Red House School English Class / Wikimedia Commons

Terug naar de basis, school!

Het Nederlandse onderwijssysteem staat in de top 10 van beste onderwijssystemen wereldwijd. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap houdt van cijfers en meten en is blij met deze notering. Opeenvolgende ministers en staatssecretarissen voeren al jarenlang beleid dat volgens hen onderwijs van grote klasse oplevert, teneinde de plek in de top 10 te behouden of zelfs te verbeteren. De overheid legt de focus binnen het primair onderwijs verkeerd. De veranderingen in het onderwijs zijn wassen neuzen die alleen gaan over de verbetering van de kwantificeerbaarheid en de controleerbaarheid van het onderwijs. De meetcultuur staat centraal, terwijl het kind en zijn ontwikkeling de basis zouden moeten zijn van hoe het onderwijs vormgegeven wordt. Dat 'meten is weten' zo ontzettend belangrijk werd, is de grootste denkfout van OCW sinds de afschaffing van de kleuterschool.

Ondanks de hoge notering op de internationale ranglijsten concludeerde de commissie Dijsselbloem dat het Nederlandse onderwijs jarenlang verwaarloosd is. Dit rapport richtte zich vooral op het voortgezet onderwijs, maar ook voor het primair onderwijs werden er relevante uitspraken in gedaan, met name onder het kopje 'het belang van toetsen'. Alle middelbare scholen hebben recht op een nulmeting van de leerling, dus moet een eindtoets verplicht gesteld worden. Daarnaast wordt er gepleit voor een toetsmoment in het begin van de schoolloopbaan, namelijk in groep 3 met de zogenaamde begintoets. De belangrijkste reden hiervoor is het tijdig herkennen van achterstanden om het kind gericht en aanvullend onderwijs te kunnen bieden. Ook dit klinkt prachtig, zij het niet dat de commissie zich vervolgens verspreekt in de laatste alinea van de paragraaf:

'Op basis van de gecombineerde informatie van de begintoets en eindtoets zal het in de toekomst beter mogelijk zijn gefundeerde uitspraken te doen over de kwaliteit van de scholen, in termen van «toegevoegde waarde» van de school' (geciteerd uit Commissie Dijsselbloem (2008). Tijd voor Onderwijs, pagina 146).

Het is inmiddels zeven jaar later en deze verplichte eindtoets is ingevoerd. In combinatie met een versterkte beweging van opbrengstgericht werken (lees: toetsen vanaf vijfjarige leeftijd), is dit een teken dat OCW een weg is ingeslagen die alleen gaat over de kwantificeerbaarheid en controleerbaarheid van het onderwijs. Ja, we kunnen beter meten wat de 'kwaliteit' van het onderwijs is, want er vinden allerlei verscherpingen en vernieuwingen van meetsystemen plaats. Ondertussen is er van daadwerkelijke onderwijsvernieuwingen en –verbeteringen geen sprake. De nadruk ligt op goed meetbaar onderwijs in plaats van goed onderwijs. Daarbij rijst de werkdruk de pan uit, ondanks de elf weken vakantie, want al dat meten resulteert in vele analyses, vergaderingen en rapporten. Die kosten tijd die leerkrachten uiteindelijk niet in het primaire proces kunnen stoppen.

Dat 'meten is weten' zo ontzettend belangrijk werd, is de grootste denkfout van OCW

Dit primaire proces heeft er geen baat bij dat de groepsresultaten tot in den treuren geanalyseerd worden. Het primaire proces houdt in dat je als leerkracht bezig bent met kinderen leren leren, kinderen coachen, kinderen laten ontdekken, maar bovenal kinderen laten ontwikkelen. En, al is het niet graag gehoord, misschien een beetje opvoeden. Onderwijzen is een creatief vak, waarbij de leerkracht flexibel inspeelt op het leerbare kind. Door de hoge administratiedruk is het bijna onmogelijk creatief te kunnen onderwijzen, waardoor lesgeven verandert in improviseren en het draaien van productie. Zo worden rekenen en taal veelal op een eenduidige manier aangeboden en onderwezen, die met regelmaat niet aansluit op de leerstijl en ontwikkeling van het kind.

Het onderwijs is naar aanleiding van invloeden van de industriële revolutie ingericht als een productielijn met de daarbij behorende pauzebel, productieschema’s, programma- en opbrengstgericht werken en opgeleverde batches van een jaartal. De focus op productie moet worden teruggedraaid. Leren (leren) in combinatie met (basis)vaardigheden en attitude moeten weer centraal staan, niet het volgen en aanleren van vaste algoritmen die creativiteit en nieuwsgierigheid van kinderen én leerkrachten onderdrukken.

De nadruk ligt op goed meetbaar onderwijs in plaats van goed onderwijs

Om dit te bereiken, moet de basis van ons onderwijs flink herzien worden. De basis is oud, vastgeroest en gestoeld op een onderwijsparadigma van een eeuw oud en op onze maatschappij van toen, terwijl die zoveel veranderd is.

“Dit is toch niet slecht, wij zijn ook goed terechtgekomen”, is een vaak genoemde uitspraak in dezen. Het is een waarheid als een koe, want “we” zijn er inderdaad niet de dupe van geworden. Hiermee stuiten we op een ander probleem dat onderwijsvernieuwing in de weg staat, namelijk de “we doen het zo, want we doen het altijd al zo”-mentaliteit waar veel oudgedienden last van hebben. Er zijn leerkrachten en directeuren die met onderwijsvernieuwingen experimenteren binnen het huidige systeem. Een recente uitzending van VPRO Tegenlicht geeft hier inzicht in. Ook op reguliere scholen lopen deze mensen rond, maar nog vaak is er geen gehoor bij de collega’s, dus verlaten ze het onderwijs.

Een voorbeeld hiervan is de manier waarop de groepen over het algemeen worden ingedeeld. We delen ze in op basis van leeftijd, want het is wel makkelijk om alle kinderen van het zelfde bouwjaar in een klas te stoppen. Wie zegt dat leeftijd de belangrijkste gemeenschappelijke deler is van deze kinderen? Meerdere pedagogen en gedragswetenschappers hebben laten zien dat meervoudige intelligentie, leerstijlen, sociaal-emotionele ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling een betere basis is voor groepsindeling dan leeftijd. Kinderen met ongeveer hetzelfde niveau, gecombineerd met een vergelijkbare manier van leren en verwerking kunnen het beste (van elkaar) leren. Daarbij draagt OCW de leerkrachten op gedifferentieerd, adaptief en passend (!) onderwijs te bieden, dus laten we snel stoppen met het geven van jaartallen en beginnen met het plakken van etiketten die er wel toe doen.

De basis is oud, vastgeroest en gestoeld op een onderwijsparadigma van een eeuw oud

Scholen weten niet meer hoe het leren centraal zou kunnen staan. Ze stellen zichzelf de verkeerde vragen die niet gaan over het leren, maar over de leeropbrengsten en de borging van de kwaliteit van onderwijs: slechts de vragen waar OCW antwoord op wil zien.

“Hoe leren kinderen? Leren ze allemaal op dezelfde manier? Wanneer is leren succesvol? Hoe kan je hier als leerkracht en school het beste gehoor aan geven? Hoe zou kennisoverdracht er uit moeten zien? Moet de nadruk eigenlijk nog wel liggen op kennisoverdracht?”, zijn vragen die er wel toe doen. Ze raken de kern die we al lang niet meer raken: leren!

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Zeer scherp geschreven Sander. Goede onderbouwing ook. Aantal zaken zijn ook zeer herkenbaar voor wat betreft het werken in de zorg want helaas is ook dat vakgebied steeds vaker ingericht als productielijn. Hoo dat je veel mensen aan het denken zet met je artikel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven