Flickr / icantcu

Vechtsport kalmeert je

September was de maand van de uitlaatklep. Nadat de onofficiële biografie van kickbokser Badr Hari (geschreven door Jens Olde Kalter) in no time zowel het meest verkochte als gestolen boek van Nederland werd, rees opnieuw de vraag of een vechtsport beoefenen mensen agressief maakt. Want, zo bleek toch wel uit de bestseller, Badr was ook buiten de ring niet altijd een lieverdje.

In diverse televisieprogramma’s en kranten werd de discussie over de mogelijke relatie tussen vechtsport en agressie nieuw leven ingeblazen. Voorzichtig – je weet het immers maar nooit – werd aan (oud-)vechters en andere vechtsportliefhebbers gevraagd of het eigenlijk wel zo’n goed idee is om even stoom af te blazen met een potje (kick)boksen, judo, karate, taekwondo, aikido of worstelen. Was Badr Hari, net als voormalig bokser en gedetineerde Regilio Tuur, die vorige week aankondigde zijn eigen, niet geheel onberispelijke, leven te gaan verfilmen, nou een uitzondering op de regel of het topje van de ijsberg?

Niet geheel onverwacht verdedigden vechtsportfanaten het bekende idee dat vechtsport juist een goede uitlaatklep is om agressieve gevoelens kwijt te raken. Mensen worden, zo kregen we te horen, vredelievender, niet gewelddadiger, van een binnenrings vuistje hier en knietje daar. In de Volkskrant tekenden de drie kickboksers Raja Felgata, Youssef Akhnikh en Malika Ahdach het volgende op: ‘Laten we de sport niet gijzelen door mensen angst in te boezemen met generalisaties over een sport zoals kickboksen. (…) Met geweld heeft het bijna nooit iets te maken, behalve de incidenten die in de marge vallen. (…) Het is bewezen dat vechtsport goed voor je geest is. Het kalmeert je.’

Was Badr Hari, net als voormalig bokser en gedetineerde Regilio Tuur, nou een uitzondering op de regel of het topje van de ijsberg?

Lucia Rijker, voormalig wereldkampioen boksen en kickboksen, zei ongeveer hetzelfde aan tafel bij Humberto Tan: ‘Het is een mooie tijd om je als tiener ergens in vast te bijten met je boosheid of ontevredenheid, en daar heb ik mijn carrière uit gemaakt.’ Toen tafelgenoot Gert-Jan Knoops, doordeweeks een ingetogen advocaat maar in het weekend kennelijk een getalenteerd kickbokser met daarnaast ‘een band in karate’, ook stelde dat het beoefenen van een vechtsport ‘een vorm van fysieke ontlading’ is waardoor je ‘mentaal verder kunt komen’, was de kritische vraag over de rol van vechtsport in de samenleving weer snel onschadelijk gemaakt.

Maar maakt vechtsportbeoefening nou agressief of niet? Een inventarisatie van onderzoek naar de relatie tussen vechtsport en agressie laat zien dat de wetenschap nog lang geen eenduidig antwoord heeft op deze ogenschijnlijk simpele vraag. Volgens een kleine groep wetenschappers heeft vechtsportbeoefening geen enkel aantoonbaar effect op gevoel en gedrag. Dan zijn er verschillende onderzoeken die, in de lijn van de zojuist aangehaalde liefhebbers, beweren dat het beoefenen van vechtsporten een positief effect kan hebben op iemands sociaal-emotionele ontwikkeling en gedrag, zoals het vergroten van zelfacceptatie en –vertrouwen.

Hier lijnrecht tegenover staan echter prominente resultaten die juist het omgekeerde suggereren. Uit talloze studies blijkt namelijk dat stoom afblazen juist averechts werkt: het uiten van agressieve gevoelens – door te slaan, schreeuwen of zelfs erover te praten – laat deze gevoelens niet verdwijnen, integendeel, het roept meestal nog meer agressie op. Het aloude populaire idee van catharsis, oftewel reiniging door middel van expressie (‘stoom afblazen’), is in de wetenschap inmiddels grotendeels naar het land der fabelen verwezen. Kortom, we weten niet precies wat de relatie tussen vechtsport en agressie is, maar wel dat het er ‘gewoon even lekker uitgooien’ van frustraties vrij nutteloos is.

Uit talloze studies blijkt dat stoom afblazen averechts werkt: het uiten van agressieve gevoelens laat deze gevoelens niet verdwijnen, integendeel, het roept meestal nog meer agressie op.

Toch, zoals de introductie van dit artikel al enigszins doet vermoeden, is het idee van catharsis nog steeds een veelvuldig terugkerend argument in het publieke debat over vechtsporten. Sterker nog, de Nederlandse overheid voert er beleid op. Zo subsidieert ze allerlei projecten in achterstandswijken waar jongeren dagelijks de frustraties van hun achtergestelde positie van zich af kunnen slaan. ‘Vanaf vier jaar is kickboksen zo goed als gratis,’ schreef columniste Harriet Duurvoort in de Volkskrant. En het beleid heeft succes, want vechten is inmiddels uitgegroeid tot een razend populaire bezigheid in die wijken – het is er zelfs de meest populaire sport.

En zo leren veel kinderen al op jonge leeftijd dat een wekelijkse uitlaatklep een mooie invulling is voor het leven. Het is bovendien lekker om eens flink af te reageren op een stootkussen, zo beaamt Rijker. Zij merkte, toen ze met vechtpensioen ging, dat de agressie die ze in haar sport kwijt kon niet ineens weg was. ‘Je moet ervan afkicken. Het is lekker’, zei ze.

Degenen die zich nu zorgen maken om voormalige vechters als Rijker en Tuur – hoe moeten zij nu stoom afblazen als dat niet meer binnen de ring kan? – kunnen opgelucht adem halen. Ze hebben inmiddels boeddhistische, literaire en artistieke uitlaatkleppen gevonden voor het temperen van hun woede en frustratie. Mentaal helpt ze dat, om bij de woorden van Gert-Jan Knoops te blijven, in ieder geval een stuk verder. Of niet.

Emiel Martens en Ger Post opereren in duo als Gasten in je gezicht.

Gerelateerde artikelen
Reacties
3 Reacties
  • Ik denk dat hier een onjuist noodzakelijk verband gelegd wordt tussen het beoefenen van een vechtsport en het uiten van agressieve gevoelens. Alle vormen van vechtsport zijn een sport. Sport kan een uitlaatklep zijn, een vorm van stoom afblazen, maar ook veel meer dan dat. Boksen is daar niet anders in.

  • @Ted. Ik ben het helemaal met je eens dat boksen meer is dan een uitlaatklep. Veel mensen gebruiken het idee van de uitlaatklep om te betogen dat je er minder agressief van wordt. Of gooien er onder die noemer een pot subsidie tegenaan. Vandaar dat dit artikel zich op dat idee richt.

  • Het ligt natuurlijk ook aan de leraar die je hebt. De leraar en wat hij overdraagt en de manier waarop triggert mensen naat het positieve of negatieve.  Ik heb een tijd in Scheemda koga ryu ninjutsu  getraind bij sensei Titus Jansen heeft nu gin ryu dojo.  Bij sensei jansen kregen we juist oefeningen waardoor je rustig werd enz. Maat er zijn ook veel vechtsport scholen die juist agressie opwekken. Het is erg afhankelijk van vele factoren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven