Wikimedia Commons

Twee tegenstrijdige vooroordelen

In de Verenigde Staten (VS) is alles een stukje extremer, groter en dikker, wordt gezegd. Toch voelen we ons aan Amerikanen verwant: we volgen hun politiek, kennen ze als liberalen en zeggen dat  ze bijvoorbeeld qua emancipatie wat achterlopen. Klopt dit, of zijn dit slechts vage beelden? Hoe goed kennen wij de VS eigenlijk? Want hoewel het af en toe lijkt alsof de VS en Europa niet zoveel verschillen – we worden immers dagelijks overspoeld door de Amerikaanse (pop)cultuur – deed de discussie rond het recht op wapenbezit Europa de afgelopen tijd weer versteld staan. Hoe konden ze daar zo irrationeel zijn? Was dit de VS zoals wij die dachten te kennen?

Twee tegenstrijdige vooroordelen lijken ons Europeanen, bij het kijken naar de VS, in de weg te zitten en zonder die vooroordelen zouden we de VS, in al haar pluriforme inconsistentie, wellicht beter begrijpen. Volgens filosoof Hans Achterhuis volgt een vals gevoel van verwantschap met de VS uit een reëel verwantschap - tussen Europa aan de ene kant en de Amerikaanse elite aan de andere kant. We zien de New York Times, CNN en president Obama en begrijpen die. Er vormt zich een verwant, maar oppervlakkig beeld, dat soms hardhandig wordt doorgeprikt. Dan blijkt onder het beeld een land schuil te gaan waar wel erg wantrouwend naar de overheid wordt gekeken. De complot-conservatief Alex Jones staat dichter bij de gemiddelde Amerikaan dan George Clooney, hoewel wij het type Clooney veel beter (her)kennen.

Ongelijkheid overal - en iedereen heeft een wapen!

Het eerste vooroordeel is doorgeprikt en we zijn verbaasd, maar een beetje blij tegelijkertijd. We hebben het hier in Europa, ondanks alles, toch maar goed voor elkaar,  zo klinkt het tussen de regels in kranten en op televisie door. En dat is vooroordeel twee, hoewel tegenstrijdig aan het eerste. Amerika zou qua emancipatie en burgerrechten een wat achterlijk land zijn. Want neem toch de positie van de homo, de zwarte of de vrouw. Ongelijkheid overal - en iedereen heeft een wapen! Maar toch, hoewel dit vooroordeel op een kern van waarheid berust - de VS heeft qua emancipatie natuurlijk wat in te halen - is het bij emancipatie interessanter te kijken naar beweging dan naar statische posities. De twee bovengenoemde vooroordelen zitten het bemerken van die beweging in de weg.

Een voorbeeld van die beweging is Christine Quinn, de koploper in de race voor het burgemeesterschap van New York. Zij is in de VS een rising star, als democraat in de NY city council en uitgesproken lesbienne. Ze spreekt, zoals alleen Amerikanen dat kunnen, veel en hard en wordt gekenmerkt door haar bulderlach. Ze trekt aandacht en regelt dingen. Ze past triangulation (onlangs ontdekt door Diederik Samsom) al jaren toe en doet nu op verschillende manieren van zich spreken. In een lang interview dat ze onlangs gaf aan New York Magazine werd ze aan de stad en daarmee aan de wereld voorgesteld. Quinn lijkt nu te zijn omarmd door het bovengenoemde weekblad. Hoe dan ook een opmerkelijk politicus.

Hoe goed kennen wij de VS eigenlijk?

Maar hoe opmerkelijk Quinn in de VS ook is, in Europa zou zij waarschijnlijk net zo opmerkelijk, zo niet nog aparter zijn. Want zijn dit soort politici - extreem en uitgesproken - niet juist typisch Amerikaans en on-Europees? Ondanks de conservatief liberale cultuur heeft Amerika nu al vier jaar een zwarte president (hoeveel donkere Kamerleden hebben wij in Nederland?) en strijdt Quinn dus om het hoogste ambt van de stad New York.

Want terwijl New York op weg lijkt naar een openlijk lesbische en getrouwde burgemeester, stonden in Parijs en dus in het centrum van Europa nog maar kort geleden enkele honderdduizenden verzameld om te protesteren tegen het voorgestelde homohuwelijk. In Nederland doen wij al jaren over het weigeren van de weigerambtenaar, vaak omdat kleine Christelijke partijen de discussie gegijzeld houden. En hoewel Nederland nog altijd het homovriendelijkste land van Europa is, krijgt ook hier nog steeds bijna 1 op de 3 homoseksuele mannen te maken met pesterijen op het werk. Zomaar drie voorbeelden uit het progressieve en tolerante Europa anno 2013.

Ondanks de conservatief liberale cultuur heeft Amerika nu al vier jaar een zwarte president.

Waar in de VS de emancipatiebeweging in volle gang is, lijkt op Europa de wet van de remmende voorsprong van toepassing. Het oude continent maakt vaker een pas op de plaats en slechts zelden wordt er nog een aarzelende stap vooruit gezet. Europa stagneert en in de VS emanciperen vrouwen, LGBT’s en minderheden snel. In Maine besloten tijdens de laatste verkiezingsdag de inwoners voor het eerst het huwelijk open te stellen voor homo’s en aspirant burgemeester Quinn trouwde in 2012 met veel tromgeroffel haar vriendin. Hoe strookt dit met onze tegenstrijdige vooroordelen en ons beeld? Dit strookt niet.

Het lijkt dus soms alsof de VS en Europa dicht bij elkaar staan, maar uit de discussie rond de wapenwetgeving in de VS bleek andermaal dat de verschillen nog fors zijn. De verwarring was dan ook groot, maar ook een beetje selectief. Ondanks deze grote culturele verschillen en de VS haar conservatieve aard, doen zich namelijk juist daar de snelle maatschappelijke ontwikkelingen voor. Ons tweede vooroordeel dat Europa het beste jongetje van de klas is, is net als ons valse verwantschap, vals.

De overdreven verbazing en hooghartigheid, die niet zelden in Europa te bespeuren zijn als er gepraat wordt over de VS is dan dus, zeker in casu homo-emancipatie of gelijke rechten, ongegrond. Want juist in de VS bewegen burgers en politici samen in grote stappen vooruit en van die beweging is Christine Quinn de komende jaren een boegbeeld. De Europese blik op deze beweging wordt helaas door twee vooroordelen vertroebeld.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven