Flickr / Matt A.J.

Gemeenschappelijke waar(he)den in tijden van verdeeldheid

Sinds Donald Trump president van de Verenigde Staten is geworden hebben veel commentatoren geduid hoe dit kon gebeuren. Zelden riep een presidentskandidaat zoveel weerstand op bij de linkse elite en de academische wereld. Op zoek naar een verklaring voor Trumps succes komen de filosofe Susan Neiman en de politicoloog Mark Lilla afzonderlijk van elkaar tot een vergelijkbare conclusie: het linkse relativistische gedachtegoed is er mede verantwoordelijk voor.

Clinton werd bijna afgezet vanwege een halve leugen. Bush startte een oorlog op basis van een leugen. Maar de fantasierijke omgang met feiten van de huidige president is genoeg om wekelijks de krant te halen. Van de kwestie of het al dan niet regende tijdens zijn inauguratie tot het klimaatprobleem en de nationaliteit van Barack Obama; Trump toont zich een goochelaar van wie het altijd afwachten is wat hij nu weer als waarheiduit zijn hoed tovert.

Waarheid en macht zijn inwisselbaar

Gezien zijn twijfelachtige verhouding tot feiten en wetenschappelijke consensus, is het verzet tegen Trump onder Amerikaanse academici groot. Opvallend daarbij is de toenemende bereidheid om de hand in eigen boezem te steken. Zo betoogt Susan Neiman in Verzet en rede in tijden van nepnieuws (2017) dat er een verband bestaat tussen het postmoderne denken op universiteiten en Trumps post-truth politics. Postmodernisme is een dominante stroming binnen de filosofie die vraagtekens plaatst bij het begrip waarheid. In de meest populaire vorm – die ook Neiman hanteert – zijn waarheid en macht inwisselbaar. Vanuit een dergelijk standpunt zijn feiten en wetenschap nooit neutraal maar altijd het resultaat van een onderliggend machtsspel.

Maar wat begon als een vruchtbare, academische exercitie heeft zich volgens Neiman op ongelukkige wijze vertaald naar het maatschappelijk debat. Dezelfde postmoderne argumenten die het zo goed doen op universiteiten zijn door politiek rechts overgenomen en voor eigen doeleinden ingezet. Want, aldus Neiman: 'Als niets waar is en alles slechts als een nieuw verhaal wordt opgevat, dan hoef je alleen maar een nieuw dominant verhaal te creëren om de huidige politieke orde te ondermijnen.' Trump heeft dat beter begrepen dan wie dan ook – fake news! fake news! – en hij heeft er zijn presidentschap mede aan te danken.

Een andere vorm van kritische zelfreflectie vinden we in The Once and Future Liberal: After identity politics (2017) van Mark Lilla. Hierin stelt hij dat liberals (Democraten in de VS) de fout in zijn gegaan door een toenemende obsessie met identiteitspolitiek: het opkomen voor specifieke minderheden in plaats van het opkomen voor breder burgerschap. Waar de burgerrechtenbeweging opkwam voor vrouwen en Afro-Amerikanen door te pleiten voor gelijke behandeling voor iedereen, komen hedendaagse liberalen op voor het individuele van een kakofonie van identiteitsclubjes. Daarmee nemen liberals ongemerkt en onbedoeld het discours van Ronald Reagan – wat telt is het individu! – over. Liberals benadrukken dat wat afwijkt en anders is, zonder te laten zien wat mensen verenigt. Reaganism for lefties.

Ook in Lillas pleidooi krijgt de universiteit een belangrijke rol toebedeeld, namelijk als de broedplaats voor identiteitspolitiek. Want als Amerikanen ergens worden aangemoedigd om zich te definiëren en organiseren op basis van hun geslacht, seksuele voorkeur, afkomst of etniciteit dan is het op de academische campus. Verbitterd stelt Lilla vast: Classroom conversations that once might begun, I think A, and here is my argument, now take the form, Speaking as an X, I am offended that you claim B. This makes perfect sense if you believe that identity determines everything. It means that there is no impartial space for dialogue.

Links benadrukt onderlinge verschillen, zonder te laten zien wat mensen verenigt

Zowel Lilla als Neiman doen een appel op de verantwoordelijkheid van de academische, linkse elite voor de machtsgreep van Trump. En allebei zien zij een belangrijke rol weggelegd voor juist deze groep om de schade te herstellen. Lilla betoogt dat liberals weer lokale politiek moeten bedrijven buiten de campus om. Ze moeten de vakbonden betrekken en zich inzetten voor lokale verkiezingen. Daarbij is er een nieuw, overkoepelend verhaal nodig – een duidelijke visie op het Amerikaanse verleden en de toekomst – voor alle Amerikanen. Het pleidooi van Neiman is abstracter maar ook zij roept op tot actie en verzet. In plaats van te verzanden in postmoderne ideeën en relativistisch gedachtegoed, moeten we ons volgens haar nu, meer dan ooit, inzetten voor het belang van de rede en universele waarden.

Kritiek op Neiman en Lilla is er ook. Zo blijft het volgens critici onduidelijk in hoeverre postmoderne theorieën daadwerkelijk de weg hebben geplaveid voor Trumps post-truth politics. Maar interessanter dan de vraag of postmodernisme heeft geleid tot post-truth lijkt ons de vraag of het hier wel een stevig antwoord op heeft. Dat antwoord is nee, gezien de onmogelijkheid om vanuit deze denkwijze iets met zekerheid vast te stellen. Hetzelfde geldt voor identiteitspolitiek: een focus op identiteit ten koste van het gemeenschappelijke zorgt er uiteindelijk voor dat de positie van iedereen in het gedrang komt. Het wordt al snel een wedstrijd in het opkomen voor de rechten van de eigen specifieke groep. Nadat veel minderheden opkwamen voor hun rechten, hebben nu zelfs witte mannen het gevoel op te moeten komen voor hun ‘ondergewaardeerde positie’.

Een tweede bezwaar is dat universele waarden of een beroep op burgerschap te zwak zijn als basis voor verandering. Maar de vraag is of dit getuigt van een belangrijk inzicht of juist onderdeel is van het probleem zelf. Laten we het anders formuleren. Stel je voor dat Mahatma Gandhi, Martin Luther King of Nelson Mandela in de eerste plaats dachten vanuit postmoderne theorieën en identiteitspolitiek. Zouden zij dan dezelfde rol als moreel leider hebben kunnen vervullen? Waarschijnlijk niet. In navolging van Neiman en Lilla denken wij dat een samenleving in tijden van verdeeldheid neutrale publieke ruimte en een gemeenschappelijk verhaal nodig heeft. Filosofen, hou op met navelstaren en zet je in voor het publieke belang.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven