Flicker / EkE2k6

Verafgoding of voorgangermoord

Reader's BlockDavid Markson1996
TrappenSebastiene Postma2015
Great ExpectationsKathy Acker1982

‘Ik heb het gevoel dat ik alles wat ik van mijn leven weet uit boeken heb gehaald.’ Deze zin uit La Nausée (1938) van Jean-Paul Sartre (1905-1980) verwoordt in eerste instantie de paniek van hoofdpersonage Roquentin. Hij bevraagt de authenticiteit van zijn ervaring en herinneringen. In tweede instantie legt de zin een fundamentele onzekerheid van de schrijver bloot.

Dit probleem is fundamenteel kentheoretisch: een schrijver die ook lezer is put waarschijnlijk meer kennis uit geschreven teksten en verslagen dan uit de geleefde ervaring die literatuur placht te weerspiegelen. Deze realisatie verwerpt het standaardbeeld waarin mensen hun authentieke ervaringen in literatuur vatten, en wijst op een circulaire beweging: mensen lezen boeken en schrijven vervolgens boeken over en met de kennis die voornamelijk uit gelezen boeken stamt. Deze geschreven boeken zullen vervolgens weer door andere mensen voor dezelfde doeleinden worden gebruikt. Hier werpt de onontkoombare invloed van eerder geschreven teksten zich op.

Ieder literair project is een duel met voorgangers

Net zoals andere kunstvormen is de literatuur die wij nu lezen een product van een lange geschiedenis.  De mal die auteurs als Griet Op de Beeck en Peter Buwalda gebruiken voor hun boeken is gevormd door schrijvers als Flaubert, Tolstoj, Charles Dickens en Jane Austen. Omdat je als modern auteur niet meer om de innovatieve technieken van de Grote Auteurs heen kan, is het alsof je met ieder boek tegen James Joyce, Virginia Woolf en Brontë inschrijft. Wanneer het gewicht van de traditie zo onverbiddelijk op de schouders van de schrijver drukt, wordt ieder literair project een duel met de voorgangers, een noodgedwongen poging tot wedijveren met de Groten.

In het schrijverschap van David Markson (1927-2010) is de allesoverheersende invloed van de canon vrijwel alomtegenwoordig. Nadat hij in zijn studententijd bevriend raakte met legendarische auteurs als Dylan Thomas, Jack Kerouac en Malcolm Lowry, schreef hij enkele pretentieuze detectiveromans en modernistische pastiches - werk dat door het publiek volkomen werd genegeerd. Een daaropvolgend vaarwel aan de literatuur bleek echter niet permanent: toen hij de zestig gepasseerd was, publiceerde hij de postmoderne cult-roman Wittgenstein’s Mistress (1988). In deze louter uit losstaande zinnen bestaande tekst probeert de protagonist in haar eenzaamheid en/of gekte structuur aan te brengen door voortdurend te refereren aan feiten en anekdotes over de levens van canonieke kunstenaars. In zijn vier volgende boeken werkte Markson hetzelfde motief verder uit: vanaf Reader’s Block (1996) publiceert hij hyperminimalistische romans die uitsluitend uit banale of merkwaardige anekdotes over kunstenaarslevens bestaan, afgewisseld met summiere opmerkingen van een naamloze en vrijwel onzichtbare verteller - die overigens altijd een schrijver is. Een voorbeeld:

I am completely alone here now.

Captured by Moorish pirates at sea, Cervantes spent five years as a slave before being ransomed.

Plato finished the Laws in his late seventies, among other things sanctioning the death penalty for those who question the state religion.
Did he stop to remember how and why Socrates had died fifty years before?

In Marksons oeuvre is er geen ontkomen aan de canonieke kunst, die altijd over de schouder van de kunstenaar meekijkt. In plaats van aan de druk ten onder te gaan, gebruikt Markson vanaf Wittgenstein’s Mistress zijn kennis van de kunstgeschiedenis om een betekenisvolle structuur te genereren. Zijn vertellers proberen in hun tekstuele chaos om te gaan met ouderdom, ziekte, miskenning en eenzaamheid. Wanneer hun eigen woorden tekort schieten, zoeken zij beschutting en verwantschap in de levensgeschiedenissen van hun idolen Ook Manet en Melville stierven zonder erkenning, ook Nietzsche en Hölderlin waren eenzaam, ook Byron en Plath stierven uitgeteerd en ongelukkig. Markson verheft een opeenvolging van anekdotes tot narratief: in plaats van de nagenoeg onovertrefbare werken van zijn idolen als mal te gebruiken, rijgt hij verhalen uit hun eigen levens aaneen tot een veelzijdige keten van kleine narratieven, overkoepeld door zware existentiële thema’s. Achter de literatuurgeschiedenis die zich als een ondeelbaar geheel lijkt te presenteren, vindt David Markson een veelvoud aan kleine geschiedenissen. Deze anekdotes lijken hele romans te kunnen bevatten, maar worden door de schrijver samengeplakt in een thematische collage, die zich vormelijk weliswaar van de invloed van voorgangers onttrekt, maar vrijwel geheel uit de verhalen van hun levens bestaat.

Ieder gedicht is een destillaat uit een stormachtig leven

Een vergelijkbare onttrekking via verheffing is zichtbaar in de bijzondere debuutbundel Trappen (2015) van Sebastiene Postma (1957). 39 verhalende gedichten nemen elk het leven van een grootheid uit de kunst, filosofie of dichtkunst als onderwerp. Postma destilleert uit ieder stormachtig leven een geestig en lyrisch anekdotisch gedicht. Zo schrijft zij over de verdrinkingsdood van Hart Crane, de verbanning van Dante en de verborgen veranda van Emily Dickinson. Wanneer Postma naar de levens van idolen en legenden verwijst, is dat geen willekeurige verstrooiing. De opgevoerde auteurs betreden in de bundel elk het terugkerende motief − zie titel − van de trap. Dante beklaagt de pijn die andermans trap op zijn voeten uitoefent, Keats ligt uiteindelijk uitgeteerd aan de voet van de Spaanse trappen. Dit schijnbaar banale gebruiksvoorwerp laat zich in ieder leven gelden: de aangehaalde dichters beklimmen de treden van artistieke grootheid, en dalen vervolgens, vaak schoksgewijs en vallend, deze trap weer af.

Dit motief kent in haar rijkheid nog een laag. De bundel bestaat uit 39 gedepersonificeerde traptreden van Postmas ontwikkeling als lezende auteur. Een belezen dichter moet immers opboksen tegen de virtuositeit van Milton en Blake, die de standaard voor het schrijven van lyriek voor een gepassioneerd lezer schrikbarend hoog hebben geplaatst. In plaats van het werk van dichters als Dante en Keats als onbereikbare lat te zien, positioneert Sebastiene Postma hun levens als treden van een trap. Achter het werk vindt zij levensverhalen die zij liefdevol aanstipt en in dienst zet van haar eigen intrigerende project door ze om te zetten in gedichten. Trappen is een bundel die is ontstaan in de schaduw van de torenende canon. Onder de grootheid van intimiderende oeuvres ontdekt ze poëtische vondsten in de menselijkheid die de schrijvers met een lezer verbindt.

Ackers procedé is het vernielen van andere tekst

Naast een liefdevol aanstippen van kunstenaarslevens, bestaat ook de mogelijkheid om gewelddadig met de erfenis van de literatuurgeschiedenis af te rekenen. Julio Cortázar (1914-1984) schreef dat een schrijver vooral literatuur dient te vernietigen, en deze zinspeling kan dienen als een typering van het werk van Kathy Acker (1947-1997). Deze postmoderne, feministische schrijfster interacteerde ook doelbewust met canonieke literatuur, maar deed geen moeite om zich te meten met historische standaarden, of ze ook maar te aanvaarden. Centraal in Ackers procedé staat het gebruiken en vernielen van andere tekst. Zij nam vaak legendarische romans om die geheel naar eigen inzicht te herschrijven. Het meest tekenende voorbeeld is Great Expectations (1982), waarin zij de Pip van Dickens herschrijft als een genderfluïde jonge vrouw. Ze kopieert de eerste pagina, de personages en setting vrij getrouw, maar levert de roman al vrij gauw over aan haar fantasie. Het boek verandert in een fragmentarisch verhaal over zelfmoord, familietrauma’s, kapitalisme, geweld en seksualiteit.

Acker schrijft geen eerbetoon: zij exploiteert teksten om haar eigen thema’s en maatschappijkritiek in de gapende scheuren van klassiekers te doen nestelen. Ze kiest voor haar project bewust canonieke romans van grote mannelijke schrijvers: Ackers feministische programma lijkt te bestaan uit de deconstructie van bekende masculiene narratieven, waarmee zij ruimte maakt voor het ondergeschoven vrouwelijke. Zo vervangt zij de protagonist in haar Don Quixote (1986) met een door een abortus getraumatiseerde vrouw en geeft zij al herschrijvende kritiek op Hawthorne’s The Scarlet Letter in haar Blood and Guts in High School (1984); zij ontmaskert dit verhaal als een misogyne bevestiging van de structurele onderdrukking van vrouwen.

In de blinde vlekken van de vanzelfsprekendheid zijn spannende patronen te ontwaren

De druk van haar voorgangers fungeert als olie op Ackers vuur: ze laat haar energie en ideeën los op haar bronnen, ze gebruikt en misbruikt haar bronnen door eruit te lenen, ze te parodiëren en te herschrijven. Kathy Acker is een auteur die zich bewust toont van historische traditievorming, maar zelfverzekerd genoeg is om de canonieke façade door te lichten en bloot te stellen aan haar eigen kritische opvattingen. In plaats van haar voorgangers te verafgoden, laat zij zien dat er precies in de blinde vlekken van de vanzelfsprekendheid spannende patronen kunnen worden ontwaard.

Kathy Acker zei eens dat het haar saai leek om te schrijven zonder andere boeken te gebruiken. Zij was het immers gewend om de handelingen van het lezen en schrijven te combineren. David Markson haalt Jorge Luis Borges aan in het motto van Reader’s Block: ‘First and foremost, I think of myself as a reader.’ Jacques Derrida (1930-2004) wijst er in De la Grammatologie (1967) op dat er geen harde grens tussen lezen en schrijven ontwaard kan worden. Een kritische lezer schrijft ook, een interpreet herschrijft de tekst. De drie aangehaalde auteurs komen in dit creatieve grijze gebied overeen. Markson, Postma en Acker onderscheiden zich door niet te bezwijken onder de druk van het alziend oog van de literatuurgeschiedenis en door inventief en kritisch met hun erflast om te gaan. De schrijvers zien de literaire traditie niet als iets vanzelfsprekends en weigeren klakkeloos verder te vlechten. Zij lezen en schrijven met het verleden in het achterhoofd en op de schouders, maar vergeten niet hoe zij de literatuurgeschiedenis naar hun eigen hand kunnen zetten.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven