Wim Wenders / Pina

Strakke meisjes en vermoeide vrouwen

De repetitieEleanor Catton2008
The LuminariesEleanor Catton2013
PinaWim Wenders2011

Op het podium ligt een laag bruine aarde waar een lange ranke vrouw in een huidkleurige jurk als een krolse kat in ligt te kroelen, ze beweegt zich overtuigd naar een felrode lap stof. Ze wrijft er met haar schaambeen over, laat de stof gulzig haar huid betasten. Het is alsof die rode stof de van zichzelf onopvallende en frêle vrouw een extra dimensie geeft. Het is bijna te intiem om naar te kijken. Dan komen de andere danseressen op. Ook allemaal breekbare en verwilderde maar vooral onopvallende vrouwen. De dans vervolgt bonzend en haast paniekerig om het stuk rode stof heen. Niemand wil de stof, die een jurk blijkt te zijn, in groepsverband aandoen. Seksualiteit: een vloek of een zegen? vraagt deze dansscène uit Wim Wenders’ film Pina haar toeschouwer.

Wanneer treedt seksualiteit aan, en wanneer verdwijnt zij weer? Wanneer veranderen meisjes in vrouwen? Is seksualiteit voor jezelf, of voor de ander? Naar welke silhouetten vormen lesbische verhoudingen zich?

Wanneer veranderen meisjes in vrouwen?

Dit zijn de vragen die Eleanor Catton (1985) uitvoerig verkent in haar debuutroman De repetitie, verschenen in 2008. De schrijver, geboren in Canada en opgegroeid in Nieuw-Zeeland, schreef de roman toen ze 22 jaar jong was. Haar tweede roman, The luminaries, een gothic novel die zich afspeelt in 19e-eeuws Nieuw-Zeeland, verscheen vijf jaar later en werd recentelijk vertaald in het Nederlands vertaald als Al wat schittert. Catton won er de Man Booker Prize 2013 mee. Wie zoekt, vindt enkel lovende woorden over haar. En waar ze op haar debuut nog wat twijfelend en kinderlijk met een kop thee op de achterflap poseert, kijkt ze op The luminaries rustig en overtuigd de lens in. Een literaire blik die je kunt vertrouwen, als zoiets bestaat.

Maar eerst was er dus De repetitie. Over meisjes en vrouwen. Hun lichamen en hun verlangens. Ze worden in wel tientallen vruchtbare details beschreven, elke alinea zou een eigen essay waard zijn. In subtiele verwoordingen en beschrijvingen van personen leidt het boek naar de plot toe als een uitgestrekt doolhof, of nee nog liever: als een verse artisjok die je langzaam afpelt. Elke bladzijde maakt de personages voller, de onderwerpen rijper en het boek lichamelijker. Alleen valt de kern, normaal het lekkerste gedeelte van de artisjok, een beetje tegen.

De jonge scholiere Victoria en haar saxofoonleraar meneer Saladin hebben een geheime verhouding. De repetitie begint op het moment dat deze verhouding uitkomt. Het vreemde is: Victoria zelf komt slechts een keer aan het woord in het hele boek. De roman gaat eerder over wat deze verhouding met hun omgeving doet, dan met de betrokkenen. Het wekt bij haar klasgenoten en vriendinnen vooral jaloezie op, want Victoria heeft als enige de kans gekregen een gebied te betreden waar de rest alleen nog maar van kan dromen. Victoria kent een geheim dat zij niet kennen. Het geheim van de seksualiteit.

Het meisje dat kiest voor seksualiteit zal ontsnappen aan het collectief, een individu worden. In de dans in PINA blijven de vrouwen er ver van af, liever blijven zij onderdeel van de veilige groep. Victoria laat zich wel verleiden door de seksualiteit, ondanks zichzelf.

In het hele boek hangt een seksuele spanning, de gemene meisjes grijpen verlangend naar seksualiteit in de verte, hun ‘weeïge, bezitterige moeders die hun dochters liever in de plooien van hun boezem zouden smoren’ verkeren in een achterwaartse zoektocht naar de chaos, het geluk en de begeerte van hun jonge jaren ‘omdat elk jaar dat voorbijgaat als een gazen sluier over hun ogen valt, in een laag die steeds dikker wordt, tot zelfs hun eigen kindertijd in nevel oplost.’ Seks is constant aanwezig, en toch zijn er amper scènes waarin er daadwerkelijk seksueel contact is. Het is niet grijpbaar. Precies de puberteit dus.

Elke bladzijde maakt de personages voller, de onderwerpen rijper en het boek lichamelijker.

Catton onderscheidt zich door prachtig taalgebruik. Neem bijvoorbeeld de volgende drie zinsneden. ‘Boterzachte lichamen’ zorgt meteen voor visuele en fysieke verbeelding, je voelt zo’n lichaam haast aan je vingers. Of: ‘De gedachte blijft even aan haar knagen, maar alleen als mogelijkheid, als een nieuw overhemd dat ze al dan niet kan aantrekken’, niet vaak wordt een normale twijfel zo exotisch omgevormd. En: ‘(ze had) fijne lijntjes rond de ogen en de mond, een lichaam dat zijn vorm gevonden had, een zekere vermoeidheid in houding en uitstraling die op een ondefinieerbare manier seksueel was, als de oude glans van een stoffige zijden jurk of een niet al te duur sieraad met een roestige sluiting’. Cattons taal trekt banale uiterlijkheden naar het vlak van materiële, fysieke weelde. Haar taal gaat niet over abstracte begrippen, maar over lichamelijkheden. Lichamen worden voedsel, gedachten worden overhemden en vermoeidheden worden jurken en sieraden.

Elke alinea op zich is als een aardbeientaartje. In taal, samen met de subtiele karakterbeschrijvingen en de ideeën uit de dialogen, excelleert Catton meer dan het verhalen vertellen in dit boek. In het verhaal zelf gebeurt er namelijk nog wel meer: het eerste jaar van de theaterschool, die naast de meisjesschool huist, besluit een voorstelling te maken over de geheime verhouding tussen Victoria en meneer Saladin. Ondertussen gaan een paar meisjes elke week trouw naar saxofoonles waar ze hun hart uitstorten bij de nieuwe juf, een oudere eenzame vrouw. Een van die meisjes is het jongere zusje van Victoria, Isolde, die verward verliefd raakt op een iets ouder meisje en tegelijkertijd op een jongen uit het eerste jaar van de theaterschool. Natuurlijk moet ze een keuze maken. Maar dit hele verhaal verdwijnt eigenlijk een beetje naar de achtergrond. Het enige aspect van de verhaallijn van Isolde dat achteraf overeind blijft is haar kenmerkende zoektocht naar de vorm van liefde. Valt ze op meisjes, of zijn die gevoelens slechts een kwestie van opstandigheid? Waarom lukt het niet om haar lesbische gevoelens serieus te nemen?

Sommige aspecten van het verhaal duren te lang terwijl andere acties, zoals de stap naar het toneelstuk, weer onduidelijk zijn door hun snelheid. Het verhaal had net zo goed ergens anders kunnen plaatsvinden. Als geheel is het niet in balans, maar dat lijkt voor deze roman niet erg te hinderen. Catton raakt haar lezers met iets anders, met het dierlijke, lichamelijke thema − het boek is er niet om in een spannende sjees uit te lezen, van avontuur naar avontuur, maar om juist na elke alinea even boven de bladzijdes van het boek de wereld in te turen. En dat is dapper, in een tijd waarin in de meeste romans de angst om verveelde lezers te verliezen van het papier af dampt . De repetitie leent zich uitermate goed voor een verblijf van drie maanden op het nachtkastje, na verloop van tijd verlang je elke keer weer terug naar haar fragiele zoekende woorden die tegelijkertijd overtuigd overkomen.

Lichamen worden voedsel, gedachten worden overhemden en vermoeidheden worden jurken en sieraden.

In haar tweede boek maakt Catton het verhaalvertellen trouwens helemaal goed. In de dikke pil vertelt ze een reusachtig uitgekiend en spannend verhaal. Het is formeler en afstandelijker − de verteller is een ouderwetse ‘wij’ − dan De repetitie. Overduidelijke overeenkomsten tussen de twee romans van Catton zijn de wankele identiteiten van de personages en de uitvoerige schilderingen. Voor de rest zijn het twee verschillende genres. Een kabbelende coming-of-age-roman en een spannende gothic novel. In De repetitie is het onderwerp uitgekiend, in Al wat schittert het verhaal.

De vrouwelijke levensweg blijft treurig. ‘Nu vrouwen meer macht krijgen, merken ze dat de kans op liefde voor hen steeds kleiner wordt.’ Er komt geen omslag. De moeders veranderen niet, de saxofoonjuf blijft alleen en voor eeuwig verliefd op haar jeugdvriendin. Mannen blijven hetzelfde en de liefde tussen man en vrouw blijft vermoeiend conventioneel: ‘Ze overtroeft zijn zinnen, en zegt: “Net zoals jij mij hebt gebruikt, heb ik jou gebruikt. Je fungeert als een soort bescherming voor mij, dat is alles”’. Meisjes durven, net als de oudere vrouwen, nog steeds niet voor een lesbische verhouding te kiezen, omdat ze simpelweg geen ander voorbeeld hebben dan de traditionele (en teleurstellende) man-vrouwverhouding.

De jonge kipjes − ‘de vruchtbare welving van haar heupen, haar koele, sproetige borsten, de naar binnen gevouwen buidel van haar baarmoeder’ − spelen gelukkig nog maar een repetitie voor alles wat komen gaat. Maar als de echte voorstelling van het leven begint, lijkt Cattons suggestie, is het beste eigenlijk al voorbij. Het spannende, het verlangende. Maar vooral het onwetende, voordat meisjes leren dat de wereld in tweeën is verdeeld. In goed en kwaad, mannelijk en vrouwelijk, waarheid en leugen, kind en volwassene, vreugde en verdriet.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven