Guus Dietvorst

Tien jaar later

Op zes mei 2002, om zes uur ‘s avonds, zat ik in de huiskamer televisie te kijken. Sinds 11 september het jaar ervoor was ik verslaafd geraakt aan het nieuws en keek ik ‘s ochtens, ‘s middags en ‘s avonds naar Harmen Siezen en wat hij dagelijks over ons uitstortte. De nieuwslezer van 2-Vandaag kwam binnen met de boodschap dat Pim Fortuyn was neergestoken (niet neergeschoten zoals later bleek) en op de een of andere manier was ik niet verbaasd. Het was een bepaald gevoel dat niet echt te verklaren was, behalve dat zo veel turbulentie in de ether een constante opmars tot onheil leek te zijn.

Wat ik me jaren later nog steeds afvraag is wie deze man Fortuyn nu eigenlijk was, en wat hij heeft gedaan heeft met de Nederlandse politiek. Op Amerikaanse afstand probeer ik me voor de geest te halen wat voor soort uitspraken en reacties er om hem heen zinderden en vraag ik me af of ik het allemaal wel goed onthouden heb. Toevallig probeerde ik twee weken geleden het gemeenteraads-verkiezingsdebat terug te vinden met de beroemde confrontatie Fortuyn en Paars, maar dat lukte me zo snel niet. Alsof de Avro mijn gedachten had gelezen zond ze gisteravond, ook te zien op uitzendinggemist, een uur lange reportage uit precies over dat debat.

In het beruchte debat heeft men duidelijk twee bankjes willen maken, een met paars en een met de oppositie. Eigenlijk is er in het echt maar een persoon die de aandacht op zich vestigt en met een welhaast sprankelende Fortuyn zou je bijna vergeten dat onze minister president voor de volgende 8 jaar daar ook aan tafel zat. Jaren later is de opstelling in de bankjes net wat anders, de liberaal is naar de andere kant van de tafel verhuisd en kan het met de populist en met de – door Bram Peper als mee-vibrerend bestempelde – CDA’ers prima vinden. Het chagrijn van de socialist is na al die jaren nog steeds niet verdwenen, net als Ad Melkert konden Wouter Bos noch Job Cohen populisten nooit succesvol bestrijden met de politieke humor die het begin van dit tijdperk kenmerkte.

Dat er een slim spelletje gespeeld werd door Fortuyn dat was al duidelijk maar de spelregels worden me nu pas echt duidelijk.

Dat er een slim spelletje gespeeld werd door Fortuyn dat was al duidelijk maar de spelregels worden me nu pas echt duidelijk. In het openbaar en in de media gooit Pim er verscheidene uitspraken uit die, zeker voor die tijd, racistisch en populistisch genoemd mogen worden. Aan tafel en in debat richt hij zijn pijlen echter vooral op alle andere thema’s die hij als paradepaardjes had bestempeld: overdadige schaalvergroting in het onderwijs en de gezondheidszorg, minimale efficiency van de overheid en overdaad aan bestuurslagen en natuurlijk het wegkijken bij zaken die zelfs Rosenmuller ‘echte problemen’ durfde te noemen – puinhopen misschien? Dit is een goed voorbeeld van het kiezen van het spel bij het toneel, op straat bezigen we straattaal, in de kamer gebruiken we kamertaal.

Opvallend is dat de thema’s die de Rotterdammer aansneed tien jaar na dato eigenlijk nog steeds de favoriete onderwerpen zijn in de politiek. Wat moeten we in godesnaam met onze gezondheidszorg? Waarom lijken er bij elke reorganisatie van de collectieve sector alleen maar meer teamleiders en managers bij te komen? En wanneer stoppen we met het toelaten van immigranten die vervolgens op geen enkele manier integreren? Wat iedereen vond en dacht maar niet durfde te zeggen. Misschien, maar dat iedereen iets denkt maakt het nog niet waar en het grote failliet van de politiek van het afgelopen decennium is dat er maar weinig ruimte is vrijgemaakt voor de weerspreking van onderbuikgevoelens.

Na afloop van het debat deelt politicoloog G. Irving kort zijn gedachtes hierover en spreekt van een amerikanisering van het politieke debat. Na deze avond zou de Nederlandse politiek voorgoed overgelaten zijn aan fact free politics, mud slinging, spin doctors en oneliners. Ik ben niet oud genoeg om te kunnen beoordelen of er echt veel veranderd is maar de archiefbeelden die ik ken van lijsttrekkersdebatten zijn inderdaad een stuk stijver en formeler dan tegenwoordig. Het is niet te ontkennen dat de promotie van de persoon de afgelopen jaren veel belangrijker is geworden (hoe anders had Balkenende ooit keer op keer herkozen kunnen worden, dank Jack de Vries) dan de inhoud van het partijprogramma en dat is precies de manier waarop Pim™ zijn campagne opzette.

Dat er een slim spelletje gespeeld werd door Fortuyn dat was al duidelijk maar de spelregels worden me nu pas echt duidelijk.

Laten we de zaken echter in perspectief bezien. Een volledige amerikanisering is er nog niet opgetreden in het politieke debat in de Lage Landen. Tenminste, het moddergooien en bespreken van iemands priveleven is voor Nederland nog altijd ‘niet-kosher’. Natuurlijk heeft een Wilders er enorme schik in Job Cohen van theedrinken te beschuldigen maar dat gaat nog altijd over een politiek verschil van mening. Het Nederlands publiek is min of meer aanspreekbaar met oneliners maar je moet enorm uitkijken dat je jezelf niet voor paal zet door ze te bezigen; een Henk en Ingrid kunnen je duur komen te staan (Joe Sixpack, anyone?).

De amerikanisering uit zich zeker wel in de thema’s die door Fortuyn op de politieke agenda zijn gezet. De grootte van de overheid en de manier waarop wordt omgegaan met collectief geld zijn heel typisch onderwerpen die in het Amerikaanse debat domineren. Aansluitend is het aanvechten van de entitlement-cultuur, een amerikaans woord voor de ‘vanzelfsprekende’ verzorging door de staat in de overtuiging dat je daar recht op hebt, een populair startpunt van een wat liberaler debat. Dit was in het Paarse Holland zo’n beetje not-done maar in de States is het al jaren vaste prik. De standpunten op het gebied van immigratie die heden ten dage gebezigd worden in het parlement zijn erg vergelijkbaar met die binnen de Amerikaanse politiek – alhoewel het zwaartepunt hier niet over de vraag van toelating ja/nee gaat maar meer over hoe de grenzen dichtgehouden kunnen worden.

Fortuyn was een bekend amerikanofiel en keek duidelijk op naar het politieke systeem en bestel van de Verenigde Staten. Als het aan hem had gelegen had Nederland een tweepartijenstelsel, een gekozen president (en geen koningin) en kozen we onze burgemeester en sheriff zelfs. Zo ver is het nooit gekomen maar wat hij achterliet is een nieuwe, amerikaansere, manier van debatteren en een cultuur van permanente verkiezingen – aantrekkelijker en spannender om naar te kijken maar vervelender om door geregeerd te worden. Het gemak waarmee politici van verschillende kleuren ongecontroleerde onzin de ether in slingeren en proefballonnetjes oplaten is stuitend en wat mij betreft schadelijk. Het politiek taalgebruik is, in de naklank van Dijkstal’s observatie, steeds simpeler en geworden en niet per se informatiever. De politiek is opener en toegankelijker geworden, maar tegelijk ook ondieper en ondoorzichtiger.

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • Beste Sicco

    Het is erg gebruikelijk om Amerikanisering als een negatief fenomeen te beschouwen, maar ik zou toch ook de positieve elementen willen belichten. Het negatieve oordeel over Amerikanisering komt in de meeste gevallen namelijk vooral voort uit esthetische overwegingen, maar als het gaat om de fundamenten van de politieke cultuur heeft het Amerikaanse systeem ook zijn mooie eigenschappen.

    Sinds de invloedrijke discussie tussen de Federalists en Anti-Federalists is het voor de Amerikaanse politiek een belangrijke taak te vermijden dat belangengroepen hun wil aan het staatsapparaat opleggen (Zie met name Federalist Paper no. 10). Het Amerikaanse stelsel is zo opgesteld, om te voorkomen dat lasten of voordelen worden opgelegd aan het geheel in het belang van één belangengroep. De rechtbanken moeten daarom ook strategieën ontwikkelen die deliberatie in de overheid bemoedigen, door altijd de wetgevende macht te wijzen op de door de grondwet beschermde zwakkere belangen. Deliberatie wordt, mijns inziens, in deze vorm van democratie veel meer gewaardeerd. Ik vind het daarom ook niet negatief dat je zegt dat er in de Verenigde Staten meer over het hoe wordt gediscussieerd dan simpelweg over ja/nee, omdat deliberatie in essentie niet moet gaan over het kiezen uit twee posities, maar om de discussie over de gedeelde belangen (Ik ben trouwens nooit in de Verenigde Staten geweest, maar volgens mij speelt dit in de legitimiteit een belangrijke rol).

    Overigens is er denk ik al sprake van Amerikanisering sinds de Marshall hulp en vooral de fysieke aanwezigheid van Amerikaanse millitairen en gezagvoerders na de Tweede Wereldoorlog. De feitelijke realiteit (verzuiling) was echter niet te verzoenen met het Amerikaanse model, waardoor er een soort tussenvorm in Nederland ontstond. Na de ontzuiling is er echter nooit heel goed bij stil gestaan wat precies het fundament van een democratie moet zijn. Daarom was het misschien ook wel mogelijk voor iemand als Fortuyn om de knuppel in het hoenderhok te gooien.

    Ik ben verder ook niet zo'n liefhebber van Amerikaanse cultuur, maar ik zou het niet uitsluitend negatief willen benaderen.

  • Je definieert amerikanisering slechts met wat steekwoorden, dat maakt het moeilijk om je stelling te bevestigen. Een aspect van amerikanisering dat ik mis is de rol van geld en paid media. In de VS wint, zowel bij presidentsverkiezingen als bij lokale verkiezingen bijna altijd de kandidaat die het meeste geld heeft weten los te praten. In Nederland is dat verband veel minder een op een te leggen, ook doordat wij veel meer free media aandacht hebben. Fortuijn gaf erg weinig uit, en had ook maar een hele kleine organisatie. Kaj van der Linde was bepaald niet de eerste spin-doctor van Nederland, een spin-doctor die ook nog eens achterbleef bij Leefbaar Nederland.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven