Flickr / Tiodfaidh

Tragedie én farce: het Brexit-drama ontleed

Marx schreef ooit dat alle grote historische gebeurtenissen zich tweemaal voordoen: de eerste keer als tragedie, de tweede keer als farce. Voor Brexit gaat deze historische wetmatigheid niet op, want zij is beide tegelijktijdig. Toen het Verenigd Koninkrijk in juni 2016 besloot om de Europese Unie te verlaten, zagen velen dit als een tragisch besluit dat op den duur tot het einde van de EU zou leiden. Nu, achttien maanden later, staan de zaken er heel anders voor. In het akkoord dat Theresa May afgelopen week met de EU sloot, heeft zij op alle belangrijke zaken moeten inbinden. Nu de mogelijke economische, politieke en staatskundige gevolgen van Brexit steeds zichtbaarder worden, geloven zelfs in het VK steeds minder mensen in het originele idee van to take back control. Sterker nog, alles wijst erop dat het VK zich vrijwillig aan de EU zal onderwerpen.

Het is nooit een goed teken als je aan je eigen achterban moet uitleggen dat de wederpartij wel degelijk concessies heeft gedaan. Toch is dat precies wat May afgelopen week deed. Al haar partijgenoten kregen een mail met daarin de vijf punten waarop de EU zou hebben ingebonden. Vier betroffen de status van Europese burgers binnen het VK – een heel belangrijk punt, maar essentiële concessies zijn het niet. Het vijfde punt betrof de betalingen aan de Unie. May presenteerde het als een overwinning dat het de Britse kortingsregelingen, die onder leiding van Margaret Thatcher werden bemachtigd, van kracht blijven zolang het VK in de Unie zit. Oftewel: een afspraak die reeds zwart op wit stond, blijft van kracht.

Van de red lines die uitgezet zijn, bleef dus niets over

Daarmee is alles wat May bij de EU zou hebben bedongen wel zo’n beetje gezegd – de EU kreeg ondertussen alles wat ze wilde: een acceptabel overgangsregime en duidelijkheid voor haar burgers. Van de red lines die aan het begin van het onderhandelingsproces werden uitgezet, bleef dus niets over: het VK zal de EU een aanzienlijk geldbedrag betalen, het Europees Hof blijft er een belangrijke rol spelen, en zolang er nog geen nieuw handelsverdrag is, zal er sprake zijn van regulatory alignment tussen het VK en de EU.

Met name dit laatste punt is van belang. Vanaf het begin van de onderhandelingen is gesteld dat het VK de interne markt en douane-unie zal verlaten. Tegelijkertijd hebben de Britten ook aangegeven een ‘harde grens’, een fysieke grens met grenswachten en grenscontroles, met Ierland te willen voorkomen. Maar iedereen buiten Westminister wist meteen dat deze twee uitgangspunten op geen enkele wijze met elkaar te verenigen zijn: op het moment dat de Britten de interne markt en douane-unie verlaten, heeft de EU daarmee een nieuwe buitengrens, en dat zal een harde grens moeten zijn. In eerste instantie kwam May met een voorstel om deze harde buitengrens niet tussen Ierland en Noord-Ierland te trekken, maar tussen Noord-Ierland en de rest van het VK. Maar toen haar Noord-Ierse coalitiepartner, de DUP, hiervan op de hoogte werd gesteld, moest May het plan onmiddellijk intrekken. De DUP staan namelijk niet toe dat Noord-Ierland een speciale status krijgt en zo feitelijk geen onderdeel meer uitmaakt van het Verenigd Koninkrijk. Dat zowel Wales, Schotland als London onmiddellijk om een vergelijkbare status vroegen, hielp overigens ook niet mee.

In het uiteindelijke akkoord is daarom vastgelegd dat door regulatory alignment het hele VK een speciale status krijgt. De Britten zullen weliswaar autonoom over hun eigen wetgeving beslissen, maar tegelijkertijd moet hun wetgeving overeenkomen met de Europese regels en standaarden (ook al wordt deze implicatie in het VK nog niet erkend). Pro-Europese en gematigde Britse stemmers vragen zich inmiddels hardop af wat het nut van Brexit nog is, nu de Britten hard op weg zijn zichzelf in een vergelijkbare situatie als Noorwegen en Zwitserland te manoeuvreren. Zowel Noorwegen als Zwitserland worden op veel gebieden gedwongen om EU-wetgeving te volgen, zonder dat ze mogen meebeslissen over de inhoud van die wetten. Zij zijn dus vooral in naam onafhankelijk van de EU. De Zwitsers hebben hier zelfs een eigen begrip voor: autonomer nachvollzug (autonome navolging). De Noorse professor Erik O Eriksen, die onlangs een lezing gaf over Brexit, noemde de EU zelfs een hegemonie in haar relatie tot Noorwegen, omdat zij Noorwegen nauwelijks ruimte laat om van Europese regels af te wijken.

De EU zal nooit in zee gaan met de doelstellingen van May

Daarom is het begrip regulatory alignment uiteindelijk vooral een eufemisme dat Theresa May in staat stelt om de hardline Brexiteers binnen haar eigen partij in toom te houden. Ze kan immers naar waarheid zeggen dat het VK de controle terugkrijgt. Ook geeft ze de Britse bevolking ruimte om te wennen aan het idee dat de meeste Brexit-beloften niet nagekomen zullen worden. Deze ruimte heeft ze hard nodig, want de onderhandelingen over de toekomstige relatie met de Unie zullen haar zwaar vallen. De EU zal nooit in zee gaan met de doelstellingen van May: dat de Britten wél toegang behouden tot de interne markt, maar niet onder de jurisdictie van het Europees hof zullen vallen, én niet dezelfde standaarden als de overige EU-landen hanteren. Zelf noemt ze haar doelstellingen onderdeel van een ‘ambitieus handelsverdrag’ – voor de EU vormen die doelstellingen precies het soort cherry picking dat ze vanaf dag één heeft willen voorkomen: het opportunistisch proberen te profiteren van de voordelen van de Europese interne markt, zonder de nadelen van het lidmaatschap.

Ondertussen blijven de Britten stug suggereren een goede onderhandelingspositie te hebben, door erop te wijzen dat verschillende grote Europese industrieën, zoals de Italiaanse wijnindustrie en de Duitse auto-industrie, afhankelijk zijn van de Britse afzetmarkt. Stiekem weten ze wel beter. Bijna de helft van alle Britse exportproducten gaan naar de lidstaten, terwijl omgekeerd maar 7% van de Europese export naar het VK gaat. Door puur naar handelsrelaties met individuele lidstaten te kijken, wordt het gemeenschappelijke karakter van de interne markt bovendien miskend. Uiteindelijk zullen de Britten dus moeten kiezen tussen toegang tot de interne markt of controle over hun eigen wetgeving. Andere opties liggen niet op tafel. Zoals Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad, in 2016 al zei: ‘It’s hard Brexit or no Brexit at all.’

Zo blijkt Brexit een farce voor degenen die meenden controle terug te krijgen

Totdat die keuze gemaakt is en er een nieuw handelsverdrag overeengekomen is – wat zomaar een decennium zou kunnen duren – zal het VK gedwongen zijn de Europese regelgeving nauwgezet te volgen, zonder enige inspraak te hebben over de inhoud van die regels. Als zodanig is Brexit een keiharde realiteitscheck voor zij die nog steeds in de fictie geloven dat staten vastomlijnde blokken zijn die zelf bepalen wat er op hun grondgebied afspeelt. Dit strookt op geen enkele wijze met de realiteit van de diepe interstatelijke verwevenheid – iets waarop het Europese continent meer oog voor is dan op het Britse eiland. De mogelijke gevolgen van Brexit brengen deze onderlinge afhankelijkheid op kraakheldere wijze aan de oppervlakte. Zo blijkt Brexit een farce voor degenen die meenden controle terug te krijgen – en ook een tragedie voor de gewone Britse man, die het zwaarst getroffen zal worden door de gevolgen van dit politieke drama.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven