bestaat de groep uit zes meteorologen, zes geologen, vijf biologen, een arts, een jurist, een kok, een assistent-kok, twee ingenieurs, vijf technici en een aantal leden van de Koninklijke Marine. Tot slot is er nog een tv-persoonlijkheid die de werkzaamheden van de wetenschappers bekend moet maken bij het grote publiek (dit ben jij).
Aan het hoofd van de expeditie staat een Franse meteoroloog die niet op de hoogte lijkt te zijn van de soepele Nederlandse machtsstructuur. Marcel Arago, hoogleraar meteorologie aan de Universiteit van Utrecht, duldt geen tegenspraak. Ook zijn kledingstijl vormt een uitzondering op de kleding van de andere wetenschappers: zijn overhemd staat steevast te ver open waardoor op zijn grijze borsthaar een gouden kettinkje zichtbaar is, bovendien maken zijn laarzen zo veel geluid dat iedere keer wanneer hij zich verplaatst, het lijkt alsof hij in het hele gebouw aanwezig is.
‘Ik heb een hekel aan Fransen,’ zegt de geologe aan de ontbijttafel, ‘tijdens de Bartholomeusnacht in 1572 hebben ze een groot deel van mijn stamboom uitgemoord.’
Je kijkt hoe de geologe vervolgens door een rietje in haar glas blaast. In een mum van tijd verandert het restje limonade in een vertakking van lichtoranje luchtbellen. De luchtbellen spatten vrijwel meteen weer uit elkaar en je bedenkt dat dit eiland – het langdurig samenzijn op een klein oppervlak – misschien juist eerder een hiërarchisch besef óproept dan dit wegvaagt.
De biologen vinden zichzelf het meest relevant. Vanochtend kreeg je van een van hen het verwijt het gebouw vrijwel nooit te verlaten. ‘Je staart maar naar de muur en hangt doorlopend in de keuken rond, hoe kun je op zo’n manier nou een volwaardig verslag van de onderneming uitbrengen?’ vroeg een van de professoren in biologie. Ofschoon de professor deze zin meer uitsprak als mededeling dan als vraag, blijf je de rest van de dag op een antwoord broeden.
(Rimbaud schreef als zestienjarige tenslotte een gedicht over de zee zonder die ooit daadwerkelijk te hebben gezien. Wellicht kun jij met iets soortgelijks wegkomen?)
Na de lunch trek je de rode jas met de grote bontkraag aan en stap je voor het eerst sinds vijf dagen toch maar het landschap in. De lucht is zo koud en schoon dat je nauwelijks kunt ademen. Bij iedere inademing snijdt de zuiverheid in je longen als een vel printpapier. Je rookt al jaren niet meer, maar ineens snak je ontzettend naar een sigaret.

Rimbaud schreef als zestienjarige een gedicht over de zee zonder die daadwerkelijk te hebben gezien

Op de helling van de Beerenberg ontmoet je een van de meteorologen. Terwijl je haar nadert houdt ze haar linkerbeen opvallend in de lucht om het vervolgens met een plof in de sneeuw neer te planten. ‘Precies op deze plek heeft nog nooit iemand zijn voet neergezet,’ zegt ze. Haar stem lijkt op de stem van de vrouw die je eerder over de luidspreker hoorde. Ze haalt haar voet weg en samen kijken jullie naar het achtergelaten reliëf in de sneeuw. Je maakt een foto, ‘misschien hebben we er later nog wat aan,’ zeg je tegen haar.  De vrouw moet lachen en stelt zich voor als Montana Danilsen. Terwijl ze spreekt valt het je voor het eerst op dat ze ontzettend mooi is. Een tijdlang kijken jullie vanaf de helling naar het eiland beneden. In de verte zien jullie iemand wandelen. Je herinnert je dat je normaal gezien last hebt van hoogtevrees. Tegen je eigen verwachting in leun je over de rand van de helling zonder daarbij je evenwicht te verliezen. ‘Je vindt het vast maar saai hier,’ zegt Montana.
Je vertelt Montana dat voordat je vertrok, je manager liet weten dat een deel van de wetenschappers helemaal niet zat te wachten op jouw aanwezigheid tijdens de expeditie. ‘Ze zijn bang dat je hen voor de voeten loopt en dat je een vertekend beeld van de onderneming geeft,’ zei je manager terwijl jullie koffiedronken in een sfeervol verlicht café in Amsterdam. Op dat moment dacht je dat het wel mee zou vallen. Je was voor Vers van het Vliegtuig tenslotte naar Laos geweest waar je lokale bewoners had geïnterviewd die het Engels niet machtig waren. Het had weliswaar wat moeite gekost om hun vertrouwen te winnen, maar er was een tolk aanwezig en uiteindelijk had je een fantastische tijd, daar in Laos. Over Jan Mayen maakte je je absoluut geen zorgen: het merendeel van de expeditieleden spreekt Nederlands of foutloos Engels. Als je daar eenmaal met zijn allen op het eiland zou zitten, zouden die wetenschappers doorlopend over hun onderzoek vertellen.
Nu je hier bent, vertel je Montana, wordt echter iedere poging van jouw kant om meer te weten te komen lachend weggewuifd. Iedereen blijft vriendelijk, dat is het probleem niet, maar ze beantwoorden je vragen alsof je een buurjongetje bent dat informatie verzamelt voor een spreekbeurt in aardrijkskunde. Ze vertellen je verder uitgebreid over de ingeblikte perzik die ze haast iedere dag eten, of ze geven je een opsomming van de tv-programma’s waar ze je de laatste tijd in hebben gezien.
Eigenlijk kan het je steeds minder schelen. Je vertelt Montana over Rimbaud en zijn gedicht over de zee. Ze lacht maar lijkt je niet te begrijpen.

III. De Verdubbeling

Het is de laatste dag en op laatste dagen hoort een feest. Uit de boot wordt bier en wodka gehaald dat speciaal voor dit moment is bewaard. In de kantine hangt al een paar dagen een poster waarop staat dat iedereen wordt verwacht zich te verkleden als een god uit de noordse mythologie. Je zoekt op Wikipedia naar ‘noordse mythologie’ en je voelt een spier in je nek pijnlijk opzwellen. Je masseert de plek terwijl je je afvraagt waar je op dit eiland iets kunt vinden dat kan doorgaan voor een gouden everzwijn, het bekendste attribuut van de god Freyr. (Wikipedia: Freyr is het meest glorieus van alle goden en bovendien de god van de mannelijke seksualiteit.) De pijnlijke plek in je nek begint te kloppen en je bedenkt dat je je in plaats van als een god, misschien kunt verkleden als een van de attributen: als een voorwerp of een dier dat er niet al te belachelijk uitziet in kostuumvariant. Je leest over Auðumbla, een koe die zich in een bevroren landschap van voedsel voorzag door aan zoute ijsblokken te likken. Bij dat voortdurend likken kwamen uit de ijsmassa langzaam de vormen van een mannenlichaam vrij: het lichaam van een reus. Auðumbla zou de reus tenslotte al likkend in drie dagen tijd geheel uit het ijs bevrijden.
Je besluit je niet te verkleden.

De presentator zal doen alsof je een soort hedendaagse Willem Barentsz bent en de hele tafel zal je vol bewondering aankijken

Aan het begin van de avond gaat iedereen samen op de foto. De expeditieleider staat in het midden van de groep. Hij heeft een lange witte baard op zijn gezicht geplakt. Iemand in een witte tuniek heeft een papieren kroon gemaakt waar Ster van het Noorden op staat. ‘Ik wil dat je die voor de foto heel even op je hoofd zet,’ zegt hij. Deze man houdt het papier nu al minstens drie minuten op zo’n dwingende manier tegen je kruin gedrukt, dat je het gevoel hebt dat je je niet kunt bewegen zonder dat dit overkomt als zelfverdediging. Uit je ooghoeken kun je nog net zien dat Montana helemaal aan de linkerkant van de groep staat. Ze draagt een mantel van veren en heeft haar arm om de schouders en het hoofd van de man naast haar gelegd waardoor het later, op de foto, zal lijken alsof ze een stel zijn.
Wanneer alle foto’s zijn gemaakt, pak je een handvol paprikachips en loop je naar buiten. Ondanks het late uur is het nog redelijk licht. Je loopt een heel stuk van het gebouw vandaan maar het feestgedruis blijft binnen gehoorsafstand. Er klinkt af en toe een lach en geroezemoes, alsof de feestgangers je van een afstand aan het uitlachen zijn.
Over vijf dagen zit je bij de populairste talkshow van het land. De presentator zal doen alsof je een soort hedendaagse Willem Barentsz bent en de hele tafel zal je vol bewondering aankijken. Je zult ze precies vertellen wat ze willen horen. Over de voordeelverpakkingen paprikachips die op het eiland worden verorberd, rep je met geen woord. Je zult zeggen dat het een onwerkelijke ervaring was. Dat je terwijl je omringd werd door de overweldigde natuur, het gevoel had dat je leefde.

Meer Verhalen
Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Reacties zijn gesloten.

Naar boven