Wikimedia Commons

Trump en waarheid

Waarheidsvinding is een belangrijk doel voor wetenschappers en journalisten. Maar, zo toont het presidentschap van Trump bij uitstek: louter de waarheid vinden volstaat vaak niet om haar ook overtuigend en acceptabel te maken. Het verlichtingsideaal dat de waarheid zichzelf verkoopt, blijkt dus niet altijd te kloppen. Dit betekent niet dat we het zoeken naar de waarheid moeten staken, maar dat we bij onze zoektocht ook oog moeten hebben voor de vraag waarom we het belangrijk vinden dat anderen de gevonden waarheid aannemen. Uiteraard staan wetenschappers en journalisten anders tegenover de waarheid dan politici: eerstgenoemden streven haar (in haar nuances) na, laatstgenoemden moeten hun eigen waarheid aan het publiek verkopen. Maar juist in dit opzicht kunnen we wat van Trump leren: we moeten onze vondsten verkopen, niet alleen als de waarheid, maar ook als het schone en het goede.

‘I love the Greeks. Oh, do I love them' - President Donald J. Trump

Een onschuldig voorbeeld van dit verkopen van de eigen waarheid is de viering van de Dag van de Griekse Onafhankelijkheid in de VS, waarbij de president dit jaar bovenstaande woorden sprak. In 1988 verhief toenmalig president Ronald Reagan deze dag tot feestdag om ‘de Griekse en Amerikaanse democratie te vieren’. Een historicus zou dit feestje kunnen verstoren door erop te wijzen dat de parallellen tussen de beide landen die Reagan noemt, op zijn zachtst gezegd dubieus zijn.

Reagan noemt de ‘idealen van vrijheid en democratie’ een van de belangrijkste Griekse bijdragen aan de menselijke beschaving. Hiermee verwijst hij ongetwijfeld naar de Atheense democratie van de vijfde en vierde eeuw v. Chr., een samenleving waarin inderdaad de mogelijkheid tot politieke inspraak bestond voor iedereen behalve slaven, vrouwen en buitenlanders. Vervolgens verwijst Reagan naar de gedeelde ervaring van onafhankelijkheidsoorlogen, waardoor beide staten hun soevereiniteit kregen. De Declaration of Independence bevatte de liberale waarden waarop de Amerikanen hun republiek stoelden; de Griekse oorlog leidde tot een absolute monarchie in Griekenland onder de Duitse koning Otto I. En ja, de Marshallhulp, die Reagan ook trots de revue laat passeren, bracht Griekenland economische voorspoed, maar om het communisme in te dammen waren de VS ook niet te beroerd om van 1967 tot 1974 een militaire dictatuur in Griekenland te steunen.

Ter verantwoording van het vieren van de Dag van de Griekse Onafhankelijkheid is de geschiedenis dus enig geweld aangedaan, al verbleekt Reagans verdraaiing van zaken bij de folteringen waaraan de huidige president de waarheid doorgaans onderwerpt. Trumps liefdesverklaring aan de Grieken bij deze gelegenheid, gemeend of niet, kan echter een voorbeeld zijn voor een benadering waarbij het schone en het goede even belangrijk zijn als het ware. Hoewel de historische parallellen rammelen, is het doel dat zij dienen, namelijk het versterken van de band tussen twee landen, prijzenswaardig. Dan moeten we Trump en zijn voorgangers niet als schoolmeesters op de vingers tikken omdat de feiten niet kloppen.

Toegegeven, dit is een zeldzaam geval waarin Trump blijkt geeft van goede intenties. Maar  het  is daarom des te belangrijker dat wij ons ook bij zijn meer kwalijke verkooptrucs niet blind staren op de feitelijkheid van de beweringen die hij doet. Nu piepen en knarsen  de radertjes op twitter en nieuwsblogs onmiddellijk om de feitelijkheid van zijn bewering te ontkennen, terwijl het van groter belang is om het (kwalijke) doel waarvoor hij de bewering doet te bestrijden.

Fact checken moet geen doel zijn, maar een middel

Geesteswetenschappers kunnen een voortrekkersrol spelen bij de kritische analyse en waardering van de acties van Trump (en andere politici). Maar alleen wanneer zij het louter vergelijken en controleren van feiten overstijgen. Als experts in de producten van de menselijke geest zouden zij deze niet slechts moeten bestuderen, maar ook van een oordeel durven voorzien. De tendens onder academische geesteswetenschappers is echter juist om steeds meer afstand te houden van oordeelsvorming, zoals verschillende auteurs in augustus in de Volkskrant aankaartten (Sebastien Valkenberg, Maarten Steenmeijer en Marieke Winkler, en Rosa van Gool). In navolging van Karel van het Reve tijdens de Huizingalezing in 1978 roepen de auteurs op tot een herwaardering van de esthetische (literatuur)kritiek: geesteswetenschappers zouden (weer) meer moeten durven oordelen in plaats van cultuuruitingen aan modellen te toetsen (en andersom).

Om dezelfde redenen zouden zij ook een assertievere rol moeten aannemen in het publieke debat. Het fact checken moet geen doel zijn, maar een middel. Zoals het voorbeeld van de viering van de Griekse Onafhankelijkheid laat zien, is het voor de betekenis van een historische verwijzing uiteindelijk belangrijker te weten waarom en hoe deze wordt gebruikt, dan of deze al dan niet correct is. Hoe waarheidsgetrouw de weergave is kan dan een criterium zijn, maar niet het doorslaggevende criterium. Geesteswetenschappers moeten dus zeker alert blijven op Trumps onwaarheden, maar laten ze ook van hem leren dat ze de waarheid die zij op wetenschappelijke wijze verkrijgen en onderbouwen, moeten verkopen. Zoals de president verklaarde van de Grieken te houden ter ondersteuning van zijn politiek van die dag, zo zouden ook academici hun bevindingen beter kunnen verkopen als ze laten zien hoe na hun die aan het hart liggen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven