Flickr / zoetnet

Tijd voor Neo-Paars

Einde verpulvering: sinds de verkiezingen van 12 september rijzen uit het Nederlandse politieke landschap de Twin Towers VVD en PvdA op die na een even korte als onverwachte tweestrijd de horizon van de nabije toekomst domineren. Met andere woorden: de kiezer met zijn tegenstrijdige verlangens heeft het land op een spoor gezet met als bestemming: Paars 3.

Conservatief-liberaal Mark Rutte en sociaaldemocraat Diederik Samsom hebben zich, omgeven door de nodige radiostilte, in ogenschijnlijk opperbeste sfeer teruggetrokken in de luisterrijke Stadhouderskamer op het Binnenhof.

Daarmee lijkt de ooit bejubelde pacificatiepolitiek van Lijphart na een decennium van prestigeverlies zijn herintreden te doen in het Haagse. Dat is opmerkelijk gezien de recente successen van SP en PVV die groot geworden zijn met het fulmineren tegen de verrechtsing van links, respectievelijk de verlinksing van rechts. De tijden veranderen echter: Nederland lijkt toe te zijn aan een nieuw Paars kabinet, de kleur waar Nederland in de jaren ’90 wereldberoemd mee werd.

Het jaar 2012 lijkt wederom een omslagpunt te zijn waarin de kiezer het murw gebeukt is in de ideologische strijd tussen links en rechts.

SP en PVV zijn vol onbegrip: zij ervaren een déja-vu van de periode die vooraf ging aan hun successen: Paars 1 en 2. Emile Roemer, SP'er van het eerste uur, is in zekere zin de ultieme vertegenwoordiger van de groep kiezers die de PvdA in de jaren ’90, een tijdperk van enorme bezuinigingen op de WAO en liberaliseringen met sociaaldemocratisch goedvinden, volledig gedesillusioneerd de rug toekeerde. Ook PVV-leider Wilders ziet de verkiezingsuitslag als ‘een stap terug’ en verwacht dat de te vormen regering, hoe kan het ook anders, ‘verschrikkelijk’ beleid gaat voeren. Zowel Wilders als de buitenlandse pers verwachten dat de overwinning van VVD en vooral PvdA een terugkeer naar een meer kosmopolitische koers betekent.

Wordt met de vorming van een nieuw Paars kabinet de ‘gewone Nederlander’ opnieuw verweesd achtergelaten door de ‘multicultiminnende elite’, zoals Wilders vaker gesuggereerd heeft? Vooralsnog lijken de populistische flankpartijen zich deerlijk te vergissen in de intelligentie van de gemiddelde kiezer. In tegenstelling tot de leiders van deze partijen, die gewend zijn succes te hebben met het opzoeken van de uitersten en het mikken op het meest vastgeroeste deel van het electoraat, gaat een merendeel van het electoraat mee in een historische dynamiek die pacificatie en conflict tussen de verschillende maatschappelijke groepen lijkt af te wisselen.

De Nederlandse politicoloog Arend d’Engremont Lijphart werd wereldberoemd met zijn analyse van het Nederlandse verzuilde politieke bestel, dat hij internationaal voortvarend uitventte: zeer lange tijd werd Nederland volgens hem gekenmerkt door een relatief succesvolle pacificatiepolitiek, waarin de elites van de verschillende maatschappelijke zuilen (de verticale zuilen ‘katholiek’ en ‘protestant’ en de horizontale zuilen ‘liberaal’ en ‘socialistisch’) aan de top werkten aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen die gevoeligheden tussen deze groepen uit de weg gingen. Lijphart vond empirisch bewijs dat consensusdemocratieën “vriendelijkere en zachtere” staten zijn, met een sterkere verzorgingsstaat, betere milieubescherming, meer uitgave aan ontwikkelingssamenwerking, minder gebruik van de doodstraf en een betere positie van vrouwen.

Volgens Lijphart is er in Nederland sprake van pacificatiepolitiek tussen 1918 en 1973. Als we kijken naar de periode vanaf 1973 zien we dat er niet alleen sprake is van een afwisseling van links en rechts beleid, maar eveneens van conflictperiodes en consensusperiodes. Af en toe zien we zo'n omslag tussen een consensusparadigma en een conflictparadigma in de politiek.

Daarmee lijkt de ooit bejubelde pacificatiepolitiek van Lijphart na een decennium van prestigeverlies zijn herintreden te doen in het Haagse.

Het jaar 2002 was zo’n omslagpunt: Wim Kok met zijn in de jaren ’90 veelvuldig bejubelde poldermodel van pappen en nathouden had afgedaan. Er volgde een nieuw decennium waarin links en rechts elkaar naar hartenlust verketterden, een periode die deed denken aan de periode voor Kok (en Lubbers 3) waarin de conflicten tussen Den Uyl versus Wiegel/Van Agt welig tierden. Het jaar 2012 lijkt wederom een omslagpunt te zijn waarin de kiezer het murw gebeukt is in de ideologische strijd tussen links en rechts.

De stelling van SP-senator Tiny Kox (Trouw, 17 september) dat Nederland een links óf rechts kabinet wil, lijkt gebaseerd te zijn op wensdenken vanuit de SP: een peiling van ’s lands bekendste opiniepeiler noemt een coalitie VVD-PvdA de meest acceptabele. Tijdens de verkiezingen is er weliswaar een flinke strijd gevoerd tussen VVD en PvdA, maar wie de vergelijking met de Verenigde Staten maakt komt bedrogen uit: het Nederlandse stelsel kent geen absolute winnaars of verliezers, zoals ook de Nederlandse cultuur meer reserves heeft tegen dit onderscheid. Ik stel voor dat Tiny Kox van de SP zijn verantwoordelijkheid neemt door de waarden van het Nederlandse kiessysteem - waarin het compromis een waarde op zich is - uit de dragen naar de kiezer toe of anders onomwonden zijn voorkeur uitspreekt voor het Amerikaanse kiessysteem.

Vooralsnog krijgen Rutte en Samsom het voordeel van de twijfel van Nederlandse kiezer, die zich bij een gelijkspel tussen links en rechts heeft neergelegd en die, zoals D66-leider Pechtold geframed heeft, ‘vooruit’ wil. Elke derde partij die bij de onderhandelingen toegevoegd zou worden, zou de balans naar een kant door kunnen laten slaan. Het is het makkelijkste wanneer VVD en PvdA er samen uit kunnen komen. Bij het richting geven van een nieuw kabinet moeten zij echter het politiek-inhoudelijke discours van de jaren ‘00 in zijn volledigheid meenemen door op Hegeliaanse wijze onder andere tot een synthese te komen van rechtse correcties op het immigratiebeleid en soevereiniteitsoverdracht aan Europa en linkse correcties op het gebrek aan overheidssturing en aanpak van exorbitante zelfverrijking aan de top, de bestaansredenen van SP en PVV.

Zoals Peter Giesen al analyseerde in moet Neo-Paars “beter mikken op het midden” ofwel mikken op de nieuwe consensus over economie en immigratie. Alleen dan zal een nieuw Paars kabinet de tand des tijds goed kunnen doorstaan.

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • Harry Stotlemeier,

    'De stelling van SP-senator Tiny Kox (Trouw, 17 september) dat Nederland een links óf rechts kabinet wil, lijkt gebaseerd te zijn op wensdenken vanuit de SP: een peiling van ’s lands bekendste opiniepeiler noemt een coalitie VVD-PvdA de meest acceptabele.'

    Appels en peren?

  • Pieter Koning,

    Waarom is het verband onduidelijk? De stelling van Tiny Kox zie ik als een niet-gefundeerde oproep voor polarisatiepolitiek (waaar de SP baat bij heeft), terwijl de peiling van Maurice de Hond wijst op een statistisch onderbouwde goedkeuring voor de pacificatie(consensus-)politiek van VVD-PvdA.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven