Flickr / charliekwalker

Sublime Sandy

'No sensible form can contain the sublime properly so-called. (…) Thus the wide ocean, agitated by the storm, cannot be called sublime. Its aspect is horrible; and the mind must be already filled with manifold Ideas if it is to be determined by such an intuition by a feeling itself sublime (…).' - Immanuel Kant, Critique of Judgment, § 23

Toen Immanuel Kant zijn derde Kritiek schreef, in 1790, had hij vast nog nooit een orkaan aan den lijve ervaren. Ikzelf had dat ook nog niet – tot korte tijd geleden. Voorafgaand aan mijn ervaring werd op het nieuws met veel sensatie aangekondigd dat er een ‘monsterstorm’ aankwam: een orkaan, genaamd ‘Sandy’ (maar ook vaak, met een groot gevoel voor esthetiek, aangeduid met het koosnaampje ‘Frankenstorm’), die al tientallen doden had geëist tijdens zijn doorreis over de Caribbean, en die het nu op de grote Amerikaanse steden aan de oostkust had gemunt. New York City, mijn verblijfplaats op dit moment, zou één van de steden zijn die haar kracht het ergste zou gaan voelen, en op CCN kon men niet anders dan met glinsterende ogen speculeren hoe groot het onheil zou zijn waarin Sandy deze metropool zou storten.

Behalve bij de sadistische journalisten van CCN wekte de orkaan ook bij mij enkele bespiegelingen op – ditmaal van een meer esthetische aard. Zoals in het citaat hierboven duidelijk wordt was Kant van mening dat geen enkel natuurfenomeen zelf als subliem kan worden bestempeld: daarvoor is het gevoel van afstoting voor datgene wat destructief is voor ons eigen (fysieke) welvaren simpelweg te groot. Maar, zo beklemtoont Kant, als deze directe affecten (van bijvoorbeeld een storm) worden gecompenseerd door een bepaald rationeel ‘overzicht’ – een ‘idee’ – dan kan een destructief natuurfenomeen wel degelijk tot een esthetische ervaring verworden, en zelfs aanzetten tot reflecties van meer morele aard. Mijns inziens laat Kant’s filosofische argument echter niet enkel een bespiegeling toe op de mogelijke esthetisering van een natuurfenomeen, maar tevens op het proces dat kan leiden tot een collectieve politisering ervan – zoals het geval was bij ‘Sublime Sandy’.

Op het nieuws werd met veel sensatie aangekondigd dat er een ‘monsterstorm’ aankwam: een orkaan genaamd ‘Sandy’, maar ook wel ‘Frankenstorm’ genoemd.

Men kan drie fases onderscheiden in dit proces. De initiële angst voor de komst van de orkaan legde een vruchtbare grond voor de eerste, esthetische fase: de sublieme ervaring van de orkaan. (Dit geldt natuurlijk enkel voor de bewoners van New York City die zich in het pad van de storm bevonden, maar die zich tegelijkertijd ook in relatieve veiligheid wisten). Doordat men de mogelijkheid had (in ieder geval voordat de elektriciteit in een groot gedeelte van de stad uitviel) om tijdens de storm als vanuit een vogelperspectief naar de eigen situatie te kijken door middel van de berichtgevingen van de media, was de premisse geschapen voor een daadwerkelijke sublieme (Kantiaanse) ervaring.

Buiten raasde een onvoorstelbaar wrede storm om het huis – en naarmate de kracht van Sandy toenam voelde men hoe ook de angst en het afgrijzen voor dit natuurgeweld bezit van het eigen lichaam nam – terwijl men tegelijkertijd de mogelijkheid had om deze persoonlijke, overweldigende ervaring te doen overgaan in een soort van ‘genot’: het beeld van de totaliteit van de storm, zoals uitgezonden door de verschillende media.

Op die manier ontstond er een wisselwerking tussen, enerzijds, het gevoel van afstoting voor het directe (fysieke) gevaar van de niet te bevatten realiteit van de storm, en, anderzijds, het (negatieve) plezier in het groeiende totale ´idee´ (het beeld in vogelperspectief waartoe de media de mensen in staat stelde). Het spel tussen de verbeeldingskracht (die zijn limiet bereikte door de onvoorstelbare omvang van de storm) en de rede (die de totaliteit van de storm als ‘idee’ probeerde te bevatten), zorgde aldus bij menige New Yorker voor een ultiem sublieme ervaring.

Het gevoel voor de esthetiek van de storm werd op de dag na de storm nog eens geaccentueerd, toen de mensen hun huizen verlieten om te zien wat de orkaan had aangericht in hun vertrouwde wijk. Op trotse wijze maakten ze foto’s van zichzelf voor de vernielingen in Manhattan – bijvoorbeeld met één voet op de stam van een omgevallen boom. Dit beeld van de mens als ‘veroveraar’, de winnaar van de cultuur over de natuur (een beeld waar Manhattan überhaupt model voor staat), versterkte de reflecties op de eerdere sublieme ervaring van Sandy´s natuurgeweld. Enkele mensen op straat noemden de storm zelfs met een waarderende blik “the experience of a lifetime”.

There is no other way to make the sensuous man rational than by first making him aesthetic.

Deze zichtbare en voelbare esthetiek van de storm werd gevolgd door een tweede, morele fase, die al snel overging in een derde politieke fase. Vrijwel direct na de storm werden namelijk de publieke handelingen en uitlatingen van Barack Obama en Mitt Romney in relatie gezet tot de ervaren sublimiteit van Sandy. Zo werd er hevig gespeculeerd over hoe beide presidentskandidaten als moreel persoon zouden reageren op de gevolgen van deze storm (de politieke en persoonlijke activiteiten die ze wel of niet zouden afzeggen, hun commentaar op de gevolgen van de storm en hun visie op het herstel).

Op een Amerikaans blog werd zelfs door iemand, op zeer Kantiaanse wijze, een analoog verband gelegd tussen de esthetiek van de waargenomen storm en de morele sfeer, toen hij schreef dat Obama en Romney nu de kans hadden om te laten zien dat zij ‘groter’ waren dan deze ontzagwekkende orkaan. Op die manier transformeerde Sandy, bijna ongemerkt, in een politiek fenomeen. Deze laatste, politieke fase voltrok zich niet enkel in de meer pragmatische reflecties, die zich richten op de haalbaarheid van de verkiezingen (met grote gedeeltes aan de oostkust nog steeds zonder stroom), maar vooral ook in de herevaluatie van het verkiezingsprogramma van de beide presidentskandidaten. Zo werden er enkele directe vergelijkingen getrokken tussen de storm en de politieke koers van de komende vier jaren – zoals door de burgemeester van New York City, Michael Bloomberg, die beklemtoonde hoe belangrijk Obama’s plan aangaande investeringen in de infrastructuur is voor steden als New York City (in tegenstelling tot Romney, die weinig actie zal ondernemen in die richting).

Een journalist van de New York Times opperde op de dag na de storm: “As Sandy reminds us, there are many other things in most people’s lives that are much more important than politics.” Mijn mening is echter (hoopvol) tegengesteld aan dit bericht. De collectieve esthetisering en politisering van de orkaan heeft volgens mij voor velen (zij die min of meer ‘gespaard’ zijn gebleven voor al te groot onheil, maar tegelijkertijd toch ook niet onbewogen zijn gebleven) juist de intrinsieke verstrengeling van het dagelijkse leven en de politiek onder het voetlicht gebracht.

Wellicht heeft “Sublime Sandy” dan ook precies dát gedaan wat volgens Friedrich Schiller noodzakelijk is voor de vorming van elk mens tot een ‘zoön politikon’: “There is no other way to make the sensuous man rational than by first making him aesthetic.” Ik wil dan ook mijn geloof uitspreken in de esthetische New Yorker: laten we hopen dat zij hun ervaringen betreffende orkaan Sandy op 6 november 2012, een grote rol zullen laten spelen in hun beslissing over welke ‘held’ na dinsdag zijn voet op de gevelde tegenstander mag zetten.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven