Talige onthouding

De wereld is een grillige en chaotische eenheid, die met niemand rekening houdt en die niemand nodig heeft. Maar telkens wanneer mensen over de wereld spreken, breken zij haar eigenwijs in stukjes en proppen zij haar in een keurslijf. Bij toverslag ontstaat er zo een overzichtelijke en controleerbare mozaïek waarin de stukjes namen, betekenissen en bepaalde relaties tot elkaar hebben.

Het oerprincipe is simpel. Ooit werden we als kleine hulpeloze regenwormen in het aards gewoel geworpen; daar leerden wij al snel door een bijna eindeloze parade van stukjes wereld en geluiden welke geluiden bij welke stukjes horen. De rest is geschiedenis. We dekken de wereld toe met een deken van taal in de hoop dat zij rustig blijft sluimeren. Ondertussen is het bouwwerk van onze taal Babylonisch geworden in de zin dat het grotesk is en tot de verbeelding spreekt. Wij zijn geheelonthouders. Alles wat wij konden leren om de wereld te beschrijven hebben wij in rap tempo onthouden; alle woorden, regels, relaties en betekenissen hebben wij gememoriseerd teneinde een overzicht en controle te verkrijgen over de eindeloze stroom van ontstaan en vergaan die het leven is.

We dekken de wereld toe met een deken van taal in de hoop dat zij rustig blijft sluimeren

Maar in werkelijkheid puilt die vieze vette wereld aan alle mogelijke kanten uit het keurslijf. Ons machtsvertoon in de vorm van talige beweringen grijpt die wereld zelden duidelijk bij de lurven, als er überhaupt al iets gegrepen wordt. Zelfs de woorden waarvan we het idee hebben dat zij zo duidelijk mogelijk de werkelijkheid grijpen, de meest concrete bouwstenen van het Babylonisch bouwwerk, bijvoorbeeld het woord ‘stoel’, blijken bepaald niet ondubbelzinnig naar de wereld te verwijzen. Men neme voor een moment een stoel in gedachten. Is een stoel waar men überhaupt niet op kan zitten een stoel? Is een stoel zonder poten een stoel? Is een stoel zonder rugleuning een stoel? Wat krijg je als je een kruk armleuningen geeft? Een struk? Een kroel? Is er iemand geïnteresseerd in dit soort hemeltergende kwesties, in dit geval de vraag waar de term stoel op is gestoeld? Ik hoop en geloof van niet. Er zijn maar weinig alledaagse conversaties die vastlopen omdat een van de deelnemers de verzengende onduidelijkheid die onze gesprekken aanvreet niet meer aankan. Behalve die ene deelnemer die ter aarde stortte omdat zijn oudoom in zijn oor fluisterde: ‘Pak even mijn kruk, hij staat naast de stoel’. Laten we voor onze zielenrust de meer abstracte bouwstenen van het Babylonisch bouwwerk maar even achterwege laten.

Het idee dat taal de wereld correct beschrijft, dat het keurslijf de wereld weergeeft zoals deze is, is hardnekkig. Maar in principe zijn er dus talloze objecten in de wereld die aan onze vage ideeën kunnen beantwoorden. De wereld uitgedrukt in taal lijkt overzichtelijk en voorspelbaar. De reden dat dit zo is, kan echter niet zijn dat taal grip heeft op de wereld. De conclusie is dat de wereld in al haar variatie geen duidelijke betekenissen voor onze taal determineert. Onze verborgen aannamen over taal en wereld doen dat voor ons. Deze stellen voor het theoretische geneuzel te stoppen en de casus ‘stoel’ als emblematisch geval te laten afhangen van afspraken die wij met elkaar hebben gemaakt om zijne ‘stoelheid’ in al zijn goedheid ‘stoelheid’ te laten zijn. De stoel is gewoon een onderhandelbaar idee, misschien met poten, misschien met een rugleuning, misschien met een zitvlak. Of taal praktisch nut voor ons heeft moet blijken uit ons gedrag als reactie op taaluitingen en heeft weinig te maken met de wereld. We zien elke dag dat het praktisch nut praktisch onaangetast blijft. Immers, als iemand zegt dat ik een stoel moet pakken, pak ik een stoel, en negeer ik de verzengende vaagheid waar een moment geleden aan werd geappelleerd. Maar dat de wereld onze bedenksels niet uitput, is ook terug te vinden op andere terreinen.

In het dagelijkse sociale verkeer gebruiken wij niet alleen taal, maar ook non-verbale communicatie. Vooral emoties zijn een hachelijke zaak. Op basis van een vaag idee van wat het is om boos te zijn, worden uiterlijke kenmerken geïnterpreteerd alsof ze beantwoorden aan dat idee, en nemen we aan dat iemand boos is. We moeten het echter altijd doen met de frons, de stemverheffing, de opgetrokken schouders, die net zo goed voor ongeloof, opwinding, of verdriet door kunnen gaan. Bovendien kan iemand alle kenmerken altijd veinzen waardoor de vlieger in zijn geheel niet opgaat. De wereld kan op talloze manieren voldoen aan ons vage begrip ‘boos’.

Toch verwijzen zelfs de ogenschijnlijk meest duidelijke wetenschappelijke theorieën veel minder duidelijk naar de werkelijkheid dan wij denken.

We zijn geneigd te denken dat er een terrein is waar talig maar ook kwantitatief machtsvertoon de wereld wel bij de lurven grijpt en deze beschrijft zoals zij is, namelijk het domein van de wetenschap. Dit domein is belangrijker dan ooit aangezien politici, onderwijsinstellingen en media over de samenleving spreken als ‘kennismaatschappij’, en experts te pas en te onpas opdraven in de media om ons domme burgers eens uit te leggen dat het echt een eenling was die iets verschrikkelijks heeft gedaan, of het nu een terrorist was of bankier. Kennis moet geproduceerd worden, kennis is kapitaal, en kennis maakt ons leven makkelijker.

Toch verwijzen zelfs de ogenschijnlijk meest duidelijke wetenschappelijke theorieën veel minder duidelijk naar de werkelijkheid dan wij denken. Newton dacht bij zwaartekracht aan een mathematische beschrijving van observeerbare regelmatigheden (bijvoorbeeld de bewegingen van de hemellichamen), maar niet per se aan een concrete werkzame kracht in de wereld, zoals de meeste mensen wel geneigd zijn om te doen. Het is zelfs mogelijk om Newtons gravitatietheorie dezelfde correcte voorspellingen te laten doen zonder een kracht die objecten elkaar laat aantrekken te postuleren; alle bewegingen zijn in die variant inherent aan de objecten zelf, bewegingen zijn niets meer dan immanente bewegingen van objecten. Het resultaat is hetzelfde, de voorspellingen van de theorie zijn hetzelfde, de theorie is alleen ingewikkelder. Dit idee is makkelijk te generaliseren. Er zijn talloze tegenstrijdige wetenschappelijke beschrijvingen van de wereld mogelijk die ons juiste voorspellingen opleveren maar die qua beschrijving niet allebei de wereld kunnen beschrijven. Simpelweg omdat zij iets anders zeggen.

De wereld is dus niet duidelijk genoeg in haar rol als scheidsrechter van taal, non-verbale communicatie en theorie. Er wordt wel een stuk wereld in een keurslijf geperst maar er zijn talloze andere objecten en toestanden in de wereld denkbaar die net zo goed in dat keurslijf passen; de vieze vette wereld puilt altijd uit. Is deze conclusie over een simpele wetenschappelijke theorie makkelijk te veralgemeniseren? Dat is niet makkelijk te concluderen. Wat ik wel concludeer, is dat we zeker mogen genieten van de kracht van theorieën. Deze leveren ons nuttige kennis en technologie op, omdat de wetenschappelijke voorspellingen kloppen. Wij kunnen ook volop genieten van de kracht van taal omdat wij elkaars gedragingen overzichtelijk kunnen maken en kunnen voorspellen. Maar daarnaast moeten we ons in beide domeinen soms even geheel onthouden van het idee dat wij grip hebben op de wereld. Dat hebben we nauwelijks in onze taal, dat hebben we nauwelijks in de wetenschap. We lijken van deze conclusie nauwelijks last te hebben in onze dagelijkse handel en wandel. Laten wij daarom soms even geheelonthouders worden in de zin dat in een tijd van overmaat aan kennis en ideeën over hoe de wereld in elkaar zit, wij ons onthouden van het onthouden van uitspraken die zeggen de wereld te beschrijven.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven