Technologie als oplossing voor het klimaatprobleem (?)

De Volkskrant was laatst op bezoek op het Sancta Maria lyceum te Haarlem. De leerlingen van de school maakten zich, in tegenstelling tot hun leeftijdsgenoten elders in het land, niet veel zorgen over het klimaat. Op de school heerste een “vertrouwen in het vermogen van de mens om de door hem gecreëerde problemen met technische middelen op te lossen.” Het opwerpen van, en het vertrouwen in, techniek als oplossing voor maatschappelijke (pseudo)problemen is veelvoorkomend en heet ook wel solutionism. In deze bijdrage ga ik wat dieper in op het begrip en doe ik tot slot een poging de discussie daarover te verbinden met de vraag hoe je hier politiek gezien het beste mee om moet gaan.

Voor hen die recent nog een bezoek hebben gebracht aan onderwijsland is het bijna onvermijdelijk om te zijn blootgesteld aan Powerpoints, Prezis, of door smartphones gevoede quizzen of opinion polls. Voor de internet-criticus Evgeny Morozov is het gebruik van dergelijke applicaties in het onderwijs een vorm van solutionism, waarin technologische oplossingen worden gezocht voor vaak niet tot slecht omschreven problemen. Het is bijvoorbeeld maar de vraag of het gebruik van de digitale quiz de kwaliteit van het onderwijs verhoogt, als onderwijs wordt begrepen als de ontwikkeling van specifieke vaardigheden die de student helpen om te gaan met grote hoeveelheden informatie. Dit in tegenstelling tot de sterke nadruk die in het digitale leren wordt gelegd op het verspreiden van informatie en ideeën – een subtiel doch cruciaal verschil.

Waarom kiezen we toch vaak voor de technologische weg?

Een tweede voorbeeld van solutionism is de oproep van rechtsfilosoof Gijs van Oenen tot wat hij noemt algoritmische democratie. Zijn oplossing voor het probleem van ‘democratische vermoeidheid’ (een soort van burn-out die politieke deelname bemoeilijkt) is het uitbesteden van politieke beslissingen aan algoritmen. Wederom moet hier de vraag worden gesteld naar de verhouding tussen oplossing en probleem. Volgens mij veronachtzaamt het uitbesteden van belangrijke keuzes de intrinsieke waarde die ligt in het gezamenlijk maken van beslissingen. Bovendien creëer je met deze methode ook nog de vervolgvraag welke beslissingen je wilt uitbesteden aan het algoritme, en welke niet.

De vaak gehoorde oproep om technologie in te zetten voor het oplossen van allerlei problemen en het enorme vertrouwen in het vermogen ervan om daadwerkelijk een oplossing te bieden dient men dus met een kritische bril te bekijken. Maar waarom doen we dat doorgaans niet? Waarom kiezen we toch vaak voor de technologische weg? In de eerste plaats is het nou eenmaal erg makkelijk om eerst een nieuwe techniek te ontwikkelen, en hier pas in een latere fase een probleem aan vast te knopen. Ten tweede getuigt het kiezen voor specifiek technologische oplossingen van het idee dat techniek een niet-sociaal, apolitiek, en ook amoreel middel is om problemen in deze drie andere domeinen op te lossen. Anders gesteld: de onderliggende aanname is dat techniek zich in een ander domein bevindt dan het probleem waar het een oplossing voor biedt.

Het idee dat technologie en politiek, samenleving en moraliteit zich in andere, veilig van elkaar te scheiden werelden bevinden is echter al decennia geleden achterhaald

Het idee dat technologie en politiek, samenleving en moraliteit zich in andere, veilig van elkaar te scheiden werelden bevinden is echter al decennia geleden achterhaald. Dit blijkt onder andere uit het werk van Langdon Winner. Hij beschrijft hoe bruggen, gebouwd te Lone Island, New York, door hun lage hoogte de toegang tot de kust voor de gemiddelde stadsbus onmogelijk maken. De hiervoor verantwoordelijke ‘master builder’ Robert Moses probeerde met de plaatsing van deze bruggen de groepen die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer (de zwarte, arme middenklasse) van het strand weg te houden. Voor Winner illustreert dit de wijze waarop technologie en samenleving met elkaar verstrengeld zijn. Voor ons is Winners verhaal een oproep om ten eerste af te stappen van onhoudbare ideeën over het neutrale of onafhankelijke karakter van de technologie zelf. Ten tweede dwingt het ons ook om de met het eerste punt verbonden neiging om direct in technologische oplossingen te denken en handelen in toom te houden.

Als technologie en samenleving inderdaad op complexe wijze met elkaar zijn verbonden, is het vertrouwen van de leerlingen uit Haarlem (en ik vermoed vele anderen) in het oplossende vermogen van technologie mogelijk ook nét iets te voorbarig. Informatiefilosoof Luciano Floridi spreekt in deze context van een ‘gambit’, een zet in het schaken waarin het opofferen van bijvoorbeeld een pion aan het begin van het spel, later tot een groot voordeel zou kunnen leiden. Volgens Floridi is een vergelijkbare (en dus ook risicovolle) logica aan het werk wanneer technologie wordt ingezet om ecologische problemen het lijf te gaan, dit omdat deze nieuwe technologieën het milieu ook belasten. De gok die wordt genomen is dat de inzet van nieuwe technologie op de lange termijn minder belastend zal zijn dan het niet inzetten ervan.

De gok die wordt genomen is dat de inzet van nieuwe technologie op de lange termijn minder belastend zal zijn dan het niet inzetten ervan

Indien Floridi’s oordeel over het risicovolle karakter van het zoeken van technologische oplossingen voor ecologische (en in het verlengde daarvan maatschappelijke) problemen stand houdt, wat vertelt dit ons dan over ons blinde vertrouwen in de ontwikkeling van techniek, en de daarmee verbonden maatschappelijke apathie? In eerste instantie is het goed om continu voor ogen te houden dat elk technologisch voordeel ook wel een nadeel zal hebben. Een kritische analyse van de samenhang tussen oplossing en probleem is daarom onontbeerlijk. Het is daarom juist goed om hier met anderen over in gesprek te gaan, ongeacht je (politieke) standpunt over de kwestie. De discussie uit de weg gaan onder het mom van het hebben van een groot vertrouwen in het probleemoplossende vermogen van technologie getuigt dus niet alleen van een beperkt idee van technologische ontwikkeling, maar ook van onwil (of onkunde) om deel te nemen aan het publieke debat – iets in wat in de context van een generatie-overstijgend probleem een betreurenswaardige reactie is.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven