Wikipedia

Versterkt dit ECB-beleid de economie wel? (2)

De Europese Centrale Bank (ECB) wil de Europese economie versterken door een programma van quantitative easing. Iedere maand zal de ECB voor een waarde van € 60 miljard aan financiële activa (zoals leningen, aandelen en obligaties) opkopen van financiële instellingen in Europa. Het is terecht dat de ECB radicale stappen zet om iets te verbeteren aan de zorgwekkende staat van de Europese economie. De ECB kan echter tegen het probleem aanlopen dat de liquiditeitsruimte die zij de financiële sector biedt niet wordt benut om de Europese vraaguitval te adresseren. Wellicht biedt meer direct ingrijpen in bedrijvigheid en koopkracht meer kans op substantieel en duurzaam economisch herstel.

Dit is deel twee van een tweeluik. Deel een vind je hier.

De economische malaise in Europa lijkt haar oorsprong te vinden in vraaguitval door toegenomen schulden en door lastenverzwaring, uitmondend in een loon-prijsdalingspiraal met een zeer moeilijk te bestrijden deflatie als gevolg. Prijsdeflatie door vraaguitval gaat men tegen door vraag naar producten en diensten te stimuleren.

Die vraag stagneert nu in Europa vanuit overheden, vanuit bedrijven en vanuit huishoudens. De vraag van huishoudens is te klein door beperkte huishoudelijke koopkracht als gevolg van lastenverzwaring en inkomensachteruitgang. De overheidsvraag naar producten en diensten is onvoldoende, door diens focus op staatsschuldreductie ten tijde van dalende belastinginkomsten. De vraag vanuit bedrijven naar producten en diensten blijft als gevolg daarvan eveneens achter. De Europese Centrale Bank heeft geprobeerd de vraag vanuit bedrijven te stimuleren door hen van meer liquiditeit te voorzien via zeer lage rentes op bankleningen. Dit plan van de ECB mislukte, deels doordat bedrijven geen investeringsmogelijkheden zagen en dus geen kredieten hoefden, ook niet tegen zeer lage rentes. Daarnaast hebben grote bedrijven momenteel in veel gevallen genoeg geld in reserve, en bouwen zij een investeringsachterstand op door vervanging van machines en apparatuur uit te stellen.

De economische malaise in Europa lijkt haar oorsprong te vinden in vraaguitval

Terwijl in de Eurozone bij herhaling wordt geprobeerd om op basis van meer liquiditeit en lage rentes een toename in kredietverlening en bedrijfsinvesteringen aan te moedigen, klaagt het Europese Midden en Kleinbedrijf (MKB) al jaren over de moeizame relatie die zij kent met banken en de beperkte financieringsmogelijkheden die de financiële sector haar biedt. Dat terwijl het MKB meer dan 95% van de Europese bedrijven vormt en geldt als (haperende) motor van de werkgelegenheid. Het MKB ervaart de koude schouder van het bankwezen en in Nederland geeft het MKB de Nederlandse banken gemiddeld een 3,9 als rapportcijfer. In Spanje blijkt het dusdanig onaantrekkelijk voor banken om hun lagere kosten door te berekenen aan het MKB dat de Europese Commissie is begonnen via de Europese Investeringsbank (EIB) zelf maar leningen te verstrekken aan het Spaanse MKB.

Banken lenen niet uit, omdat bedrijven niet investeren. Bedrijven investeren niet, omdat zij niet verwachten dat hun afzet spoedig zal groeien. Bedrijven wachten dus eigenlijk op het moment dat consumenten weer meer gaan kopen. Consumenten op hun beurt wachten daarmee tot hun koopkracht stopt met dalen. De overheid is de actor die in deze situatie de meeste invloed kan uitoefenen, maar misschien niet enkel door financiële assets op te kopen bij financiële instellingen. Er zijn immers nog andere paden te bewandelen om vraag naar producten en diensten te bevorderen: koopkrachtverbetering en publieke investeringen.

Banken lenen niet uit, omdat bedrijven niet investeren. Bedrijven investeren niet, omdat zij niet verwachten dat hun afzet spoedig zal groeien

Overheden zouden kunnen proberen direct koopkracht te verruimen om zo consumptie en de daaraan gerelateerde bedrijvigheid te stimuleren. Koopkracht verruimt men bijvoorbeeld door lonen te laten stijgen of door lasten te verlichten. Lasten verlicht men bijvoorbeeld door belastingen te verlagen, zoals de btw, of door premies te verkleinen, zoals die voor de ziektekosten. Dat zou slecht kunnen uitpakken voor de financiering van de collectieve sector en van collectieve arrangementen, daar overheden permanent op zwart zaad lijken te zitten, maar dat hoeft niet. De collectieve sector en de collectieve arrangementen kunnen namelijk ook worden gefinancierd met schuld.

Iets financieren met schuld is niet verkeerd. Praktisch iedere woning en iedere auto wordt gefinancierd met schuld, dat wil zeggen met geleend geld. Sterker nog, we willen zelfs dat bedrijven nieuwe investeringen plegen en die financieren met schuld – geld dat zij lenen van banken. Echter, om de één of andere reden hebben we liever niet dat de overheid iets financiert met schuld – raar, omdat de overheid goedkoper leent dan wie ook.

Wanneer de overheid iets financiert met schuld, dan noemen we dat staatsschuld. Over het algemeen vertellen we elkaar dat staatsschuld niet goed is. We vertellen elkaar dat, bijvoorbeeld omdat we het verwarren met schuld die we aangaan bij het lenen van geld voor een nieuwe TV, omdat we het verwarren met het aangaan van een lening op een onhandig moment, of omdat we denken dat onderzoek dat aantoonde, terwijl dat niet zo is.

Iets financieren met schuld is niet verkeerd

Je kunt je afvragen of er op dit moment goede argumenten gelden tegen schuldfinanciering van grotere consumentenkoopkracht door de staat. Temeer wanneer je bedenkt dat aangaan van die schuld leidt tot grotere belastingopbrengsten en tot minder beroep op collectieve arrangementen. Immers, de staat leent in zo een geval geld om uitgaven te doen die toekomstige inkomsten vergroten en die toekomstige uitgaven verkleinen – doorgaans een zinnige investering.

Een andere mogelijke oplossing ligt in staatsschuldgedreven publieke investeringen in infrastructuur: sneller spoor, groene energie, mobieler internet. Zeer nuttige investeringen die men zou verwachten van private partijen die er geld mee kunnen verdienen, maar waarvoor nu naar de overheid wordt gekeken vanuit onverwachte hoek. Onlangs nog sprak de Rabobank de urgentie uit van significante overheidsinvesteringen om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan, en riep The Economist de Europese gemeenschap op om € 300 miljard te investeren in publieke werken. Buiten de directe maatschappelijke voordelen van deze werken zou het gevolg van dit soort investeringen zijn dat bedrijven meer werk krijgen en meer personeel zouden moeten aannemen om dit werk uit te voeren.  De positieve werkgelegenheidseffecten die dit tot gevolg zou hebben, drukken zich onder andere uit in een verminderd beroep op collectieve arrangementen en in een vergrote koopkracht, met grotere economische bedrijvigheid tot gevolg. De ontwikkeling van de economie zou zich weer kunnen voltrekken zoals in de lesboeken beschreven.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven