Wikimedia Commons // Marc Zoutendijk

Tinguelychemie

De laatste keer dat een chemicus uit Groningen de Nobelprijs won, was het fictie. Rufus ‘Roef’ Dingelam ontvangt begin jaren zeventig op een zaterdagochtend op het Groningse platteland per telegram het grote nieuws. Het is de ultieme erkenning voor zijn synthese van ‘N-Ethyl-8-hydroxytetrahydrochloropheenhydrochloride’. Zijn vrouw Gré vindt het prijzengeld van 300.000 gulden maar wat tegenvallen. Als ‘het sufferdje’ – het Nieuwsblad voor het Noorden – ook nog eens per ongeluk een foto van zijn grote rivaal bij het nieuwsbericht plaatst, voelt Dingelam zich totaal miskend op de dag dat hij een werkelijk ‘groot scheikundige’ wordt.

Uiteraard speelde dit zich allemaal af in W.F. Hermans’ roman Onder Professoren, waarin hij de academische wereld van Groningen tot Stockholm op de hak neemt. De Nobelprijs werd ooit ingesteld door Alfred Nobel, die in zijn testament zijn welvaart ter beschikking stelde voor de wetenschap met ‘het grootste nut voor de mensheid’. Deze ‘koopman van de dood’ had zijn rijkdom nota bene vergaard in de dynamietindustrie. De ironie van de geschiedenis was voor Hermans niet genoeg, en dus liet hij Dingelam ‘de derde witmaker’ ontdekken. Zonder de toevoeging van dit bestanddeel aan wasmiddel ‘werden de onderbroeken er niet schoon van’. Nut? ‘Het is toch zeker voor miljoenen huisvrouwen van het grootste belang dat de was schoon wordt?’ Tot slot blijkt het stofje de toevallige bijwerking te hebben dat ‘grijsaards van over de tachtig weer zo potent worden alsof ze twintig waren’. Sarcastisch becommentarieert Hermans de hoogdravende retoriek rondom het maatschappelijk belang van wetenschap, de Nobelprijs en de arrogantie van natuurwetenschappers.

De onderzoekers zijn ervan overtuigd dat er iets toepasbaars uit zal rollen

Vorige week leek Hermans’ fictie werkelijkheid te worden: een ‘hoogleraar in de scheikunde aan een universiteit in het Noorden van ons land’ ontving de Nobelprijs voor de Scheikunde. Bernard ‘Ben’ Feringa was een van de drie laureaten voor het onderzoek naar moleculaire machines. Veel verder dan de resonantie in hun namen en hun gedeelde alma mater gaat de vergelijking vooralsnog niet. Alle drie de onderzoekers verklaren gewillig dat het nog compleet onduidelijk is wat hiermee gedaan kan worden. Ze zijn ervan overtuigd dat er iets toepasbaars uit zal rollen. Hier lopen ze in wezen op vooruit door hun onderzoeksobject al vrij snel als machines te karakteriseren. Daarmee suggereer je natuurlijk dat hetgeen jij creëert mogelijkerwijs een functie zal hebben. De voorwaarde die zij volgens de Nobelverklaring aan een machine stellen, is het kunnen uitvoeren van een taak, ‘doordat de machine uit verschillende delen bestaat die ten opzichte van elkaar kunnen bewegen’. Het gebruik van metaforen is nooit onschuldig en heb je ook in de wetenschap niet zelf in de hand.

De discrepantie in de machinemetafoor kan etymologisch opgehelderd worden. Machine stamt af van het Griekse woord mèchanè, dat ‘middel’ of ‘werktuig’ betekent, wat zelf komt van de oudere stam maghana, ‘dat wat mogelijk maakt’. Halverwege de 17e eeuw wordt de term, in lijn met de mechanisering van het wereldbeeld door de opbloei van de natuurwetenschappen, meer begrepen in haar hedendaagse betekenis als ‘apparaat bestaande uit bewegende delen voor het toepassen van mechanische kracht’ of breder voor ‘het verrichten van een functie’. De gelauwerde chemici hebben het begrip functie heel breed als elke simpele beweging opgevat. Zo hebben ze bijvoorbeeld een ‘spier’ gemaakt, waarbij een keten moleculen zich kan strekken en weer kan krimpen. De groep van Feringa maakte de eerste ‘motoren’ en uiteindelijk een ‘auto met vierwielaandrijving’: een moleculair ‘chassis’ met vier motoren die het voortbewegen.

Het feit dat ze zelf hun machines voorstellen als spieren, liften en auto’s suggereert dat ze ook ‘functie’ alledaagser begrijpen: je bouwt een machine om een taak uit te voeren, om werk te laten verrichten waar je iets aan hebt. Maar zo’n soort toepassing is tot op heden niet bekend en dus moeten we het nog even doen met roterende cilindertjes. Veel meer dan mechanische werktuigen, kunnen we deze moleculaire machines beter begrijpen in de oorspronkelijke zin van het woord: iets dat mogelijk maakt. De ontwikkeling van deze machines is veeleer een ontdekkingstocht in het moleculaire landschap, om te zien welke vormen toelaatbaar zijn, en of moleculaire ketens ook mechanisch, als twee ringen in elkaar, verbonden kunnen worden. Waar het onderzoek naar moleculaire machines nu voor geëerd wordt, is het veld aan nieuwe mogelijkheden dat zij heeft gecreëerd. Hun machines, motoren en spieren schetsen mogelijke nieuwe werelden voor onderzoek.

De moleculaire machientjes doen niet zozeer iets, ze maken mogelijk

De witmaker en het afrodisiacum van Dingelam en de moleculaire motoren van Feringa liggen hierom mijlenver uit elkaar. Als mogelijkmakers zijn de moleculaire machientjes meer een soort ‘Tinguely-chemie’. De métamatic van Jean Tinguely, die momenteel in het Stedelijk te bezichtigen zijn, exploreren wat mogelijk is. Het zijn machines: ze bestaan uit zwaar metaal en verschillende delen die bewegingen uit voeren. Maar een ‘functie’ in de zin van ‘nut’ hebben ze niet. Het slaat, bromt, ratelt, schudt en schrikt van jewelste maar van een taak, gerichtheid of temporele ontwikkeling is geen enkele sprake. Deze kunst werkt wel degelijk. Het maakt mogelijk en laat zien welke toekomstige velden van potentialiteit er zijn. Het werk heeft zijn eigen tijd, want (de kritiek op) de intensiteit van het industriële geweld moet voor een bezoeker aan de Parijse Biënnale van 1959 vele maten groter geweest zijn, dan voor een museumkaarthouder in 2016.

De moleculaire motoren van Feringa spreken tot de verbeelding als machines in de zin van Tinguely. Ze doen niet zozeer iets. Veeleer maken ze mogelijk. Net als de betekenis van métamatic historisch gesitueerd is, zijn de metaforen van de Nobelprijswinnaars dat ook. Hermans voorvoelde dat het kleinburgelijke nut van wetenschap dominanter zou worden. En zo werd ook deze speelse Tinguely-chemie verpakt in de taal van toepasbaarheid: machines, motoren en fourwheeldrives.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven