Flickr / Paul Goyette

Studeren voor de klas

Ik en veel van de mensen om mij heen zullen binnen nu en twee jaar afstuderen en dan lonkt de grote wereld. De afgelopen anderhalve maand ben ik al in de grote wereld te vinden geweest, weliswaar tijdelijk en voor maar 0.5 fte, maar toch. Ter vervanging van een zwangere, inmiddels bevallen, docente geef ik zeven klassen scheikunde op het 4e Gymnasium in de Spaarndammerbuurt in Amsterdam West. Hoewel zwaar en uitdagender dan verwacht, heeft het mij geïnspireerd een pleidooi te schrijven. Een pleidooi voor het onderwijs en voor een positievere kijk op die wereld, waarin ik nu een inkijkje heb gekregen.

Tijdens dit korte avontuur hoor ik veel van mijn vrienden en kennissen steeds nadrukkelijker mompelen dat het onderwijs misschien ook wel iets voor hen is. Haast beschaamd geven ze dan toe dat een extra onderwijsmaster een aanlokkelijk alternatief is voor, ja voor wat eigenlijk, voor een promotieplaats of de toch wat holle term ‘bedrijfsleven’. Voor bètastudenten zal de studiebus namelijk niet stoppen bij de halte advocaat of bedrijfseconoom, dat is nu wel duidelijk, waar anderen met aktetas misschien zullen kunnen uitstappen en ‘carrière gaan maken.’ Geen flashy kantoorgebouwen wanneer je natuurkunde hebt gestudeerd, of een dertiende maand voor een biologie alumnus. Bovendien slinkt het aantal onderzoeksplaatsen waar je vier jaar doorbrengt in de vorm van een PhD zienderogen. Maar zelfs na deze constateringen wordt het onderwijs nog vaak gezien als een eindpunt van de lijn, een schimmig stuk industrieterrein waar je niet wilt belanden, want je komt er toch nooit meer vandaan?

Geen flashy kantoorgebouwen wanneer je natuurkunde hebt gestudeerd, of een dertiende maand voor een biologie alumnus.

Op school loop ik inmiddels ondanks deze beeldvorming, na wat zomerzenuwen en opstartproblemen, over het algemeen rond met een grote glimlach. Ik geef zeven klassen verspreid over drie dagen scheikunde, wat ik niet heb gestudeerd, dus dat vraagt veel. De school is nieuw, vijf jaar geleden opgericht als de nieuwe neef van Barlaeus, Vossius en Ignatius, dus zeer modern in alle opzichten. De begeleiding voor beginnende docenten is goed en de sfeer onder docenten, maar ook tussen leraren en leerlingen, prima. In veel andere opzichten is het echter een doorsnee middelbare school, anno 2011. De docenten zijn bijvoorbeeld op leeftijd en dat merk je niet alleen aan het aantal klachten over de altijd te snel vernieuwende ICT. Gemiddeld ligt de leeftijd tussen 45 en 50 jaar en daarmee wordt het probleem dat zich de komende jaren binnen het onderwijs zal voltrekken snel duidelijk. Binnen vandaag en tien jaar zal 75 procent van de docenten uit het onderwijs stromen. Een groot tekort aan goede docenten zal zodoende ontstaan, ook op mijn school.

Studenten zien ondertussen het onderwijs, vooral het middelbaar onderwijs, als een grote fuik. Gevangen in een wereld zonder ambitie en prestatiebeloningen doe je voor de wereld daarbuiten niet meer mee en waarschijnlijk klopt dit beeld nog ook. Met vijf jaar onderwijservaring zul je op een sollicitatiegesprek allicht niet verkozen worden boven je leeftijdsgenoot met een PhD op zak of de vijf jaar jongere vakgenoot. Maar waarom eigenlijk niet? Zelf merk ik nu, na anderhalve maand, dat het staan voor de klas niet alleen veel voldoening geeft, maar ook heel leerzaam is. De leerlingen houden je dagelijks een spiegel voor, vertellen je direct welke lesonderdelen wel werken en welke niet en bovendien of je haar goed zit en of je swag hebt. Het werken op een school is dynamisch en blijft dat wanneer je nieuwe lessen blijft maken en zo jezelf ontwikkelt. Wanneer je creatief bent en leerlingen op een interessante en energieke manier benadert zullen ze gaan als de brandweer. Ik ben er van overtuigd dat dit niet alleen opgaat voor een vierde gymnasium in de Spaarndammerbuurt, maar voor werken in het onderwijs in het algemeen.

Degenen die de 75 procent grijzen zullen moeten gaan vervangen, dat zijn wij, studenten van nu. Veel meer van ons zullen het onderwijs moeten willen zien als een serieuze optie en een kans op succes. Dat valt of staat met waardering, maar ook met alternatieven voor een leven lang docentschap. Het idee van de fuik moet dus de wereld uit. Het traject ‘Eerst de klas’, opgezet in 2009, heeft laten zien dat dit kan en dat er veel belangstelling is voor tussenoplossingen als deze. Het gezamenlijke initiatief van onderwijs, bedrijfsleven en overheid stelt studenten in staat om in een tweejarig traject leservaring op te doen en een steen bij te dragen. Daarnaast geeft het studenten ook de mogelijkheid  leiderschapstrainingen te volgen en de ‘bijna garantie’ dat na twee jaar een andere baan bij een van de aangesloten bedrijven ook een optie is. Een optie, want de leiding van het traineeship spreekt de wens uit dat veel studenten langer zullen blijven hangen.

 Onder studenten van nu zal ook een gevoel van schroom, schroom om straks te kiezen voor het onderwijs, moeten verdwijnen.

Naast Eerst de klas is ook de ‘educatieve minor’, in elk geval qua instroom, een succes. Ze biedt studenten een proefperiode in het onderwijs. Met deze minor kunnen studenten voor 30 EC onderwijs inbouwen in hun bachelorprogramma, inclusief het geven van zestig zelfstandige lessen op een stageschool, om op die manier een tweedegraads lesbevoegdheid te verkrijgen. Aan de TU Twente is het instroomcijfer van de bètadocentenopleiding het afgelopen collegejaar verdubbeld van 50 naar 100 studenten en dit is een direct succes van korte introductieprogramma’s zoals de educatieve minor.

Hoe goed de bovengenoemde programma’s ook zijn, ze bieden waarschijnlijk geen voldoende oplossing voor de lange termijn. Natuurlijk zouden meer trajecten zoals Eerst de klas ontwikkeld moeten worden en moeten allianties met bedrijven worden gezocht. De kwaliteit van de Eerst de klas-studenten met onderwijservaring zal hopelijk bedrijven de waarde ervan doen inzien en nieuwe investeringen in hetzelfde soort trajecten realiseren. Echter, onder studenten van nu zal ook een gevoel van schroom, schroom om straks te kiezen voor het onderwijs, moeten verdwijnen. Niet alleen is het werken in het onderwijs leerzaam, mooi en uitdagend, het moet salonfähig worden en breed gewaardeerd. Een pas afgestudeerde biologiestudent zou met trots moeten vertellen dat hij een 4 HAVO klas in Slotervaart de koolzuurcyclus heeft onderwezen. Laten dat dan de successen zijn die meer studenten richting het onderwijs duwen, zodat ook de kwaliteit van de docenten en het onderwijs als geheel zal profiteren.

Verder lezen:

http://www.eerstdeklas.nl/

http://www.scienceguide.nl/201109/bèta-docent-bloeit-in-twente.aspx

Gerelateerde artikelen
Reacties
4 Reacties
  • Simon Verwer,

    Complimenten voor je mooie stuk!

  • Pieter Hettema,

    Prima artikel. Wervend, door de oprechte passie voor leren die eruit spreekt. Slechts 1 kanttekening: die 13e maand krijgen docenten ook, naast nog wat andere bonussen die het bedrijfsleven niet (altijd) kent: veel vakantiedagen, een goede vakantieuitkering, kinderopvang, ziektekostenvergoeding, goede pensioenregeling... Maar de belangrijkste bonus, zoals je zelf schrijft, blijft toch de waardering van je leerlingen.

  • Beste Arjan,

    Fijn dat je een goede vibe over onderwijs verspreidt op het internet. Een goede leerkracht is nog altijd vele malen waardevoller dan een succesvolle bankdirecteur en het onderwijs als instituut essentieler dan de economie.

    De projecten die je beschrijft zijn een mooie toevoeging en gelukkig ook succesvol in het recruteren van nieuwe docenten. Een van de bezwaren is echter wel dat bvb. een minor educatie niet de standaard mag worden voor de onderwijsgraad die wij wensen.

    De voorgaande staatssecretaris gaf het failliet voor de toekomst van het middelbaar onderwijs een stempel toen de bijzondere tweedegraadsbevoegdheid werd ingevoerd. Na eerst de universitaire opleidingen en de lerarenopleiding ingekort te hebben is het nu zelfs mogelijk om met 30 EC een bevoegdheid te krijgen om permanent les te geven in de onderbouw van het vwo.

    Een fijne snelle route maar wat mij betreft ontoereikend om als duurzame oplossing te gelden voor het docententekort. Docenten lopen met een zeer kleine bevoegdheid het risico om de eerste ontslaggolf te worden en krijgen minder kansen op ontplooiing t.o.v. hoger opgeleide collegae. Of een half jaar alle ins en outs van het leraarschap kan leveren is ook maar zeer de vraag (het moeten wel allemaal goede leraren zijn).

    Dus, zeker goed vanwege de enthousiasmerende werking maar voor een duurzame oplossing van het docententekort is het slechts een stap in de goede richting. Uitbreiden met duale masterprogramma's, masterclasses en uiteindelijk een sterk en opbouwend lerarenbeleid zou moeten volgen - we horen de plannen van het kabinet graag.

    Fijn stuk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven