Wikimedia Commons / Lewis Caroll - Hunting of the Snark

Straks houdt het nooit meer op

Een jaar geleden barstte naar aanleiding van een vurig betoog van Gawker’s Tom Scocca onder Amerikaanse journalisten een discussie los over het gebruik van snark en smarm. Hij was een pleitbezorger van het eerste, en verfoeide de manier waarop de groeiende populariteit van het laatste bij journalisten oogkleppen opzette en hun kritische rol ondergroef. Voordat je naar het woordenboek grijpt: de zoektocht naar een vertaling is vergeefs. Scocca zelf had twintig pagina’s aan voorbeelden nodig om deze woorden te duiden die normaal gesproken alleen slaan op de toon van een opmerking. Voor hem betekenden ze veel meer: ze refereren aan twee botsende retorische strategieën die journalisten, schrijvers, presentatoren en eenieder die toehoorders zoekt gebruikt voor het bereiken en bespelen van een publiek.

Vang je meer vliegen met stroop of met azijn?

Snark is in de volksmond de slinkse opmerking die wordt geuit om andermans prestaties af te kraken. De sneer van de museumganger die beweert dat sommige doeken er uit zien alsof ze door een kleuter zijn gekliederd zou prima in dit rijtje passen door het cynisme dat hieruit spreekt. Smarm zoekt daarentegen juist het lovenswaardige in een onderwerp op, en de praktisanten mijden negatieve toonzetting zorgvuldig om zo hun gewenste publiek niet af te schrikken. De stem van smarm is opgewekt, maar tegelijkertijd een toon waaruit een zeker dedain spreekt richting diegenen die zich met zulke puberale zaken als het spuien van kritiek bezig houden.

Een voorbeeld. Wanneer een theaterrecensent een optreden vergelijkt met een wortelkanaalbehandeling dan zouden smarmers stellen dat de criticus zich schuldig maakt aan snark. Het afwijzen van de snark gaat zelfs nog verder. Want kritiek die zich verlaagt tot het niveau van de sneer is niet alleen onbeleefd, het is bovendien tijdverspilling. Had die recensie in de jachtige tijd waarin we nu leven niet beter gewijd kunnen worden aan het vieren van het succes van een productie die wél in de smaak viel?

Nou, nee. Een goede sneer op zijn tijd schudt mensen wakker. Het kan door uiterlijk vertoon heen prikken en de feiten blootleggen. Wie onlangs de ontleding door het duo van De Snijtafel van een aflevering van De Wereld Draait Door heeft gezien, weet wat ik bedoel. De argeloze TV-kijker zag hoe Matthijs van Nieuwkerk zijn gasten Halina Reijn en Carice van Houten feliciteerde met hun gelaagde en diepgaande boek Antiglamour, maar bezien vanuit de sceptische (en melig makende) blik van de Snijtafelmakers presenteerde hij op geraffineerde wijze een oppervlakkig boek uit eigen kring als een literair hoogtepunt. Het filmpje van de Snijtafel werd populair en is ruim tweehonderdduizend keer bekeken. Maar waarschijnlijk behoren diezelfde kijkers ook tot de meer dan een miljoen mensen die dagelijks hun TV op DWDD blijven afstemmen. Gewillig laten ze zichzelf opnieuw bedriegen door dit lekker wegkijkende programma.

Welke toon trekt het grootste publiek? Vangt men meer vliegen met stroop of met azijn? Wellicht zijn smarm en snark daarmee het beste te vertalen. Daarmee raken we aan de kern van wat Scocca betoogde. De verleidelijke zoetheid van stroop is een ideaal recept om een groot publiek te trekken. Als mensen elkaar stroop om de mond smeren is dat voor een publiek vaak prettiger om te lezen, naar te kijken of om aan te horen dan een kritische discussie op inhoud - die al snel zuur smaakt. Nu is die voorkeur van het publiek niet noodzakelijk een probleem zolang datzelfde publiek zich er bewust van is dat het stroop aan consumeren is. Maar het gevaarlijke van stroop is dat bij het actief omzeilen van de confrontatie allerlei onderwerpen die een botsing verdienen onbespreekbaar blijven. Zowel de producent als de consument van de stroop raken in zekere zin verslaafd, en verliezen hun vermogen kritisch te beschouwen.

Laat duidelijk zijn dat dit niet een klaagzang is over politieke correctheid. Wat hier wordt bedoeld is dat een journalist die stroop smeert zich vooral afvraagt hoe een onderwerp kan worden gepresenteerd zodat het aanslaat bij het grote publiek. Zowel journalist en publiek lopen daarmee het risico zich door het onderwerp in te laten pakken. Iedere nieuwssite heeft daarom tegenwoordig wel een vaste rubriek waarin kritiekloos de laatste viral filmpjes, artikelen of onderzoeken worden opgedist. Wat populair is wordt gevierd omdat het populair is. Azijn stoort zich aan die kringredenering. Azijn legt een onderwerp in de week tot de vorm is opgelost, en kijkt naar wat er van de inhoud overblijft en beoordeelt die op de merites. Het risico is dat dit sikkeneurig overkomt en geen publiek weet te vinden. Azijn die met het duivelse plezier van de sneer wordt opgegoten weet daarentegen wel toehoorders te vinden.

Wat populair is wordt gevierd omdat het populair is.

Die azijn zou best wel eens meer gebruikt mogen worden omdat het de gezonde scepsis bevordert die een journalist eigen hoort te zijn. Het zou een goed medicijn zijn voor de toenemende vatbaarheid voor pseudowetenschap bijvoorbeeld. Denk dan aan het relletje rond de Schoolvision van een paar jaar terug, waarbij een door fabrikant Philips gesteund ‘wetenschappelijk onderzoek’ (hier kunnen niet genoeg aanhalingstekens omheen staan) aantoonde dat hun verlichtingssystemen in klaslokalen een positief effect hadden op prestaties van leerlingen. Het bijbehorende persbericht werd door veel kranten zo kritiekloos overgenomen dat het leek alsof op redacties massaal op de knop “share” werd gedrukt in plaats van de bevindingen te toetsen. In een commentaar van de NRC kwamen de journalisten die in deze marketingval waren getuind aan het woord, en zij verweerden zich door te stellen dat er geen tijd meer is om de feiten te controleren. Dit is een prachtig voorbeeld van stroop: de kranten kregen hapklaar nieuws gepresenteerd dat in één beweging door kon worden gepresenteerd als pop-sci aan hun lezers die het met plezier consumeerden.

Daar ligt dan ook de taak voor ons, de stroopvreters, om onze verslaving te beteugelen. En presenteer vaker onze ‘dealers’ met de rekening door kritisch te zijn op hun methode en hun onderwerpen. Anders wacht ons een toekomst waarin alleen datgene dat niemand afschrikt, taboes mijdt en confrontaties schuwt nog een platform krijgt. Schreeuw daarom de volgende keer dat een filmpje van een spelende kat of een niezende panda het nieuws verdringt mee met Carice: “Houdt het dan nooit op?”

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven