Flickr // Zach Frailey

Sterke verhalen vanuit de toekomst

De financiële crisis, klimaatverandering en de vluchtelingensituatie. Hoe begin je in godsnaam aan een oplossing wanneer je het probleem niet eens kunt grijpen? De alomvattendheid van deze kwesties duizelt ons. Filosoof Timothy Morton noemt ze hyperobjects; gegevens die zo ‘groot’ zijn en zulke wijdverspreide tentakels hebben dat ze het menselijke voorstellingsvermogen overstijgen. Vaak door onszelf in gang gezet – denk aan het economische systeem of dataverzamelingen – maar uit de voegen gegroeid tot actoren met een eigen wil. Als een computer kan voorspellen wat we morgen eten of kopen, wie, of wat, controleert dan wie? We worden moe van complexiteit op complexiteit, met als gevolg dat we ons terugtrekken in het tastbare, het gekende, het directe en lokale. Dit verlangen naar simpliciteit mag ongevaarlijk lijken maar bevestigt een discours van schaalverkleining, met verregaande gevolgen. Een moestuinhouder en een Trump- of Wilders-stemmer houden beiden vast aan een idealisering van lokaliteit en daarmee begrenzing.

Ook wanneer wél pogingen worden gedaan globale misstanden aan de kaak te stellen blijkt het moeilijk een voorstelling te maken van grootschalige alternatieve scenario’s. In de afgelopen jaren hebben activistische groepen dictators van hun troon gestoten en onderwerpen bespreekbaar gemaakt die eerder niet op de agenda stonden (denk aan de Arabische Lente en de ‘we are 99%’ van de Occupy-beweging en 15-M), maar toch blijven structurele veranderingen uit. Doordat deze groepen de macht van het bestaande beleid ontkennen is hun verzet niet krachtig genoeg om daadwerkelijke verandering mogelijk te maken. Tegelijk is hun radicaliteit geneutraliseerd; speerpunten als verzet, verstoring en lokaal handelen zijn onderdeel geworden van de neoliberale logica waartegen men zich meent te verzetten. Spijkerbroekenmerk Levi’s maakt voor een reclamefilmpje gebruik van beelden van politieke protesten. Ten slotte ontbreekt het de bewegingen aan een duidelijke structuur. De afwezigheid van gedeelde lange-termijn en toekomstgeoriënteerde strategieën zorgt voor grote, en in sommige gevallen zelfs gevaarlijke, verdeeldheid. Zo makkelijk als het is om te schreeuwen wat we niet willen, zo moeilijk lijkt het om constructief na te denken over wat hier dan voor in de plaats zou moeten komen. De postmoderne focus op afbreken in plaats van opbouwen, bekritiseren in plaats van fantaseren, maakt het onmogelijk de toekomst vorm te geven.

De afwezigheid van gedeelde toekomstgeoriënteerde strategieën verdeelt activistische bewegingen

Vanuit een angst en wantrouwen jegens Grote Verhalen, ideologieën en totaliserende blikken schoven de postmodernisten het particuliere ‘korte verhaal’ naar voren. Maar wanneer onze problemen groter en ingewikkelder worden en onze antwoorden te allen tijde moeten voldoen aan bescheidenheid, nuance en zelfkritiek, valt niet te ontkennen dat er sprake is van desastreuze miscommunicatie. Het Speculatief Realisme betekende daarom een belangrijk moment binnen de filosofie. Door de opvatting te doorbreken dat alleen de mens bestaansreden kan geven aan objecten en alleen vanuit het heden het verleden en de toekomst kunnen worden vormgegeven, wordt het mogelijk de communicatie met het hyperobject aan te gaan. Alleen door ook vanuit de toekomst te leren denken wordt het mogelijk niet langer achter de feiten aan te hobbelen maar deze zelf (mede) te creëren. Alleen door complexe structuren niet af te wijzen maar juist te kannibaliseren, toe te eigenen en naar de hand te zetten wordt vooruitgang mogelijk. Om te ontsnappen aan een nostalgische antireactie is het noodzakelijk na te denken over nieuwe (imaginaire) horizonnen. Hoe creëren we zo’n ambitieus perspectief, niet over maar vanuit de toekomst? Twee recent geschreven manifesten laten zien dat alleen onvoorstelbare voorstellen in staat zijn met terugwerkende kracht ons voorstellingsvermogen op te rekken.

Nick Srnicek en Alex Williams deden met hun #Accelerate manifesto in 2013 een belangrijke, en fel bekritiseerde, poging het Speculatief Realisme om te zetten in een politieke theorie. ‘Hun’ links-accelerationisme predikt een politiek op één lijn met moderniteit, abstractie, complexiteit, globaal denken en technologie. We mogen dan wel het gevoel hebben snel te bewegen, maar dit gebeurt nog altijd binnen de strikte kaders van het kapitalisme. Als de hoogste waarden van onze samenleving vernieuwing, innovatie en creativiteit zijn, hoe kan het dan dat deze enkel resulteren in meer van hetzelfde? Elk jaar een nieuwe iPhone is geen echte vooruitgang maar belemmert juist een breder verzicht. Ageren tegen het idee van smartphones met overbodige snufjes betekent echter niet dat we dan maar terug moeten verlangen naar een tijd vóór mobiele telefonie of het internet. Integendeel. Alleen wanneer we volledig begrijpen hoe technologieën werken en we de taal van het beleid leren spreken en verstaan, kan de koers worden bijgestuurd van kortstondige vernieuwing naar een daadwerkelijk betere en eerlijkere wereld. Door bijvoorbeeld te mikken op het ontwerp van een telefoon die nooit kapot gaat, duurzaam is en betaalbaar voor alle bevolkingslagen. In plaats van de bestaande structuren, organisaties en technologieën af te schrijven of te vernietigen, stellen Srnicek en Williams voor deze te ‘versnellen’.

Dit concept van ‘versnelling’ is dubieus en stuitte ook mij in eerste instantie tegen de borst. Want; hoe versnel je en wat versnellen we precies? Ik interpreteer het links-accelerationisme liever als een heroriëntatie van bestaande ontwikkelingen in nog niet bestaande richtingen. Zoals het ook niet de bedoeling is om meer en betere telefoons te produceren maar we ons gehele denken over technologische vooruitgang opnieuw moeten vormgeven. Deze focus op het onbekende wordt verder uitgewerkt in het xenofeminisme-manifest, dat meer nog dan een nieuw soort feminisme een voorstel is voor een politiek van vervreemding - voorbij het idee dat de toekomst kan worden geconstrueerd op basis van onze huidige ervaringen. Het onbekende voelt altijd ongemakkelijk en het is onmogelijk hier zonder controverses te geraken. De xenofeministen zetten correctheid daarom bij het grofvuil: ‘We want neither clean hands nor beautiful souls, neither virtue nor terror. We want superior forms of corruption.’ Dat schouderklopje van je mede-activist is makkelijk verdiend, daadwerkelijke verandering wordt pas mogelijk wanneer de frictie wordt opgezocht. Het vergt lef vertrouwde handvaten los te laten en de horizon te verbreden van ‘wat is’ naar ‘wat kan zijn’.

Om het lokale discours open te breken is het noodzakelijk globalisering en complexiteit te omarmen

Hoe heroriënteren we onszelf in deze tijden van ‘georganiseerde desoriëntatie’? Om het lokale, op begrenzing gerichte, discours open te breken is het noodzakelijk globalisering en complexiteit te omarmen. Door bijvoorbeeld de Chinese productiemacht niet te bevechten met een moestuin maar, zoals cyberfilosoof Michel Bauwens doet, na te denken over een globale peer-to-peer structuur die als lijm verschillende bottom-up projecten met elkaar verbindt. We moeten groter, complexer en daarmee ‘fictiever’, leren denken. Nederlands cultuurfilosoof Thijs Lijster doet een poging wanneer hij, als reactie op het voorkritische Grote Verhaal en de postmoderne korte verhalen, het concept ‘sterke verhalen’ gebruikt. Hij doelt hiermee op nadrukkelijk denkbeeldige constructies die erop zijn gericht eenheid aan te brengen in de onoverzichtelijkheid. Een ander, vergelijkbaar, voorbeeld zijn hyperstitions; ficties die met terugwerkende kracht hun eigen bestaansmogelijkheden creëren. Denk aan een lasso die je verder gooit dan je kunt zien, mikkend op een punt waarvan je slechts hoopt dat deze bestaat. Terwijl het touw zich aan het voorgenomen haakje heeft vastgebeten trek je jezelf langzaam aan dit punt op, al klauterend een route creërend die voor de worp nog niet bestond.

Door op deze manier de grenzen tussen realiteit en fictie, verleden en toekomst af te breken wordt het mogelijk de opvatting van ‘praktisch handelen’ op te rekken. Niet langer in voorhanden kortetermijnoplossingen te denken (de moestuin, direct action) maar te erkennen dat abstracte problemen om een abstracte reactie vragen. Alvast een stap in de goede richting is de ‘privacyweek’ op de Correspondent waarbij twee deskundigen zeven dagen lang voorstellen doen voor alternatieve software, wachtwoorden en databescherming. Iedereen oproepen op dezelfde dag over te stappen van bijvoorbeeld Whatsapp naar Signal creëert een event-gevoel, en dat zorgt voor een collectieve horizon. Waar pragmatisme en speculatie elkaar op het eerste gezicht lijken tegen te spreken – het ene is gericht op concreet resultaat waar de ander juist het grote en verre denken centraal stelt – gaan de twee juist hand in hand. Alleen uitgesproken ideeën, hoe absurd ze op het eerste gezicht misschien ook lijken, kunnen worden bekritiseerd, omver geschopt of juist in gang gezet. Zonder navigatie sta je stil. Dit is wat ontbreekt bij zowel de (linkse) politieke elite als de (linkse) activisten. In tegenstelling tot de succesvolle (rechtse) populisten hebben zij geen nieuw universeel narratief en kunnen geen kant meer op.

Zowel het links-accelerationisme als het xenofeminisme ontstonden pas op het moment dat ze werden opgesteld in een manifest. Als lasso’s – vol provocatie en vurig taalgebruik – werden de theorieën uitgegooid en maken deze nu met terugwerkende kracht de weg vrij voor hun eigen ambitieuze bestaansvoorwaarden. Misschien is dat nog wel het belangrijkste van de twee manifesten; niet het sterke verhaal dat zij voorschrijven maar het sterke verhaal dat ze zelf (proberen te) zijn. En is het punt onder dit essay geen afsluiting van het heden maar een begin vanuit de toekomst. Een speculatieve poging een manier van denken en spreken te ontwikkelen die in staat is de complexiteit van de hedendaagse crises wél te duiden.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven