Wikimedia Commons

Strategija 31 en de Russische protestbeweging

Afgelopen donderdag (31 maart) vonden op verschillende plaatsen in Rusland protesten tegen het regime plaats. Het moment van de demonstraties was niet toevallig gekozen.

Artikel 31 van de in 1993 ingevoerde Russische constitutie garandeert wettelijk de vrijheid van vreedzame vergadering in het grootste land ter wereld. De na 2000 groeiende repressieve reactie van de politie en Mobiele Eenheid op vaak vreedzame protesten getuigt echter van discrepantie tussen de wet op papier en de praktijk. Als reactie op deze kloof is in juli 2009 Strategija 31 (Strategie 31) opgericht. Deze beweging komt iedere 31ste van een 31 dagen tellende maand op meerdere plaatsen in het land bijeen om te protesteren tegen de autoriteiten. Een korte (ontstaans)geschiedenis van deze beweging kan een aantal problemen rondom de Russische protestbeweging en het algemene politieke klimaat in kaart brengen. Hierbij zullen misschien niet veel kwesties opgelost worden, maar zal in ieder geval een hoop stof tot nadenken ontstaan.

Een eerste probleem van Strategija 31 en de Russische tegenbeweging is de sterke verbrokkeling binnen de beweging. Dit komt door de spontaniteit en de geringe organisatie binnen de beweging. Hoewel Russische geluiden voor meer democratie in het westen vereerd worden om ‘helden’ als Garri Kasparov en Michajl Gorbačev en mensenrechtenorganisatie Memorial gezien wordt als een van de kritische eilanden in Rusland, is er binnen de vuist die de tegenbeweging wil maken een sterke hang naar anti-democratisch extremisme. Het meest treffende voorbeeld hiervan is Eduard Limonov, de oprichter van Strategija 31. Limonov is leider van de verboden Nationaal-Bolsjewistische Partij. Deze partij staat niet alleen een gewelddadige omverwerping van het systeem voor, maar heeft in het verleden ook een sterke neiging tot xenofobie gekend. Met dit soort partijen, die ‘Stalin, Berija, Gulag!’ als slogan gebruiken, wordt de anti-Putin beweging in het westen nooit geassocieerd. Een ander treffend voorbeeld: Limonov liet zich in 1992 zij aan zij met Radovan Karadžić vereeuwigen op de heuvels bij Sarajevo, waar hij met een sniper richting de hoofdstad van Bosnië-Herzegovina schoot.

De dynamiek van de Russische oppositie zoals gesymboliseerd in Strategija 31 kent dus een interessante overeenkomst met die van de machthebbende partijen. Iedere vorm van gematigdheid lijkt onvermijdelijk richting een extreme vorm van politiek bedrijven gezogen te worden. Zowel op als tegenover de denkbeeldige barricades is politiek een zaak van straatgroeperingen en gewelddadig ingrijpen van de politie geworden. Deze parallel komt het sterkst tot uiting op de 31ste van de maand, wanneer de regering steevast andere regeringsgezinde demonstraties organiseert om de legitimiteit van de veel kleinere Strategija 31 te ondermijnen.

Dit polariserende klimaat heeft kunnen ontstaan door de verregaande  verticalisering en de effectieve hiërarchiering van de macht van het Kremlin. Zowel in de belangrijke centra als in de periferie van Rusland heeft Putin’s partij (Verenigd Rusland) zich de afgelopen jaren sterk doen gelden. Hierdoor is er tevens een belangrijk verschil ontstaan: waar de macht van Verenigd Rusland en gelieerde partijen het politieke landschap overweldigend zijn gaan domineren, is de verdeelde protestbeweging tot de marges gedwongen (aan de demonstraties van Strategija 31 doen hooguit 2000 mensen mee).

Twee actuele gebeurtenissen zouden het versnipperde Strategija 31 uit de marginaliteit kunnen slepen. Ten eerste hebben de onrusten in Libië op een tweetal manieren hun stempel gedrukt op de ‘gebruikelijke’ Strategija 31-sessie van afgelopen donderdag. Enerzijds wordt de terughoudende opstelling van het Kremlin tegenover ingrijpen tegen het regime van Moammar Kadhafi aangegrepen om Putin’s regime te associëren met de twee pijlers waarop het bewind van de impopulaire Libische heerser is gebouwd (gewelddadige onderdrukking en dictatoriaal heerschap). Dit gebeurde vooral bij Strategia 31-demonstraties in het buitenland (een initiatief dat in augustus 2010 is begonnen). Zo werden op 31 maart jongstleden bij het Witte Huis in Washington DC foto’s van de twee leiders getoond met teksten als Terrorism serves Putin and his clan. Ten tweede zou het domino-effect dat door verschillende Arabische landen gaat over kunnen slaan op Rusland. De kans dat dit gebeurt lijkt echter klein, gezien de politieke apathie van de meerderheid van de Russische bevolking, de marginaliteit van de oppositie en de machtige positie van het Kremlin. De gebeurtenissen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika leren echter dat niets uitgesloten kan worden.

Een tweede belangrijke pijler voor de toestand van Rusland’s politieke klimaat zijn de naderende parlements- en presidentsverkiezingen, respectievelijk in december 2011 en maart 2012. Grote vraag is of de oppositie een rol kan spelen tegen de tandem Putin-Medvedev en hoe de marginale maar groeiende onvrede over de huidige regering zich dan uit.  Gezien de tendens van de afgelopen tien jaar is het echter waarschijnlijker dat het gecentraliseerde autoritaire politieke systeem, geconcentreerd rondom Verenigd Rusland, zowel wat betreft structuur als wat betreft invulling geen halt toegeroepen zal worden. De vraag is dan hoe de verdeelde en kleine bewegingen als Strategija 31 en hun gematigde en extremistische facties verder zullen reageren op een nieuw hoofdstuk Verneigd Rusland. We zullen het zien, op 31 maart 2012.

Verwijzingen

Site van Strategija 31 (Russisch)

http://strategy-31.ru/

Site van de Nationaal-Bolsjewistische Partij (Russisch)

http://nazbol.ru/

Literatuur over Rusland’s politieke klimaat onder Putin

Vladimir Gel’man, ‘Party Politics in Russia. From Competition to Hierarchy’, Europe-Asia Studies 60 6 (2008), 913-930.

Film

Demonstraties van Strategija op 31 maart en op 31 juli 2010 in Sint-Petersburg

Eduard Limonov in Sarajevo

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • Ha Thomas!
    Weer een interessant stuk. Ben benieuwd hoever de 'Arabische lente' gevolgen heeft. In principe lijkt het een universele boodschap: een volk dat ontevreden is met haar soeverein kan als het en masse besluit het juk af te werpen in niet(weinig)-gewelddadige opstand te komen. Ik hoorde dat de Egyptenaren verbaasd waren over hoe snel het gegaan was: als ze eerder geweten hadden dat twee weken straf volhouden genoeg was geweest om Mubarak ten val te brengen hadden ze het veel eerder gedaan! Dat het veel vaker niet gebeurt is volgens mij vrij eenvoudig door psychologen uit te leggen. We mijden van nature risico's voor lijf en leden en wachten 't liefst tot de meerderheid een kant op waait om dan volmondig mee te schreeuwen. Die eerste angst overwinnen en uit eigenbelang verenigd oproepen tot meer vrijheden en het bestrijden van corruptie en nepotisme vereist een soort langetermijngedachte/hoop. Misschien dat wij pas rare, dappere sprongen maken wanneer wij (relatief en verregaand) in het nauw gedreven zijn. Economische crises kunnen ervoor zorgen dat de situatie voor 'de man in de straat' verslechterd waarna een roep om hervorming komt. Het gaat te ver om het met de verschuiving van tectonische platen te vergelijken en de aardbevingen die onvermijdelijk het gevolg zijn. Maar ik geloof wel dat een frictie tussen staat en volk periodiek tot uitbarsting komt, onafhankelijk van wat de uitkomst daarvan is. Deze revoluties worden door optimisten gezien als een bevestiging van Fukuyama's thesis dat liberalisme en democratie zullen zegevieren en dat het een kwestie van tijd is tot alle samenlevingen die kant op ontwikkeld zijn. Ik moet eerst nog maar zien dat in Egypte en Tunesie nu een ander type regime zal leiden. Hoe diep is de toewijding aan democratisering en meer vrijheden wanneer blijkt dat deze opstanden niet direct meer werkgelegenheid en welvaart opleveren? In hoeverre is er sprake van (te) hooggespannen verwachtingen en in welke mate gaat dat op termijn voor een terugslag leiden? Ik weet te weinig van de post-SU staten maar is dat niet wat daar ook veelal gebeurd is? Democratisering gevolgd door deceptie en een terugkeer naar meer totalitaire overheden? Ik kan me voorstellen dat een zeker scepticisme na eerdere ervaringen met democratisering een sterke rem vormt op de wil van een volk om lijf en leden te riskeren in een opstand. Wat denk jij hiervan?

  • He Bruno,

    Ik denk dat de situatie zoals je die in de laatste alinea schetst redelijk klopt voor Rusland. Democratisering is geen prioriteit voor mensen. Om van een 'volksaard' te spreken is misschien wat 19e-eeuws, maar feit is wel dat Rusland een (in)fameuze traditie kent van revoluties van bovenaf (van Peter de Grote via Aleksandr II en Lenin/Stalin tot aan Gorbachev en Putin).
    Dit verklaart de populariteit van Putin deels: Russen hebben liever een stukje economische zekerheid dan de mogelijkheid tot verregaande politieke openheid en participatie. Het schrikbeeld van veel Russen is nog altijd een situatie zoals in de jaren negentig (toch de meest 'liberale' periode van Rusland in de afgelopen 90 jaar, meneer Fukuyama), toen economische instabiliteit en het cowboykapitalisme van Jeltsin hoogtij vierden.
    Ik denk daarom dat geen revolutiegolf elders in de wereld het politieke bewustzijn in Rusland op grote schaal zal beïnvloeden zolang de overheid een machtige economische positie heeft. Zolang de staat de economische prioriteiten van de burger kan waarborgen zal het door Putin sterk verticaal gestructureerde machtsysteem door de meerderheid geaccepteerd blijven. Pas als directe belangen in het geding komen (en dat zijn voor de meeste Russen dus geen direct politieke belangen), zal de minderheid die de politieke oppositie nu vormt groter worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven