Flickr / Tim

Tegen ontworteling

Kleine herinneringenJosé Saramago2006
A Criação do MundoMiguel Torga1937

Op 16 november 1922 schoot een klein plantje wortel in de aarde rondom Azinhaga, Midden-Portugal. Het was een mannetjesplant, met twee beentjes, twee armpjes, twee ogen en donker haar. Een kiempje nog, houvast zoekend in de grond van zijn ouders, zijn grootouders en de ouders daarvoor. Hij groeide er maar even, twee jaar later werd hij verpot. Toch hadden de wortels zich toen al ontwikkeld, voldoende om niet meer los te kunnen komen; hoewel het plantje verder groeide in Lissabon, bleven zijn wortels achter in het dorp. Het plantje heette José Saramago, maar dat wist op dat moment alleen de burgerlijke stand. Zijn ouders spraken over José de Sousa, totdat in Josés eerste schoolweken bleek dat de ambtenaar het plantje in 1922 onder de bijnaam van de vader had geregistreerd: Saramago, zwarte radijs. In de gemeentelijke administratie was de zwarte radijs binnen enkele jaren al te ver geworteld om zonder schade te kunnen worden verpot. Kleine José bleef daarom een radijs, de rest van zijn leven, een radijs geworteld langs de noordelijke oever van Taag, honderd kilometer boven Lissabon.

Vijftien jaar eerder, in 1907, weer in Portugal maar nu helemaal in het noorden, gebeurde bij een ander jongetje, geboren in een boerengezin van vergelijkbare armoede en geboren met eenzelfde literair talent, iets vergelijkbaars. Daarover schrijft hij later: ‘Mijn lichaam kon over de hele wereld zwerven, mijn geest kon alle richtingen op vliegen. Waar ze ook zouden landen, ze zouden altijd hun stempel van herkomst verraden, hun onmiskenbare uniekheid, een soort aroma van de grond van oorsprong, als dat van een vrucht.’ Miguel Torga, kansrijk geacht voor de Nobelprijs voor Literatuur die Saramago uiteindelijk zou winnen, voelde op reis door Europa zijn geboortedorp aan hem trekken. Ook door zijn achternaam was hij in noordoost Portugal geworteld; torga is de benaming voor een heideplant uit die streek. Deze worteling was echter bewust: niet de burgerlijke stand maar Torga zelf koos het pseudoniem.

Natuurlijke metaforen versterken het gevoel van grondgebondenheid

Saramago vertelt over zijn kinder- en jeugdjaren in Kleine herinneringen (vertaling van As Pequenas Memórias). Het dorp Azinhaga is in het verhaal aanwezig vanaf de eerste zin en het beïnvloedt de groei en ontwikkeling van Saramago tot ver na diens verpotting. ‘Het frêle zaadje dat ik toen was, had tijd gehad om met zijn kleine, onzekere voetjes op de lemen grond te stappen en had onuitwisbaar het originele merkteken van de aarde ontvangen.’ Torga schreef een zesdelige autobiografie, A Criação do Mundo (‘De schepping van de wereld’, niet in het Nederlands verschenen) en besteedt daarin ook veel aandacht aan Agarez, zijn dorp van herkomst. Uit beide werken spreekt een grote verbondenheid met het land waar zij ter wereld kwamen; zowel met het land in fysieke zin, de grond rondom hun geboortedorpen, als met het land in abstracte zin, de staat Portugal. De natuurlijke metaforen als wortels en zaadjes versterken de vanzelfsprekendheid van hun gevoel van verbondenheid. Een gevoel dat onbewust ontstaat en amper te beïnvloeden is: het plantje schiet lukraak wortel, op een plek die het lot bepaald heeft. Aan het verkregen merkteken is vervolgens de rest van het leven niet meer te ontkomen.

De teksten van Saramago en Torga zijn goede voorbeelden van hoe het beeld van natuurlijke, menselijke worteling in onze samenleving wordt verspreid, niet in de laatste plaats vanwege hun beider botanische achternaam. Ze tonen onze manier van spreken en, daaruit voortkomend, onze manier van kijken naar mensen die tijdens hun leven, om welke reden dan ook, besluiten de geboorteplaats uit hun paspoort achter zich te laten om er nooit meer terug te keren of om er nooit meer terug te willen keren: mensen die ‘ontworteld’ zijn. Een door mensen gegeven merkteken waaraan ook de rest van het leven niet meer te ontkomen is.

Het worteldenken is wijdvertakt in ons bewustzijn en wordt vrijwel dagelijks versterkt door als vanzelfsprekend ervaren woorden en vergelijkingen. Ons taalgebruik laat zien hoe sterk de connectie is tussen mens, wortel en oorsprong: iemands wortels kunnen buiten Europa liggen zonder dat dat associaties oproept met beaarde stengels of oranje groenten. Dat mensen tegenwoordig liever spreken over hun roots verandert daar natuurlijk weinig aan. De meeste Europese talen gebruiken, net als het Nederlands, voor het deel van de plant en voor de figuurlijke oorsprong van de mens hetzelfde woord. De botanische metafoor groeit nog verder: een persoon kan stammen uit een Noord-Hollandse, West-Duitse of Zuid-Zweedse familie; iemand die erg op zijn ouders lijkt, viel in Nederland als appel niet ver van de boom, in Duitsland niet ver vom Stamm, in Zweden niet ver från trädet. Verder spreken we over volksstammen en stamboeken, stamhouders en stamoudsten, en wat nog meer.

Het woord ‘stam’ legt een nadruk op immobiliteit

Het woord ‘stam’ legt zo, ook figuurlijk gebruikt, een nadruk op immobiliteit, wat daardoor de natuurlijke, vanzelfsprekende status van de mens wordt. De wortelmetafoor impliceert bovendien dat ieder individu vanaf de geboorte een ‘eigen’ plaats in de wereld heeft, een plaats in de natuurlijke orde die hem of haar ‘natuurlijk’ en ‘vanzelfsprekend’ toekomt, een plaats die een mens niet voor lange tijd zou willen verlaten, zou kúnnen verlaten; want zonder wortels geen essentiële voedingstoffen. Saramago’s ouders werden door bittere armoede naar de hoofdstad gedreven, Torga vertrok vanwege een langdurig zwaar gemoed, te wijten aan Salazars autoritaire regime. Echt gelukkiger leken ze er niet van te worden, een gedeelte van de wortels, een gedeelte van henzelf bleef voor altijd achter in de geboortegrond.

Dit brengt ons op een wezenlijk probleem: in een wereld waarin elk mens geacht wordt vanaf de geboorte wortel te schieten en zich te onderwerpen aan zijn of haar plaats in de natuurlijke, geografische orde, kan elke vluchteling, banneling of andersoortige verstoteling alleen nog maar een verschoppeling zijn, ontheemd, ontworteld, de orde verstorend. Een mens die niet volledig mens meer is, omdat die zich heeft afgesneden van iets wezenlijks en daarmee een voorbeeld geeft van onnatuurlijk gedrag. Mobiliteit, gedwongen of zelfverkozen, is daardoor gek, afwijkend, beangstigend – zelfs al zijn we tegenwoordig mobieler dan ooit. Ook de eeuwenlange argwaan waarmee rondtrekkende Roma en Sinti bejegend worden, kunnen met het oog op deze diepgewortelde overtuigingen beter worden begrepen.

Ontworteling vormt in deze manier van spreken, denken en kijken dus een bedreiging. De Van Dale definieert ‘ontworteld’ als: van zijn bron of voedingsbodem vervreemd, met als voorbeeld ‘ontwortelde vluchtelingen’. In Frankrijk en Duitsland kan zelfs over ‘un déraciné’ of ‘ein Einwurzelter’ gesproken worden, als ware het een type mens, de ontwortelde. Een positieve connotatie hebben de woorden niet, en ook de Van Dale-connectie met vluchtelingen is lastig neutraal op te vatten. De botanische visie op de mens doet migratie en integratie dus voorkomen als een problematisch fenomeen. De vraag rijst of de lieflijk overkomende plantenmetaforen ondertussen niet werken als een verbloeming van racistisch gedachtegoed: ook hier geboren (achter)kleinkinderen van migranten zouden immers nog steeds in andere culturen geworteld zijn en hier niet thuishoren.

Het is goed om buiten de plantenkunde bewuster met de metaforen om te gaan

Het lijkt daarom goed om buiten de plantenkunde bewuster met deze metaforen om te gaan, om zo bij ons denken over mensen recht te doen aan de mobiliteit die de meeste mensenlevens kenmerkt. Geografische mobiliteit, maar ook sociale mobiliteit, mobiliteit in politieke voorkeur, in muzieksmaak of in burgerlijke staat. Waar een mens geboren is, op welke plaats, in welk gezin, in welke tijd, is van invloed op de ontwikkeling, zonder twijfel, maar het is niet het enige wat van invloed is. De geboorteplaats is bovendien niet allesbepalend: ook ik herken Saramago’s weemoedig terugverlangen naar de kindertijd, toen, zoals hij schrijft, ‘de tijd voor ons gemaakt leek van een bijzonder soort uren, allemaal traag, slepend, eindeloos’ – al lijk ik in niets op een radijs en werd ik dichter bij de Amstel geboren dan bij de Taag.

Saramago en Torga zagen hun geboortedorp als van vitaal belang voor hun ontwikkeling. Het vormde ze enerzijds positief, voorzag ze van voeding en inspiratie, en anderzijds negatief, bleef aan ze trekken terwijl ze elders waren. Hoewel ze in hun autobiografieën over het algemeen genuanceerd schrijven over afkomst en de invloed daarvan zijn hun botanische metaforen niet ongeladen. Ze versterken de essentialistische opvatting dat een individu te reduceren is tot enkele kenmerken die al bij de geboorte worden vastgelegd en die gedurende een leven, en zelfs gedurende de levens van de kinderen en kleinkinderen, niet tot nauwelijks kunnen veranderen. Ik wil zeker niet beweren dat leven onder een autoritair bewind, in een verarmd land in een uithoek van Europa, geen vormende invloed op iemands leven heeft, net zoals een vluchteling zijn of haar vlucht de rest van het leven met zich meedraagt. Ik verzet mij enkel tegen de dwingende manier van denken die voortkomt uit het spreken over en benadrukken van wortels. Want het is juist het gebrek aan wortels dat ons leven zo veel interessanter maakt dan dat van planten.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven