Flickr / loretahur

Surely you're joking!

Het regeerakkoord vertelt ons dat “Nederland de ambitie [heeft] om te behoren tot de top vijf van kenniseconomieën. Dit vraagt om versterking van de kwaliteit van het onderwijs en bevordering van hogere prestaties.” Echter, de manier waarop de financiering van universiteiten geregeld is stimuleert de universiteiten niet tot de ontwikkeling van toptalenten, maar tot het creëren van zoveel mogelijk eenheidsworst. Terwijl de kenniseconomie juist gebaat is bij de ontwikkeling van toptalenten.

Universiteiten krijgen geld voor het verstrekken van diploma’s. Met andere woorden, een uitreiking van een bul leidt tot het spekken van de kas van de universiteit. Niet het onderwijs wordt vergoed, niet hoeveel studenten dit onderwijs volgen, maar hoeveel studenten het afronden. Het is niet verwonderlijk dat bij universiteiten niet alleen het doen van goed onderzoek en het geven van goed onderwijs belangrijk is. Goed onderzoek wordt beloond door beurzen en ratings, goed onderwijs wordt gecontroleerd en ook hier spelen ratings een belangrijke rol. Door de geldstromen komt er naast kwaliteit nog een ander doel in het spel; kwantiteit. Het laten slagen van meer studenten betekent meer geld. Overbodig te zeggen dat dit invloed heeft op de kwaliteit van de alumni.

UvA wil nu studenten hun gehaalde vijven laten compenseren met zevens.

De drang naar vergroting van kwantiteit heeft tot een aantal maatregelingen geleid de afgelopen jaren. Bijvoorbeeld, bij steeds meer opleidingen is (in het eerste jaar) sprake van een bindend studieadvies. Als een student in zijn eerste jaar niet 50%, of in sommige gevallen zelfs meer, van zijn studiepunten haalt wordt hij van de opleiding gestuurd. Er is, zo is de redenatie, een kleine kans dat deze student de opleiding af zal ronden. En het onderwijs aan deze studenten in de rest van de opleiding kost de universiteit wel geld, maar het levert niks op. Over de woordcombinatie ‘bindend’ en ‘advies’ zal ik maar niks zeggen, elke goede lezer begrijpt dat dit nonsens is.

Eind januari 2012 werd door de faculteit der geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam een nieuw plan voorgesteld. Zij wil nu studenten hun gehaalde vijven laten compenseren met zevens.“Dit is absoluut geen versoepeling”, zegt decaan van de faculteit Van Vree. “De nieuwe regels zijn juist bedoeld om studenten actiever en betrokkener te laten studeren. Nu moeten studenten soms lang wachten op een herkansing. Dat haalt het tempo uit hun studie.”

Ten eerste stelt dat Van Vree dus dat het geen versoepeling is. Ik neem aan dat hij daarmee bedoeld dat het niet makkelijker wordt om een diploma te behalen. Nu lijkt mij, dat als studenten eerst een zes moesten halen en nu een vijf, dat er voor de vijf minder kennis en/of vaardigheden aanwezig moeten zijn om een vak af te kunnen sluiten. Ik zie geen enkele manier hoe dit geen versoepeling is. Nu kan men zeggen dat er – meetbaarheid buiten beschouwing latende – er voor twee zessen evenveel kennis nodig is als voor een vijf en een zeven. Maar het moeten halen van een zes (een voldoende) heeft een andere functie; namelijk dat men van een bepaald onderdeel van het bestudeerde vakgebied voldoende kennis moet hebben. In het nieuwe systeem van Van Vree is dit niet langer nodig. Dit betekent voor een gemiddelde student dat hij zijn 5 voor Wetenschappelijke Methoden kan compenseren met een 7 voor Inleiding in zijn Wetenschapsgebied. De voorgestelde aanpak zou nog een navrantere wending krijgen wanneer hij ook van toepassing wordt op geneeskunde studenten – en waarom zou dat niet zo zijn. Stelt u zich voor. De betreffende arts heeft als student een 5 gehaald voor oncologie, dat wil zeggen onvoldoende kennis op dit gebied. Wel is de 5 gecompenseerd met een 7 of misschien wel een 8 voor immunologie. Om wat kort door de bocht te gaan, hoe kan de arts zijn kennis over kanker, zeg de symptomen van deze ziekten, compenseren met kennis over ons immuunsysteem?

Het zal de kwaliteit van onderwijs en alumni flink verlagen.

Ten tweede, stelt Van Vree, zou dit moeten leiden tot een actievere en meer betrokken student. Hoe een student die minder hoeft te weten en te kunnen – en dus minder tijd aan zijn studie hoeft te besteden – een actievere student kan zijn is mij geheel onduidelijk. Maar gelukkig legt Van Vree ons dat uit; het komt omdat studenten nu niet zo lang op een herkansing hoeven te wachten. Ik zou zeggen: het is de zorg van de student dat hij zijn vakken haalt, maak de tentamens lekker moeilijk, zodat de student wel hard en actief móet studeren om snel zijn studie af te kunnen ronden.

Van Vree geeft bovendien in zijn laatste argument toe dat het gaat om een zo hoog mogelijk output. Immers, wachtende studenten zijn dure studenten. De drang van universiteiten om zoveel mogelijk studenten af te laten studeren heeft met dit voorstel een nieuw hoogtepunt bereikt; het is nu open en duidelijk dat het de faculteit niet te doen is om goede, excellente studenten, maar om zoveel mogelijk verdiensten. Het zal de kwaliteit van onderwijs en alumni flink verlagen. Daarom kan ik me bijna niet voorstellen dat dit voorstel van de faculteit Geesteswetenschappen van de UvA serieus is. Als dit voorstel toch doorging vindt, lukt het de Universiteit van Amsterdam om de zesjescultuur een halt toe te roepen. Zonde alleen dat het plaatsmaakt voor een vijfjescultuur.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Ha. Toen ik twee jaar geleden in de studentenraad der Geesteswetenschappen zat, werden deze plannen voor het eerst door voormalig decaan Van Dijck voorgelegd. Toentertijd was ik mordicus tegen en dit bericht is dan ook niet bedoeld om de positie van de faculteit goed te praten, wel om haar argumentatie wat aan te vullen en broeflief te verblijden met een reactie.
    Enfin. Het idee achter het eerste punt (dat het geen versoepeling zou zijn) wordt onderbouwd met het argument dat uit 'wetenschappelijk onderzoek zou zijn gebleken dat' het voor de kennis die een student een jaar ná het afronden van een vak niet uit zou maken of de student het vak met een vijf of zeven af zou hebben gesloten. Compenseren zou daarom geen verlaging van de lat zijn. Ook mocht het alleen binnen een bepaald cluster van vakken, die inhoudelijke samenhang kenden.
    Het tweede argument zou misschien logischer zijn met het oog op de nieuwe semesterindeling, waarin de herkansingen niet meer binnen het semester kunnen plaatsvinden, maar naar de zomer worden verplaatst. Maargoed, als Van Vree dat punt zelf niet maakt zal het inderdaad wel op deze schijnlogica stoelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven