Wikimedia Commons

Van oude kleren en dingen die niet voorbijgaan

In de recente berichtgeving rond de strubbelingen van V&D viel een zijdelingse opmerking van CEO Jacob de Jonge op. Hij observeerde dat 14 procent van ’s lands retailmarkt inmiddels uit tweedehands spullen bestaat. Toekomstvoorspellers als CapGemini en de ING beweren in verschillende rapporten dat dit aandeel alleen maar zal toenemen. Uiteraard zijn er financiële redenen om tweedehands spullen te verkiezen boven nieuwe, maar daarnaast is vintage in de modewereld de afgelopen jaren een steeds grotere rol gaan spelen. Wat zegt het over onze denkwereld dat we steeds doller worden op oude lorren?

Vóór de twintigste eeuw had tweedehands niets stijlvols, maar was het volstrekt normaal textiel te hergebruiken tot het tot op de draad versleten was. Afdankertjes waren voor veel mensen de enige kledingstukken die ze bezaten, nieuwe kleding werd immers op maat gemaakt en was daardoor vrij kostbaar. Met de Industriële Revolutie zorgden nieuwe productietechnieken ervoor dat kleding op steeds grotere schaal werd vervaardigd en daardoor betaalbaarder werd en sneller van stijl veranderde. Tweedehands kreeg daardoor een ouderwetse en armetierige reputatie.

In de twintigste eeuw kreeg hergebruikte kleding gaandeweg een ander imago toen die onderdeel werd van het uniform van verschillende subculturen. Sommige Amerikaanse beatniks hulden zich in oude bontjassen en zijden negligés; hippies en punkers vermaakten antieke kleding. Jasjes van de legerdump met daarop geborduurde bloemetjes zijn een toepasselijk tenue voor een protest tegen de Vietnamoorlog, en gescheurde oude spijkerbroeken met verf en veiligheidsspelden schreeuwen nihilisme.

Jasjes van de legerdump zijn een toepasselijk tenue voor een protest tegen de Vietnamoorlog

Eind jaren ‘70 vond het fenomeen zijn weg naar de modebladen en kwam de term vintage in zwang, die oude lompen de bijklank van een bouquetrijk wijntje gaf. Nu is vintage een wijdverbreid verschijnsel dat nauwelijks nog is voorbehouden aan een specifieke subcultuur. Het dragen van antieke plunje vereist wél de investering van tijd en geld en wordt daardoor vooral gebezigd door een jong, welgesteld publiek: zie hier de bebaarde, bebrilde hipsters in vintage Adidas en Levis.

De toenemende bereidheid afdankertjes aan te trekken kan gezien worden als een reactie op wanstaltige praktijken in de mens- en natuurverslindende kledingindustrie, of een bescheiden hang naar avontuur van de tot in de puntjes geanalyseerde consument. In het filosofische werk van politiek denker Hannah Arendt vinden we een diepere link tussen onze stoffen omhulsels en la condition humaine. Haar boek The Human Condition onderzoekt menselijke activiteit, waarin Arendt arbeid, werk en handelen onderscheidt.

Arbeid, schrijft Arendt, is een proces waarvan de vruchten vrijwel onmiddellijk worden geconsumeerd. Het product van werk wordt daarentegen niet geconsumeerd maar gebruikt, en blijft ook na herhaaldelijk gebruik onderdeel van de wereld. Toegepast op kleding levert dit een onderscheid op: aan de ene kant de goedkoop geproduceerde ramsjkleding die binnen een paar jaar - gedragen of niet - op de vuilnisbelt belandt. Het andere uiterste is een handgemaakt bouclé jurkje uit de jaren ’50 dat nu in de kast van een armlastige student hangt, terwijl de oorspronkelijke eigenaresse al naar de eeuwige jachtvelden is vertrokken.

Zonder duurzame gebruiksvoorwerpen zien we ons overgeleverd aan de cyclus van oneindige arbeid en consumptie

Volgens Arendt is het bestaan van duurzame objecten essentieel voor een volwaardig menselijk leven, omdat die objecten samen de gedeelde menselijke wereld maken. Zonder duurzame gebruiksvoorwerpen om ons heen zien we ons overgeleverd aan de biologische cyclus van oneindige arbeid en consumptie. Daarin blijft niets lang genoeg bestaan om door meer dan een mens te worden gebruikt, en juist het feit dat meerdere generaties dezelfde spullen hanteren maakt dat tussen hen een fysieke verbinding ontstaat. Arendt heeft het niet specifiek over frivole zaken als jurkjes (wel over serieuzere als schoenen) maar door de nadruk op het materiële zijn haar ideeën wonderwel toepasbaar op de banalere aspecten van onze leefwereld: zij verheffen die zelfs tot cruciale onderdelen van onze menselijkheid.

Een werkelijk menselijk leven kan volgens Arendt alleen plaatsvinden in een wereld die bestaat uit duurzame dingen omdat dit de enige omgeving is die intersubjectiviteit in de hand werkt. Mensen zelf zijn veranderlijk, en alleen dingen die ze buiten zichzelf creëren kunnen deze veranderlijkheid weerstaan, mits ze duurzaam zijn. Als er geen stabiele wereld is om te delen kunnen mensen zich ook niet op een stabiele manier tot elkaar verhouden. Arendt maakt zich zorgen over de teloorgang van zowel de materiële als de intellectuele aspecten van de gemeenschappelijke wereld door de toenemende invloed van de consumptie- en arbeidscyclus. Schrijvend in 1958 merkt ze op hoe sterk de snelheid van consumptie toeneemt, niet uit fysieke noodzaak, maar om het als essentieel ervaren productieproces gaande te houden. Als we de mens zien als een arbeidend wezen wordt hij ook een compulsieve consument.

In de kledingindustrie anno 2015 is deze dwangmatigheid alleen maar sterker geworden. Kledingstukken vormen geen deel vaan een duurzaam gedeelde wereld maar worden geconsumeerd als afkoelende warme broodjes. In het tijdperk van fast fashion krijgen sommige winkels twee keer per week nieuwe verkoopwaar binnen, en is in de modewereld niet langer sprake van twee maar van 52 jaarlijkse ‘microseizoenen’. Nog nooit werden hele garderobes zo snel gekocht en weer weggegooid. Zo bezien leveren vintageliefhebbers stil commentaar op een paar fundamentele aspecten van onze werkelijkheid.

Wellicht is het geen toeval dat Arendts zorgelijke kanttekeningen en het begin van de tweedehandscultus ruwweg in hetzelfde decennium vallen. Arendts theorieën zijn aantrekkelijk door hun verscheidenheid en hun toepasbaarheid in verschillende contexten. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de Beatniks zelf het idee hadden weerstand te bieden aan de arbeidscyclus. Maar met Arendt in het achterhoofd kun je, mocht de lucht van mottenballen je tegenstaan, de vintagedrager toch een stoffig schouderklopje geven en bedanken voor zijn of haar poging de gemeenschappelijke leefwereld te bewaken.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • yvonne, i.m.m. weekers,

    Natuurlijk (!) ken ik de standpunten van Hannah Ahrend, maar ook Naomi Klein heeft dit organische denken. Meedoen aan een deeleconomie: ik denk dat als de economische crisis voorbij is en er geen crississen meer komen (of de deeleconomie en Piketty zouden de oplossing moeten bieden hiervoor door hun  fundamentele kritiek op het libertaire kapitalisme ), dan gaan mensen  ook weer heel anders denken: het zijn bepaalt het bewustzijn. Misschien is de deeleconomie ook maar weer een hype.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven