Flickr / Markus Tacker

Struikelkabinet

Het aftreden van Ard van der Steur was onvermijdelijk en is alweer ‘oud nieuws’. Het is wel één van velen in het Kabinet Rutte II. Rutte is leider van een struikelkabinet geworden, met de meeste gedwongen afgetreden ministers sinds 1945. Eerder Brits onderzoek laat zien dat struikelkabinetten niet altijd slecht nieuws zijn. Het aftreden van Van der Steur kan zowel positieve als nadelige gevolgen hebben voor Rutte. Zijn centrale rol in de affaire is echter electoraal riskant. De andere partijen kunnen deze affaire gebruiken om Rutte aan te vallen op de zwakke plek in zijn reputatie: betrouwbaarheid.

Ard van der Steur had het als opvolger van Ivo Opstelten, die vanwege zijn rol in de ‘Teevendeal’ aftrad, niet gemakkelijk. Uitspraken over de foto die genomen werd van Volkert van der Graaf, een publieke ruzie met patholoog-anatoom George Maat over foto’s van de lichamen van MH17, en wederom de Teevendeal. In 2017 bleek dat Van der Steur als Kamerlid al geweten had van de precieze bedragen in de deal en mogelijk Opstelten had geadviseerd om deze bedragen niet kenbaar te maken aan de Kamer. Hoewel Van der Steur dit laatste ontkende, was zijn toekomst bezegeld: een net aftreden was wat hem restte.

Van der Steurs aftreden is hem niet geheel persoonlijk aan te rekenen

Van der Steurs aftreden is hem niet geheel persoonlijk aan te rekenen. Ten eerste waren er al meerdere bewindspersonen over de Teevendeal gevallen. Uit onderzoek naar het aftreden van ministers in Groot-Brittannië blijkt dat sluimerende affaires die reeds politieke slachtoffers hebben geëist vaak tot meer aftreden leiden. Van der Steur had dus de ondankbare taak om een affaire op te pakken die hem statistisch gezien waarschijnlijk fataal zou worden. Ten tweede had hij door de geschiedenis van het dossier maar beperkt de ruimte om schuld te ontwijken. Vele van de strategieën die ministers kunnen hanteren om met dit soort affaires om te gaan waren al gebruikt: er was al een uitgebreid onafhankelijk onderzoek uitgevoerd, hijzelf en zijn voorgangers hadden al meerdere keren uitgebreid excuses aangeboden en maatregelen aangekondigd. Ten derde is het moeilijk om enerzijds een geschikte minister te zijn voor een bepaald beleidsterrein en anderzijds dat ambt ‘blanco’ aan te vangen. Zo bracht Teeven zijn ervaringen mee uit zijn tijd als hoofdofficier, en Van der Steur zijn rol als Kamerlid ten aanzien van dezelfde affaire. In beide gevallen keerde deze bagage zich tegen hen.

Het aftreden hoeft voor de VVD echter niet negatief te zijn. Van der Steur trad af op een wijze die parlementariërs en journalisten het meest waarderen: eerst verantwoording afleggen in de Kamer (het informatiegedeelte van ministeriële verantwoordelijkheid), dan plaats maken voor een opvolger. Hiermee liet hij zien de Tweede Kamer ‘serieus’ te nemen. Een studie van het aftreden van Britse ministers laat zien dat hun aftreden de populariteit van de regering vergroten. Dit effect nam toe naarmate er meer media-aandacht voor het incident was. Die media-aandacht had Van der Steur zonder twijfel. Het herstellende effect is mogelijk waar de VVD op hoopt.

In Nederland stapt relatief vaak een minister op in de laatste drie maanden voor de Kamerverkiezingen

In Nederland stapt relatief vaak een minister op in de laatste drie maanden voor de Kamerverkiezingen, of in een demissionaire periode. Sinds 2000 zijn twaalf bewindspersonen opgestapt voor beleidsfalen, incompetentie of het verkeerd informeren van de Kamer. In vijf van de twaalf gevallen was dat vlak voor de verkiezingen of uit een demissionair kabinet. Bekende voorbeelden zijn ministers Donner en Dekker na de Schipholbrand, en Korthals naar aanleiding van de bouwfraude-enquête. Er zijn verschillende redenen denkbaar waarom ministers mogelijk eerder aftreden voor de verkiezingen. Ten eerste doet een demissionair kabinet geen belangrijke beleidsvoorstellen meer, zodat er weinig te verliezen is bij het aftreden van een minister. Ten tweede wil een coalitiepartij zo min mogelijk negatief nieuws rond verkiezingstijd. Een aftreden kan werken als ‘rem’ op media-aandacht voor een beleidsaffaire omdat de hoofdpersoon van het toneel afstapt. Tenslotte wordt aftreden gewaardeerd door parlementariërs en journalisten. Het kan zelfs de politieke status verhogen van een bewindspersoon als deze zich presenteert als ‘moedige leider’ die boven het politiek spel staat.

Dat positieve electorale effect is echter niet zeker, gezien de rol van de premier in dit incident. Niet alleen was de premier volgens de oppositie en criticasters in de media mogelijk meer op de hoogte of betrokken dan nu bekend. Hij heeft ook als partijleider Van der Steur geselecteerd voor deze ministerspost. Hierbij was blijkbaar geen zorgvuldig onderzoek gedaan naar het benoemen van een nieuwe minister. En dat ondanks diens betrokkenheid bij een schandaal waar zojuist twee centrale VVD-figuren voor waren afgetreden. In de aanloop naar een volgende Kabinetsperiode is dat geen aanbeveling. Zijn problematische rol in de affaire kan dus een negatief effect hebben op zijn imago, een effect dat niet kan worden weggepoetst door het aftreden van een minister die al aangeschoten wild was.

Rutte ontspringt waarschijnlijk de dans

De affaire laat bovenal zien dat premiers die de eindstreep halen en voor wie het doel soms belangrijker is dan de middelen, ook zorg moeten dragen voor de ethische kanten van leiderschap: openheid en betrouwbaarheid. De kans is groot dat het onderwerp zal ondersneeuwen in de verkiezingen door grotere internationale en nationale ontwikkelingen. Rutte ontspringt hier waarschijnlijk de dans. Het is aannemelijk dat het struikelkabinet voor Rutte niet leidt tot struikelverkiezingen. Mocht Rutte het kunstje nog eens herhalen, dan zal hij goed moeten nadenken wat zijn koers zal zijn op deze kanten van het premierschap.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven